Terwijl Racing Genk begin oktober in de Europa League door een moeilijk wedstrijdbegin strompelde tegen FC Thun, kreeg het leer in minuut vijftien een ferme lel van Josef Martínez, de Venezolaanse spits van de Zwitsers. "Binnen!", riep Frank Raes, maar de voetbalcommentator moest zichzelf nog binnen de seconde corrigeren. Niet voor het eerst en niet voor het laatst dit seizoen degradeerde László Köteles een quasi gemaakte goal tot een uitstekende doelkans.
...

Terwijl Racing Genk begin oktober in de Europa League door een moeilijk wedstrijdbegin strompelde tegen FC Thun, kreeg het leer in minuut vijftien een ferme lel van Josef Martínez, de Venezolaanse spits van de Zwitsers. "Binnen!", riep Frank Raes, maar de voetbalcommentator moest zichzelf nog binnen de seconde corrigeren. Niet voor het eerst en niet voor het laatst dit seizoen degradeerde László Köteles een quasi gemaakte goal tot een uitstekende doelkans. Toen Genk in 2009 Köteles uit een Hongaarse vergeetput viste, was hij al een explosieve lijnkeeper. Wat hij nog niet beheerste, was de kunst om met een goed positiespel gevaar veeleer te voorkomen dan het te neutraliseren. Dat verwacht Genk nochtans van zijn doelmannen. "Bij het scouten van Köteles," vertelt Guy Martens, doelmannentrainer bij de A-kern, "zagen we dat hij uit de Slavische school kwam. Maar hij had wel de nodige fysieke basiskwaliteiten. Wij dachten: als we hem op positioneel vlak kunnen bijschaven, krijgen we een redelijk goeie keeper. Nu staat hij bijna op het punt waar we hem wilden krijgen." Een doelman moet tijdens een match de hele tijd een harmonicabeweging maken, legt Martens uit: "Komt de bal naar hem toe, dan stapt hij wat achteruit. Gaat de bal naar voren, dan schuift hij mee op. Vaak gaat dat over één of twee meter, maar als je dat bekijkt in het perspectief van de vijf of zes meter die je in bepaalde wedstrijdsituaties moet afleggen, spreken we over een verschil van 30 à 40 procent. Dat László op positioneel vlak veel progressie boekte, daar is hij heel fier op. Bij een bespreking achteraf gaat hij nu veel sneller over een spectaculaire redding heen dan over een fase waarin hij een dieptebal kon onderscheppen. Als er ruimte ligt achter onze verdedigers, kan László door een iets hogere positie zelfs voorkomen dat tegenspelers een bal in hun rug droppen. Bijna niemand merkt zoiets." Bij diepteballen nam Köteles vroeger een afwachtende houding aan en dat deed hij ook bij hoge ballen, zo vertelt Gilbert Roex, die in de jeugdopleiding keepers traint, toptalent Thibaut Courtois mee kneedde en ook al met Köteles werkte. "De verklaring voor die afwachtende houding was simpel," zegt Roex, "László wéét dat hij heel sterk is op de lijn. Dat had tot gevolg dat hij bij hoge ballen niet altijd genoeg lef toonde. Daarbij speelde mee dat hij maar 1m85 is. Volgens mij put hij nu ook vertrouwen uit de kopbalsterkte van zijn twee centrale verdedigers." Daarmee doelt Roex op Kara en Koulibaly, die samen met Köteles achterin een soort van K3 vormen, maar dan een die kleuters schrik aanjaagt. "Als je als keeper soms op je verdedigers rekent," gaat Roex door, "moet je er wel voor zorgen dat de communicatie goed zit, maar het geeft een keeper de luxe dat hij niet meer bij elke hoge bal moet komen. Wie het áltíjd zelf moet oplossen, gaat soms risico's nemen terwijl dat eigenlijk niet hoeft. Nu vindt Köteles een mooi evenwicht: als hij zeker is, komt hij, en anders vertrouwt hij op zijn reflexen op de lijn." Volgens Martens is bij hoge ballen ook de omschakeling naar mandekking een belangrijk element geweest: "Als een ploeg met haar verdedigers op lijn verdedigt, krijgt een keeper een geweldige muur voor zich: de eigen spelers plus de tegenspelers. Verdedig je man op man, dan vallen er gaten en is het voor