H ilda Cornelis (65): "Eerst een groentesoepje, dan spinazie, prinsessenboontjes, worteltjes, tomaten, aardappelen, spaghetti en kip, daarna fruitsla en rijsttaartjes. Op wedstrijddagen is het menu altijd hetzelfde. In de week kies ik gerechten uit een lijst die de dokter me gaf.
...

H ilda Cornelis (65): "Eerst een groentesoepje, dan spinazie, prinsessenboontjes, worteltjes, tomaten, aardappelen, spaghetti en kip, daarna fruitsla en rijsttaartjes. Op wedstrijddagen is het menu altijd hetzelfde. In de week kies ik gerechten uit een lijst die de dokter me gaf. "In 1984 hoorde ik eens dat er volk te kort was om tickets te verkopen. Ik kwam helpen. Toen Roger Lambrecht voorzitter werd, moest er elke middag warm eten zijn voor de ploeg. Tot dan werkte ik in een bedrijf waar ondergronden voor tapis-plains geweven werden. Ik zei die job op, bood me hier aan als vrijwilliger en begon te stempelen. Als je ze op je 49e nog moet verdienen... Later kwam mijn man ook bijspringen. "We zijn hier nu zeven dagen op zeven. Eerst zet ik het ontbijt klaar. Om negen uur ga ik inkopen doen. Daarna kook ik. Rond halftwee zet ik de vaatwas op en nadien help ik mijn man. Die heeft elke dag driehonderd kilo was te doen. Er zijn twee grote machines en een kleine, die draaien altijd drie tot zes keer. Omdat we dikwijls moeten wachten, installeerden we een tv in het waskot. Meestal zijn we rond halfacht klaar. Als ooit een baas tegen mij had gezegd dat ik zo hard zou moeten werken als ik hier soms doe, ik had hem zot verklaard. Maar dit is zo plezant. "Wij gaan met Sporting slapen en staan ermee op. Soms heb ik het zo neig dat ik met mijn auto hier op de parking sta terwijl ik naar ergens anders op weg was. Weet ge dat ik beter kan inschatten hoeveel ik moet kopen voor 38 man dan wanneer ik alleen voor Bèr en mij kook? En als ik thuis soep wil maken, moet ik eerst hier mijn grote kom komen halen. Al deze potten zijn van mij. "Van de matchen zie ik weinig. In de tribune zou ik alleen maar de mens voor mij ambeteren. Ze zeggen: 'Jonge gasten, hooli-gans', maar ik zou ook met een schoen durven smijten. Vóór de aftrap rij ik naar huis, om wat te bekomen. Als de match een half-uur bezig is, kom ik terug. Zie ik hier op een tv'tje dat de tegenstander naar ons doel komt, dan kijk ik weg. Daarom nemen we thuis geen Belgacom TV. Daarop zou ik de verplaatsingen kunnen volgen, maar bij elke tegenaanval zap ik weg. Als ik vorig seizoen bij uitwedstrijden hoorde dat er een tegengoal viel, ging ik met Blackie een blokje om. Was dat beest blij dat we zo'n rotjaar hadden! Na elke verliesmatch lag ik om tien uur in bed. Als mijn man, die meegaat bij verplaatsingen, thuiskwam en nog over die wedstrijd begon, zei ik: 'Wilt ge zwijgen?!' "Nu moet ik weer dikwijls boterkoeken halen. Die krijgen de spelers na elke overwinning. Als we op zondag spelen, heb ik problemen. De bakkerij onder ons is op maandag gesloten en niet alleman heeft zeventig koffiekoeken liggen. Dan moet ik bij drie bakkers langs. Het gebeurde al dat ik om één uur 's nachts een bakker belde - die is dan toch aan het werk - om te vragen of ik nog een bestelling kon plaatsen. Dan antwoordde die nee, kroop ik weer in bed en vroeg ik: 'Waar zou ik daar nog aan geraken?' Dan was het Bèr die riep: 'Wilt ge nu slapen?!' Om halfdrie vond ik toch nog iemand die kon helpen. "Als ik thuiszit, voel ik van alles, dan denk ik: oei, mijn rug. Hier heb ik nooit van iets last. Ik heb mijn dokter eens gevraagd of dat normaal is." door kristof de ryck