Nadat Cercle Brugge vorige woensdag ongelukkig verloor tegen Standard viel er in de spelersgroep van groen-zwart te horen dat de ploeg eindelijk weer een blok vormt. Dat klonk niet flatterend voor Lorenzo Staelens. Maar zo gaat dat vaak bij een trainerswissel: over de ontslagen coach vallen er doorgaans weinig goeie dingen te horen.
...

Nadat Cercle Brugge vorige woensdag ongelukkig verloor tegen Standard viel er in de spelersgroep van groen-zwart te horen dat de ploeg eindelijk weer een blok vormt. Dat klonk niet flatterend voor Lorenzo Staelens. Maar zo gaat dat vaak bij een trainerswissel: over de ontslagen coach vallen er doorgaans weinig goeie dingen te horen. Bij Cercle Brugge is de realiteit nochtans simpel: de vereniging zit gevangen in haar financiële beperkingen. Welke trainer je ook voor de groep zet. Als, zoals nu, een aantal transfers zwaar tegenvallen, lijkt een gevecht tegen de degradatie onvermijdelijk. Het is knap dat Cercle vanuit zijn limieten zo lang op het hoogste niveau meedraait en niet bezwijkt onder de moordende concurrentie van stadsgenoot Club. Het is nog voorbeeldiger dat deze vereniging zeer realistisch wordt bestuurd en zich in geen enkel opzicht op glad ijs begeeft. Ook als het spookbeeld van tweede klasse opduikt. De inbreng van trainers moet in zijn juiste context worden geplaatst. Ze kunnen wel het rendement van hun ploeg fnuiken. Tot die constatering moet Guy Luzon nu na zijn vertrek bij Standard zijn gekomen. Geen enkel tegendoelpunt in vier wedstrijden, negen op negen in de competitie, Ivan Vukomanovic deed niet meer dan een organisatie in de ploeg brengen. Tot briljant voetbal leidt dat niet. Wel tot duidelijkheid, tot een vangnet waaraan ploegen in crisis nood hebben. In wezen mag je van iedere trainer verwachten dat hij een ploeg kan neerzetten. De als hoofdtrainer onervaren Yves Vanderhaeghe bewijst het bij KV Kortrijk. Vanderhaeghe was een slimme voetballer, hij weet hoe het spelletje in mekaar steekt. Toppers zijn degenen die spelers beter maken en het elftal een eigen signatuur geven. Ze worden steeds zeldzamer in onze competitie, ook als ze uit het buitenland komen. Tot welke meerwaarde heeft de komst van bijvoorbeeld Alex McLeish bij RC Genk geleid? Het voetbal is nog altijd even bloedloos. Hoe zou een Schot die in de Premier League - de kathedraal van temporijk en geëngageerd voetbal - werkte, denken over de fysieke paraatheid van zijn ploeg? En over de klaagliederen die bij sommige clubs worden aangeheven over vermoeidheid? Opmerkelijk dat je zoiets bij bijvoorbeeld Lokeren amper hoort. Terwijl die ook Europees voetballen en er daar met Peter Maes een trainer werkt die weinig roteert. Iedere Belgische voetballer die naar het buitenland trekt, weet dat hij er in een andere leefwereld terechtkomt. Thorgan Hazard is de laatste die het bij Borussia Mönchengladbach ervoer. Terwijl het werk van de fysiektrainer van Zulte Waregem de hemel in wordt geprezen. In het buitenland gelden heel andere normen. Zelfs bij een op de Europese kaart bescheiden club als VfL Wolfsburg groeit Kevin De Bruyne naar een steeds hoger niveau. Marc Wilmots mag zich gelukkig prijzen met al die sieraden. Maar de bondscoach moet zich ervoor hoeden zichzelf te overschatten. Er zit een vreemd dualisme in Wilmots: van de ene kant heeft hij de nuchterheid van een boerenzoon, van de andere kant is zijn zelfbeeld zeer hoog. En komt hij te gemakkelijk op terreinen die de zijne niet zijn. Dat heeft nu (mee) tot het vertrek geleid van Lieven Maesschalck. Een vakman met een ego dat eigen is aan vele toppers. Niemand binnen de staf die door de spelers zo wordt geprezen als Maesschalck. Dat hij vanuit die competentie zijn territorium afbakent, is logisch. Daar had Wilmots in alle omstandigheden rekening mee moeten houden. Of men had hem er vanuit de voetbalbond op moeten wijzen. Maar juist die voetbalbond krijgt geen rust in de tent. De staking van vorige week vrijdag, na een eerste reeks ontslagen, staat haaks op de nog altijd grote beleving rond de Rode Duivels. Vreemd dat de werking van het glazen huis langs de Brusselse Houba de Strooperlaan werd doorgelicht na de affaire van de bonussen en na een WK waarin winst werd gemaakt. Over die bonussen valt er niets meer te horen. Behalve dat de topmensen blijven zitten en beter gecontroleerd zullen worden. Dat aanzien ze blijkbaar niet als een motie van wantrouwen. Net zoals ook niemand zich kennelijk afvraagt waarom er vroeger niet méér werd gecontroleerd. DOOR JACQUES SYSOpmerkelijk dat je bij Lokeren niemand hoort praten over vermoeidheid.