Voor de Belgische voetbalbond was de wedstrijd tegen Frankrijk van twee maanden geleden het feestgebeuren waaraan het honderdjarige bestaan van de nationale ploeg werd gekoppeld. Maar eigenlijk kwam die wedstrijd twee maanden te vroeg. Het was immers pas op 1 mei 1904 dat de nationale ploeg van België zijn eerste officiële interland speelde. Bondsvoorzitter Jan Peeters : "Dat weten we, maar toch is er voor de match tegen Turkije niks meer speciaal voorzien. Voor ons was die wedstrijd tegen Frankrijk, indertijd onze eerste tegenstander, een mijlpaal." Dat had trouwens nog grootser moeten worden gevierd, aanvankelijk was het de bedoeling om met bekende Franse en Belgische oud-internationals de restanten van het stadion van Racing CB aan de Ganzenvijver in Brussel te bekijken, plaats waar het destijds allemaal begon, maar uiteindelijk lieten de Fransen verstek gaan en werd het feest beperkt tot het Koning Boudewijnstadion.
...

Voor de Belgische voetbalbond was de wedstrijd tegen Frankrijk van twee maanden geleden het feestgebeuren waaraan het honderdjarige bestaan van de nationale ploeg werd gekoppeld. Maar eigenlijk kwam die wedstrijd twee maanden te vroeg. Het was immers pas op 1 mei 1904 dat de nationale ploeg van België zijn eerste officiële interland speelde. Bondsvoorzitter Jan Peeters : "Dat weten we, maar toch is er voor de match tegen Turkije niks meer speciaal voorzien. Voor ons was die wedstrijd tegen Frankrijk, indertijd onze eerste tegenstander, een mijlpaal." Dat had trouwens nog grootser moeten worden gevierd, aanvankelijk was het de bedoeling om met bekende Franse en Belgische oud-internationals de restanten van het stadion van Racing CB aan de Ganzenvijver in Brussel te bekijken, plaats waar het destijds allemaal begon, maar uiteindelijk lieten de Fransen verstek gaan en werd het feest beperkt tot het Koning Boudewijnstadion. In feite begon de geschiedenis van de Belgische nationale ploeg drie jaar eerder, maar de eerste ploeg die het op 28 april 1901 opnam tegen Nederland was een zogenaamd vertegenwoordigend elftal, dat naast Belgen ook een aantal Britten telde die hier voetbalden. Het elftal dat op 1 mei 1904 in Brussel 3-3 speelde tegen Frankrijk, is wel het eerste officiële. Die eerste nationale ploeg bestond uit Verdyck (later algemeen secretaris van de KBVB), Friling (in de ploeg want rechtsachter Andrieu moest als militair in de kazerne van Leuven beschikbaar blijven omdat er daar rellen waren), Poelmans, Van den Eynde, Cambier, Van Hoorden (met zijn 25 jaar toen de oudste in eerste klasse !), Tobias, Wigand, Quéritet, Destrebecq en Vanderstappen. Vijftienhonderd toeschouwers zagen hoe Racing-speler Quéritet de eerste doelpuntenmaker (twee stuks meteen) van België werd. Die eerste officiële interland werd trouwens gespeeld nog voor de wereldvoetbalbond Fifa het licht zag. Dat gebeurde drie weken later, op 21 mei, in Parijs, waar afgevaardigden van België, Denemarken, Frankrijk, Nederland, Spanje, Zweden en Zwitserland vergaderden. Duitsland bevestigde telegrafisch zijn aansluiting. De nationale ploeg verscheen niet direct in de traditionele rode trui op een veld. In de pionierstijd werd de uitrusting om de haverklap veranderd. Ooit liepen de Belgen in een trui die drie grote gekleurde banden vertoonde (rood, geel en zwart, niet verticaal zoals de vlag, maar horizontaal). Tijdens de eerste officiële interland tegen Nederland leken de Duivels volgens de overlevering eerder op jockeys, in hun rode hemd met een grote gele leeuw op de borst, zwarte mouwen en een gele kraag. Na die kritiek achtte de bond het welletjes en de rode trui met zwarte broek werd officieel ingevoerd. Op 30 april 1906 speelde de nationale ploeg voor het eerst met rode truitjes. In Rotterdam werd in het slotkwartier een 2-1-achterstand omgebogen in een 2-3 voorsprong. Pierre Walckiers, hoofdredacteur van La Vie Sportive schreef dat de Belgen "als Rode Duivels streden". Een bijnaam was geboren. De eerste succesperiode voor de Rode Duivels kwam er in de jaren twintig en daar zat gek genoeg WO1 voor iets tussen. De militaire voetballers kregen gedurende vier jaar de gelegenheid om achter de frontlinie uit te komen tegen elftallen uit Frankrijk, Engeland en Italië. Onder de bijnaam Front Wanderers gingen ze in 1917 op tournee door Engeland. Het gevolg van die tournee was dat België voor de Olympische Spelen van 1920 een verrassend sterk en op elkaar ingespeeld elftal op de been kon brengen dat op het toernooi moeiteloos Spanje, Nederland en Tsjecho-Slowakije opzijzette. De finale eindigde op een anticlimax. Bij een 0-2-voorsprong voor