Anthony Vanden Borre zit in een zwart joggingpak op zijn canapé in zijn designappartement aan de Brusselse Louizalaan. Aan de muur hangt een groot scherm. De tv staat afgestemd op RTL, dat een reportage brengt over sport en gevangenen. Pelé Mboyo heeft het over zijn moeilijke tijd in de gevangenis. Pelé is een jeugdvriend van Vanden Borre. Na een tijdje vraagt Vanden Borre of het stoort dat hij iets anders opzet: een match van Olympique Marseille.
...

Anthony Vanden Borre zit in een zwart joggingpak op zijn canapé in zijn designappartement aan de Brusselse Louizalaan. Aan de muur hangt een groot scherm. De tv staat afgestemd op RTL, dat een reportage brengt over sport en gevangenen. Pelé Mboyo heeft het over zijn moeilijke tijd in de gevangenis. Pelé is een jeugdvriend van Vanden Borre. Na een tijdje vraagt Vanden Borre of het stoort dat hij iets anders opzet: een match van Olympique Marseille. "Marseille, daar zou ik te voet naartoe gaan", zegt hij. "Er zijn ooit contacten geweest, maar nooit officieel. Onlangs was Michy Batshuayi hier met een tiental vrienden. Dan hebben we het vaak over l'OM omdat we in ons vriendengroepje allemaal fan zijn van Marseille. Michy speelt er niet vaak, maar hij is ginder echt heel tevreden. Vanaf dag één heeft hij begrepen dat Marseille een andere wereld is dan België." Anthony Vanden Borre: "Toch wel, maar niet meer zomaar ergens naartoe. Marseille spreekt me aan, een goeie Engelse club kan ook, maar het plaatje moet dan voor iedereen kloppen, en dan in de eerste plaats voor Anderlecht. Daarvoor heb ik te veel respect voor mijn club. Maar dat men eens ophoudt met te zeggen dat Anderlecht mijn allerlaatste kans in het profvoetbal betekende. Het is een mooi verhaal, maar dat mag eens stoppen." "Vier maanden zonder te spelen is lang. Ik wil zo snel mogelijk weer staan waar ik voor mijn blessure stond. Met minder neem ik geen genoegen. Eerst bevestigen bij Anderlecht, dan opnieuw bij de Rode Duivels geraken, dat is wat ik wil. " "Ik ben gelovig en ik denk weleens dat je moet betalen voor wat je uitgericht hebt. Daar heb ik het gevoel gehad dat ik voor het laatst gestraft ben voor wat ik allemaal uitgestoken heb in mijn jeugd. Maar eerst had ik niet door dat het zo erg was. Ik dacht: een dag of twee rusten en ik speel weer. De dag na de blessure zei ik bij het middagmaal dat het allemaal goed zou komen. Na het eten moest ik bij de dokter langs en die zei vlakaf: 'Anthony, je WK is afgelopen, je bent minimaal drie maanden out.' Ik weet nog dat ik dat in de kineruimte te horen kreeg en dat AxelWitsel, Laurent Ciman en MoussaDembélé er ook waren. Dat zijn gasten die ook al een en ander hebben meegemaakt qua blessureleed. Die klopten me op de rug en zeiden: je komt sterker terug. Ik wist mezelf op dat moment even geen raad. Ik had de tranen in de ogen. Stel je voor: je doet er alles aan om van zo ver terug te komen, je droomt van dat WK, je wilt er een of twee matchen spelen en dan gaat het zo goed, tot dat plots gebeurt. Ach, die blessure was mijn straf." "Ik wou graag blijven, ik had er veel vrienden en het was een fantastisch avontuur. Het laatste waar ik zin in had, was veertien uur in mijn eentje terugvliegen." "Niet echt, ook niet toen Anderlecht Maxime Collin aantrok. Ik weet dat Najar het liefst een rang hoger speelt en alleen rechtsachter is geworden om te depanneren." "Youri beschouw ik als mijn jongere broer. We praten alle dagen, hij komt altijd naar mij toe. Het is goed dat ik hem kan zeggen wat hij vooral niet moet doen. Hij heeft een nog sterker karakter dan Vincent Kompany op die leeftijd. Je hebt nog niet alles van hem gezien, maar over een jaar of twee, drie ga je begrijpen dat hij echt nog iets meer heeft dan Vincent en ik. Dat ligt aan de opleiding hier. In België is op dat vlak alles veranderd. Vroeger kwam je hier drie, vier keer per week trainen, daarna ging je naar huis. Je was op jezelf aangewezen. Dat heeft niets meer te zien met vandaag. Nu zijn de jonge spelers de hele dag op de club. De club voert hen naar school en komt hen ophalen." "De band met Vincent is er altijd geweest. Ook nu. Vincent is altijd geïnteresseerd gebleven in mij. Het is iemand die altijd vraagt hoe het met je gaat, of je iets nodig hebt. Het probleem is dat hij gemakkelijk op iemand af stapt en ik meer in mezelf gekeerd ben en niet graag naar iemand toe stap. Ik ben altijd bang dat ik iemand lastigval. Hij heeft altijd contact gehouden, zoals toen ik zonder club zat en gewoon met Anderlecht meetrainde. In die tijd oefenden de Rode Duivels ook op Neerpede. Na een training zag ik in de kleedkamer op mijn plaats een trui van de Rode Duivels liggen. Toen ik de materiaalman vroeg hoe dat kwam, antwoordde hij dat Vincent die daar gebracht had. Het was zijn manier om me aan te moedigen om niet op te geven en door te zetten. Het was