Enkele maanden nadat hij zijn voetbalschoenen opborg, is Wim De Decker (34) de hoofdtrainer van Antwerp. 'Ik ben hier vandaag T1 omdat ik eerst op enkele andere voorstellen van de club nee zei', vertelt hij. 'Neem nu begin vorig seizoen, toen David Gevaert hier pas was aangesteld als trainer. Antwerp wilde mij op dat moment bij Deinze stallen. Als ik daarin was meegegaan, liep ik vandaag niet meer op de Bosuil. Maar ik vertrok niet, omdat ik daar geen zin in had. Als voetballer ben ik altijd op mijn best geweest als ik voor iets kon meestrijden, als er matchen waren die ertoe deden, met veel fans en een hoop druk. Ik wist dat dat op Antwerp nog kon. Toen ik in 2013 vanuit Beerschot de overstap naar Antwerp maakte, wou ik hier nog iets neerzetten en daarna stoppen als speler. Deze club voetbalde wel een reeks lager, maar ik zag het niet als een stap achteruit. Ik was de eerste klasse wat beu, ik wou niet nog eens een match in Lokeren of Waregem gaan spelen. Met Antwerp kon ik naar plaatsen waar ik nooit eerder een wedstrijd gespeeld had, zo werd zelfs een trip naar Boussu Dour interessant. Hier kon ik ook na jaren degradatievoetbal nog eens om een titel spelen.'
...

Enkele maanden nadat hij zijn voetbalschoenen opborg, is Wim De Decker (34) de hoofdtrainer van Antwerp. 'Ik ben hier vandaag T1 omdat ik eerst op enkele andere voorstellen van de club nee zei', vertelt hij. 'Neem nu begin vorig seizoen, toen David Gevaert hier pas was aangesteld als trainer. Antwerp wilde mij op dat moment bij Deinze stallen. Als ik daarin was meegegaan, liep ik vandaag niet meer op de Bosuil. Maar ik vertrok niet, omdat ik daar geen zin in had. Als voetballer ben ik altijd op mijn best geweest als ik voor iets kon meestrijden, als er matchen waren die ertoe deden, met veel fans en een hoop druk. Ik wist dat dat op Antwerp nog kon. Toen ik in 2013 vanuit Beerschot de overstap naar Antwerp maakte, wou ik hier nog iets neerzetten en daarna stoppen als speler. Deze club voetbalde wel een reeks lager, maar ik zag het niet als een stap achteruit. Ik was de eerste klasse wat beu, ik wou niet nog eens een match in Lokeren of Waregem gaan spelen. Met Antwerp kon ik naar plaatsen waar ik nooit eerder een wedstrijd gespeeld had, zo werd zelfs een trip naar Boussu Dour interessant. Hier kon ik ook na jaren degradatievoetbal nog eens om een titel spelen.' WIM DE DECKER: 'Ja. Maar weer zei ik nee. Ik zag niet in bij welke andere club ik nog dezelfde drive zou kunnen voelen. Dan stopte ik liever met voetballen. Intussen begon Patrick Decuyper (CEO van Antwerp, nvdr) er wel van overtuigd te geraken dat hij me bij de club wilde houden. Kort nadat Frederik Vanderbiest hier aan de slag ging als trainer, wilde Patrick me in zijn sportieve staf zetten. Velen zouden die kans wel gegrepen hebben, want op zich is het mooi om T2 van Antwerp te zijn, maar Vanderbiest en ik voelden geen klik en in de staf zaten toen ook nog veel mensen die er vorig seizoen ook al waren; ik zag me daarin niet functioneren. Na het ontslag van Vanderbiest en de aanstelling van de tandem John Bico-David Gevaert wilde Patrick me opnieuw in de staf. Ik sprak eens met Bico en dat was oké, maar toen ik zijn keiharde aanpak zag, besloot ik nog maar eens nee te zeggen. Wat later was dat mijn geluk, want als ik T2 was geweest bij Bico-Gevaert of bij Vanderbiest, dan had ik hier in november geen T1 meer kunnen