Welke richting Club Brugge de komende weken ook wil inslaan, meer dan ooit moet het in deze tot bezinning uitnodigende eindejaarsperiode voor de spiegel gaan staan. Vier opeenvolgende nederlagen hebben van blauw-zwart een zwalpend schip gemaakt en een ongeschreven voetbalwet is het om in dat soort omstandigheden met de vinger naar de trainer te wijzen. Jacky Mathijssen zal de geschiedenis van Club Brugge niet ingaan als een man die accenten heeft gelegd. Hij schoof en puzzelde, kreeg geen lijn en structuur in het team, zette een grote mond op buiten het veld en paste met zijn soms snoeverige uitspraken al evenmin bij de eigenheid van Club Brugge als met zijn driftige optredens langs de zijlijn. Daar is Mathijssen een emotioneel kruitvat en brengt met zijn wilde gebaren geen rust in de ploeg.
...

Welke richting Club Brugge de komende weken ook wil inslaan, meer dan ooit moet het in deze tot bezinning uitnodigende eindejaarsperiode voor de spiegel gaan staan. Vier opeenvolgende nederlagen hebben van blauw-zwart een zwalpend schip gemaakt en een ongeschreven voetbalwet is het om in dat soort omstandigheden met de vinger naar de trainer te wijzen. Jacky Mathijssen zal de geschiedenis van Club Brugge niet ingaan als een man die accenten heeft gelegd. Hij schoof en puzzelde, kreeg geen lijn en structuur in het team, zette een grote mond op buiten het veld en paste met zijn soms snoeverige uitspraken al evenmin bij de eigenheid van Club Brugge als met zijn driftige optredens langs de zijlijn. Daar is Mathijssen een emotioneel kruitvat en brengt met zijn wilde gebaren geen rust in de ploeg. Jacky Mathijssen is als trainer zeker geen vernieuwer. Op cruciale momenten voedt hij zich aan de bron van de voorzichtigheid, waarmee de Limburger zich niet onderscheidt van de gemiddelde Belgische trainer. Tegen Kopenhagen begon hij met één specifieke spits aan de wedstrijd, in de hoop zo het noodzakelijke gelijkspel binnen te halen. De technisch knappe en beweeglijke Denen, van wie je mag aannemen dat ze voordien intensief werden gescout, namen het commando in handen en hadden na tien minuten al met 0-2 kunnen voorstaan. Toen dat doelpunt later toch viel, probeerde Club krampachtig iets terug te doen. Maar de aangeslagen ploeg vond het recept niet om de tegenstander te ontmantelen. Bovendien bleek de 1-4-nederlaag tegen Standard bij een aantal spelers traumatisch te hebben gewerkt: sommigen hadden schrik om de bal te vragen. Door de wedstrijd te ondergaan, werd het aangetaste zelfvertrouwen niet bepaald opgekrikt. Na de uitschakeling keerde een deel van het publiek zich tegen Jacky Mathijssen. Maar het probleem zit veel dieper dan dat. Club Brugge vond na het vertrek van Trond Sollied bij monde van sportleider Marc Degryse terecht dat het op power en loopvermogen geschoeide spel met verfijning moest worden overgoten. Maar in de pogingen om een nieuw elftal te bouwen, viel er niet echt een voetbalvisie te ontdekken. Club Brugge versleet vier trainers in drieënhalf jaar, evenveel als in de veertien seizoenen daarvoor. Dat botst met de stabiliteit en continuïteit die voorzitter Michel D'Hooghe zo koestert. Telkens weer werd er bij die wissels een frappante stijlbreuk doorgevoerd. Dat duidde op radeloosheid. Club Brugge mist, zo bleek de afgelopen weken op een schrijnende manier, balans en complementariteit. Er staat een verdediging met weinig opbouwend vermogen, er zijn geen aanspeelpunten in het middenveld er zijn nauwelijks tempowisselingen, en er is te weinig creativiteit. De resultaten camoufleerden dat nog in het begin van deze competitie, maar het voetbal was toen al bij momenten uiterst matig. Gelukkig kon Club vooraan rekenen op de bevliegingen van Wesley Sonck, al had niemand er vooraf mee rekening gehouden dat die zijn oude vormpeil nog zou terugvinden. Zo kon het gebeuren dat er tot voor drie weken nog niets aan de hand was: Club stond met anderhalf been in de volgende ronde van de UEFA Cup, de herfsttitel wenkte. Club Brugge moet zijn sportief beleid onder het vergrootglas leggen. De conclusie is dan hard, spijkerhard: er werden namen gekocht, veel meer dan na te gaan welke voetbalfilosofie er nu gevolgd zou worden. Het is fraai om in het begin van het seizoen met Ronald Vargas en Nabil Dirar twee voetballers met een actie aan te trekken, maar wat levert het op als je daarvoor andere concessies moet doen in het middenveld als je vooraan met twee spitsen wil spelen? Dan moeten er met Philippe Clement en Karel Geraerts twee controlerende middenvelders worden opgesteld, waarbij deze laatste (die na eindeloos lange onderhandelingen medio 2007 een lucratief vijfjarig contract