De Duitse tv-zender RTL illustreerde vorig weekend op een pijnlijke manier hoezeer Michael Schumacher onder druk komt te staan. Bij ieder interview met Nico Rosberg verschijnt nu onderin het beeld een veelzeggend opschrift. In de trant van: ook vandaag sneller dan zijn teamgenoot. Om maar te zeggen: hoewel hij zelf met de meest onwaarschijnlijke schijnbewegingen rond de evidentie laveert ("ja, er zit nog wat roest op" of "ik weet dat Nico snel is ...") wordt Schumi iedere race opnieuw iets meer afgewogen tegen zijn jongere...

De Duitse tv-zender RTL illustreerde vorig weekend op een pijnlijke manier hoezeer Michael Schumacher onder druk komt te staan. Bij ieder interview met Nico Rosberg verschijnt nu onderin het beeld een veelzeggend opschrift. In de trant van: ook vandaag sneller dan zijn teamgenoot. Om maar te zeggen: hoewel hij zelf met de meest onwaarschijnlijke schijnbewegingen rond de evidentie laveert ("ja, er zit nog wat roest op" of "ik weet dat Nico snel is ...") wordt Schumi iedere race opnieuw iets meer afgewogen tegen zijn jongere teamgenoot. En erop afgerekend als hij trager is. Na de seizoensopener in Bahrein, drie weken geleden, was het ook vorig weekend in Melbourne weer van dat. De zevenvoudige wereldkampioen moest zowel in de kwalificaties als in de race de duimen leggen voor zijn stalgenoot. Hoewel een halfgod die wint, goed is voor de populariteit van een sport, is de dominantie van Rosberg eigenlijk goed nieuws voor de F1. Het impliceert immers dat ze het bij Mercedes zuiver spelen, en de jonge Duitser evenveel kansen geven als zijn illustere teamgenoot. Vroeger, bij Benetton en Ferrari, was dat wel even anders. "Ach, het komt wel weer goed met hem", zegt de gezaghebbende stem van Niki Lauda. Maar in de paddock merk je dat almaar sceptischer wordt gereageerd. Zo groeit de overtuiging dat Schumacher, hoe professioneel en gedreven de man ook is, een volwaardige terugkeer na drie jaar afwezigheid misschien wel heeft onderschat. Formule 1 is immers een sport waarin honderdsten en zelfs duizendsten van een seconde het maken, vooral dan in de o zo belangrijke kwalificaties. En vooral: hoe goed of bovenaards Schumi ook is, het kan niet anders dan dat de jaren ergens een kantje weg hebben gevijld. Wie in Melbourne opnieuw stond te sneren, vergeet dat Michael Schumacher vorige zondag een halve koers lang reed te duelleren met iemand die half zo oud is als hij: de 20-jarige Spanjaard Alguersuari. Een geluk bij een ongeluk voor de Duitser is dat de Mercedes dit jaar geen topwagen is. Het ding is voorlopig niet snel genoeg om te winnen. Met een ongenaakbare machine was een systematisch onderdoen voor Rosberg immers veel pijnlijker geweest, zo telkens tweede te zijn na die teamgenoot die wint. Het neemt niet weg dat Schumi stilaan heel prikkelbaar door de paddock loopt. Hij bijt terug tijdens interviews ("Hoeveel koersen ik me geef om opnieuw de oude te worden? Zo veel als nodig is ..."), haalt hij uit naar collega's (het was de schuld van Alonso dat hij niet beter kwalificeerde in Australië, zo zei hij) of probeert hij onverschillig te doen ("Ik amuseerde me rot met die duels achter in het peloton ..."). Zeker weten: hoewel hij het ontkent, reist Schumi onder hoogspanning af naar Maleisië. Zondag voor de derde keer op rij klop krijgen van Rosberg, het zou geen toeval meer kunnen zijn. En voor een collectieve overtuiging zorgen, zoals: hij wordt nooit meer de oude ...