Volstaat één speler die boven de norm uitsteekt voor een plaats in de top zes? RC Genk, een toonbeeld van collectieve sterkte toen de Nederlander Albert Stuivenberg nog op de bank zat, lijkt nu 'ja' te gaan antwoorden op die vraag. Het lot van de Limburgers is immers afhankelijk van de voeten van Alejandro Pozuelo.
...

Volstaat één speler die boven de norm uitsteekt voor een plaats in de top zes? RC Genk, een toonbeeld van collectieve sterkte toen de Nederlander Albert Stuivenberg nog op de bank zat, lijkt nu 'ja' te gaan antwoorden op die vraag. Het lot van de Limburgers is immers afhankelijk van de voeten van Alejandro Pozuelo. Geplaagd door blessures, was de basiself van RC Genk op het veld van Royal Excel Mouscron meer dan ooit aangewezen op zijn spelmaker. Door de afwezigheid van Roeslan Malinovski werd de Spanjaard in zijn rug gesteund door het onuitgegeven duo Ibrahima Seck- Dries Wouters. De eerste is een echte strijder, een profiel dat uit de toon valt in de technisch superieure kern. De tweede is dan weer een centrale verdediger, die omgeschoold werd tot bumper voor de defensie. Die was al stevig vergrendeld met de spieren van Sébastien Dewaest en de fysiek altijd indrukwekkende Omar Colley. En toch had Genk in de beginfase veel moeite met de herhaaldelijke maar onhandige infiltraties van Dorin Rotariu. Het Limburgse offensief werkte aanvankelijk contraproductief, tegenover een Moeskroen dat zijn centrale as stevig had versterkt in een 5-2-2-1. Om dat tactische schema te bekampen kan je best het veld zo breed mogelijk maken. Nochtans koos Philippe Clement er resoluut voor om het centrum te gebruiken. Op de rechtsachter speelde Bojan Nastic als een moderne flankspeler, die systematisch naar binnen kwam om zijn betere linkervoet optimaal te gebruiken. Voor de Serviër verplaatste Thomas Buffel zich graag naar het centrum om tussen de lijnen te combineren. Op de andere flank had Jere Uronen het als naar gewoonte moeilijk om zijn onvermoeibaar gedraaf om te zetten in beslissende acties, terwijl spits Ally Samatta niet de kwaliteiten van een flankspeler heeft. Het maakte dat de Henegouwers comfortabel konden verdedigen. Ze ondergingen het spel, zonder echt af te zien. In de middenstrook leek het erop dat Alejandro Pozuelo alles tegelijk wilde doen. Voor hem zat het spel vast door de aanwezigheid van diepe spits Marcus Ingvartsen én van de flankspelers die naar binnen kwamen. De Spanjaard had het daardoor moeilijk om goede ballen in de gevaarlijke zone te droppen. Hoe meer de wedstrijd vorderde, hoe vaker de Spanjaard terugviel om bij de centrale verdedigers de bal uit de voeten te halen. Het verplichtte Pozuelo om zeker dertig meter met de bal aan de voet te overbruggen alvorens een kans te kunnen creëren. Die waren dan ook schaars. Maar Pozuelo heeft tenminste wel zijn absolute vrijheid teruggevonden, iets wat hij in het te georkestreerde spel van Stuivenberg miste. Het was dan ook evident dat zijn voeten beslissend waren. Hij kon de opening van de score al hebben aangeboden aan Buffel, na een twaalftal minuten, toen hij hem alleen voor doel zette aan de tweede paal. Uiteindelijk was het vanop ongeveer het midden van de eigen helft dat Pozuelo het verschil maakte. Nadat hij de bal opvroeg bij Nastic, stak hij die in de rug van de Moeskroense verdediging en in de loop van Dieumerci Ndongala. Die bleef koelbloedig oog in oog met doelman Olivier Werner. Het genie van de Spanjaard heeft RC Genk terug in de top zes gebracht, maar zal dat volstaan om daar tot het einde van de reguliere competitie te blijven?