A diós. Vaarwel. In het Spaans betekent het letterlijk 'tot bij God'. Het is een schrijnend afscheidswoord voor iemand die zelf bij leven God werd genoemd en dat soms ook een beetje was in 't diepst van zijn gedachten. De voorbije week was het te zien op spandoeken, T-shirts en voorpagina's van kranten: D10S, de combinatie van het woord Dios en het nummer 10 van Diego Armando Maradona.
...

A diós. Vaarwel. In het Spaans betekent het letterlijk 'tot bij God'. Het is een schrijnend afscheidswoord voor iemand die zelf bij leven God werd genoemd en dat soms ook een beetje was in 't diepst van zijn gedachten. De voorbije week was het te zien op spandoeken, T-shirts en voorpagina's van kranten: D10S, de combinatie van het woord Dios en het nummer 10 van Diego Armando Maradona. Van zodra hij werd opgebaard in het presidentiële paleis van Buenos Aires, stroomde de massa toe. Uren stonden ze aan te schuiven, rijen dik, in een sliert van mensen die aangroeide tot drie kilometer. Overal het hemelsblauw van La Albiceleste, de nationale ploeg, en het donkerblauw met geel van Boca Juniors. Er werd gebeden, gezongen en gehuild. Voor het oog van de camera's vielen twee grijzende mannen elkaar jammerend in de armen, de ene met een shirt van Boca, de andere met eentje van River Plate, de erfvijand, die deelt in de rouw omdat Maradona de clubkleuren ver overstijgt. Maradona is Argentinië. De luchtbeelden deden denken aan de dagen na de dood van koning Boudewijn in 1993, toen zich ook een immense rij van mensen door de straten slingerde, wachtend op die enkele seconden in de nabijheid van het overleden icoon. Al zal er bij Maradona niet snel om een heiligverklaring geroepen worden, want zoals een wat oudere dame tussen de rouwenden het uitdrukte: hij verenigde al het goede en al het slechte in zich. Het lied Don't cry for me, Argentina uit de musical Evita, is evenveel op zijn lijf geschreven als op dat van Eva Perón: ' all through my wild days, my mad existence'. Zo was het inderdaad. Maar er zijn meer gelijkenissen, daarover zo meteen meer. Misschien dat Maradona net vanwege die onvolmaaktheid zo populair geworden en gebleven is: hij is een held van het volk, dat zich niet alleen laaft aan zijn geniale talent, maar zich ook herkent in zijn gebreken, zijn faalbaarheid, zijn narcisme. Alsof Maradona ons een troostende spiegel voorhoudt: het is oké om menselijk te zijn, zelfs al ben je goddelijk. Zijn oude strijdmakker Jorge Valdano vertelde onlangs hoe doodstil het was in de kleedkamer voor de WK-finale van 1986 tegen Duitsland, tot Diego op zijn moeder begon te roepen omdat hij bang was. Meteen voelde iedereen zich opgelucht, want als Diego al bang was, dan was het niet zo gek dat zij dat ook waren. Prompt voelden ze zich één, ze sloegen de handen in elkaar en klopten de Mannschaft met 3-2. Net als Evita, de immens populaire maar jonggestorven echtgenote van president Juan Perón, was Maradona van zeer bescheiden komaf. Zijn vader Diego ' Chitoro' was schipper op de delta van de Paraná. Hij verhuisde naar Buenos Aires waar zijn vrouw Dalma ' Tota', die huishoudster was, bij familie woonde. Toen die familie verhuisde, moest Chitoro voor zijn gezin een woning bouwen in de sloppenwijk Villa Fiorito, met weggeworpen bakstenen en metalen platen. Het gezin kreeg eerst vier dochters en dan drie zonen, van wie Diego Armando de oudste was. Samen met zijn jongere broers Hugo en Raúl leerde hij voetballen in de potreros, de kleine harde veldjes in de sloppenwijken, waar het soms ruig aan toe ging en je vooral snel, technisch en streetwise moest zijn om te overleven. Maradona noemde zichzelf cabecita negra, zwartkopje, de term die door Perón gebruikt werd voor kinderen uit gemende huwelijken, autochtoon en Italiaans. Chitoro behoorde tot de Guaraní, terwijl Tota Italiaanse roots had. Beiden waren trouwens overtuigde peronistas, de foto's van Juan en