We hebben het woord 'Standard' amper uitgesproken of Luís Norton de Matos steekt vol enthousiasme van wal. 'De beste herinneringen bewaar ik aan twee matchen tegen Brugge. De eerste was mijn allereerste wedstrijd met Standard in 1978, die we wonnen nadat ik het beslissende doelpunt scoorde. In het andere duel, de fameuze 1-7 in 1980, zagen we een one-man-show van Simon Tahamata. Brugge was heer en meester in de buitenspelval, en dat enerveerde onze coach, Ernst Happel. Hij wilde niet dat we ons in de luren lieten leggen en waarschuwde mij en de andere aanvallers: 'Wie buitenspel staat, haal ik er meteen af.' In feite bereidde hij zijn spitsen voor om niet te scoren, het gevaar moest van achteruit komen. Het werkte. Happel, dat is mijn bijbel, ook vandaag nog. Hij was zijn tijd ver vooruit. Alles schreef ik op: thuis in Lissabon liggen nota's van twee jaar trainingen met hem.'
...

We hebben het woord 'Standard' amper uitgesproken of Luís Norton de Matos steekt vol enthousiasme van wal. 'De beste herinneringen bewaar ik aan twee matchen tegen Brugge. De eerste was mijn allereerste wedstrijd met Standard in 1978, die we wonnen nadat ik het beslissende doelpunt scoorde. In het andere duel, de fameuze 1-7 in 1980, zagen we een one-man-show van Simon Tahamata. Brugge was heer en meester in de buitenspelval, en dat enerveerde onze coach, Ernst Happel. Hij wilde niet dat we ons in de luren lieten leggen en waarschuwde mij en de andere aanvallers: 'Wie buitenspel staat, haal ik er meteen af.' In feite bereidde hij zijn spitsen voor om niet te scoren, het gevaar moest van achteruit komen. Het werkte. Happel, dat is mijn bijbel, ook vandaag nog. Hij was zijn tijd ver vooruit. Alles schreef ik op: thuis in Lissabon liggen nota's van twee jaar trainingen met hem.' Robert Waseige haalde je destijds naar Standard. Hoe ging dat? LUÍS NORTON DE MATOS: 'Een Hongaarse makelaar had Roger Petit weten te overtuigen om een spits te komen scouten bij Belenenses, mijn club in Portugal. Dat wisten we en we hebben als team voor die spits gespeeld. Hij greep zijn kans echter niet, terwijl ik de beste man op het veld was. Diezelfde avond mocht ik met Petit mee op restaurant, waar hij me een test voorstelde. Waseige keurde me vervolgens goed tijdens een vriendschappelijke match.' Daarvoor was je al prof geworden bij Benfica, maar je speelde nooit met het eerste elftal. NORTON DE MATOS: 'De grootste tegenslag uit mijn carrière. Ik kwam niet veel tekort. Ik zat in de kern met Eusébio, dat is zoals een jongere die vandaag mag trainen met Cristiano Ronaldo.' Je bleef bij Standard van 1978 tot 1981, maar de kroon op het werk kwam er niet. Je stond niet in de ploeg toen Standard in 1981 de Beker won. NORTON DE MATOS: 'Ik zat zelfs niet in het stadion. Omwille van een kleine blessure was ik twee dagen voordien al teruggekeerd naar Portugal. Natuurlijk heb ik mij dat beklaagd, maar ik had heimwee en zat middenin een moeilijke scheiding. Op dat moment had ik al beslist om niet in België te blijven. Een vergissing. Ik had nog een contract en er was interesse van andere clubs. Toch koos ik de moeilijke weg en tekende ik bij Portimonense, een zo goed als onbekende ploeg. Een jaar na mijn vertrek keek ik met tranen in de ogen naar de finale van de Beker der Bekerwinnaars tussen Barcelona en Standard. Daar had ik bij moeten zijn, dat was mijn team. Maar goed, ik heb veel in de plaats gekregen: ik werd verkozen tot speler van het jaar in Portugal en ik werd international. 