kreeg) zijn sterkste wapen, de infiltratie, niet meer kan uitspelen. Binnen die specifieke veldbezetting is er geen draaischijf op het middenveld. Ivan Leko is de enige die met zijn inzicht en doorzicht deze rol eventueel kan vervullen, maar de Kroaat valt onherroepelijk door de mand als het tempo wat te hoog ligt. Het belette Club afgelopen zomer niet om het contract van deze koning van de vertraagde film met twee jaar te verlengen. Los daarvan zijn sommige nieuwe spelers bij Club Brugge al verplicht te lopen voor ze kunnen gaan. Met Ronald Vargas en Nabil Dirar kan nauwelijks individueel gewerkt worden omdat ze door interlandverplichtingen vaak weg zijn en hetzelfde geldt in mindere mate ook voor Joseph Akpala, vorig seizoen nog een tijdje bankzitter bij Sporting Charleroi. In die drie spelers werd samen iets meer dan zes miljoen euro geïnvesteerd. Club Brugge heeft zijn ziel verloren en die verantwoordelijkheid moet samen worden gedragen. Niet eerlijk is het nu om het transferbeleid van de in maart 2007 aangestelde nieuwe manager Luc Devroe te hekelen. In tegenstelling tot zijn voorganger Marc Degryse heeft hij, binnen een toen hertekend organigram, minder macht. Omdat Degryse zich al eens verkeek (een paar weken geleden nog vertelde scout Luc Sanders in Krant van West-Vlaanderen dat de toenmalige sportleider Lucas Biglia doorstuurde), kan Devroe alleen via de nodige tussenstappen rapporteren en voorstellen doen aan de raad van bestuur. Los daarvan volgde Club Brugge natuurlijk zijn trainer. In de komst van Laurent Ciman bijvoorbeeld, de flop van deze heenronde die afgelopen zaterdag in Moeskroen een goed begonnen Club Brugge de doodsteek gaf toen hij een bal liet lopen. De uiteindelijke 5-1-nederlaag bleek het laatste dieptepunt in een zwarte decembermaand. Een penibele Europese eliminatie, drie opeenvolgende nederlagen in de competitie, elf tegendoelpunten, in deze donkere dagen voor Kerstmis kan er bij de supporters alleen maar weemoed zijn naar de periode dat er vrij en vrank werd gevoetbald. Toen Club er ook door een gezonde West-Vlaamse koopmanskunst in slaagde uitstekende transfers te realiseren, al verloor het wat dat betreft ook de draad toen de prijzen op de internationale markten uit de hand begonnen te lopen. Niettemin passeerden de afgelopen jaren te veel meelopers de revue. Rond 800.000 euro voor Stepán Kucera bijvoorbeeld en 1,4 miljoen euro voor Dusan Djokic, dat is veel (verloren) geld. Het ziet ernaar uit dat Club Brugge na de winterstop nog maar eens moet herbeginnen. Met nieuwe spelers maar wellicht niet met een nieuwe trainer. Vorige week nog verbaasde general manager Filips Dhondt door na de eliminatie tegen Kopenhagen zijn trainer niet uit de wind te zetten. Dat was niet echt sterk en het gebeurde bij afwezigheid van de in Japan toevende Michel D'Hooghe. Zondag liet dezelfde Dhondt uitschijnen dat er van een ontslag van Mathijssen geen sprake kan zijn. Het valt af te wachten hoe het allemaal evolueert. Alternatieven op de trainersmarkt zijn er voor Club Brugge nauwelijks. Anderhalf jaar is het geleden dat Jacky Mathijssen als een soort puinruimer werd binnengehaald en aanvankelijk ook de versplinterde spelersgroep op dezelfde lijn kreeg. Bijna nooit gebeurde dat echter met goed voetbal. Sterker zelfs: dat Stijn Stijnen over het hele seizoen tot de uitblinker uitgroeide, was een teken aan de wand. Club Brugge ergerde zich in de periode van Trond Sollied terecht aan het gebrek aan discipline van de trainer, voor wie de enige regel is dat er geen regels zijn. Het kon gelukkig rekenen op een groep die zichzelf corrigeerde. Nadien werden visies geponeerd en snel weer weggegooid. Eerst de gezapige Jan Ceulemans, dan de schematische Emilio Ferrera, vervolgens de bloednerveuze en niet door de spelersgroep serieus genomen Cedomir Janevski en tenslotte de licht ontvlambare en ogenschijnelijk met een air van zelfvoldaanheid door het leven stappende Jacky Mathijssen, die bij zijn aankomst in Brugge debiteerde dat alleen een buitenlandse club de volgende stap kon zijn in zijn trainerscarrière. Alleen mensen die Mathijssen buiten het veld ontmoetten, wisten dat er achter die façade van arrogantie een warme en innemende man schuilde. Vreemd dat die attitude verdwijnt vanaf het moment dat Mathijssen in de openbaarheid treedt. Club Brugge moet dringend oude waarden hervinden. Het is een team met inzet en engagement, overgoten met Angelsaksische kenmerken, een ploeg die in goede en slechte tijden gaat en blijft gaan. Dat ook dit laatste steeds meer uit de ploeg is gevloeid, staat pas echt haaks op de eigenheid van Club Brugge. Sdoor jacques sysbeelden: belga