De Congolese vleugelspeler kwam de Luminus Arena binnen via een achterdeurtje en met heel wat twijfels in de valies. Wat kwam een speler in Genk doen die eerder in de Ghelamco Arena en Sclessin een negatieve ervaring meemaakte? Uiteindelijk was Dieumerci Ndongala alleen in Charleroi geslaagd, in een voetbal dat bestond uit snelle omschakelingen en spurtjes in de diepte.
...

De Congolese vleugelspeler kwam de Luminus Arena binnen via een achterdeurtje en met heel wat twijfels in de valies. Wat kwam een speler in Genk doen die eerder in de Ghelamco Arena en Sclessin een negatieve ervaring meemaakte? Uiteindelijk was Dieumerci Ndongala alleen in Charleroi geslaagd, in een voetbal dat bestond uit snelle omschakelingen en spurtjes in de diepte. Het was precies dat laatste punt dat de aandacht trok van Racing. In Genk waren de flanken er slecht aan toe, ook door de blessure van Leandro Trossard. Een tijdlang koos Albert Stuivenberg zelfs voor een ruit op het middenveld, bij gebrek aan degelijke vleugelspelers in zijn kern. Het leek weinig belangrijk, maar het vertrek van de wervelende maar onregelmatige Jean-Paul Boëtius, wiens aankoopoptie niet werd gelicht, had Genk van een grote troef beroofd. De Nederlander was een van de weinigen die de bal in de diepte vroegen. Zonder hem en met Trossard, Thomas Buffel of Siebe Schrijvers op de flanken, werd KRC Genk een ploeg waar iedereen de bal in de voet vroeg. Het balbezit was verzorgd en gestroomlijnd maar ook traag en steriel. Meestal liep het uit op een hoge voorzet, waaruit de Limburgers geen goeie kansen konden puren. Stuivenberg werd vervangen door Philippe Clement en die deed al snel een beroep op de nieuwe aanwinst, Dieumerci Ndongala. In tegenstelling tot Buffel, die niet zo vaak voor gevaar zorgt in de diepte, brengt de voormalige Zebra de verdediging van de tegenstander in vertwijfeling van zodra die zich ver voor de backlijn wil opstellen. Ndongala is te snel om het risico te nemen om hem een vrije ruimte te geven van veertig meter na een pass van Roeslan Malinovski of Alejandro Pozuelo. Het is trouwens de Spanjaard die Didi op een schoteltje diens eerste goal voor Genk aanbood. Bang vanwege die dreiging gingen de defensies lager spelen en daardoor kwam er dan weer ruimte tussen de linies. Daar waar de snelle koningen van de aanval de wet stellen. En zo lopen er toevallig twee rond in de Luminus Arena. Terwijl ze door het voetbal van Stuivenberg en het gebrek aan ruimte die de tegenstanders lieten, nog verstikt werden, combineren Pozuelo en Trossard, die vanop zijn linkerflank steevast naar het centrum uitwijkt, nu op de plaats waar dat het meeste pijn doet: in het centrum, zo'n vijftien meter voor de backlijn. Tegen Charleroi bijvoorbeeld was dat de manier waarop ze Ndongala op weg zetten naar de gelijkmaker. Nadien werd dat overgedaan tegen Anderlecht, toen een geweldige pass van Pozuelo, die op de rand van de rechthoek vrij werd gelaten, Ndongala bereikte, die het winnende doelpunt in de voeten van Trossard schoof. Die driehoek maakt het verschil, gesteund door Nikolaos Karelis en Ally Samatta, die voortdurend de aandacht van de verdedigers opeisen. Het snelle en zorgvuldige spel in het centrum zaait terreur in de play-offs. In de eerste helft van die play-offs wist alleen Hans Vanaken (16) meer doelkansen te creëren dan Pozuelo (14). En Trossard is samen met Abdoulay Diaby de speler die het meest op doel schoot (13 keer) in die vijf wedstrijden. Dat is allemaal, voor een stuk, te danken aan Ndongala.