Evita Perón hingen in hun schamele huisje aan de muur. Elektriciteit of stromend water hadden ze niet. De kleine Diego probeerde wat centen bijeen te schrapen door taxideuren open te houden, de folie van pakjes sigaretten te verzamelen en rommel te verkopen. Een moment uit zijn kindertijd dat hem altijd is bijgebleven, is zijn val in een beerput toen hij nog een kleuter was. Zijn oom Cirilo die in paniek kwam aangelopen om hem eruit te trekken, schreeuwde hem toe: ' Diegito, hou je hoofd boven de stront!' Die zin bleef in Maradona's hoofd resoneren als een mantra, die hij opdreunde in de moeilijke momenten van zijn leven. Daar in de sloppenwijk Villa Fiorito werd de populariteit geboren van de volksjongen die zich wist te ontworstelen aan de armoede, maar die altijd een beetje bezit bleef van dat volk. Een moeilijke jeugd, een glamoureuze klim naar de top en dan een pijnlijke val, het maakt de magie uit van figuren als Maradona, maar ook van een Mike Tyson of dichter bij huis een Eric De Vlaeminck. Of André Hazes, die precies die volksaard in smartlappen bezong. Het was ook geen toeval dat uitgerekend Jean-Marie Pfaff in alle tv-studio's over zijn vriend Diego mocht komen vertellen, Pfaff die zelf in een woonwagen opgroeide, zich opwerkte from zero to hero maar diep vanbinnen altijd een beetje die patjalder bleef. En dan word je, zoals Maradona, af en toe te kijk gezet. En daarbij altijd die hunkering, het verlangen om graag gezien te worden, en tegelijk een verstikkende verlatingsangst. Geen treffender woorden om dat te beschrijven dan die waarmee Evita zich in de musical tot het volk richt: ' I love you and hope you love me. ' Wanneer Diego als kind naar school gaat, houdt hij onderweg een sinaasappel, een prop krantpapier of een bundel vodden hoog alsof het een bal is. Hij is zo getalenteerd dat ze bij de eerste club waar hij zich aandient niet geloven dat hij amper acht jaar is. Ze denken dat hij ouder is en ondervoed. Wanneer ze zijn identiteitskaart zien, sturen ze hem meteen naar een dokter voor pillen en spuiten om hem sterker te maken. De eerste kiemen van drugmisbruik worden daar al gelegd. Samen met zijn vriendje Goyo Carrizo, die negen dagen ouder is dan hij, gaat Diego voor het jeugdteam van eersteklasser Argentinos Juniors spelen, bijgenaamd Los Cebollitas, de ajuintjes. Hij is net geen zestien wanneer hij al in de eerste ploeg gedropt wordt als de jongste speler ooit in de Argentijnse hoogste afdeling. Zijn stijl is dan al vintage Maradona: kappen en draaien op de vierkante centimeter, dribbels, sleepbewegingen en plotse versnellingen vanuit zijn geblokte dijen. Het is het voetbal van de potreros. Hij dolt met zijn grotere en sterkere tegenstanders. Hij streelt, koestert en wiegt de bal en de bal laat zich dat welgevallen. De affectie is wederzijds. Geen moment wijkt de bal van Maradona's voet, ze hebben elkaar onvoorwaardelijk lief. Een van zijn idolen in die jonge jaren is een Noord-Ier met een even warrige zwarte haardos en verterende passie: George Best. Hij kan dan nog niet vermoeden dat hij net als de vedette van Manchester United ten onder zal gaan aan alcohol en - o wonderlijk toeval - ook op 25 november overlijden. Al na enkele minuten in zijn maidenmatch met Argentinos Juniors speelt Maradona de bal door de benen van Juan Cabrera, een panna waar een foto van bestaat die de wereld rondgaat. De naam van Maradona is dan al op ieders lippen. De koosnaam die doña Tota ooit bedacht voor haar frêle oudste zoon, wordt snel gemeengoed: La Pelusa, Pluisje. Het Argentijnse volk ziet in Diego Maradona een Messias. Het zijn barre tijden voor het Zuid-Amerikaanse land. In 1976 pleegt generaal Jorge Videla een staatsgreep en zijn militaire junta voert een schrikbewind. Tienduizenden burgers worden gevangengezet en gemarteld of verdwijnen gewoon zonder dat iemand nog van hen hoort. Het contrast met de jaren