Volgens Freddy Heirman, assistent-trainer bij de Buffalo's, blinkt Dominic Foley vooral uit door een prima mentaliteit. "We bombarderen hem niet voor niets tot aanvoerder voor die thuiswedstrijd tegen Lokeren, het onderstreept zijn impact op de groep", zegt hij. "Vanuit een positie als aanvaller is het natuurlijk moeilijk om een team op het veld echt te sturen, ik vind hem vooral in de kleedkamer een leidersfiguur. Hij is iemand die de groep op sleeptouw neemt, die tijdens de rust de nodige peptalk vindt of met de vuist op tafel klopt als het minder loopt." Ook speltechnisch vindt Heirman de Ier een essentiële troef. De coach benadrukt dat Foley veel meer is dan een gedreven houthakker. "In de pers krijg je snel het karikaturale beeld van de technisch beperkte strijder. Foley draagt zelf bij tot dat bescheiden beeld, down-to-earth. Als hij van zichzelf zegt dat hij groot, lomp en traag is, moet je dat met een korreltje zout nemen. Ierse nuchterheid, zeg maar, het toont zijn intelligentie. Foley zal de eigen kwaliteiten nooit in de verf zetten. Toegegeven, hij is natuurlijk geen Stoica, maar hij is doeltreffend in wat hij doet. Zijn balvastheid is onmisbaar, hij kan spelen met de rug naar de goal en zijn kopkracht maakt hem gevaarlijk bij elke stilstaande fase."
...

Volgens Freddy Heirman, assistent-trainer bij de Buffalo's, blinkt Dominic Foley vooral uit door een prima mentaliteit. "We bombarderen hem niet voor niets tot aanvoerder voor die thuiswedstrijd tegen Lokeren, het onderstreept zijn impact op de groep", zegt hij. "Vanuit een positie als aanvaller is het natuurlijk moeilijk om een team op het veld echt te sturen, ik vind hem vooral in de kleedkamer een leidersfiguur. Hij is iemand die de groep op sleeptouw neemt, die tijdens de rust de nodige peptalk vindt of met de vuist op tafel klopt als het minder loopt." Ook speltechnisch vindt Heirman de Ier een essentiële troef. De coach benadrukt dat Foley veel meer is dan een gedreven houthakker. "In de pers krijg je snel het karikaturale beeld van de technisch beperkte strijder. Foley draagt zelf bij tot dat bescheiden beeld, down-to-earth. Als hij van zichzelf zegt dat hij groot, lomp en traag is, moet je dat met een korreltje zout nemen. Ierse nuchterheid, zeg maar, het toont zijn intelligentie. Foley zal de eigen kwaliteiten nooit in de verf zetten. Toegegeven, hij is natuurlijk geen Stoica, maar hij is doeltreffend in wat hij doet. Zijn balvastheid is onmisbaar, hij kan spelen met de rug naar de goal en zijn kopkracht maakt hem gevaarlijk bij elke stilstaande fase." Heirman benadrukt dat Foley het voetbal speelt waarmee Gent zich dezer dagen wil associëren : realistisch, doeltreffend voetbal, geruggensteund door een creatieve toets op het middenveld. Interessante kanttekening : Heirman acht Foley vooral rendabel in een systeem met twee spitsen. "Een 4-3-3 zou zijn rendement niet ten goede komen, het zou betekenen dat hij minder in balbezit komt en deels zijn waarde verliest. Zijn kwaliteit in balbezit om het leer even vast te houden, creëert rust als het team onder druk staat. Bovendien geeft het jongens zoals De Beule, Stoica of Grégoire de kans om bij te sluiten. Het is duidelijk dat een 4-4-2 hem op het lijf geschreven is. In een systeem met twee spitsen vormt zijn complementariteit met Olufade een surplus. Foley speel je bij voorkeur in de voet aan, Olufade daarentegen heeft ruimte nodig, die moet je in de diepte sturen." Heirman merkt op dat ook Zewlakow complementair zou kunnen zijn met Foley. "Waarom niet ? Marcin heeft zijn waarde in het verleden ruimschoots bewezen, helaas sukkelde hij met blessures. Daarom trokken we voluit de kaart Olufade." Georges Leekens schaart zich in grote lijnen achter de commentaar van zijn assistent-coach, hij formuleert het belang van Foley treffend : "Hij is onze sterkte én onze zwakte. Gesteld dat hij morgen voor lange tijd uitvalt, dan moeten we aan onze spelstijl schaven. We zijn in feite te afhankelijk van hem, anderzijds motiveert zijn nut voor het team hem geweldig." Leekens is vooral opgetogen over de collectieve instelling van zijn spits : "Bij Foley staat het wijgevoel