Het was alsof de geschiedenis een vette knipoog wou geven: Vincent Kompany die in de tribunes zat. Net zoals op 26 januari van dit jaar keek Vince the Prince geblesseerd naar Steven Defour. Die speelde toen de wedstrijd die tot voor zondag zijn laatste officiële was, op het veld van Manchester City. De Citizens kegelden Defours Burnley zonder pardon uit de beker (5-0).

Acht maanden later kruiste het pad van Defour opnieuw dat van Kompany. Een onwaarschijnlijk weerzien, dat zeker niet had plaatsgevonden zonder de aanwezigheid van Luciano D'Onofrio in het bestuur van de Great Old. Het was nu al weken dat de voormalige sterke man van Standard geregeld belde met de man wiens belangen hij al vele jaren behartigt. Zo regelde hij indertijd ook Defours transfer vanuit Luik naar 'zijn' FC Porto. Don Luciano was op de hoogte van Defours wens om naar België terug te keren, nadat die maandenlang had gerevalideerd in de handen van Lieven Maesschalck, en hij wachtte op een opening in de laatste uren van de transferperiode - dat is zijn handelsmerk geworden. De voormalige kapitein van Standard kreeg van Burnley een ontbinding van zijn contract cadeau, waardoor zijn transfer geen eurocent kostte. Een belangrijk detail, want zo kon Antwerp voldoen aan de - zeker naar Belgische maatstaven - vorstelijke salariseisen van Defour, ook al zouden die uiteindelijk toch niet aan het bedrag van 2 miljoen euro komen zoals her en der was te lezen.

Al in de maand januari had D'Onofrio het terrein verkend, maar Burnley was toen niet bereid om zijn Belgische middenvelder voor een spotprijs te laten vertrekken. Het duurde dus nog een aantal maanden voor de deal kon worden gesloten. Die droeg duidelijk het stempel van Luciano D'Onofrio, in een tweekoppig sportief bestuur waar Olivier Renard zich eerder bezighoudt met opportuniteiten die buiten het bereik van Don Luciano liggen, zoals de Nederlander Wesley Hoedt. Doordat het duo zo complementair is, kunnen de Antwerpenaren een kern samenstellen die in staat moet geacht worden om mee te doen voor de titel.

Defour kreeg een contract voor één jaar, maar dat zou spoedig moeten verlengd worden als de prestaties volgen. Het duurde niet lang voor hij zich in de ploeg wist te integreren, ondanks een voorbereiding die vanwege zijn blessures niet veel voorstelde. Hoewel hij pas half augustus de trainingen had hervat bij Burnley, gaf László Bölöni Defour al snel te kennen dat hij zo snel als het kon op hem rekende. De pers daarentegen strooide Bölöni zand in de ogen door enkele minuten na de vriendschappelijke wedstrijd tegen Lierse te verklaren dat Defour waarschijnlijk nog wat tekort zou komen om al tot de achttien te behoren in het Astridpark. Maar kijk: niet alleen zat de Rode Duivel in de selectie van Antwerp, hij stond zowaar zelfs in de basiself, met als opdracht zich persoonlijk te bemoeien met Yari Verschaeren.

Aan de zijde van Faris Haroun, zijn Limburgse leeftijdsgenoot met wie hij in zijn Genkse periode de oefenvelden van de jeugd en de eettafel van een gastgezin deelde, installeerde Defour zich voor de verdediging, net zoals in de mooiste dagen van zijn Standardperiode onder Bölöni.

Vanwege enkele moeilijke maanden omtrent zijn vader, die in de herfst van vorig jaar overleed, had Defour die periode zo ver weg van België erg slecht verteerd. Zijn zus draaide alleen op voor alle familiale verantwoordelijkheden terwijl hij door zijn dagelijkse trainingen vastzat aan de andere kant van het Kanaal. Dat is een van de redenen waarom in zijn hoofd de idee rijpte om terug te keren naar België. Omdat de poorten van de meeste G5-clubs voor hem gesloten zijn na een tumultueus verleden in Limburg, Luik en Brussel, zagen sommigen Defour al terugkeren naar KV Mechelen, waar het voor hem allemaal begonnen was. Maar zijn ambitie én de tussenkomst van Luciano D'Onofrio beslisten daar uiteindelijk anders over.