van Perón is groot. Het volk zoekt afleiding en troost, en het vindt Maradona. Geboren in een stal, vereerd door de paupers en gefêteerd door de koningen der aarde, zoals een echte Verlosser betaamt. Enkele maanden na zijn debuut bij Argentinos Juniors, in februari 1977, mag Maradona een eerste keer meedoen met de nationale ploeg. Het zal een hele tijd bij dat ene optreden blijven, want bondscoach César Luis Menotti vindt hem nog te jong en laat hem uit de selectie voor het WK'78 dat in Argentinië plaatsvindt. De junta van Videla wil met dat omstreden WK zijn bewind legitimeren. Argentinië pakt goud na een 3-1-zege tegen Nederland in de finale. Voor Maradona is het evenwel een eerste grote teleurstelling in zijn carrière. Een jaar later voert hij wel de Argentijnse U20 aan die op het WK in Japan de finale winnen tegen de Sovjet-Unie. Pluisje scoort op dat toernooi zes keer in zes matchen. Na vijf jaar en 166 wedstrijden, waarin hij 116 keer de netten bol zet, verlaat Maradona in 1981 Argentinos Juniors voor de club van zijn dromen, Boca Juniors. Hij is dan al drie keer topschutter en drie keer Voetballer van het Jaar geweest. Zijn naam en faam groeien nog verder en na één seizoen Boca is het al duidelijk dat hij richting Europa zal trekken. Op de vooravond van het WK'82 in Spanje telt FC Barcelona een miljard peseta's voor hem neer (ongeveer 8 miljoen euro), een gigantisch bedrag in die tijd. Tussen Maradona en Spanje zal het nooit grote liefde worden. Het wereldkampioenschap is een afgang. Argentinië verliest de openingsmatch tegen België door de legendarische goal van Erwin Vandenbergh en gaat er in de tweede groepsronde uit na een 1-3-nederlaag tegen aartsrivaal Brazilië. Vijf minuten voor tijd plant Maradona zijn studs in de buik van Batista en mag hij opkrassen. In die gemene trap is de frustratie zichtbaar die zich stilaan in dat kleine lijf begint op te hopen. Twee jaar Barça maakt dat alleen maar erger. Het eerste seizoen loopt hij hepatitis op, wat hem drie maanden aan de kant houdt. Toch schenkt hij op 26 juni 1983 de Catalanen een memorabele uitzege bij Real Madrid. Hij krijgt daarbij een ovatie van heel Bernabéu. Maar dit zijn de jaren 80, waarin spitsen vogelvrij zijn, er geen VAR bestaat en verdedigers genadeloos gebruikmaken van alle mogelijke middelen om een aanval tot staan te brengen. Maradona is een geliefkoosd doelwit. De Argentijn mag dan al slalommen en springen om het vege lijf te redden, met de regelmaat van een klok belanden voeten, knieën, ellebogen en vuisten op alle delen van zijn lichaam. Soms grijpen de refs in, vaak laten ze begaan. Op 24 september 1983 haalt Andoni Goikoetxea, de beenhouwer van Bilbao, het slagersmes boven. Zijn vliegende tackle raakt Maradona achter op de kuit. De linkerenkel van Pluisje breekt - zoals hij het later zal beschrijven - 'met het geluid van een krakende tak'. Goikoetxea komt ervan af met een gele kaart. Weer staat Maradona maanden aan de kant. Hij verdooft de pijn, de frustratie en de eenzaamheid met drank en drugs. Er is een junk in de maak. Aan het eind van dat seizoen 1983/84 speelt Barcelona de bekerfinale tegen kampioen Athletic Bilbao. Die wedstrijd van de schande betekent het einde van Maradona in Spanje. Goikoetxea, die er prat op gaat dat hij de schoen waarmee hij Maradona's enkel vernielde, thuis in een glazen kastje bewaart, pakt de kleine Argentijn opnieuw hard aan. De andere Basken doen vrolijk mee en maken bovendien heel de wedstrijd racistische opmerkingen over Diego's vader. Kort voor het einde, bij een 1-0-stand voor Bilbao, knapt er iets in Maradona. Hij komt neus aan neus te staan met Miguel Sola. De Bask maakt een beledigend gebaar, Maradona geeft hem een kopstoot. Het is de lont in het kruitvat. Voor de ogen van miljoenen tv-kijkers en van koning Juan Carlos, die zoals gebruikelijk de finale van zijn Copa del Rey bijwoont, ontstaat een