Nooit eerder wellicht trilde AA Gentvoorzitter Ivan De Witte zo erg als tien dagen geleden. Na de beschamende voorstelling van zijn ploeg tegen Heusden-Zolder benadrukte hij eerst in de kleedkamer en meteen daarna tegenover de verzamelde pers dat het zo niet verder kon. Met zijn emotionele uithaal legde hij nog wat extra druk op de spelers en vooral op trainer Jan Olde Riekerink. Die weet nu wel héél zeker dat de voorzitter geen grapje maakte toen hij op de ploegvoorstelling stelde dat een plaats binnen de eerste vijf een must is.
...

Nooit eerder wellicht trilde AA Gentvoorzitter Ivan De Witte zo erg als tien dagen geleden. Na de beschamende voorstelling van zijn ploeg tegen Heusden-Zolder benadrukte hij eerst in de kleedkamer en meteen daarna tegenover de verzamelde pers dat het zo niet verder kon. Met zijn emotionele uithaal legde hij nog wat extra druk op de spelers en vooral op trainer Jan Olde Riekerink. Die weet nu wel héél zeker dat de voorzitter geen grapje maakte toen hij op de ploegvoorstelling stelde dat een plaats binnen de eerste vijf een must is. Bijna een jaar na de onverwachte bekeruitschakeling tegen toenmalige vierdeklasser Turnhout houdt AA Gent weer crisisberaad. Toen kreeg de Nederlandse trainer als nieuwkomer op de valreep nog het voordeel van de twijfel. Begin november stond hij, meer dan hij zich zelf realiseerde, met anderhalve voet op straat. Tot de ploeg tot eenieders verbazing van een aarzeling in het bestuur profiteerde om ondanks barslecht voetbal met drie opeenvolgende zeges het vel van de trainer te redden. Dit seizoen werden alle mooie beloftes na een grondige schoonmaak in de spelersgroep nog eens van onder het stof gehaald. Gent moest en zou resultaten koppelen aan het mooie, aanvallende voetbal dat de trainer zo graag wil brengen. Helaas lukt dat maar moeizaam. Geen enkele van de wedstrijden die AA Gent onder Olde Riekerink speelde, zal lang in het geheugen opgeslagen blijven. Geroep en gefluit onder de aanhang en de woede van het bestuur zijn de reacties die vooralsnog de bovenhand halen. Als het aan de spelers ligt, verdient Jan Olde Riekerink nog een kans. De kern is jong, gretig, leergierig en dus nog perfect te kneden. Zij willen de trainer niet per se buiten. In geen geval zijn de slechte prestaties (ondanks een zeven op twaalf) een signaal dat de groep haar trainer beu is. Ook vorig jaar staken de profs hun nek uit voor deze trainer, toen het op het veld van geen meter liep. Gunther Schepens mag dan op het einde kwaad geweest zijn op Olde Riekerink, hij benadrukte al vaker dat hij hem géén slechte trainer vond, ook niet op het tactische vlak. Zonder die opmerkelijke steun had de trainer toen al zijn koffers kunnen pakken. Als geen ander doceert Jan Olde Riekerink aangename en gevarieerde oefenstof, waarbij in het bijzonder aan de details wordt geschaafd. Over zijn werk met de vedetten en de jonge spelers van Ajax was iedereen uitermate tevreden. Gegarandeerd kan hij die taak bij elke topclub aan. Maar als hoofdtrainer moet hij nog bewijzen wat hij waard is. Olde Riekerink weet wat hij wil in Gent : gevarieerd en aantrekkelijk voetbal brengen in een herkenbaar tactisch systeem. Dat overbrengen op zijn spelers lukt hem vooralsnog niet. Het verschil tussen de theorie en de praktijk. Het huidige AA Gent mist de persoonlijkheden opdat de spelers zelf zouden aanvoelen hoe elk individu in een elftal hoort te functioneren, of hoe ze een tegenstander tegemoet dienen te treden. Dus heeft Olde Riekerink nog veel zelf uit te leggen. Vorig jaar had Gent met de stille Alexandros Kaklamanos een verlengstuk van de trainer op het veld, terwijl ook de langdurig geblesseerde Schepens in de kleedkamer constant op de andere spelers inpraatte. Nu heeft de ploeg een overschot aan aardige jongens met goede karakters. De sterkhouders lopen achterin, maar Frédéric Herpoel noch Jacky Peeters noch Tjörven De Brul zijn types die anderen verbaal sturen. Dat moet bij dit Gent voortdurend van aan de zijlijn gebeuren. Jan Olde Riekerink staat voor de dringende en dwingende opdracht te laten zien dat hij in staat is een tactisch systeem uit te dokteren waarin deze spelers passen en kunnen groeien. Op het eerste gezicht heeft Gent geen gebrek aan voetbalkwaliteit. Het beschikt over een uitstekende keeper, een ervaren en gestalterijke verdediging, en op het middenveld over meer opties dan ooit tevoren. Met Matthieu Verschuere en Nasredine Kraouche heeft het ook spelers die anderen beter laten voetballen. Het enige wat Gent mist, is een diepe, balvaste spits en afwerker. Geen gebrek aan aanvallende spelers die met de bal aan de voet een aardige actie kunnen opzetten. Maar iemand aan wie je de bal kwijt kan zodat de anderen rustig kunnen aansluiten, is er niet. Dat zorgt voor irritatie en onzekerheid bij die spelers. Vrijuit voetballen is er daardoor niet bij uit angst dat bij snel balverlies de hele organisatie uiteenvalt. Eigenlijk heeft Patrick Dimbala de potentie om uit te groeien tot die diepe spits, maar tegelijk belichaamt hij de kwaal die AA Gent steeds dieper treft. Door het uitblijven van doelpunten zit hij zo in de knoop met zichzelf, dat zijn spel eronder lijdt. Daar bestaat een alleszeggend woord voor : faalangst. Faalangst is wat zich geleidelijk van AA Gent meester maakt. Ook de trainer ontsnapt er niet aan. Steeds wanhopiger vraagt hij zich af hoe hij het gestelde objectief - een vijfde plaats met aantrekkelijk spel - kan behalen met deze groep onzekere voetballers. Alleszins is het niet door van bovenaf nog meer druk op hen te leggen dat het probleem opgelost raakt. De ingreep van Ivan De Witte is een uitstekende manier om een groep ingeslapen vedetten wakker te schudden, maar die heeft Gent niet. Ook zonder de harde woorden van de voorzitter zaten de spelers en de trainer al met een flink schuldgevoel. Verwacht De Witte niet te veel van zijn team en zijn trainer ? Hij hinkt immers voortdurend op twee gedachten : voorop staat de financiële gezondmaking van de club, maar tegelijk verwacht hij resultaten en goed voetbal. Dat laatste kan AA Gent voorlopig niet brengen. Misschien dat de waarde van de huidige kern overschat is en dat Gent met een plaats bij de eerste vijf te hoog mikt. In dat geval kijkt De Witte beter eens in eigen boezem, overdenkend welke nieuwe spelers hij zijn trainer ter beschikking stelde. Want Jan Olde Riekerink mag dan wel een Hollandse wijsneus genoemd worden, als het op de aanwerving van nieuwkomers aankwam, stelde hij zich uitermate gewillig op en dacht hij met de financiële beperkingen van de club mee. Kan Gent als ploeg wél beter, dan moet De Witte concluderen dat hij een verkeerde trainer heeft gekozen. Een verrassende keuze was het alleszins. Zo opmerkelijk, dat men zich in Nederland nog altijd afvraagt wat een buitenlandse club als Gent ooit in zo'n schaduwfiguur zag, terwijl er in eigen land kennelijk niemand op hem zat te wachten. Misschien weegt Jan Olde Riekerink als eindverantwoordelijke te licht om zijn stempel te drukken en keert hij het best terug naar zijn vorige functie : die van ideale tweede man. Tenzij hij de oplossing voor de Gentse problemen toch kent en het gewoon een kwestie van tijd is voor zijn remedie werkt. Alleen : onbeperkt veel tijd is hem bij AA Gent niet meer gegund. door Geert Foutré en Frédéric VanheuleOfwel mikt Ivan De Witte te hoog, ofwel koos hij de verkeerde trainer.