Het was alsof de geschiedenis een vette knipoog wou geven: Vincent Kompany die in de tribunes zat. Net zoals op 26 januari van dit jaar keek Vince the Prince geblesseerd naar Steven Defour. Die speelde toen de wedstrijd die tot voor zondag zijn laatste officiële was, op het veld van Manchester City. De Citizens kegelden Defours Burnley zonder pardon uit de beker (5-0). Acht maanden later kruiste het pad van Defour opnieuw dat van Kompany. Een onwaarschijnlijk weerzien, dat zeker niet had plaatsgevonden zonder de aanwezigheid van Luciano D'Onofrio in het bestuur van de Great Old. Het was nu al weken dat de voormalige sterke man van Standard geregeld belde met de man wiens belangen hij al vele jaren behartigt. Zo regelde hij indertijd ook Defours transfer vanuit Luik naar 'zijn' FC Porto. Don Luciano was op de hoogte van Defours wens om naar België terug te keren, nadat die maandenlang had gerevalideerd in de handen van Lieven Maesschalck, en hij wachtte op een opening in de laatste uren van de transferperiode - dat is zijn handelsmerk geworden. De voormalige kapitein van Standard kreeg van Burnley een ontbinding van zijn contract cadeau, waardoor zijn transfer geen eurocent kostte. Een belangrijk detail, want zo kon Antwerp voldoen aan de - zeker naar Belgische maatstaven - vorstelijke salariseisen van Defour, ook al zouden die uiteindelijk toch niet aan het bedrag van 2 miljoen euro komen zoals her en der was te lezen. Al in de maand januari had D'Onofrio het terrein verkend, maar Burnley was toen niet bereid om zijn Belgische middenvelder voor een spotprijs te laten vertrekken. Het duurde dus nog een aantal maanden voor de deal kon worden gesloten. Die droeg duidelijk het stempel van Luciano D'Onofrio, in een tweekoppig sportief bestuur waar Olivier Renard zich eerder bezighoudt met opportuniteiten die buiten het bereik van Don Luciano liggen, zoals de Nederlander Wesley Hoedt. Doordat het duo zo complementair is, kunnen de Antwerpenaren een kern samenstellen die in staat moet geacht worden om mee te doen voor de titel. Defour kreeg een contract voor één jaar, maar dat zou spoedig moeten verlengd worden als de prestaties volgen. Het duurde niet lang voor hij zich in de ploeg wist te integreren, ondanks een voorbereiding die vanwege zijn blessures niet veel voorstelde. Hoewel hij pas half augustus de trainingen had hervat bij Burnley, gaf László Bölöni Defour al snel te kennen dat hij zo snel als het kon op hem rekende. De pers daarentegen strooide Bölöni zand in de ogen door enkele minuten na de vriendschappelijke wedstrijd tegen Lierse te verklaren dat Defour waarschijnlijk nog wat tekort zou komen om al tot de achttien te behoren in het Astridpark. Maar kijk: niet alleen zat de Rode Duivel in de selectie van Antwerp, hij stond zowaar zelfs in de basiself, met als opdracht zich persoonlijk te bemoeien met Yari Verschaeren. Aan de zijde van Faris Haroun, zijn Limburgse leeftijdsgenoot met wie hij in zijn Genkse periode de oefenvelden van de jeugd en de eettafel van een gastgezin deelde, installeerde Defour zich voor de verdediging, net zoals in de mooiste dagen van zijn Standardperiode onder Bölöni. Vanwege enkele moeilijke maanden omtrent zijn vader, die in de herfst van vorig jaar overleed, had Defour die periode zo ver weg van België erg slecht verteerd. Zijn zus draaide alleen op voor alle familiale verantwoordelijkheden terwijl hij door zijn dagelijkse trainingen vastzat aan de andere kant van het Kanaal. Dat is een van de redenen waarom in zijn hoofd de idee rijpte om terug te keren naar België. Omdat de poorten van de meeste G5-clubs voor hem gesloten zijn na een tumultueus verleden in Limburg, Luik en Brussel, zagen sommigen Defour al terugkeren naar KV Mechelen, waar het voor hem allemaal begonnen was. Maar zijn ambitie én de tussenkomst van Luciano D'Onofrio beslisten daar uiteindelijk anders over.