Kerstvoetbal bestaat in Engeland sinds 1860. Een traditie van ruim 150 jaar en meer dan ooit een commerciële voltreffer. Voetballen rond de feestdagen betekent dat de hele wereld naar de Premier League kijkt en alleen naar de Premier League.
...

Kerstvoetbal bestaat in Engeland sinds 1860. Een traditie van ruim 150 jaar en meer dan ooit een commerciële voltreffer. Voetballen rond de feestdagen betekent dat de hele wereld naar de Premier League kijkt en alleen naar de Premier League. De interesse voor het Engelse voetbal is groter dan ooit, want nooit was de competitie onvoorspelbaarder. Regerend kampioen Chelsea, de eerste ploeg in de geschiedenis van de Premier League die van de eerste tot de laatste speeldag op kop ging, dobbert net boven de degradatiezone. Geen enkele club die promoveerde, bevindt zich in de gevarenzone, ondanks het feit dat er al jaren wordt gejammerd over de financiële kloof tussen de Premier League en de Championship. Leicester City, dat een jaar geleden op de laatste plaats bengelde, stond halfweg het seizoen samen met Arsenal aan de leiding. The Foxes zijn niet echt een uitzondering. Ploegen als Crystal Palace en Watford doen mee voor Europees voetbal. Hoe meer geld, hoe gelijker de competitie. Dat belooft, want dit jaar wordt het nieuwe tv-contract, dat de clubs 71 procent extra aan inkomsten oplevert, van kracht. Een opmerkelijke evolutie, maar misschien minder vreemd dan op het eerste gezicht lijkt. Het tv-geld wordt in Engeland vrij evenwichtig verdeeld over de twintig teams. Het verschil tussen de topclubs en de rest werd in belangrijke mate gemaakt door de toeschouwersrecettes. Het belang van de toegangskaarten vermindert echter zienderogen. In het seizoen 2009/10 waren de tickets nog goed voor 26 procent van de inkomsten, in 2013/14 was dit nog slechts 19 procent. Clubs als Watford, met een stadion met 20.000 plaatsen, of Bournemouth, 11.500 plaatsen, kunnen daardoor min of meer wedijveren met topclubs als Manchester United, dat iedere keer 75.000 zitjes vult. Als gevolg daarvan tuimelen reputaties. Niet alleen van clubs, maar ook van spelers en trainers. Dat geldt evenzeer voor een bijna-veteraan als Wayne Rooney als voor een youngster als Eden Hazard. Bij de trainers gaat het nog harder. José Mourinho, The Special One, oogde dit seizoen zeer gewoontjes. Louis van Gaal, die op het WK 2014 met Oranje een wereldprestatie neerzette, slaagt er maar niet in het Theatre of Dreams uit de slaap te houden. Arsène Wenger werd een jaar geleden weggehoond door de Arsenalaanhang, maar voert nu de ranglijst aan. De Spanjaard Quique Flores wekt bij Watford het vermoeden dat hij een topcoach is, terwijl hij in elf jaar acht keer werd ontslagen. En wat gezegd van Claudio Ranieri. Jaren geleden ging hij bij Chelsea door het leven als de 'Tinkerman' (de twijfelaar). In november 2014 werd de 64-jarige Italiaan na een paar maanden en een thuisnederlaag tegen de Faeröer weggestuurd als bondscoach van Griekenland. Einde verhaal? Neen, Ranieri is de nieuwe Special One. Het voetbal van zijn Foxes roept herinneringen op aan dit van het Chelsea van Mourinho in zijn allerbeste dagen. Bij de jaarwisseling was Leicester, samen met Manchester City, de ploeg die het vaakst had gescoord: 37 keer. Maar wat balbezit betreft deden slechts twee van de twintig teams het minder goed. Tenminste als we een ruim balbezit nog als een kwaliteit mogen aanzien. Die ranglijst wordt immers met voorsprong aangevoerd door het 'boring' Man United van Louis van Gaal. Meer dan 60 procent balbezit bezorgde de Red Devils echter slechts 22 doelpunten. De topclubs zullen de komende weken maar één antwoord hebben op de opmars van de kleintjes: kopen, kopen, kopen. Maar op enkele uitzonderingen na betalen ze telkens weer veel te veel voor jongens die op het hoogste niveau het verschil niet kunnen maken. De nivellering in het Engelse voetbal is nog lang niet voorbij. Ook al heeft de UEFA de regels van financiële fair play afgezwakt. De markt zal de komende maanden de oliebaronnen uit Rusland of het Midden-Oosten aan het denken zetten. De olieprijs is immers in elkaar geklapt. Enkele maanden geleden kostte een vat olie nog ruim honderd dollar. Intussen zitten we aan goed veertig dollar. Sommige experts geloven zelfs dat er straks nog slechts twintig dollar wordt betaald als Iran en Libië weer voluit gaan produceren. Als de inkomsten uit olie blijven dalen, moeten zelfs de oliesjeiks uit Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten de geldkraan dichtdraaien. Je kan geen miljoenen in het voetbal blijven pompen als je, zoals Saudi-Arabië, in de rode cijfers verzeilt. Het voetbal staat alweer op het punt om het geld te verslaan. DOOR FRANÇOIS COLINHet voetbal staat alweer op het punt om het geld te verslaan.