Een beetje beduusd lazen die van FC Brussels Strombeek Molenbeek zaterdag in de krant hoe Jan Boskamp de nieuwe tweedeklasser "een club zonder ziel" noemde. Nog liever ging hij naar Hamme-Beveren kijken, aldus nog Boskamp. Het moet zijn dat hij daar niet meer binnen mocht, want diezelfde zaterdag informeerde de oud-speler van RWDM op het Brusselse secretariaat of er nog plaats was. En dus zat hij zondag gewoon in de eretribune, naast de Molenbeekse burgemeester Philippe Moureaux, die bij het geven van de aftrap voorzitter Johan Vermeersch hartelijker omhelsde dan iemand ooit voor mogelijk had gehouden.
...

Een beetje beduusd lazen die van FC Brussels Strombeek Molenbeek zaterdag in de krant hoe Jan Boskamp de nieuwe tweedeklasser "een club zonder ziel" noemde. Nog liever ging hij naar Hamme-Beveren kijken, aldus nog Boskamp. Het moet zijn dat hij daar niet meer binnen mocht, want diezelfde zaterdag informeerde de oud-speler van RWDM op het Brusselse secretariaat of er nog plaats was. En dus zat hij zondag gewoon in de eretribune, naast de Molenbeekse burgemeester Philippe Moureaux, die bij het geven van de aftrap voorzitter Johan Vermeersch hartelijker omhelsde dan iemand ooit voor mogelijk had gehouden. FC Brussels speelde zondagmiddag voor het eerst in een bijna uitverkocht stadion. Dat van de 10.000 toeschouwers ruim een derde voor de bezoekers supporterde, drukte de pret niet. De bekermatch tegen de grote rivaal kwam net op tijd voor de titelkandidaat in tweede klasse. Het was onbetaalbare publiciteit voor de club die stilaan de harten terugwint van de vroegere RWDM-aanhang, die vorig jaar nog misnoegd reageerde toen Strombeek het stadion van het failliete Molenbeek kwam bespelen. Amper 1000 kijkers daagden er toen gemiddeld op. Dit seizoen klom dat cijfer na een aarzelende start naar bijna 4000 man. Inmiddels voetbalt de ploeg op kruissnelheid. Tien dagen geleden trokken er voor het eerst meer dan 1000 fans mee op verplaatsing (naar Wezet), een pak meer dan er thuisaanhang opdaagde. Het lijkt wel of er is nog een markt in het Brusselse voor het nieuwe project. Anderlecht mag dan heel weinig fankaarten verkopen in het Brussels Gewest, met 21.000 abonnees en amper 3 à 4000 tickets die per thuismatch in de handel komen, heeft het weinig groeimarge. Aan ruimte is er alvast geen gebrek in de oude tribune van het Edmond Machtensstadion, waar aan de buitenzijde voor een half miljoen euro herstellingswerken werden uitgevoerd. Op de tribune speelt alvast opnieuw de befaamde RWDM-fanfare en heeft ook de vroegere spionkop officieel een eigen plek gekregen. Ook het themacafé is bijna af en er is sinds dit jaar weer een vaste conciërge in het stadion. Ook commercieel klaagt de tweede club uit Brussel niet. Sinds augustus haalde ze bijna dertig nieuwe sponsors binnen, die elk minstens 25.000 euro in het laatje brengen. Zondag werden 100 bedrijven ontvangen die tijdens het kampioenschap in tweede klasse nooit aanwezig zijn. Daarmee zaten de 600 business-seats, doorgaans voor één derde gevuld, nog eens gezellig vol. Zelfs zonder de Libische connectie waarvan in het begin van het seizoen sprake was, krijgt de tweedeklasser het budget mooi rond, iets wat vóór het seizoen nog niet vaststond. Alleen op het veld toonde een bij momenten aardig voetballend FC Brussels zich voorlopig nog een maatje te klein voor Anderlecht - en waarschijnlijk ook voor eerste klasse. Goed opgelet hadden die van Anderlecht toen ze donderdag in Puurs de jaarlijkse antislipcursus volgden, een verplicht nummer voor een sponsor. Slechts een klein kwartier lang dreigde er een derde opeenvolgende nederlaag voor paars-wit. Bij de rust was de situatie al helemaal rechtgezet en was de motor van de thuisploeg leeg. Vermeden werd dat bij Anderlecht het kot