Het jaar is alweer goed begonnen voor Roger Federer. Twintigste grandslamtitel op de Australian Open, een tijdje opnieuw nummer één van de wereld en een reeks van zeventien opeenvolgende overwinningen, iets wat hem zelfs in zijn allerbeste (en jonge) jaren niet was gelukt. Maar het leven achter de schermen blijft slopend. Daags na zijn finale in Indian Wells, waar hij tegen Juan Martín del Potro zijn eerste nederlaag van het seizoen leed, stond hij 's morgens in alle vroegte op een luchthaventje in de Californische woestijn. Hij geeuwde. 'Amper vijf uurtjes kunnen slapen. Te weinig', zuchtte Federer, die door het onverwachte verlies in Miami tegen Thanasi Kokkinakis op de ranking door Rafael Nadal werd voorbijgestoken.
...

Het jaar is alweer goed begonnen voor Roger Federer. Twintigste grandslamtitel op de Australian Open, een tijdje opnieuw nummer één van de wereld en een reeks van zeventien opeenvolgende overwinningen, iets wat hem zelfs in zijn allerbeste (en jonge) jaren niet was gelukt. Maar het leven achter de schermen blijft slopend. Daags na zijn finale in Indian Wells, waar hij tegen Juan Martín del Potro zijn eerste nederlaag van het seizoen leed, stond hij 's morgens in alle vroegte op een luchthaventje in de Californische woestijn. Hij geeuwde. 'Amper vijf uurtjes kunnen slapen. Te weinig', zuchtte Federer, die door het onverwachte verlies in Miami tegen Thanasi Kokkinakis op de ranking door Rafael Nadal werd voorbijgestoken. Maar het leven ging verder. Zijn vrouw, Mirka, reisde met de vier kinderen meteen door naar het volgende toernooi, Federer vloog met zijn coach ( Severin Lüthi) en managementteam ( Tony Godsick en Alessandro Sant'Albano) in een privéjet naar Chicago, om er de tweede editie van de Laver Cup - Team Europe tegen Team World - te promoten. 'Een hectisch leven, ja, maar Roger ként geen ander leven', vertelde Godsick. De tenniskampioen had zich tijdens de vlucht van drie uur even afgezonderd in een gesloten slaapruimte, maar was na het officiële gedeelte van de promotour blij als een kind toen hij van Scottie Pippen een rondleiding kreeg in het United Center, de thuishaven van de Chicago Bulls (NBA) en Chicago Blackhawks (NHL). Alsof hij terug gesmeten werd in de tijd, toen hij als knaapje van 16 jaar dweepte met Pippen en Michael Jordan, zijn jeugdhelden die de Bulls in 1998 naar de laatste titel leidden. 'Hier krijg ik kippenvel van', stamelde de beste tennisser uit de tennisgeschiedenis. 'Wat een dag. We vertrokken tijdens zonsopgang en het weer was fantastisch. Hier, in Chicago, was het koud en er hing een totaal andere vibe. Maar net dat is zo mooi. Ik houd ervan. Echt waar. Ik houd er nog altijd van.' Als het over je successen gaat en hoe die later herinnerd zullen worden, zei je: 'Als ik 's morgens wakker word, dan denk ik daar niet aan.' Aan wat dan wel? Roger Federer: ' Hmmm. Ik wil eerst een koffie drinken en de kinderen zien. Normaal, zoals elk andere mens wellicht: wat staat er vandaag op het programma? Eenmaal ik op het veld sta, beheerst tennis mijn gedachten. 'Ik ben de nummer één van de wereld, de mensen zijn in mij geïnteresseerd.' Maar tennis en alles wat daar rond hangt, domineert mijn dagelijks leven niet.' Hoe ziet dat leven eruit als je in Zwitserland bent? Federer: 'Geen enkele dag is dezelfde. Als ik vakantie heb, dan is het ook écht vakantie en leven we van dag tot dag, van uur tot uur. Zonder planning. Heerlijk. Ik heb op televisie uren naar skiraces gekeken. En toen er goede skiomstandigheden werden aangekondigd, heb ik de twee jongens ( Leo en Lennart, de tweeling die in mei 2014 werd geboren, nvdr) op de skischool begeleid. Bij de meisjestweeling ( Myla Rose en Charlene Riva, geboren in 2009, nvdr) ligt dat moeilijker, zij zitten hoog in de bergen. Dan beperk ik me tot een rol als chauffeur. Ik probeer zoveel mogelijk tijd door te brengen met familie en vrienden. Samen genieten, een beetje weg zijn van de mensen en de wereld. 