'Wanneer ik de balans opmaak van mijn carrière, ben ik tevreden, maar er had meer in gezeten. Na mijn knalseizoen bij Portimonense wilde Benfica me. Ik weigerde omdat ze me exact hetzelfde loon boden als hun nieuwe tweede keeper. Terwijl ik international was! Maar ik had niet de helderheid van geest om te begrijpen dat Benfica ook betekende: prestige, premies, enzovoorts. Vlak nadien speelde Benfica de finale van de UEFA Cup tegen Anderlecht. Alweer een gemiste kans. Zo zijn er veel geweest. Hetzelfde jaar, in 1984, zat ik in de kern van dertig voor het Europese kampioenschap, maar door een ingreep aan mijn been miste ik de tweede helft van het seizoen. De enige operatie in mijn leven! In 1986 zat ik in de preselectie voor de Wereldbeker in Mexico. We speelden de finale van de Beker van Portugal met Belenenses tegen Benfica, daags nadien werden we opgeroepen. Ik had een gebroken neus, mijn ogen compleet gezwollen. In die tijd bestonden er nog geen beschermende maskers, en dus lag ik eruit. Ach, als iemand me op mijn zestiende had verteld dat ik ooit samen met Eusébio zou trainen, dat ik in België zou spelen, dat ik international zou zijn...' Na je spelerscarrière ben je verschillende levens tegelijk gaan leiden... NORTON DE MATOS: 'Zo kan je het wel stellen, ja.' ( lacht) Je werd sportief directeur van Sporting Lissabon, en haalde op jouw beurt Robert Waseige naar Portugal. NORTON DE MATOS: 'Ik was de eerste sportief directeur in de geschiedenis van het Portugese voetbal. Robert Waseige... laten we zeggen dat hij niet voorbereid was op de druk in zuiders land. Hij heeft de taalbarrière onderschat, maar ook de mentaliteit. Portugese supporters hebben bijvoorbeeld absoluut geen geduld. Op een dag speelden we gelijk tegen een klein team waarna Waseige op de persconferentie het volgende zei: 'Ik begrijp niet waarom het publiek fluit, het is het begin van het seizoen, er is niets aan de hand.' De supporters waren in alle staten. Bij een ander slecht resultaat haalden ze de witte zakdoeken boven. In Portugal wil dat zeggen: Adios. Na een volgende verliesmatch raadde ik Waseige aan om niet meteen te vertrekken. De andere bestuurders en ikzelf wachtten na een verloren match soms twee uur en dan namen we eventueel nog een achterpoortje. Waseige besloot om dat niet te doen en liep recht in de armen van ontketende supporters die hem duwden, zijn vrouw beledigden en op zijn wagen sloegen. Bam, bam, bam! Toen begreep hij het en besloot hij om te vertrekken.' Je was ook journalist. NORTON DE MATOS: 'Ik heb een maandblad voor voetbal opgericht, het eerste sporttijdschrift in kleur. Over de naam moest ik niet lang nadenken. In België was er Foot Magazine ( de Franstalige tegenhanger van Sport/ Voetbalmagazine, nvdr.), dus maakte ik er Foot Magazine in Portugal van. In elk nummer stond er een spelersvrouw, we organiseerden wedstrijden waarbij de winnaars op restaurant mochten met de grootste spelers van Portugal. En ik kreeg een wereldwijde primeur. Ik wist dat Alain Prost gevoetbald had en dat hij nog steeds gek was op het spelletje. Toen ik hem op de Grote Prijs van Estoril vroeg om een interview over voetbal, antwoordde hij meteen: 'Kom morgenvroeg om half acht naar mijn mobilhome.' Die reportage heeft letterlijk lawaai gemaakt. 