een keeper makkelijker om tussen de spelers te komen." Ook in één-tegen-éénsituaties komt Köteles alsmaar beter uit de verf. "Vroeger", vertelt Martens, "wendde hij zijn hoofd en lichaam soms af bij een schot in zo'n één-tegen-éénsituatie. Eigenlijk kon je spreken van een schrikreactie, waardoor hij opendraaide, terwijl je net een goed blok moet vormen. Wij noemen dat het vijfpuntenblok. Als je als doelman je voeten, je armen én je romp gebruikt en dan ook nog eens aanvallend naar een bal toegaat, is het voor een spits heel moeilijk om dat blok te passeren. Die voorwaartse beweging naar de bal is heel belangrijk." Roex: "Het is gewoon wiskunde. Je hebt een denkbeeldige driehoek met als hoekpunten de bal en de twee palen. Tussen die twee palen heb je de basislijn van de driehoek. Als je als keeper die basislijn achter je laat en dichter bij de bal komt, verklein je de ruimtes waarin de tegenspeler de bal moet mikken en vergroot je de kans dat de bal naast het doel gaat als je hem even raakt." Köteles blijft in één-tegen-éénsituaties ook langer staan dan vroeger. "Een keeper die dat doet," aldus Roex, "legt de beslissing bij de aanvaller. Die gaat dan twijfelen. Hoe langer je blijft staan, hoe meer druk de spits ook krijgt van terugkomende verdedigers en van het publiek, dat verwacht dat hij gaat scoren." Genktrainer Mario Been vertelde onlangs dat Köteles bevrijd speelt sinds de club in juli besliste om het contract van de Hongaarse doelman te verlengen tot 2017. "Hij was daar erg mee bezig", zegt Martens. "Op dat vlak maakt hij zich snel zorgen. Sinds die contractverlenging denkt László: nu Genk dit voor mij gedaan heeft, ga ik ook veel voor Genk doen. Hij straalt elke dag die dankbaarheid uit." Zo zijn we bij het mentale aspect, het vakgebied van Stijn Quanten, de mental coach van Racing Genk. "We proberen spelers op mentaal en neurologisch gebied goed op te volgen", vertelt Quanten, die al drie jaar met Köteles werkt. "In de testen die wij doen, zie ik dat László vooruitgang maakt." Maar meer uitleg over die testen of over wat hij precies doet met de spelers wil Quanten niet geven: "De concurrentie leest mee." Ook de specifieke punten waarop hij met Köteles werkt, wil hij niet toelichten: "Die vallen onder het medisch geheim." Quanten zegt enkel nog: "László werd de laatste drie jaar beter op álle parameters die wij evalueren. Hij komt zelf ook met bepaalde vragen en voorstellen." Luc Nilis bood onlangs enig tegengewicht voor alle lof die Köteles nu te beurt valt. De ex-topspits zei dat hij de Hongaar sterk vindt, "maar net niet goed genoeg voor de echte top." "Voor een stuk is dat zo," reageert Roex, "maar momenteel is zijn grootste winpunt dat zijn foutjes zijn reddingen niet meer overschaduwen. Als Köteles nu één of twee seizoenen kan bevestigen en verder kan groeien zoals hij bezig is, zullen de meningen over hem wel worden herzien. Martens: "Het is niet zo dat wij nu ineens een wauw-keeper hebben die alles kan. Er is nog altijd werk aan. Mooi is dat László daarvoor blijft openstaan. Hij groeit op zijn 29e nog altijd. Dat hongerige had hij overigens al van in het begin." Als Köteles nog beter moet worden, over wat gaat dat dan precies? "Vooral weer over dat positionele", antwoordt Martens. "Neem nu de eerste tegengoal in Wenen vorige week. Daarbij staat Köteles bijna op zijn lijn. Daar is het moeilijk om te reageren op een kopbal, dan ga je je altijd wat inhouden omdat je ter hoogte van je palen staat, waar je tegen kunt botsen. Vaak gaat het dus over een metertje meer naar links, naar rechts of vooruit. Het zijn details die op dat niveau het verschil maken." DOOR KRISTOF DE RYCK - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Het is niet zo dat wij nu ineens een wauw-keeper hebben die alles kan." Guy Martens