Veertien jaar is het inmiddels geleden dat Beerschot en Germinal Ekeren samensmolten. Tijdens een grootse presentatie werden alle voormalige buitenlandse vedetten van Beerschot op het podium geroepen. Onder hen ook Juan Lozano, de technisch briljante middenvelder die als weinig andere Beerschotvoetballers door de supporters in de armen werd gesloten en door het aanwezige publiek stormachtig werd toegejuicht. Toch was er op die dag één voetballer die een nog grotere ovatie kreeg dan Lozano: Lothar Emmerich. De Duitse international voetbalde tussen 1969 en 1972 voor Beerschot. Hij kwam van Borussia Dortmund waarmee hij geen akkoord kon bereiken over een contractverlenging, en werd aangetrokken op voorspraak van de toenmalige trainer Jef Vliers, die erg gecharmeerd was van het Duitse voetbal.
...

Veertien jaar is het inmiddels geleden dat Beerschot en Germinal Ekeren samensmolten. Tijdens een grootse presentatie werden alle voormalige buitenlandse vedetten van Beerschot op het podium geroepen. Onder hen ook Juan Lozano, de technisch briljante middenvelder die als weinig andere Beerschotvoetballers door de supporters in de armen werd gesloten en door het aanwezige publiek stormachtig werd toegejuicht. Toch was er op die dag één voetballer die een nog grotere ovatie kreeg dan Lozano: Lothar Emmerich. De Duitse international voetbalde tussen 1969 en 1972 voor Beerschot. Hij kwam van Borussia Dortmund waarmee hij geen akkoord kon bereiken over een contractverlenging, en werd aangetrokken op voorspraak van de toenmalige trainer Jef Vliers, die erg gecharmeerd was van het Duitse voetbal. Weinig voetballers bij Beerschot die zo razendsnel hun draai vonden als de toen 28-jarige Emmerich. Het was voor hem wel even wennen op het Kiel. In de voorbereiding op zijn allereerste competitiewedstrijd, thuis tegen Standard, kreeg Emmerich tot zijn verbijstering 's middags een menu van vier gangen geserveerd. Na het eten werd er een korte wandeling gemaakt en toen Emmerich vervolgens wilde rusten werd hij gevraagd opnieuw naar het restaurant te gaan. Daar wachtte een kop koffie met... cognac. Het bleek de productiviteit van de linksvoetige, geëngageerde en zeer beweeglijke Emmerich niet aan te tasten: Beerschot won met 2-1 van Standard en hij maakte de beide goals. Veel later vertelde Emmerich dat Jean Thissen, de spijkerharde verdediger van de Rouches, hem vooraf had proberen te intimideren door te brullen dat hij zijn been zou breken. En na de match riep de geïrriteerde Thissen tegen Emmerich dat die in de terugwedstrijd geen bal zou raken en dat hij zijn maandsalaris zou krijgen indien hij op Standard een goal zou kunnen maken. Wat Thissen niet wist: hoe meer je Emmerich provoceerde, hoe scherper hij stond. Hij stapte voor de terugwedstrijd op Thissen af, had intussen één Frans woord geleerd en vroeg: "Hoe gaat het ermee, cochon?" Vervolgens maakte hij twee goals en informeerde na afloop van de match bij Thissen of die zijn bankrekeningnummer wilde. Nog nooit, zo zou hij later lachend vertellen, had hij een speler zo snel naar de kleedkamer zien rennen als toen Jean Thissen. Lothar Emmerich groeide uit tot dé attractie: hij maakte in zijn eerste seizoen 29 goals in 30 matchen. Iedere treffer vierde hij op een zeer uitbundige manier. Beerschot had toen een sterke ploeg, gedragen door twee middenvelders die een voorzet konden geven, de verfijnde Joegoslaaf Rudi Belin en Jan Verheyen. Na zeven competitiematchen had Emmerich, die voor een derby tegen Antwerp ooit werd ontvoerd, al tien keer gescoord. Hij zou later vaak met weemoed verhalen over het schitterende groepsgevoel dat toen bij Beerschot hing, ook al stonden er in de ploeg een aantal zware jongens. Emmerich kon smakelijk vertellen over doelman Helmuth Brösch, een landgenoot van hem, die voor de wedstrijd zo zenuwachtig was dat je hem in bedwang moest houden, maar achteraf altijd een zeer uitgebreid stapje in de wereld zette - geen enkele vrouw bleek dan veilig te zijn. Of over de Finse spits Arto Tolsa,die na de trainingen altijd naar de haven trok om te zien of er geen Finse boten aanmeerden. Dan ging hij met de bemanning praten en drinken, er werden op zo'n avond nogal wat flessen sterkedrank achterover gedrukt. Lothar Emmerich zou na het eerste memorabele seizoen de lijn niet meer kunnen doortrekken. Toen zijn zoontje maar niet kon wennen op school en dat op den duur de vormen aannam van een nachtmerrie keerde hij terug. Hij voetbalde na een Oostenrijks intermezzo nog in de lagere reeksen en trainde ook enkele kleinere clubs. Dat wereldje trok hem niet. Dertig jaar na zijn vertrek bij Borussia Dortmund zou Emmerich uiteindelijk terugkeren bij de club die hem groot had gemaakt en waarvoor hij in de Bundesliga in 183 matchen 115 goals had aangetekend. Hij moest zich bezighouden met dat wat ze in Duitsland fanbegeleiding noemden en als het ware fungeren als een soort brug tussen ploeg en supporters. De ongecompliceerde en in een arbeidersfamilie opgegroeide Emmerich voelde zich goed tussen de supporters. Hij zou tot aan zijn dood voor Borussia Dortmund werken: Lothar Emmerich was 61 jaar toen hij op 13 augustus 2003 aan longkanker overleed.