"Zolang je geen schoolgaande kinderen hebt", zegt hij, "gaat dat nog, maar eens ze schoolplichtig zijn, moet je ze bijna aan hun lot overlaten en alleen met hun huiswerk naar boven sturen, terwijl jij beneden in het café de klanten bedient. Mijn vrouw gaat nog wel buitenshuis werken. Thuis ben ik het die nu de was, plas en strijk doe.
...

"Zolang je geen schoolgaande kinderen hebt", zegt hij, "gaat dat nog, maar eens ze schoolplichtig zijn, moet je ze bijna aan hun lot overlaten en alleen met hun huiswerk naar boven sturen, terwijl jij beneden in het café de klanten bedient. Mijn vrouw gaat nog wel buitenshuis werken. Thuis ben ik het die nu de was, plas en strijk doe."Ik heb het geluk gehad dat ik na mijn periode bij RWDM bij twee clubs terechtgekomen ben die heel goed betaalden, waardoor ik toch nog wat opzij kon zetten. Op Anderlecht na kon ik naar nagenoeg elke Belgische eersteklasser. Maar Lierse had veruit het meeste te bieden. Pas gepromoveerd uit tweede en heel ambitieus. Het was de ploeg met de Joegoslaven Zovko en Miljanovic, met Marc Fierens, Pascal Bovri en Frank Schmöller. Jongens als Nico Van Kerckhoven en Dirk Huysmans stonden toen ook geregeld in het eerste elftal. "Helaas heb ik er de eerste twee jaar door een knieblessure niet al te veel kunnen spelen. Nadien ging ik naar Kapellen in derde klasse. Met Stany Gzil als trainer en bouwmagnaat Jos Van Wellen als voorzitter. Ik kon gerust in eerste klasse blijven voetballen maar bij Kapellen kon ik heel goed verdienen en op mijn leeftijd, ik was toen vooraan in de dertig, gaf het geld echt wel de doorslag. Voor je het weet ,kan je carrière afgelopen zijn. Helaas is het me niet gelukt met Kapellen de stap naar tweede te zetten. Later zijn ze daar wel in geslaagd." Mijn beste tijd kende ik ongetwijfeld bij RWDM. Toen ik er aankwam speelde Maurice Martens er zelfs nog. Doelman Jan Ruiter ook, net als Franky Van der Elst en René Desaeyere. Een goeie ploeg en een club met een heel goeie sfeer. Dat gaf de doorslag bij mijn keuze. Ik testte eerst bij Standard, ging zelfs mee op verplaatsing voor een wedstrijd van de zomerbeker, maar uiteindelijk vond Raymond Goethals me niet goed genoeg. Nadien had ik de keuze tussen Club Luik en RWDM. Luik had financieel meer te bieden, maar de familiale sfeer in Molenbeek sprak me meer aan. Een keuze die ik me geen seconde beklaagd heb. Ik groeide er echt uit de lieveling van het publiek. Zelfs al trapte ik naar de cornervlag in plaats van op doel, dan nog applaudisseerde het publiek. Ik kon echt niks verkeerds doen. "RWDM was echt een club naar mijn hart. Ik toefde ook vaak onder de supporters en dat werd enorm geapprecieerd. Tja, die fanfare, die speelde een hele wedstrijd lang zonder ophouden. Wij spelers stoorden ons daar helemaal niet aan, integendeel. Eigenlijk hoorde je ze op den duur niet meer, maar zonder zou het toch anders geweest zijn. Toen ik er na zes jaar vertrok, had iedereen de krop in de keel. Onze zoon gaat weg, zegden ze. Maar om financiële redenen moesten ze mij wel laten gaan. Het water stond hen tot aan de lippen en ze konden nog aardig wat vangen aan mijn transfer naar Lierse. "Ik heb nog altijd een heel erg goeie band met de club. Ik hoef maar te bellen en de kaartjes liggen klaar. Ja, af en toe ga ik nog eens. Ik zie dan nog wat jongens van vroeger met wie ik ook nog zaalvoetbal speel in de veteranenploeg van RWDM, zoals Patrick Thairet en Wawa Lambic. Maar helaas komt er nu nog minder volk kijken dan vroeger. In onze tijd zat er amper zesduizend man, nu misschien nog de helft. Toch hoop ik dat RWDM zich redt, net zoals ik hoop dat KV Mechelen opnieuw promoveert." Plots mengt vrouw Sonja zich in het gesprek : "Dat zegt hij om mij een plezier te doen. Ik ben een echte fan van Malinois." "Als wij met RWDM tegen Mechelen speelden", zegt Hans, "zat Sonja uiteraard tussen de Molenbeekse spelersvrouwen, maar als Mechelen scoorde, begon ze te juichen, tot grote verbazing van de andere spelersvrouwen. "Toen ik nog bij FC Amsterdam speelde, ben ik overigens nog bij Mechelen gaan testen, samen met mijn een jaar jongere broer, maar hem moesten ze niet en dus ben ik ook niet gegaan. FC Amsterdam was een echte volksclub, net zoals het grote Ajax, waar ik als kind al naar opkeek. Ik kon er zelfs een contract ondertekenen, maar ik zou in een ploeg met Cruijff en co amper aan spelen toekomen en dus werd het FC Amsterdam. "Ajax speelde in de Meer, wij in het Olympisch stadion, weliswaar op de beste grasmat van Nederland maar voor amper drieduizend toeschouwers. En da's heel weinig in een stadion met zestigduizend plaatsen. Er heerste ook geen echte rivaliteit, daarvoor was het verschil te groot. Het was niet zoals Anderlecht en RWDM in de tijd. Het jaar dat ik uit Amsterdam vertrok, is de club uit het betaalde voetbal verdwenen. Ik ook inmiddels, al heb ik me nu toch weer laten overhalen om de eerste ploeg van tweede provincialer SK Heffen uit de nood te helpen. Ik speel er op de libero. We zijn nog lang niet zeker van het behoud. Neen, trappen krijg ik niet veel, toch veel minder dan in mijn tijd als aanvaller. Maar ik moet er zelf al wel eens een uitdelen."door Stefan Van Loock.,"Zelfs al trapte ik naar de cornervlag in plaats van op doel, dan nog applaudisseerde het publiek."