worden. Patrick is me ook gaan appreciëren doordat ik zo vaak nee zei. Hij ging me zien als iemand die weet wat hij wil.' DE DECKER: 'Vorig seizoen was ik ervan overtuigd dat ik mezelf nooit voor zo'n groep zag staan. Als speler merkte ik goed hoe bij trainers de stress kon toeslaan. Zie jij veel trainers die gelukkig lijken? En hoeveel trainers zijn er dit seizoen al ontslagen in 1B? Dat is toch waanzin? Ik wil niet in zo'n situatie verzeilen waarbij je moet denken: nog twee keer verliezen en ik lig buiten. Daarom ben ik over vijf jaar ook geen trainer meer. Ik wil niet in het rijtje belanden van coaches die telkens weer genoemd worden als er bij een club in nood een plaatsje vrijkomt. Ik vind het absurd dat je als trainer in om het even welke club geplaatst kunt worden. Je moet toch een connectie voelen met de club waar je werkt, iets waarmee je je kunt vereenzelvigen? Veel clubs zeggen dat ze een visie uitschrijven en kiezen dan een coach die daar zogezegd in meegaat. Even later ontslaan ze die en stellen ze een nieuwe trainer aan die compleet andere spelers meebrengt. Dat is toch heel kortzichtig? Aan de andere kant vind ik dat je als trainer ook niet na het eerste succes op het aanbod van een betere club moet ingaan. 'Ik zie me dit dus niet meteen doen bij een andere club. Het kan best dat ik er als coach meteen mee ophoud als mijn verhaal bij Antwerp stopt. Ik ben niet zo'n type dat het gras móét ruiken. Ik ben een atypische trainer. Dat zag ik al tijdens de trainerscursussen. Terwijl al die gasten rond mij opgingen in een bepaald spelsysteem, wilde ik het voetbal ruimer zien. Ik vind bijvoorbeeld het hele psychologische aspect, hoe je een groep managet, op dit moment het meest fascinerende deel van mijn job.' DE DECKER: 'Ik zie voor mezelf een langetermijnverhaal; ik heb een verleden met Antwerp. Ik kén het huis, ik wéét hoe de zaken hier werken.' DE DECKER: 'Omdat Pieterjan Monteyne mij meevroeg. Ik dacht: waarom niet? Stel je voor dat ik eens de vraag zou krijgen om ergens T2 te worden en het zou me toch wat zeggen. Maar ik ging er niet van uit dat ik met die diploma's iets zou doen. Het interim-trainerschap na het ontslag van Vanderbiest aanvaardde ik vooral voor de club. Ergens vond ik het mijn plicht. Ik dacht: het is maar een week en ik ken die gasten. In die week merkte ik dat mijn ideeën aansloegen. Maar ik zag mezelf toen nog niet als een T1. Ik had nog niet de tijd gehad om goed na te denken over hoe ik alles zou aanpakken.' DE DECKER: 'Ik had echt het idee gekregen dat ik er iets van kon maken. Ik proefde een grote uitdaging. Patrick sprak zich ook op een bepaalde manier uit over mij. Hij zei dat de club mij als T1 wilde, dat ik de eerste optie was.' DE DECKER: 'Aan Vreven waren plus- en minpunten, zei Patrick, en aan mij ook. Pas na een gesprek kun je dat allemaal goed inschatten, dus vond ik het niet zo vreemd dat hij eerst eens met Stijn praatte terwijl ik in het buitenland zat.' WIM DE DECKER: 'Ik wilde het als trainer op een manier aanpakken die ik zelf als speler geapprecieerd zou hebben. Vóór mijn aanstelling werd hier vaak gewisseld van systeem en van spelers. We hebben een heel grote groep; voor iedere positie zijn er twee alternatieven en soms zijn die alternatieven ook nog eens evenwaardig. Als je dan constant de ene pion van het veld haalt en een andere in zijn plaats zet, denken de spelers: hoe zit het hier nu? