Een gebalde vuist, twee vingers in de lucht en even een blik richting hemel, naar zijn overleden peter, wiens graf hij voor iedere cross bezoekt. Zo vierde Niels Albert zijn zege, na een wedstrijd die amper anderhalve ronde had geduurd. Toen begon de Tremelonaar aan zijn verschroeiende raid, die uitmondde in zijn eerste Belgische titel bij de profs. Tot grote vreugde van Albert en zijn vriendin Chantal, die haar kampioen bijna doodknuffelde.
...

Een gebalde vuist, twee vingers in de lucht en even een blik richting hemel, naar zijn overleden peter, wiens graf hij voor iedere cross bezoekt. Zo vierde Niels Albert zijn zege, na een wedstrijd die amper anderhalve ronde had geduurd. Toen begon de Tremelonaar aan zijn verschroeiende raid, die uitmondde in zijn eerste Belgische titel bij de profs. Tot grote vreugde van Albert en zijn vriendin Chantal, die haar kampioen bijna doodknuffelde. Groter kon het contrast met twee jaar geleden en vorig jaar niet zijn. Na het BK in Ruddervoorde plengde Albert nog bittere tranen toen hij na een fenomenale inhaalrace op een zucht van Sven Nys was gestrand; in een ondergesneeuwd Oostmalle overheerste in 2010 vooral woede omdat Albert - dixit hijzelf - door een supporter van Nys onderuit was getrokken. Een voorbarige beschuldiging, want later bleek dat een van zijn eigen fans per ongeluk tegen hem was gegleden. Voor Albert het begin van een donkere periode: alle klassementen liet hij nog uit handen glippen en op de ijzige WK-omloop van Tábor gaf hij als titelverdediger ontmoedigd op. Meer dan wie ook besefte Albert toen dat vooral de kampioenschappen tellen en dat alles wat voorafgaat, maar een prelude is. Iets wat hij in september ook liet blijken in de veldritspecial van Sport/Wielermagazine: "Ik verkies een seizoen zonder uitschieters maar mét de Belgische titel of een wereldtitel dan een seizoen waarin ik de GVA Trofee én de Superprestige win maar pas als zesde eindig op het BK en WK." Albert zou zich geen twee keer aan dezelfde steen stoten: super in het begin van het seizoen, om dan als een kaars uit te doven. De Tremelonaar beperkte zijn zomerprogramma, maar dat weerhield hem er niet van om begin september, in een kermiskoers in Izegem, zijn collega-wegrenners tot figuranten te degraderen. "Weer te vroeg in vorm?", vroeg menig kenner zich af. Dat bleek van geen tel meer toen Albert een week later bij een val een scheurtje in de kniepees opliep. Door zijn forfait voor Namen en na een zevende plaats bij zijn rentree in Ruddervoorde mocht hij zowel de GVA Trofee als de Superprestige vergeten. Alberts focus verschoof definitief naar de wereldbeker, maar vooral naar het BK. De BKCP-renner bouwde langzaam op, won eind november/begin december zijn eerste grote crossen in Koksijde en Igorre en kwam definitief onder stoom tijdens de eindejaarsperiode. In Zolder overwon Albert zijn sneeuwcomplex door als tweede te finishen na Lars Boom, in Diegem en Loenhout was hij overduidelijk de beste en na een derde plaats in Baal vierde hij het nieuwe jaar met een zege in Tervuren. Opvallend hoe hij voor al die crossen steevast herhaalde dat hij 'geen risico's zou nemen met het oog op het BK'. Het vertrouwen steeg zienderogen, de goesting om de ontgoochelingen van de twee voorbije BK's recht te zetten droop van hem af. Albert haalt zijn intrinsieke motivatie dan ook uit revanchegevoelens, zo liet hij in Sport/Wielermagazine optekenen. "Niet zozeer ten opzichte van de buitenwereld, maar vooral op mezelf. In veldritten waar ik het jaar ervoor pech gehad heb of geklopt werd, ben ik altijd heel gemotiveerd. Ik kan mij enorm opladen voor een bepaalde cross. Een goed voorteken voor januari, want vorig seizoen liep het zowel op het BK als op het WK mis." ( lacht) Alberts voorbereiding op het BK in Antwerpen was perfect te vergelijken met die op het WK in Hoogerheide van 2009. Ook toen haalde hij zijn motivatie uit een tegenslag - een nierscheur opgelopen bij een val in Gavere - en trainde hij als een bezetene. En ook toen klopte de puzzel perfect: een superconditie, een parcours op zijn maat gesneden en ideale weersomstandigheden. Het leverde Albert een eerste wereldtitel op, maar ook een pak druk. De Tremelonaar slaakte een zucht van opluchting toen hij zijn regenboogtrui kwijt was, en leerde een nog veel grotere les dan een betere seizoensindeling: dat succes niet vanzelf komt. Na een spetterend seizoensbegin had hij te weinig voor zijn vak geleefd, waardoor hij - zoals al aangehaald - op het einde van het seizoen met een harde smak weer op aarde terechtkwam. Het is een periode waar iedere jonge kampioen door moet. Herinner u de huilbui van Mark Cavendish in de voorbije Tour, toen hij bekende dat hij te lang met zijn hoofd in de wolken geleefd had. De kunst is om uit die reeks van teleurstellingen lessen te trekken en dat deed Albert. Hij werd een beetje meer Nys en ging op details letten. De BKCP-crosser trok afgelopen zomer naar een sportpsycholoog en consulteerde voor het eerst een voedingsspecialist - niet toevallig giet hij meteen na iedere cross een hersteldrank naar binnen. Op de persconferentie in Antwerpen gaf Albert ook aan dat hij nu in de opwarming het parcours tot op het bot ontleedt, terwijl hij vroeger 'alleen wat toertjes maakte'. Ook zijn manager Christoph Roodhooft vertelde dat zijn poulain met meer goesting traint, meer geniet van zijn sport en vooral beseft dat hij zijn uitzonderlijk talent niet mag verkwisten. Het is een proces van een jongen die op een jaar tijd een man is geworden. Fysiek was hij al volwassen, mentaal is hij dat nu ook. Dat blijkt ook in zijn omgang met de pers. Tot vorig seizoen was Albert de angry young man die tegen alle heilige huisjes schopte. Hij had over alles een mening en ventileerde die met oprechte verontwaardiging. Onder invloed van zijn vriendin Chantal en Roodhooft heeft hij nu de perfecte mix gevonden van spontaneïteit en nederigheid, zoals ook Nys die beheerst. Een houding die hem bij de nuchtere, bescheiden Vlaamse veldritfan meer sympathie oplevert dan die van de snoevende Albert die begin vorig seizoen in Treviso hoopte dat 'de rest snel beter zou worden' omdat het zo 'niet meer plezant was'. Opvallend ook hoe vaak hij nu zinnen als 'ik maak mijn rekening zelf wel' en 'ik kijk alleen nog naar mezelf' uitspreekt. Of hoe hij na Antwerpen perfect de druk wist af te houden door te stellen dat zijn seizoen 'nu al geslaagd was' en dat hij 'liever met een Belgische trui dan met een regenboogtrui rijdt'. Albert legt op die manier het bal in het kamp van Sven Nys, die in Antwerpen een van de zwartste dagen uit zijn carrière meemaakte. Nadat hij al in de eerste ronden vooraan moest afhaken, kneep een lijkbleke Balenaar even voor het einde de remmen dicht, om 's avonds vast te stellen dat een griepje hem geveld had. Stellen dat de machtsoverdracht nu definitief voltrokken is, lijkt dan ook iets te kort door de bocht. Nys behaalde tot nu toe de meeste zeges (8) en podiumplaatsen (17) in de zogenaamde grote crossen, won zowat alle zware klassiekers - Koppenberg, Niel, Gavere, Overijse, Baal - en staat eerste in de GVA Trofee en de Superprestige. Feit is wel dat de pechreeks en rugproblemen zijn moral meer aangetast hebben dan hij liet uitschijnen en dat hij het in de hogesnelheidscrossen steeds meer moet afleggen tegen het jonge geweld. Zelfs een heel goede Nys had op de zandomloop van Antwerpen de tgv van Albert niet kunnen volgen. Wim Van Uffel, trainingsmaat van de Balenaar, vertelde vorige week in dit magazine dat zijn boezemvriend echter vooral focust op het WK in Sankt Wendel, de plaats waar Nys zes jaar geleden zijn eerste en enige wereldtitel veroverde. De Landbouwkredietrenner krijgt er een parcours op zijn maat - zeker als het sneeuwt - en kan zich permitteren om in de wereldbekerwedstrijden in Pontchâteau en Hoogerheide een versnelling lager te schakelen, aangezien hij in de stand al op 66 punten van Albert volgt. Het mislukte BK kan zijn motivatie bovendien een extra boost geven, iets wat de laatste jaren ontbrak in zijn aanloop naar het WK. Pas wanneer Nys het ook in Sankt Wendel laat afweten, kun je van een troonsafstand gewag maken, niet eerder. Veel kansen op een regenboogtrui heeft hij daarna immers niet meer: Koksijde (2012) is de speeltuin van Albert en in Louisville (2013) zal de zevenvoudige Belgisch kampioen 36 jaar zijn. Het saaie BK in Antwerpen zou een voorsmaakje geweest kunnen zijn van wat we na 2013 voorgeschoteld zullen krijgen, wanneer Nys' carrière op haar laatste benen loopt en Zdenek Stybar wellicht gedeeltelijk voor het mountainbiken en de weg kiest - als hij ooit een contract bij Quick-Step tekent. Albert (24) crosst immers veel te graag om naar de weg over te stappen. Blijft ook Stybar (25) voluit op het veldrijden focussen, dan wordt het een tweestrijd van vele jaren. Zo niet, dan moet het grootste gevaar van Kevin Pauwels (26) en Tom Meeusen (22) komen. Eerstgenoemde bezit echter een fragiel fysiek gestel en blijft daardoor iets te wisselvallig. Meeusen is op technisch vlak superieur, maar zijn motor heeft niet evenveel pk's als die van Albert. De grootste uitdager van de kersverse Belgische kampioen wordt hijzelf. Als Albert erin blijft slagen om zijn vak te beleven zoals Sven Nys en als hij het verzadigingspunt zo lang mogelijk kan uitstellen, dan zal zondag 9 januari 2011 niet de laatste keer zijn dat zijn supporters in Het Brouwershuis in Begijnendijk een Belgische titel zullen vieren. DOOR JONAS CRETEUR - BEELDEN: REPORTERSFysiek was Albert al volwassen, mentaal is hij dat nu ook. De grootste uitdager van de Belgische kampioen wordt hijzelf.