een sterk en mooi gebaar." "Waarom? Het was toch hij die me opnieuw een kans gaf? Ook al denk ik dat als Guillaume Gillet zich niet blesseert hij me nooit opstelt. Ach, John van den Brom!Ik respecteer hem langs de ene kant wel, maar hij heeft één probleem: hij ziet zichzelf het liefst van al. Ik was populairder dan hij op Anderlecht en soms had ik de indruk dat hem dat stoorde. Dat leerde ik toen de komst van Momo Sissoko in januari afsprong. Alles was in orde, hij moest alleen nog zijn handtekening zetten. Sissoko bij Anderlecht, dat zou wat geweest zijn! Maar hij liet hem niet tekenen. Ik vermoed omdat hij bang was dat hij niet genoeg grip op zo'n speler zou hebben. " "Zo gaat dat in het voetbal. Ik denk - als ik dat mag zeggen, want ik beoordeel niet graag andere spelers - dat zijn enige fout is geweest dat hij dacht dat hij die selectie al op zak had. Terwijl ik net in die periode hard ben blijven werken. Hij was ook kapitein, die altijd zou spelen bij de trainer van toen, misschien ook omdat Van den Brom zich in hem herkende." "De zaak was voor 95 procent rond, maar toen heeft iemand slechte dingen verteld over mij. Die dag waarop het afsprong, was er de vriendschappelijke wedstrijd Anderlecht-Köln. Ik dacht aan wie het gezegd kon hebben, maar de twee namen die ik in gedachten had, blijken het niet geweest te zijn. In elk geval kwamen die slechte dingen uit België. Je moet weten: toen ik indertijd vertrokken ben bij Anderlecht, gebeurde dat niet in de beste verhoudingen. Zij rekenden nog op mij toen ik het op een dag in mijn hoofd kreeg om Herman Van Holsbeeck te gaan vertellen dat ik weg wilde. Als een jongere speler dat doet, vindt Anderlecht het niet leuk - nu kan ik dat begrijpen. Dus ben ik toen met slaande deuren vertrokken. Dat was niet mijn beste idee. Jammer, want de Bundesliga was een mooie uitdaging geweest. Korte tijd later tekende ik bij Genk." "Ik wou daar absoluut weg. Zij waren van plan om het me verschrikkelijk moeilijk te maken, maar ik was dan weer niet van plan me te laten doen. Toen hebben ze me opgesloten in een lokaal en me met drie, vier man flink onder druk gezet. Wat ik daar meegemaakt heb, is iets waar veel jonge spelers in mijn situatie niet tegen opgewassen waren geweest. Ze hebben me toen in een hotel opgesloten, verplichtten me papieren te tekenen, maakten me voor rotte vis uit, bedreigden me in het Italiaans, waar ik amper iets van begreep. Alleen hadden ze niet door dat ik al heel mijn leven onder druk sta. Om een lang verhaal kort te maken: het is hen niet gelukt, ze hebben me gratis laten vertrekken, maar dan pas om half één 's nachts, na het verstrijken van de transferperiode. Ik was nog tevreden ook, want uiteindelijk heb ik nog mijn geld gekregen ook." "Ik schiet goed op met iedereen, maar dat is ook omdat iedereen maar beter goed omgaat met mij. (grijnst) Dat is beter voor hen. Niet omdat ik al wat ouder ben, maar omdat ze sommige dingen moeten begrijpen. Toen ik hun leeftijd had, kwam ik in de kleedkamer en durfde niets zeggen. Nu zouden sommige jongeren die nog geen match als prof gespeeld hebben zomaar 'hou je bek' tegen je durven te zeggen. Dat kunnen ze proberen, maar niet met mij. Ik probeerde de kleedkamer een beetje op orde te houden. Zodra er één van zijn oren maakt, nemen we hem apart en geven hem een paar klappen. (lacht) We doen dat met zijn tweeën of zijn drieën. Silvio Proto doet het verbaal, Steven Defour is net als ik eerder warmbloedig. Maar veel van die jonge gasten ken ik al lang, je moet niet denken dat die zich zomaar laten doen. Als ze weten waar de grens ligt, gaat dat goed. Sommige jongeren weten niet meer wat respect betekent, omdat het voor hen allemaal zo snel is gegaan." "Ik heb in de kleedkamer het eerste kleedhokje gevraagd, ik vroeg ook om naast me niemand anders te hebben. Daarnaast zit Aleksandar Mitrovic. Het is een speciale vent, we moeten hem nog wat beter leren kennen. Het is een aardige jongen, maar hij is erg eenzaam in Brussel. Hij gaat niet zo vaak op stap en het kost hem moeite om zich open te stellen naar anderen. Dat heeft niets met de taal te maken, want iedereen praat Engels en ik denk dat zijn Engels goed genoeg is. Hij probeert, hij begint al spelers uit te kafferen in het Frans. Dat is een goed teken. Ik probeer hem te overtuigen dat hij zich niet ongerust moet maken. Zodra ik vast in de ploeg sta, zal ik hem de goeie passes geven en zal hij vaker scoren. We moeten hem helpen. Hij is jong en heeft zijn eigen karakter, maar het is een goeie gast. Nu zit men te zeuren over zijn gewicht maar ik vind dat het iemand is die zich goed verzorgt. Ook ik kom snel wat bij, ook ik moet opletten." DOOR MARTIN GRIMBERGEN"Als er iemand van zijn oren maakt, nemen we hem apart en geven hem een paar klappen." "Mitrovic is een aardige jongen, maar hij is eenzaam in Brussel."