gevecht in regel. Vuistslagen, ellebogen en karatetrappen vliegen over en weer. Maradona en Goikoetxea vormen andermaal het epicentrum van de schok, die eindigt met zestig gewonden onder spelers, stafleden, officials en persfotografen. De beenhouwer van Bilbao krijgt achttien weken schorsing, later gereduceerd tot zeven. Voor Maradona is er geen plaats meer in Barcelona. Maar ook niet bij een andere topclub. Geen enkele Europese grootmacht wil of durft het nodige geld op tafel te leggen om de Argentijn aan te trekken. En plots is daar SSC Napoli, dat net elfde geworden is in de Serie A. Een middenmoter, in het beste geval een subtopper. Over de Napolitaanse jaren van Diego Maradona maakte de Engelse regisseur Asif Kapadia een beklijvende documentaire. Elders op deze pagina's kun je verhalen uit La Gazzetta dello Sport lezen over die periode, waarin Maradona allicht de top van zijn kunnen bereikt. Dat Napoli voldoende lires bij elkaar krijgt om de speler over te nemen van Barcelona, dankt het vermoedelijk aan de Camorra, de Napolitaanse maffia. In de jaren die volgen zullen de voetballer en de misdaadorganisatie heel wat een-tweetjes uitwisselen. Vooraleer Maradona met Napoli echt hoge toppen kan scheren - in 1985 wordt de club achtste, in 1986 al derde - beleeft hij zijn absolute hoogtepunt op de Mundial in Mexico. Waarschijnlijk heeft geen enkel land zijn wereldkroon zozeer te danken aan één voetballer dan Argentinië in 1986. Hele katernen zijn er volgeschreven over de kwartfinale tegen Engeland, waarin Maradona eerst met een handsbal scoort en luttele minuten later alle monden doet openvallen met de mooiste goal die ooit op een WK werd gemaakt, een zestig meter lange solo langs zes, zeven amechtige standbeelden van de Engelse ploeg. In de halve finale tegen België scoort Pluisje weer tweemaal, de tweede na een onstuitbare reeks dribbels. Het ontlokt tv-commentator Rik De Saedeleer de uitspraak: 'Het is niet eerlijk als je zo iemand in je ploeg hebt dat je er nog tien anderen bij krijgt.' Als wereldkampioen begint Maradona bij Napoli pas echt aan zijn triomftocht. Napels is voor hem een tweede Argentinië. Hij warmt er zich opnieuw aan de liefde van een volk, hij is weer een Verlosser. Sinds jaar en dag voelt de Italiaan uit het zuiden zich achtergesteld tegenover die uit het noorden. Het noorden heeft de rijkdom, de industrie, de welstand. Napolitanen trekken erheen om als arbeiders in de fabrieken te werken. Dat klassenonderscheid weerspiegelt zich in het voetbal, waar de trofeeën naar de clubs uit Milaan en Turijn gaan, en af en toe eens naar Rome. Maradona schenkt Napels trots en glorie. Hij maakt de blauw-witten kampioen in 1987 en nog eens in 1990. Tussendoor wint Napoli de Italiaanse beker en in 1989 de UEFA Cup, tegen Stuttgart. In de halve finale gaat Bayen München voor de bijl, een duel dat beroemd geworden is door de opwarming van Maradona, die met losse veters de bal minutenlang jongleert op de tonen van het nummer Live is life van de Oostenrijke band Opus. ' When the feeling of the people is the feeling of the band', zingt Opus. De club is het volk. De stad Napels danst op het swingende voetbal van SSC Napoli. Maradona is God. Maar hoe gaat het met Diego? Terwijl hij zich gekoesterd voelt door de Napolitaanse tifosi en hij geëmotioneerd vertelt dat hij een idool wil zijn voor de arme kinderen in Napels omdat hij zelf ook zo'n straatschoffie was, geraakt hij steeds meer verstrikt in het web van de Camorra. Die overlaadt hem met alles wat zijn hart begeert. Zondag na de match begint een driedaagse van feesten, drank, drugs en vrouwen. Vanaf woensdag zweet hij dat uit, zodat hij in het weekend weer klaar is voor een volgende match. Het is een leven dat niet kan blijven duren, zijn lichaam geraakt zowel op als naast het veld uitgeput en daarvoor is weer nieuwe balsem nodig - het is een vicieuze cirkel. Zijn