'Met Foot Magazine heb ik me goed geamuseerd. Uit geldgebrek schreef ik het merendeel van de artikels zelf, maar om niet de indruk te geven dat het tijdschrift door één enkele journalist werd gemaakt, tekende ik de ene keer met 'Luís Norton de Matos', de andere keer met 'Luís Cabral', dan weer met 'Matos Norton'... Dat is het voordeel van een lange naam: 'Luís Maria Cabral Norton de Matos', om precies te zijn.' De Portugezen hebben je ook veel op tv gezien. NORTON DE MATOS: 'Ja, en ze hebben me ook veel op de radio gehoord, want ik had een programma waarin ik praatte over mijn leven, aangevuld met muziek - één van mijn andere passies. Ik ben opgegroeid met het Woodstockfestival, de Rolling Stones, de Beatles. Voor tv interviewde ik werkloze trainers over hun heimwee, over de dingen die ze deden om de tijd te doden en over de details van hun ontslag. Daarnaast maakte ik uitzendingen over vrouwensport. Ik koos een kampioene uit eender welke sport - surfen, motorrijden, atletiek, judo - en ik liet hen stralen in haute couture. Tot slot ben ik ook nog analist geweest voor verschillende Afrika Cups, Wereldbekers, Europabekers en Champions Leaguematchen. Op televisie ben ik een beetje de Portugese Guy Roux geweest.' Het meest verbazende is dat een oud-voetballer en trainer een echte roman geschreven heeft. NORTON DE MATOS: 'Daar ben ik een beetje ingerold. Ik was begonnen met het schrijven van een fictief verhaal, deels gekoppeld aan de realiteit. Van kleins af aan hou ik van politieromans en complottheorieën. Het verhaal ging over een voetballer die zich wil wreken op een clubvoorzitter die hem slecht behandeld heeft. Uiteindelijk vermoordt de speler hem. Dat heb ik twintig jaar geleden geschreven, gewoon voor mijn plezier. Soms stond ik in het midden van de nacht op, zette ik me aan mijn bureau en werkte tot ik de zon zag opkomen. Dan was ik uitgeput, maar ik had telkens vier of vijf uur geschreven en heel wat pagina's geproduceerd. De stilte helpt de auteur... Ik was beducht op elk detail, wilde dat alles juist was, geloofwaardig. Meer dan eens zwierf ik 's nachts door de achterafstraatjes van Lissabon, om gevels en deuren te observeren. 'Ik liet mijn verhaal lezen aan een vriend en die vond het buitengewoon. Hij bezorgde het manuscript aan een uitgever, die meteen bereid was om het te publiceren. Ik moest enkel nog de laatste hoofdstukken schrijven, wat me drie maanden kostte. De kritieken waren zeer lovend. Het verbaasde mensen uit het milieu dat het ritme gedurende 300 pagina's nooit stokte en niemand had het einde verwacht. Een regisseur was geïnteresseerd om het boek te verfilmen. Portugese schrijvers vragen me waarom ik geen tweede roman schrijf. Ik sluit het niet uit. In Portugal zeggen we dat je om te slagen in het leven drie dingen moet doen: een boom planten, een kind krijgen en een boek schrijven. De cirkel is rond, dus ik voel geen druk meer.' En je hebt een dochter die professioneel actrice is! NORTON DE MATOS: 'Ja, Barbara. Ik heb vier kinderen en twee echtscheidingen op mijn teller, nu ben ik samen met mijn derde vrouw. Derde keer, goede keer... (lacht) Barbara speelt in feuilletons, ze doet ook modeshoots. Ze werd geboren toen ik in België speelde. Op de dag van haar geboorte was ik met Standard in Wenen voor de Europese Zomercompetitie. 