in brand zou staan. Met toch wat onzekerheid in de benen en de hoofden was de ploeg zondag - zonder spitsen en met de opdoffers tegen Celtic en Standard nog vers in het geheugen - naar het Edmond Machtensstadion afgezakt. Door de onbeschikbaarheid van de aanvallers één tot en met vier ( Aruna, Jestrovic, Mornar en Seol) was het afwachten hoe de nummers vijf ( McDonald) en vooral zes ( Zane) het eraf zouden brengen. Na afloop (Anderlecht won met 1-5) toonde trainer Hugo Broos zich tevreden met het rendement dat zijn noodoplossingen hadden opgeleverd. Het bezoek aan de Brusselse buren leerde Anderlecht dat het rijker is dan het tot dan misschien wel zelf besefte. Niet alleen scoorden Zane en MacDonald, ze speelden ook nog eens een goede partij. Niet dat Aruna bij zijn terugkeer moet vrezen voor een basisplaats, maar, besloot Broos, met de prestatie van Zane kan Anderlecht het voortaan al eens overwegen om hem op de bank te zetten, zodat hij, de trainer, zijn ploeg desgevallend een andere manier van aanvallen kan aanmeten. Voor een nakend vertrek van de eveneens uitstekend voetballende Walter Baseggio, zoals zijn manager in de krant liet uitschijnen, vreest Anderlecht niet meteen. Als Luca Pellizon vorige week al zou hebben gepraat met Intervoorzitter Moratti, dan had dat meer te maken met een mogelijke contractverlenging van doelman Toldo dan met concrete interesse voor Baseggio, die men daar maar zijdelings volgt. Totnogtoe informeerde er bij Anderlecht overigens niemand naar de Belgische middenvelder. Meer aan de orde in het Constant Vanden Stockstadion zijn de besprekingen met de technische staf. Het is één van de prioriteiten waaraan de nieuwe manager Herman Van Holsbeeck (één van de vele ex-RWDM'ers die het vak leerden op Molenbeek en waar Anderlecht nadien de vruchten van plukte) werkt. Als het op het veld goed loopt, is zijn stelling, volgt de rest wel vanzelf. Uit zijn Molenbeekse periode leerde Van Holsbeeck alvast dat het beter is te delegeren dan alles zelf te willen doen. Daarom wil hij zich op elk terrein omringen met de beste specialisten. In eerste instantie werd er twee maanden geleden op Anderlecht een sportieve commissie samengesteld, die tweewekelijks vergadert. Naast Van Holsbeeck zitten daarin ook Phillippe Collin, door velen op Anderlecht al aangesproken als patron, scout Peter Ressel, TD jeugd Werner Deraeve, hoofdtrainer Hugo Broos (die zijn trainerscarrière bij Molenbeek begon), zijn assistent Franky Vercauteren (die zijn spelersloopbaan bij RWDM afsloot) en diens adjunct bij de invallers Daniël Renders (even hoofdtrainer geweest van RWDM). Het contract van Vercauteren werd vorige week verlengd, deze week wordt ze op de raad van bestuur een datum voorgesteld waarop voor het eerst met Hugo Broos over een nieuw contract zal worden gepraat. Daarna is keeperstrainer Jacky Munaron aan de beurt. Net als zijn vroegere patron Johan Vermeersch (ooit als jonge speler door Michel Verschueren voor bijna 10.000 euro van Ieper naar Molenbeek gehaald) aan de andere kant van de Ninoofse Steenweg is Herman Van Holsbeeck ook uitermate opgetogen over de subsidies (één miljoen euro per jaar) die Anderlecht en Brussels elk vanaf 2004 ontvangen van het Brussels Gewest. Mikt Brussels meer op zijn sociale rol ten aanzien van de voetballende jongeren, dan wil Anderlecht met het geld zijn oefencomplex in Neerpede meer dan nu het geval is uitbouwen tot het kloppend hart van de club. Zodra iedereen die bij de sportieve poot van de club betrokken is in Neerpede op dezelfde plek samen zal zitten, moet de club ten volle de vruchten kunnen plukken van een veel betere interne communicatie, iets wat nu wel eens te wensen overlaat. door Geert FoutréMet Zane op de bank kan Broos overwegen zijn ploeg anders te laten aanvallen.