entourage weet waarop ze moet letten: dat niet alleen de sporttas maar ook de 'medicatietas' voortdurend in de buurt is. Niet alleen Maradona's lichaam geraakt overbelast. De psychische druk neemt ook alsmaar toe. In 1988 zegt hij: 'Ik heb vier jaar calcio in de benen, maar vijftien jaar in het hoofd.' De liefde van het volk gaat gepaard met onmenselijke verwachtingen en de pers jaagt hem op als wild. Bekijk beelden uit die periode: waar Maradona verschijnt wordt hij omstuwd door cameraploegen en fotografen, het is een claustrofobisch, angstaanjagend schouwspel. In de film van Kapadia hoor je hem in alle eenvoud zeggen: 'Ik wil alleen maar Maradona zijn.' Het lijkt onheil af te roepen, want een vriend beweert in een ander fragment: 'Met Diego wil ik naar het eind van de wereld gaan, met Maradona wil ik nog geen stap zetten.' De voetballer is zichzelf aan het verliezen. Hij heeft zichzelf moeten afstaan aan het publiek, de pers, de media en de maffia en zou zichzelf nooit meer terugkrijgen. Na enkele jaren Napels wou hij soms liever alleen nog maar Diegito zijn, de jongen uit Villa Fiorito. ' Es dura la caída', zingt de Argentijnse muzikant Fito Páez in zijn lied Tiempo a tiempo. De val is hard. Zeker als je van hoog valt. In 1990 maakt Maradona Napoli een tweede keer kampioen. Geen twee maanden later, op het WK, staan gastland Italië en Argentinië tegenover elkaar in de halve finale en die wordt gespeeld uitgerekend in Napels. Maradona heeft zijn stadsgenoten opgezweept: als Italië altijd neergekeken heeft op Napels, laat Napels zich dan nu afkeren van Italië. Het is kiezen tussen vaderland en God en velen kiezen voor God. Wanneer Maradona tijdens de wedstrijd wordt uitgefloten door een deel van het thuispubliek, keren veel tifosi van Napoli zich van de Azzurri af. Argentinië haalt het na strafschoppen, maar verliest vervolgens de finale tegen Duitsland (0-1). Italië is gebroken. Maradona is een twistappel geworden. De Camorra trekt zijn handen van hem af en dekt zijn druggebruik en andere uitspattingen niet langer toe. Hij wordt betrapt op cocaïne, live voor de tv-camera's gearresteerd en voor vijftien maanden geschorst. Daarmee valt eigenlijk het doek over zijn carrière. Hij moddert nog enkele seizoenen aan bij Sevilla en het Argentijnse Newell's Old Boys, waar hij fit probeert te geraken voor het WK'94 in de VS. Tijdens dat WK wordt hij opnieuw betrapt op cocaïne en naar huis gestuurd. Na twee seizoenen bij zijn oude club Boca Juniors houdt hij het voor bekeken. De drugs hebben duidelijk hun tol geëist. Maradona zwelt op, krijgt mentale problemen en zijn hart begeeft het een paar keer bijna. Jarenlang zwerft hij van de ene kliniek naar het andere afkickcentrum. In 2000 verhuist hij voor enkele jaren naar het Cuba van de door hem bewonderde Fidel Castro. Die zal trouwens in 2016 overlijden op - jawel - 25 november. God heeft soms vreemde humor. In die jaren coacht Maradona nog enkele clubs, omdat hij er boven op zijn salaris gratis adoratie of drugs bij krijgt. Nog één keer veert hij op, wanneer hij in 2010 Argentinië leidt op het WK in Zuid-Afrika. Het wordt geen succes. Vanaf dan gaat het steeds verder bergaf, al laat hij zich nog gewillig opvoeren bij publieke gelegenheden. In de tv-show van Raffaella Carra trapt hij in zijn spannende kostuum balletjes met andere gasten, een logge beer die danst en zich aanstelt voor wat aandacht. Want tot het einde, tot die laatste gênante verjaardag op 30 oktober, toen hij zelfs nog amper kon lopen en de nakende dood van zijn gezicht viel af te lezen, genoot hij daarvan, hunkerde hij ernaar. ' I still need your love after all that I've done', zingt Evita. De huilende en zingende mensenmassa in de straten van Buenos Aires, het vuurwerk in Napels, de rouwberichten en eresaluten op de sociale media: ze maken allemaal duidelijk dat hij wat die liefde betreft op beide oren mag slapen.