de Belgen op een paar minuten van de rust werd de doorgebroken Coppée door een Tsjech vrijwillig op de borst getrapt. De verdediger kreeg rood en verdween naar de kleedkamer, gevolgd door de rest van de ploeg. Scheidsrechter JohnLewis legde de partij stil. Het goud was voor de Belgen, het zilver voor Spanje dat de troosting tegen Nederland won. Oranje kreeg brons, de Tsjechen niets. Voor een tweede hoogtepunt was het wachten op het eerste WK. In 1928 besloot de Fifa tot de oprichting van zo'n vierjaarlijks toernooi, maar in eerste instantie was niemand kandidaat voor de organisatie. Tot Uruguay, olympisch kampioen in 1924 en 1928, een voorstel deed. Het land vierde in 1930 zijn honderdjarig bestaan en wilde wat spenderen om dat te vieren. Een stadion voor 100.000 toeschouwers in Montevideo bouwen én de reis- en verblijfskosten voor de deelnemende landen betalen. Toen de inschrijvingslijst werd afgesloten, was evenwel geen enkel Europees land bereid om naar Zuid-Amerika af te reizen. De Fifa drong wat aan en de Belgische ondervoorzitter Seeldrayers, in de jaren vijftig nog heel even voorzitter van de wereldvoetbalbond, duwde de Rode Duivels op de boot richting Zuid-Amerika. Dé grote afwezige op de trip (met de trein van Brussel naar Barcelona en dan veertien dagen op zee om via Rio de Janeiro Montevideo te bereiken) was Raymond Braine, geschorst omdat hij... een café openhield. Volgens de bond kon de combinatie speler-herbergier niet. De Belgen speelden ondermaats in Zuid-Amerika en verloren van de VS (3-0) en Paraguay (1-0). De vijfde wereldbeker, in 1954, zou de eerste na WO2 worden waar België aan deelnam. Zestien Rode Duivels trokken naar Zwitserland, waar ze werden ondergebracht in een poule met het gastland, Italië en Engeland. Tegen de Engelsen werd het 4-4 na verlengingen, van de Italianen werd met 4-1 verloren. Een paar weken later namen de Rode Duivels wraak door kersvers wereldkampioen West-Duitsland met 2-0 te kloppen. In die ploeg onder meer Vic Mees en Rik Coppens. Met de jaren van het semi-professionalisme en later het profvoetbal kwamen de successen van de Rode Duivels. Raymond Goethals zorgde met een realistische aanpak in de jaren zeventig voor een nieuwe WK-eindronde, maar dat toernooi werd opnieuw, mede door heimwee en een weinig professionele ingesteldheid, een afgang. België had met Piot, Dewalque, Van Moer en Van Himst in iedere linie nochtans een speler van internationale klasse lopen. In 1976 hield Goethals het voor gezien. Hij werd opgevolgd door Guy Thys die van 1976 tot 1989 en, na een kort intermezzo onder Walter Meeuws, van 1990 tot 1991 de Rode Duivels met succes coachte. Zilver op het EK 1980, een tweede ronde op het WK 1982, deelname aan het EK 1984, een halve finale op het WK van 1986, geen EK in 1988 maar een sterk WK in 1990, de Rode Duivels wandelden van succes naar succes. In de jaren '90 werd het minder, al plaatsten de Duivels zich telkens voor het WK, ze werden keer op keer voor het EK uitgeschakeld. Aimé Anthuenis trok in de aanloop naar Portugal die lijn door. Wordt het straks op weg naar Duitsland beter ? Antwoord vanaf september. Bestaat er zoiets als een nationale ploeg van de eeuw ? Het is moeilijk tijden te vergelijken, Raymond Goethals noch Paul Van Himst brandden er desgevraagd graag hun vingers aan. Elke generatie had zijn topfiguur. Jan De Bie was dé keeper die de jaren twintig overbrugde. Raymond Braine dwong ook ontzag af, op het veld, maar ook in zijn strijd tegen het establishment. Bernard Voorhoof (international van 1928 tot 1940) is met 30 goals nog steeds co-recordhouder van het aantal doelpunten als Rode Duivel. Na de oorlog waren de blikvangers JefMermans en Rik Coppens. De jaren zestig werden gedomineerd door Paul Van Himst, ook 30 goals. De jaren tachtig waren die van onder meer Jan Ceulemans, met 96 caps absoluut recordhouder. Degryse, Van der Elst en Scifo maakten de brug naar de jaren negentig, MarcWilmots die naar het nieuwe millennium. Onbegonnen werk om daaruit een droomelftal te distilleren. Tenzij je als criterium het aantal selecties neemt, in de wetenschap dat er steeds meer interlands worden gespeeld. En dan kom je tot de volgende ploeg, tussen haakjes hun caps : Jean-Marie Pfaff (64) û Eric Gerets (86), Georges Grün (77), Lorenzo Staelens (65), Michel Renquin (55) û Vic Mees (69), Jef Jurion (64), Franky Van der Elst (86), Enzo Scifo (84) û Paul Van Himst (69), Jan Ceulemans (96). Maar allicht had u hier andere namen kunnen zetten. Uw goed recht. door Peter T'KintRaymond Braine miste het WK in Uruguay. Hij was geschorst omdat hij een café openhield.