'Zelf heb ik trouwens ook ervaring met het witte doek. Zo speelde ik de hoofdrol in een kortfilm, een liefdesgeschiedenis van een monteur in de gevangenis. Daarnaast figureerde ik in enkele films: ik speelde bijvoorbeeld in dezelfde film als Francis Huster en ik herinner me dat ik in een paleis in Lissabon de wals danste met Cyril Clair.' Het lijkt erop dat je steeds weer behoefte hebt aan iets nieuws. NORTON DE MATOS: 'In Portugal zeiden de mensen soms dat ik een beetje van alles deed, en ze bedoelden dat niet noodzakelijk als iets positiefs. In de zin van: hij weet niet wat hij wil. Maar ik zie het als mijn grote strijd. Al die ervaringen heb ik gebruikt in mijn leven als trainer. Hoe meer je zelf meemaakt, hoe beter je de mens achter de voetballer kan begrijpen. Wat ik in andere domeinen heb gedaan, is me goed van pas gekomen toen ik in Afrika en vervolgens in India ging werken. Om je meteen te kunnen aanpassen aan culturen die zo verschillend zijn, moet je rijk zijn van geest. Voetbal is vóór alles een menselijke activiteit.' Ik las dat je Guinee-Bissau op de Afrikaanse voetbalkaart gezet hebt. NORTON DE MATOS: 'We versloegen Kenia, ik geloof dat Guinee-Bissau op dat moment al meer dan tien jaar geen match meer gewonnen had. Drie uur na de wedstrijd werd er al een cd met Afrikaanse muziek met mijn naam erop verkocht in de straten. Alsof ik een staatshoofd was. Voor mijn hotel stond een massa volk, de politie wilde dat ze vertrokken. De supporters bleven en dus klopte de politie erop. Het hoofd van de politie kwam me vragen of ik op mijn balkon wou verschijnen. Ik ben naar beneden gegaan, alle supporters wilden mijn haren aanraken. De eerste minister zei me achteraf dat dit de grootste spontane volkstoeloop was in de straten van Bissau sinds de onafhankelijkheid in 1975. Ik ben er twee jaar gebleven, een zeer intense periode. De kern die ik vormde, heeft zich later geplaatst voor de Afrika Cup met mijn assistent, die later hoofdtrainer geworden is.' Hoe komt een Portugese coach in India terecht? NORTON DE MATOS: 'Ik was nog nooit in Azië geweest, ik zag het als een uitdaging. De federatie had me gevraagd om de U17-ploeg over te nemen die op de Wereldbeker zou spelen die daar georganiseerd werd. De voorzitter zei me: 'Coach, als je een gelijkspel uit de brand sleept, krijg je hier een standbeeld. Als je er eentje wint, krijg je een laan.' Helaas zaten we in de poule met de Verenigde Staten, Colombia en Ghana: een onmogelijke opdracht. Nochtans hielden we tegen Colombia de nul tot acht minuten voor het einde. Vijftigduizend mensen kwamen er naar onze matchen, we lieten een heel volk dromen. 'Na de Wereldbeker lieten we de ploeg - 16,9 jaar gemiddeld - meespelen in het nationale profkampioenschap. Jongens tegen volwassenen. We eindigden als laatste - wat ook zo voorzien was - maar de ploeg werd wel beschouwd als degene die het beste voetbal speelde. Daarna heb ik hen gecoacht bij de U19. Het was een zeer interessante ervaring. Op de lijst van spelers voor de Aziatische kampioenschappen van de U23 staan nu vijftien spelers die met mij gewerkt hebben. 'Ik lag nog onder contract in India toen Luciano D'Onofrio me belde voor de beloften van Antwerp. Hij wist een gevoelige snaar te raken en zijn telefoontje kwam op een moment dat het in India een beetje ingewikkeld werd: budgettaire beperkingen, mijn staf werd ingekrompen, de investeringen in de infrastructuur volgden niet. Los daarvan wilde ik opnieuw dichter bij mijn familie zijn, mijn kinderen en kleinkinderen vaker zien. Bovendien kon ik terugkeren naar België, veertig jaar na mijn komst bij Standaard. Dat was voor mij een teken. Ik voelde dat de tijd daar was om te veranderen.'