'Een tijdje geleden waren mijn vrienden, ouders, Mirka en Tony ( Godsick, zijn manager, nvdr) hoog in de bergen rond Lenzerheide aan het skiën. In plaats van thuis op hen te wachten, wilde ik absoluut samen lunchen. Een lekkere fondue, een paar glaasjes witte wijn... Dus ben ik zonder ski's naar boven gestapt. Ik vind skiën nochtans heel leuk, maar gewoon eventjes relaxen op het terras aan de skihut en erbij kunnen zijn, dat mis ik soms. Daarom was het zo'n mooie dag.' Welke skiër was je vroeger? Eentje die hield van de moeilijkste zwarte of buckelpistes, of koos je voor een rustige afdaling? Federer: 'Ik kon op de zwarte pistes uit de voeten, alleen heb ik nooit geleerd in diepsneeuw te skiën. Ik ging iets te traag naar beneden, waardoor het ook moeilijker is om te draaien. Ik kan vrij goed skiën, maar wellicht een beetje minder goed dan de gemiddelde Zwitser.' Het is verrassend om te zien hoe goed je met kinderen omgaat. Is dat een aangeboren talent of iets wat je hebt geleerd door zelf vader te worden? Federer: 'Ik ben altijd graag met kinderen samen geweest, maar het was anders om er plots zelf te hebben. Wanneer je met de kinderen van iemand anders bezig bent of speelt, dan zijn ze meestal blij om je te zien en goedgezind. Mijn kinderen zie ik ook als ze zich minder goed voelen. En, ik heb vastgesteld dat ze meer huilen als de ouders in de buurt zijn.' Welk gezelschapsspelletjes spelen de meisjes het liefst? Wellicht niet meer Mens-erger-je-niet, het populaire spel uit jouw kindertijd. Federer: 'Daar hield ik echt van. Ik speel graag Uno met hen. Of we knutselen, dat vind ik zelf ook leuk.' Op welke leeftijd moet een kind beginnen te trainen om proftennisser te kunnen worden? Federer: 'Moeilijk te zeggen. Mijn vrouw is pas op tien- of elfjarige leeftijd begonnen, wat ik extreem laat vind. Maar anderzijds kan je, nog voor je begint te tennissen, via andere spelletjes ook motorische vaardigheden en oog-handcoördinatie ontwikkelen. Ik was veel jonger toen ik mijn eerste tennisracket kreeg en op mijn achtste had ik mijn eerste toernooitje al gespeeld. Mirka moest toen nog beginnen, maar ze heeft het uiteindelijk ook gehaald.' (Z ijn echtgenote stond ooit 76e op de wereldranglijst, nvdr) Je speelde ook graag voetbal. Zou dat iets geworden zijn? Federer: 'Geen idee. In het beste geval was ik misschien een speler geworden die voor de ploeg nuttig kon zijn, maar meer? Ik heb nooit met links leren trappen en toen ik stopte - op mijn twaalfde -, had ik nog nooit een wedstrijd met grote doelen gespeeld.' Tennissers zijn echte nomaden. Heb je er geen probleem mee dat je na het einde van je carrière 250 dagen per jaar méér thuis zal zijn? Federer: 'Zeker niet. Ik kijk er zelfs naar uit. Ik ondervond dat al toen ik in 2016 meer dan een half jaar geblesseerd was. ( Federer had rugproblemen en werd aan de meniscus geopereerd, nvdr) Als ik zes weken na mekaar thuis was, dan kon ik alles netjes organiseren. Woensdag dit, donderdag dat... Maar toen ik onlangs het toernooi van Indian Wells ( midden maart, nvdr) speelde, was ik al bepaalde zaken voor april of nog later aan het regelen. Grappig eigenlijk. Ik zal altijd wel blijven reizen, maar ik kijk erg uit naar het moment dat ik meer tijd in Zwitserland kan doorbrengen.' Heb je bepaalde droombestemmingen voor vakanties in gedachten? Federer: 'Niet bepaald. Azië, Australië, Zuid-Afrika en misschien ook Zuid-Amerika: er is zoveel moois te zien. En ik zou graag door Europa reizen, met de bus of de auto. Echte roadtrips. Alleen heb ik geen idee hoe ons dat zal lukken. Ik zou die belevenissen graag met de kinderen delen, maar zij moeten dan weer naar school. Maar, geen stress: mijn dromen zijn al uitgekomen. Ik houd graag nog iets te goed.' Op welke droomlocatie heb je Mirka ten huwelijk gevraagd? Federer: 'Dat zeg ik liever niet. Zonder specifiek te zijn: het was er wondermooi en heel emotioneel.' Hebben jonge spelers het in vergelijking met jouw beginperiode moeilijker om hun weg in het profcircuit te vinden? Federer: 'Dat denk ik niet. De tour is beter georganiseerd omdat het nog groter is geworden, alleen wordt alles door de sociale media onder een vergrootglas gelegd. Ik denk dat wij, de topspelers, de jongeren goed opvangen. Ik geloof niet dat ze in de kleedkamer of de spelerslounge