1. Je gaf in je speech voor de aspirant-scheidsrechters zelf aan dat je op je achttiende eigenlijk met de arbitrage begonnen bent omdat je onvoldoende was als voetballer. Het was dat of sportjournalist?

"Haha! Om eerlijk te zijn heb ik dat op een bepaald moment echt overwogen. Engels was mijn favoriete vak op school, ik schreef graag. Maar uiteindelijk heeft mijn andere ambitie het gehaald: politieagent worden. Pas in 2008 ben ik trouwens fulltime scheidsrechter geworden. Op mijn twaalfde dacht ik zoals ieder jongetje ooit echt kans te maken om profvoetballer te worden. Ik was een potige centrale verdediger.
...

"Haha! Om eerlijk te zijn heb ik dat op een bepaald moment echt overwogen. Engels was mijn favoriete vak op school, ik schreef graag. Maar uiteindelijk heeft mijn andere ambitie het gehaald: politieagent worden. Pas in 2008 ben ik trouwens fulltime scheidsrechter geworden. Op mijn twaalfde dacht ik zoals ieder jongetje ooit echt kans te maken om profvoetballer te worden. Ik was een potige centrale verdediger. "Tot mijn vader - zelf een scheidsrechter - met het voorstel kwam om een cursus voor scheidsrechters mee te volgen. Ik was niet meteen enthousiast, want scheidsrechters waren in mijn ogen oude, kale mannen. Net wat ik nu geworden ben dus. (grijnst) "Ik ben nog lange tijd zelf blijven voetballen, elke zondagochtend met de vrienden. In de namiddag floot ik dan een jeugdmatch. En op zaterdagnamiddag ging ik naar mijn plaatselijk team kijken: Rotherham United. Voetbal domineerde en domineert nog steeds mijn leven." "Dat is ook zo. Zeker omdat je in die beginperiode niet veel ervaring hebt en je nog vaak fouten maakt. Dat maakt je kwetsbaar. Als jonge scheidsrechters fysiek aangevallen worden (zoals de jongste weken in Nederland en België gebeurde, nvdr), raak je een pak kandidaten kwijt. Ik hoorde van de KBVB dat er zich jaarlijks zo'n 800 nieuwe rekruten aanmelden, maar dat bijna de helft kort daarna weer afhaakt. Omdat ze denken: laat maar, ik kies wel voor een makkelijker bestaan." "De eenzaamheid. Zelfs ik ervaar dat nu nog steeds: ook wanneer ik in een stadion met 70.000 toeschouwers sta, voel ik me soms erg eenzaam. In het topvoetbal heb je gelukkig een communicatiesysteem waardoor je kan spreken met je assistenten, zij fungeren als klankbord en daardoor voel je je gesteund. Erg belangrijk." "Er moet toch een duidelijke lijn zijn tussen de officials en de spelers. Anderzijds is communicatie tussen beide partijen even belangrijk. Omdat de beslissingen die ik neem zelden zwart of wit zijn. Het zijn vaak beslissingen die de helft van de mensen juist vindt, en de andere helft fout. Je zit dus constant in een grijze zone. "Als je met de spelers goed overeenkomt, kan je dan tenminste uitleggen waarom je een bepaalde beslissing nam. Het hangt ook wat van de wedstrijd af. Er zijn momenten dat je de dialoog kunt zoeken en jezelf openstellen, maar soms moet je echt leiding nemen en baas spelen. Als je in woelige wateren verkeert, moet je de kapitein op het schip zijn. En soms zijn er andere matchen dat je op rustige wateren vaart en gezellig een kopje koffie kan drinken met de passagiers." "Het kan wel helpen als je er streng uitziet, maar het betekent niet dat je niet succesvol kan zijn zonder die imposante look. Wat je zegt met je ogen en je persoonlijkheid speelt een veel grotere rol. Neem Frank De Bleeckere: geen imposante verschijning, maar hij had als scheidsrechter iets sereens over zich. Spelers vertrouwden hem. Maar meer nog dan groot en sterk, moet je conditioneel fit zijn. Alleen al daarmee dwing je respect af bij de spelers. Je moet hen tonen dat je op hun niveau zit en op dat veld hoort. En als je korter bij de acties zit, geloven de spelers je ook meer." "In de Premier League gaat het spel sneller op en af. Champions League is een beetje makkelijker om te leiden, omdat het minder negentig minuten intens is. Ook het argument dat je in de Premier League vaak dezelfde ploegen en spelers tegenkomt, zorgt voor wat meer geladenheid." "Natuurlijk! En wij zijn de gelukkigen die het beste plaatsje in het stadion hebben. Soms is de wedstrijd lastig en dan geniet je er minder van, maar de beste match die ik ooit leidde, was drie jaar geleden tussen Arsenal en Liverpool, die eindigde op 4-4. Arsjavin scoorde vier keer voor Arsenal. Een boeiende wedstrijd waarin ik toch amper acht overtredingen moest fluiten. Prettig." "Dat is niet makkelijk. Wij lezen ook kranten en kijken ook televisie... Dat moet trouwens om je goed voor te bereiden. Ik kijk naar hoe ploegen spelen, wie de geschorsten en geblesseerden zijn, wie er aan de aftrap verwacht wordt. Dat is een dunne lijn: je moet voorbereid zijn, en toch mag je niet bevooroordeeld zijn. Ik mag geen rekening houden met bepaalde reputaties. Zoals een speler die graag neergaat na contact. Ik mag daar niet aan denken want net dan ga ik verkeerde beslissingen nemen." "Dat EK was mijn eerste grote toernooi, het was een eer. Maar de bedreigingen na die match waren minder leuk natuurlijk. Vooral omdat mijn familie erbij betrokken werd. Zij hebben daarvoor niet gekozen, dit leven was mijn keuze. Echt bang was ik niet, eerder ongemakkelijk. Uiteindelijk redeneerde ik dat het maar een kleine minderheid was die zo reageerde. In zulke situaties moet je vertrouwen hebben in de mensen rondom je. De UEFA heeft dat ook heel goed aangepakt toen. Ze boden me veel steun. "Ik heb toen ook met mijn vrouw overlegd over het feit of ik het toernooi moest verlaten en vroeger naar huis zou komen. Maar zij vond dat ik moest blijven." "We weten dat het een gevaar is. De UEFA en de FIFA nemen dat heel serieus. Op een seminarie van de FIFA ging het onlangs nog over omkoping: hoe wij zulke situaties kunnen herkennen en hoe we daarmee moeten omgaan. Sommige mensen in de voetballerij zijn nu eenmaal aanlokkelijke doelwitten voor malafide personen: de scheidsrechters horen in die categorie. Maar in die 23 jaar dat ik nu scheidsrechter ben, heb ik er nooit rechtstreeks mee te maken gehad." DOOR MATTHIAS STOCKMANS"Mijn beslissingen zijn zelden zwart of wit."