Zondag start in Mantes-la-Jolie de 72e editie van Parijs-Nice, de tweede belangrijkste Franse rittenkoers. Met 1447 kilometer de langste editie sinds 1968, mede omdat er geen proloog of tijdrit in het parcours is opgenomen. Ook geen enkele aankomst bergop, al zijn er wel enkele pittige ritten, met volgende woensdag de klim van Mont-Brouilly (stroken tot 25 procent) en op de slotdag richting Nice de traditionele Col d'Eze.
...

Zondag start in Mantes-la-Jolie de 72e editie van Parijs-Nice, de tweede belangrijkste Franse rittenkoers. Met 1447 kilometer de langste editie sinds 1968, mede omdat er geen proloog of tijdrit in het parcours is opgenomen. Ook geen enkele aankomst bergop, al zijn er wel enkele pittige ritten, met volgende woensdag de klim van Mont-Brouilly (stroken tot 25 procent) en op de slotdag richting Nice de traditionele Col d'Eze. Favorieten zijn titelverdediger Richie Porte, Girowinnaar Vincenzo Nibali, wereldkampioen Rui Costa en Tejay van Garderen. Ook de Fransen focussen gewoontegetrouw op de Koers naar de Zon, al lijkt de kans klein dat Jean-Christophe Péraud of Sylvain Chavanel (vorig jaar derde en vijfde) voor het eerst sinds Laurent Jalabert in 1997 nog eens de eindzege in eigen land kunnen houden. Even lang wachten onze zuiderburen ook op een zege in een klassiek eendagsmonument (Frédéric Guesdon, Parijs-Roubaix) en voor de laatste Tourwinst moeten ze al terug naar 1985 (Bernard Hinault). Al jaren gaat het Franse wielrennen immers door een diepe crisis. Chavanel en Thomas Voeckler scoorden af en toe in de Tour en semiklassiekers, maar een echte internationale topper blijft uit na het pensioen van Jalabert. Ook in de breedte was de spoeling het voorbije decennium heel dun. Van 2003 is het zelfs al geleden dat Frankrijk nog eens in de top vijf van de landenranking van het UCI-/WorldTourklassement eindigde. Tussen 2009 en 2012 verdween het zelfs helemaal uit de top tien. Maar er is hoop: vorig seizoen nestelden de Fransen zich op een zevende plaats en sinds een tweetal jaren steken er heel wat talenten de kop op: Tony Gallopin was in 2013 de beste in de Clásica San Sebastián, Warren Barguil en Kenny Ellisonde (beiden pas 22) wonnen ritten in de Vuelta, Romain Bardet (23) werd 15e in de Tour, Thibaut Pinot (23) eindigde als 7e in de Vuelta, nadat hij in 2012 al een Tourrit won, en ook sprinters Nacer Bouhanni (23), Bryan Coquard (21) en Arnaud Démare (22) lieten zich al gelden, die laatste met onder meer zeges in de Vattenfall Cyclassics en in etappes van de Ronde van Zwitserland, de Eneco Tour en onlangs in de Ronde van Qatar. De Franse wielerfederatie wil het daarbij niet laten en ontvouwde onlangs het plan om een nieuwe profploeg op te richten, op dezelfde leest geschoeid als het Britse Team Sky. De ploeg, waarvoor men nog op zoek is naar sponsors, zou er moeten komen tegen 2016 en moet draaien op een jaarbudget van 25 miljoen euro (20 miljoen van één geldschieter, 5 miljoen van andere partners). Het doel: met een Franse renner op termijn de Tour winnen en medaillekandidaten (m/v) produceren voor Olympische Spelen en WK's over alle wielerdisciplines: weg, piste, BMX en mountainbike. Dat zou het grote verschil zijn met Team Sky, dat als een aparte entiteit binnen de Britse wielerpiramide opereert. Uitvalsbasis van het Franse project wordt de gloednieuwe Vélodrome National in Saint-Quentin-en-Yvelines, een voorstad van Parijs. Oorspronkelijk gebouwd met het oog op de kandidatuur van Parijs voor de Olympische Spelen van 2012, die uiteindelijk naar Londen gingen. Kostprijs: 68 miljoen euro, inclusief wielerbaan, BMX-piste en de nieuwe kantoren van de Franse wielerbond. Het moet de wielerversie worden van de vermaarde nationale voetbalacademie van Clairefontaine, die in 1988 de deuren opende en tientallen Franse topvoetballers kneedde. Afwachten of dat ook in het Vélodrome National lukt. DOOR JONAS CRETEUR