Eigenlijk moest Lewis Hamilton nu al wereldkampioen zijn na zijn zege in Sjanghai. De commedia dell'arte die KimiRäikkönen en FelipeMassa zowat zes ronden voor het einde opvoerden, verdiende immers een genadeloze sanctie. Tenminste: als de wedstrijdcommissarissen het reglement hadden toegepast.
...

Eigenlijk moest Lewis Hamilton nu al wereldkampioen zijn na zijn zege in Sjanghai. De commedia dell'arte die KimiRäikkönen en FelipeMassa zowat zes ronden voor het einde opvoerden, verdiende immers een genadeloze sanctie. Tenminste: als de wedstrijdcommissarissen het reglement hadden toegepast. Omdat de Braziliaan de enige is die Hamilton nog van de wereldtitel kan houden, liet de Fin zijn teamgenoot voorbij. En hoe: toen in de slotfase duidelijk was dat hij Hamilton en diens superieure McLaren niet kon bijbenen, ging Räikkönen (on)opvallend trager draaien. Toen Massa voldoende genaderd was, stampte Räikkönen zijn rempedaal net niet door de vloer. En wisselden ze keurig van plaats. "Dat was voor mij het beste moment van de race", zei Massa na afloop. "Ik was sneller en kon hem te grazen nemen." Pathetisch, maar begrijpelijk: de Braziliaan was immers bang voor de eventuele gevolgen. Sinds ene Michael Schumacher en Rubens Barrichello in Oostenrijk 2002 niet eens honderd meter voor de finish van plaats wisselden en zo het grootste fluitconcert ooit uitlokten, zijn teamorders in de F1 immers streng verboden. Maar wat blijkt? Zes jaar later pakten de scheidsrechters van de FIA nog geen enkel geval van teamspel aan. Ook gisteren niet, hoewel het om een flagrant geval ging. Alvast flagranter dan Hamilton en HeikkiKovalainen in Silverstone en later nog Hockenheim, waar hun onderlinge positiewissel ook opvallend vlotjes ging, wegens telefoon gekregen vanuit de pitlane. Een pleidooi om het teamspel strenger aan te pakken is dit niet. Het is veeleer omgekeerd. Georganiseerde positiewissels zijn inherent aan een sport die zich in teamverband ontvouwt. Teamorders zijn er ook altijd geweest: in 1956 viel Juan-Manuel Fangio in de beslissende race uit met pech, maar Peter Collins stopte ook en stond zijn auto af. Zodat Fangio alsnog de titel kon pakken. En zo zit de geschiedenis vol met voorbeelden. Komt daarbij dat de economische realiteit (er staan miljoenen, zoniet miljarden op het spel voor de deelnemende constructeurs en sponsors) geen andere aanpak dan teamspel kan verantwoorden. Neem daarbij dat het zowat onmogelijk is om de meeste gevallen van teamorders zwart op wit te bewijzen - een teambaas die langs de boordradio zegt dat de schorseneren lekker waren, geeft geen letterlijk bevel om van positie te wisselen - en de enige mogelijke conclusie is dat het nodeloze verbod op teamspel uit het reglement moet. Want de andere richting uitkijken, zoals zondag in Sjanghai, komt de geloofwaardigheid van de F1 niet ten goede. Dat geldt ook voor de nieuwste oprisping van FIA-voorzitter Max Mosley. De sportieve baas heeft een openbare aanbesteding uitgeschreven voor een F1-motor. Om kosten te besparen wil hij dat iedereen vanaf 2010 met dezelfde motor rijdt. Heel nobel, maar tegelijk (alweer) gespeend van enig gevoel voor realiteit. Alsof constructeurs als BMW, Mercedes, Honda of Renault in de F1 zullen blijven als ze niet langer zelf hun motor mogen bouwen, een statement van hun technologische kunnen. Om maar te zeggen: het blijven woelige tijden achter de politieke schermen. door Jo Bossuyt