"Opletten met te kleine, maar hyperambitieuze mannen. Ze gaan doorgaans over lijken." Het zijn woorden van een hoog opgeschoten collega, die stellig beweerde altijd gelijk te hebben. Zoals de meeste is ook deze veralgemening absurd. Maar toch, de renner Danilo Di Luca lijkt ze op het lijf geschreven. Zie maar de aankomstfoto's van de Gold Race en de Waalse Pijl van vorig jaar. Winnaar Di Luca toont geen vreugde. Hij schreeuwt of lacht niet, Di Luca grijnst. In zijn blik vlamt het vuur van de ingevulde bevestigingsdrang. Het is alsof hij in het vernietigen van de tegenstand genoegen schept. Ingehouden genoegen, want zelfs in momenten van grote voldoening bewaart hij een zekere waardigheid. Laat er geen twijfel over bestaan, de klasrijke Abruzzees is een man met stijl. Alleen zijn uitstraling maakt van hem al de geknipte gast om op het eindpodium van de Giro te staan. En als het van Di Luca afhangt, kan dat maar op één plaats. De enige die hem voor Italianen onsterfelijk maakt.
...

"Opletten met te kleine, maar hyperambitieuze mannen. Ze gaan doorgaans over lijken." Het zijn woorden van een hoog opgeschoten collega, die stellig beweerde altijd gelijk te hebben. Zoals de meeste is ook deze veralgemening absurd. Maar toch, de renner Danilo Di Luca lijkt ze op het lijf geschreven. Zie maar de aankomstfoto's van de Gold Race en de Waalse Pijl van vorig jaar. Winnaar Di Luca toont geen vreugde. Hij schreeuwt of lacht niet, Di Luca grijnst. In zijn blik vlamt het vuur van de ingevulde bevestigingsdrang. Het is alsof hij in het vernietigen van de tegenstand genoegen schept. Ingehouden genoegen, want zelfs in momenten van grote voldoening bewaart hij een zekere waardigheid. Laat er geen twijfel over bestaan, de klasrijke Abruzzees is een man met stijl. Alleen zijn uitstraling maakt van hem al de geknipte gast om op het eindpodium van de Giro te staan. En als het van Di Luca afhangt, kan dat maar op één plaats. De enige die hem voor Italianen onsterfelijk maakt. "Un uomo, un obiettivo." De openingstitel van het animatiefilmpje op Di Luca's website vertaalt perfect zijn seizoensambitie : " Eén man, één doel." In 2006 is alleen de Giro zaligmakend. Bij Liquigas telt maar één kopman en die heeft driekwart jaar als een bezetene naar de roze ronde toegeleefd. Een nuchter mens vraagt zich af of dat wel goed kan aflopen. Het verleden leert immers dat Di Luca op zijn best is in lastige klassiekers en kortere rittenkoersen. Noch in het klimmen, noch in het tijdrijden mag hij zich de beste noemen. Basso, Cunego, Savoldelli en zelfs Simoni moeten puur op intrinsieke klasse hoger geschat worden. Louter atletisch lijkt Di Luca kansloos. Maar laat er geen twijfel over bestaan, op het mentale vlak komt alleen de ervaren Savoldelli in de buurt. Di Luca heeft een ijzeren wil, gaat bij de eerste de beste tegenslag niet overstag en werkt met een ongeëvenaard perfectionisme trainingssessies en wedstrijdplanning af. Die aangeboren flair van hem verdoezelt zijn grootste kwaliteit : Danilo Di Luca bouwt op een staalhard karakter. Komt daarbovenop die unieke ervaring van vorig jaar. Na een haast unieke tiendaagse, met winst in de Ronde van het Baskenland, de Amstel Gold Race en de Waalse Pijl, trok Di Luca met bevrijd gemoed naar de Giro. Zien waar het schip strandt en onderweg voor eigen volk een ritje meepikken, waren zijn enige doelen. In Aquila, in het hart van zijn Abruzzen, zou hij na een kleine week op ritwinst mikken. Danilo deed meer. Hij won op de ruige ruggen van het Italiaanse middengebergte niet alleen een tweede etappe, hij trok ook nog de roze trui aan. Opdracht vervuld, punt. Niet voor Di Luca dus. Die wilde met het oog op de toekomst wel eens testen hoe lang zijn lijf nog zou standhouden. Dus reed hij elke etappe alsof het om een klassieker ging. Voluit voor de prijzen, maar met bevrijd gemoed. Tiende in de tijdrit, vierde op Zoldo Alto en vijfde in Livigno, Di Luca begon warempel ook zichzelf te verbazen. Merkwaardig, maar niet onbelangrijk : geen kat die voor het eindpodium met hem rekening hield. In zes volle profjaren reed hij slechts één Giro uit. In 2001, in zijn derde, kwam hij niet verder dan een 24ste plaats. Kortom, de instorting kon niet uitblijven. " Laat die vermetele vlerk nog wat spartelen, straks tuimelt hij wel van een alp." Je zag het de altijd bedaarde Savoldelli hardop denken. Wie vermoedde toen dat precies Di Luca Savoldelli's troon zou doen wankelen ? Daags voor het einde, op de steile strada bianca van de Finestre, opende Di Luca een indrukwekkend offensief. Met Gilberto Simoni als natuurlijke bondgenoot. De Trentijn voor de eindwinst, de Abruzzees voor de derde plaats. Een schitterend schouwspel in een adembenemend decor. Het moet ook Di Luca bedwelmd hebben. Hij mende de godganse klim en maakte twee kapitale fouten : hij vergat te drinken en in de lange afdaling bij te trappen. Krampen waren het logische gevolg. Het ritme stokte, Di Luca haakte noodgedwongen af. In Sestriere werd hij derde in de rit en vierde in het eindklassement. Neen, een enorme ontgoocheling was dat niet. Di Luca legde niet alleen de basis van zijn Pro Toureindzege, hij versterkte vooral het besef dat hij een ronderenner was. Een besef dat in zijn jeugd al opborrelde. De kleine Di Luca was een zondagskind, een vertroeteld nakomertje dat vooral door zijn broer in de watten gelegd werd. Aldo, dag op dag tien jaar ouder, begeleidde zijn oogappel in alle ondernemingen. Hij trok ermee naar zijn eerste koers. Op de heuvels van Picciano deed de 8-jarige Danilo wat hij vooraf voorspeld had : hij reed als jongste van het pak de rest op een volle minuut. Aldo vergat prompt zijn eigen wielercarrière en rotste met zijn talentrijke broer de laars af. De buit mag imposant genoemd worden : Danilo won bij de jeugd niet minder dan 160 koersen. Aldo deed nog veel meer. Hij bracht zijn broer de zin voor stijl en uiterlijk vertoon bij. Als geschoold kapper blondeerde hij Danilo's lokken en als bewonderaar van designmeubelen bracht hij hem de liefde voor architectuur bij. Di Luca werd een adept van Frank Lloyd Wright, de grote Amerikaanse ontwerper uit het begin van vorige eeuw die ook in Italië sporen naliet. Di Luca liep kunsthumaniora en combineerde zijn carrière van topsporter met een hogere opleiding tot grafisch ontwerper. In beide takken slaagde hij cum laude. Ook in zijn eerste profjaren liet hij de architectuur niet los. Eerst bouwde hij in Spoltore het hypermoderne huis dat hij samen met Aldo ontwierp en vorig jaar liet hij in het centrum van Pescara een herenhuis renoveren. In dat huis woont hij nu met zijn vrouw. Dat het huwelijk met Valentina ruim zes jaar standhoudt, is een bewijs van Di Luca's vastberadenheid. Velen zagen in Danilo's keuze vooral een lucratieve zet. Valentina is de dochter van de steenrijke wielermecenas en Mobilvettabaas Giuliani. Totaal ongerijmd kun je het scherpe oordeel van de criticasters nu ook weer niet noemen. Bij de verloving schonk Giuliani zijn toekomstige schoonzoon een ... Porsche. Bij Di Luca is overigens wel meer doordacht. Ook de uitbouw van zijn carrière getuigt van inzicht en geduld. Intelligent als hij is, kijkt Danilo langer dan een jaar vooruit. Deed hij ook al bij de beloften. Daar waar zijn grote jeugdconcurrent, Giuliano Figueras, op zijn 22ste al voor Mapei reed, bleef hij in 1998 nog een seizoen amateur. Zijn studie had zijn groei vertraagd. Di Luca kon best nog wat rijpen. Een goede keuze, hij werd Italiaans kampioen en won met overmacht de Baby-Giro. Di Luca was klaar voor de overstap, maar zette eerst zijn zinnen op het wereldkampioenschap in Valkenburg. In een snelle race gokte hij op een uitval in de laatste ronde. Helaas voor hem dacht en handelde ene Ivan Basso een fractie sneller. Basso raasde weg en Di Luca hield noodgedwongen de benen stil. Basso won, hij werd derde. Ik herinner mij nog levendig de sfeer in het Europahotel in Lanaken. Drie Italianen op het podium, maar van euforie was geen spoor. Nocentini zat