het gevoel krijgen dat ze niet welkom zijn. Als ik met die jonge gasten spreek, dan hoor ik meestal: 'We wisten niet dat het zo aangenaam zou zijn.' Mooi om te horen.' Zelfs als jonge speler waren je persconferenties na een match inhoudelijk van een goed niveau, waarvan nieuwkomers veel kunnen leren. Was je toen nooit zenuwachtig? Federer: 'Ja, hoor. Niet dat journalisten me lastige vragen stelden, maar ik werd toch vaak verkeerd begrepen. En het begon al met mijn naam: ik heb drie jaar duidelijk moeten maken dat het niet Ro-schee ( Franse uitspraak, nvdr), maar Rodger, op z'n Engels, was. Je wordt ook snel in een bepaald vakje gestopt: de leuke, de komische, de verlegen... Ik was in het begin ook soms zenuwachtig of verlegen, maar wel altijd eerlijk. De manier waarop ik overkwam, was hoe ik me voelde. Dat moet een les zijn voor de jongeren. Ze mogen niet naar een persconferentie gaan, een masker opzetten en denken: nu wordt het ernstig. Het is beter om ook daar plezier te maken.' Hoe doe je dat? Federer: 'Ik denk dat het helpt om af en toe ook een-op-een-interviews te doen. Tijdens persconferenties voel je je vaak alleen op de wereld. Één speler tegen 20, 50 of 100 journalisten, waardoor je - misschien onbewust of uit bescherming - zelf een bepaalde barrière creëert. Je moet vertrouwen hebben in jezelf, dat je niets zal zeggen waar je later spijt van krijgt. Maar ook dat heeft met ervaring te maken. Hoe ouder, hoe comfortabeler je je in zulke omstandigheden voelt.' Deel je journalisten in categorieën in: zij die alleen maar onzin schrijven en de andere, meer ernstige? Federer: 'In het begin bleef kritiek wel hangen en was ik soms boos, maar in Zwitserland hadden Martina Hingis en Patty Schneider meer problemen. Zij spraken, denk ik, nooit individueel met journalisten, wat hun moeilijke relatie met de media voor een deel verklaart. Anderzijds ga ik ook niet met iemand samenzitten om een carrière van 20 jaar te overlopen, wanneer ik die persoon niet aangenaam of cool vind. Op een bepaald moment heb ik me voorgenomen dat ik er geen aanstoot meer aan neem wanneer iemand mij bekritiseert. Ik neem het niet meer persoonlijk, omdat ik ook weet dat journalisten in sommige gevallen onder druk gezet worden door hun hoofdredacteur. Maar, toegegeven: dat is niet altijd gemakkelijk.' Onlangs zei je: 'Je bent maar zo goed als je laatste wedstrijd.' Daar had je vooraf over nagedacht? Federer: 'Dat was de inspiratie van het moment. En het is toch zo? Ik kan niet op het verleden teren. Die zin spreekt voor zichzelf.' Wanneer dacht je voor het laatst: als ik zo speel, dan houd ik er beter mee op? Federer: 'Één dag of één wedstrijd kan niet alles kapotmaken. Op het toernooi in Rotterdam had ik het heel moeilijk tegen Philipp Kohlschreiber. Misschien lag het aan zijn spel, misschien was ik minder goed. Maar omdat ik het zelf niet wist, had het ook geen enkele zin om die wedstrijd diep te analyseren. Dan zeg ik liever: 'We kijken hoe het morgen loopt.' De volgende dag had ik problemen met Robin Haase: was het de druk op opnieuw de nummer één te zijn? Geen idee. 'Laten we de volgende wedstrijd afwachten'. Tegen Andreas Seppi liep het een stuk beter, de finale tegen Grigor Dimitrov was geweldig. Niet te snel conclusies trekken, want iedereen heeft wel eens een slechte dag op het werk...' En als je, zoals in de finale tegen Dimitrov, een geweldige match speelt, denk je dan: op deze manier kan ik nog drie jaar doorgaan? Federer: 'Ook dat is gevaarlijk. Ik sprak daar voor het toernooi op Indian Wells over met Severin ( Lüthi, zijn coach, nvdr). Vorig jaar had ik er Rafael Nadal overdonderd. Ik sloeg op elke bal, alles lukte. Een superdag, maar dat is geen enkele garantie voor de volgende wedstrijd. Dat heb ik gemerkt toen ik in 2001, 19 jaar jong, in de vierde ronde op Wimbledon van Pete Sampras won. We vertrokken naar de Verenigde Staten en ik dacht: als ik op Wimbledon van Sampras kan winnen, dan kan ik iedereen kloppen. Gustavo Kuerten op gravel, anderen in de zaal... Zo werkt het niet. Elke dag is nieuw. Je moet jezelf elke keer weer motiveren, steeds opnieuw motiveren.'