voorop, de groep telt. Zulke spelers zijn tegenwoordig zeldzaam. Hij is zo gedreven dat ik hem soms moet indijken. Een typisch voorbeeldje : voor die wedstrijd op Lokeren kon hij eigenlijk niet spelen, maar hij drong er zelf op aan om een inspuiting te krijgen en aan de aftrap te verschijnen. Zijn pijngrens ligt een stuk boven het gemiddelde. Nu ja, in feite ging dat net iets te ver, het resultaat was dat hij de week nadien voor Charleroi geblesseerd aan de kant bleef." Qua spelstijl vergelijkt Leekens zijn aanvaller met de Australiër Edi Krncevic, die destijds bij Cercle onder de vleugels van Mac The Knife toefde. "Net als Edi laat Dominic de spelers rondom hem beter renderen. Kijk, Foley zal nooit furore maken in een competitie zoals de Spaanse, maar speel je hem uit op zijn kwaliteit, dan kan hij het verschil maken tussen winst of verlies." Leekens hoopt dat Foley, met Gent aan zijn twaalfde club toe, voor lange tijd een thuishaven heeft gevonden. "Een speler die een groot aantal teams versleten heeft, wordt vaak een moeilijke jongen. Die vlieger gaat natuurlijk niet op, Foley is een dominant karakter, maar louter in een positieve zin. (lacht) Trouwens, ik heb ook al heel wat verschillende clubs gekend." Voetbalanalist Wim De Coninck erkent het belang van Foley, maar nuanceert de kwaliteit van de Ier tegelijkertijd. "Foley is een speler die sterk onderschat wordt, niet in het minst door de eigen aanhang. Niet dat die reactie van het publiek verwonderlijk is : het oogt allemaal wat houterig. Hij is niet heel snel en bovendien is Foley ook geen echte goalgetter. Torinstinct, dat ontbreekt er een beetje aan. Herinner je je die treffer van Foley thuis tegen Westerlo ? Zo zou hij meer moeten scoren ! Hij potte toen een kopbalgoal op aangeven vanop de flank van Grégoire. Voor een Britse kopbalkrachtige spits vind ik dat hij te weinig voor de goal opduikt." Net als Heirman ziet De Coninck de spits onmogelijk functioneren in een 4-3-3. "Hij voelt te graag de bal om eenzaam in de punt te blijven, het houdt in dat hij in een 4-3-3 waarschijnlijk te ver zou terugzakken en dan de snelheid mist om tijdig voor doel op te duiken. In dat opzicht vind ik hem geen echte Brit, hij is te beredeneerd om wild naar voren te spurten en op een voorzet alles te riskeren om het leer even aan te raken." Voor het samenspel met Olufade heeft De Coninck wél lovende woorden. "Olufade en Foley maken elkaar beter, Zewlakow is veel productiever dan Foley, maar het duo Foley-Olufade is duidelijk het best opstelbare. Plus, Zewlakow is mentaal een broze jongen, in tegenstelling tot Foley." De Coninck ziet in Foley vooral een intelligente voetballer met leiderskwaliteiten. "Hij wordt als buitenlander als tweede aanvoerder gekozen, dat zegt toch veel als er ook jongens zoals Smoje in de kern zitten. Absoluut een prof ook, geen old fashioned Brit. Ik denk niet dat hij houdt van zuipen, zoals rechtgeaarde Britse voetballers uit de oude doos. Hij is het gedisciplineerde type." Globaal vindt De Coninck Foley een meerwaarde voor de Belgische competitie, al is Gent misschien wel zijn plafond. "Hij weet dat hij bij Gent moet blijven, die zelfkennis is er wel. Laten we zeggen dat hij de top in België aankan, maar ook niet meer dan dat. Ik zie hem opereren met een Tchité of een Ogunsoto naast zich. Soms doet hij me een beetje denken aan een minder doeltreffende versie van Liverpoolspits Peter Crouch, beiden zijn grote, magere, kopbalsterke spitsen." De Coninck volgt Leekens in de bewering dat Foley quasi onmisbaar is voor het huidige Gent. "Hij is zowel in het kaatsen, het terugleggen over de grond, als op de lange bal nuttig. Zijn belang staat niet ter discussie." De Coninck merkt op dat Foley, ondanks zijn nuchtere imago, door zijn onmisbaarheid voor het Gentse elftal moet opletten om de voeten op de grond te houden. "Misschien zie ik dingen die er niet zijn, maar in die wedstrijd tegen Lokeren, waar Foley de aanvoerdersband droeg, vond ik hem soms overmoedig. Hij probeerde tot viermaal toe een hakje, wat dan ook drie keer mislukte. Die frivoliteiten moet hij niet proberen, dat is zijn spel niet."door bert boonen