verlegen aan zijn zilveren medaille te prullen en de zo al timide Ivan Basso dufde niet eens te lachen. En Di Luca, hij zat erbij met een gezicht als een donderwolk. Het tafereel leek wel dat van de koffietafel na een begrafenis. En toch zag je daar al in Di Luca's blik revanchegevoelens vonken. Acht jaar later komt Basso qua zegepralen niet bij Di Luca in de buurt. Danilo won naast het genoemde aprildrieluik ook al de Ronde van Lombardije. Basso kan nog geen enkele klassieke winst voorleggen. Di Luca won tot dusver vier Giroritten, Basso twee. Daar- tegenover staat dat Basso al twee keer op het eindpodium van de Tour stond en in 2004 de zware bergrit op La Mongie won. Voor Armstrong nota bene. En er is nu eenmaal die wat absurde, maar anderzijds ijzeren wielerwetenschap dat de Tour alles plat slaat. Ook in Italië is dat besef al een tijd doorgedrongen. De Giro win je voor je populariteit, de Tour voor de grandeur. En Giuliano Figueras, hij die als jongeling Di Luca en Basso aftroefde, moet al jaren tevreden zijn met een tweederangsrol. Bij zijn twee rivalen echter moet het hoogtepunt nog komen. Ik heb met Di Luca één keer een lang gesprek gevoerd. Zoals het de Italiaanse stijl past, werd ik bij hem geïntroduceerd. Het informele onderonsje vond plaats in het hotel van de Italianen, vier dagen voor het WK op de weg in Zolder. Toni Etneo, een vriend van me, had Danilo verteld dat ik mij in mijn commentaar lovend over hem had uitgedrukt. Di Luca reageerde blij verrast en wist met zijn dankbaarheid geen blijf. Voor mij zat een beleefde en integere jongeman wiens rustige, haast verlegen stijl niet strookte met het killersimago dat hem door een groot deel van de Europese pers opgeplakt werd. Hij verontschuldigde zich haast voor de overrompelende stijl waarmee hij in Peschici zijn eerste Girorit won. Ik vertelde hem dat Axel Merckx toen mee in de kopgroep zat en vader Eddy mijn co-commentator was. Ik schotelde hem Eddy's oordeel van toen voor : "Schrijf maar op, deze jongen heeft alles om een kampioen te worden." Di Luca vroeg me Merckx te bedanken, maar voegde er onmiddellijk aan toe dat hij nog jaren leerschool moest lopen. "Ik doe mijn uiterste best, maar vraag jullie nog wel geduld." Di Luca had ook toen gelijk. In zijn Saecoperiode werd Danilo een adept van het Armstrongisme. Hij trainde fanatiek op een hoger omwentelingsritme, trok in februari telkens vier weken op hoogtestage naar Mexico en kwam later in competitie. Dat alles in het teken van dat ene doel : net als zijn jeugdidool Indurain de Tour winnen. Di Luca faalde en wel om verschillende redenen. Een sleutelbeenbreuk, een hardnekkige prostaatontsteking en de zaak-Santuccione dwarsboomden zijn opgang. In een reeks afgeluisterde telefoontjes met die Italiaanse arts viel onder meer de naam Di Luca. Zoals in tal van andere duistere affaires in de laars liep ook dit gerechtelijk onderzoek op een dood spoor. Di Luca en Saeco werden wel uit de Tour geweerd. En zoals dat in het hypocriete Italiaanse wielerbestel past, kon Di Luca best andere horizonten opzoeken. Ook bondscoach Ballerini vond het nodig zijn duit in het laffe zakje te doen : Di Luca mocht voortaan een WK-selectie vergeten. En toch heeft het grootste uithangbord van de Abruzzen het WK in Salzburg in 2006 als tweede seizoensdoel aangestipt. Dat Ballerini nog op zijn troon zit, mag geen beletsel zijn. Die heeft wel vaker zijn huik naar de wind gehangen. Maar eerst komt die Giro. Wie is nu de grootste kanshebber op eindwinst ? Om die vraag te beantwoorden kun je best een andere stellen : wie van de kandidaten is momenteel de enige kandidaat-eindwinnaar in de Tour ? Ik vermoed dat ik niet de enige ben die bij Basso uitkomt. Basso steekt er als ronderenner een kopje bovenuit. Vergeet ook niet dat Di Luca voor het eerst als medefavoriet start. Hij zal beloerd en belaagd worden. En laat dat nu een wereld van verschil uitmaken. Di Luca speelt in zijn keuze voor dat ene superdoel met andere woorden hoog spel. MICHEL WUYTS