Zowat twintig jaar nadat hij overkwam van het Oekraïense Nyva Ternopil, is Oleg Iachtchouk (geboren op 26 oktober 1977) opnieuw aan de slag bij RSC Anderlecht. Niet als speler - hij hing zijn voetbalschoenen vorig jaar na een korte passage bij BX Brussels aan de wilgen - maar als jeugdtrainer bij de U14 op Neerpede.
...

Zowat twintig jaar nadat hij overkwam van het Oekraïense Nyva Ternopil, is Oleg Iachtchouk (geboren op 26 oktober 1977) opnieuw aan de slag bij RSC Anderlecht. Niet als speler - hij hing zijn voetbalschoenen vorig jaar na een korte passage bij BX Brussels aan de wilgen - maar als jeugdtrainer bij de U14 op Neerpede. Die plek is behoorlijk gemoderniseerd sinds hij er de eerste keer kwam, samen met zijn familie. Tijdens Olegs paars-witte jaren waren ook zijn ouders in dienst bij Sporting: vader Rotislav als terreinverzorger en moeder Miroslava als logistiek medewerkster voor de jeugdploegen. Ondertussen heeft Oleg wel meer familie in ons land. Toen hij destijds verbleef in een van de logementen die aan de jeugd van RSCA waren voorbehouden, werd hij verliefd op Muriel, de dochter van Jean-Claude Collignon, de administratief directeur van de Youth Academy. Ze werd zijn partner en schonk hem twee prachtige dochters: Adeline (14) en Laurine (11). "Toen ik Anderlecht in 2006 verliet, zei secretaris-generaal Philippe Collin me dat de deuren van de club na mijn carrière altijd voor me zouden openstaan", vertelt Oleg. "Ik heb de kans gegrepen toen er vorig jaar in het tussenseizoen een betrekking als trainer bij de jeugd vrijkwam. Ik zou nog één of twee jaar hebben kunnen voetballen, maar ik had zin om deze gelegenheid te baat te nemen. Ik heb bovendien altijd aan Anderlecht iets willen teruggeven voor wat ze voor mij gedaan hebben. Want in mijn tien jaar als speler van paars-wit ben ik daar niet helemaal in geslaagd. "Dat komt natuurlijk door de vele fysieke kwalen waar ik mee af te rekenen kreeg", legt hij uit. "Daardoor heb ik alles bij elkaar slechts 119 competitiewedstrijden gespeeld. Elk seizoen gemiddeld een dozijn dus, en dat is natuurlijk erg weinig. Het staat ook in schril contrast met de 165 wedstrijden die ik in de zes jaar daarna, van 2007 tot 2013, bij Cercle Brugge heb afgewerkt. Voor Cercle heb ik dus wel kunnen doen wat ik moest doen. Het is dan ook jammer dat ik niet eerder kinesist Lieven Maesschalck heb ontmoet. Had ik hem tegengekomen vóór ik naar Brugge verkaste, dan had ik meer kunnen tonen in het Astridpark. De fout die ik bij Anderlecht gemaakt heb, was altijd: te snel willen hervatten. Daardoor sukkelde ik van de ene blessure in de andere. Maesschalck gaf me de raad om geduldiger te zijn en dat is me in mijn Brugse jaren goed van pas gekomen. "Maar elk nadeel heeft zijn voordeel", gaat hij verder. "Door al mijn ongemakken weet ik nu hoe je jezelf moet verzorgen en dat is handig nu ik zelf soms met lichtgeblesseerde jongeren te maken krijg. De meesten willen stappen overslaan om zo snel mogelijk weer op het veld te staan. Dat gaat dan soms ten koste van hun gezondheid. Met mijn ervaring kan ik hen aansporen om geduld te hebben. Forceren is niet goed, dat leidt alleen maar tot meer schade." Hij heeft Neerpede zien veranderen, zegt hij: "Toen ik hier in 1996 aankwam, was hier al talent bij de vleet. Dat is nu nog altijd zo, merk ik in de jeugdcategorie die mij is toegewezen. Wat daarentegen nieuw voor mij is, dat is de aanwezigheid van al die scouts. Akkoord, het voetbal is een business geworden, maar wanneer men nog maar net een tiener is geworden, moet men er in de eerste plaats plezier aan beleven. Dat probeer ik hen in te prenten." DOOR BRUNO GOVERS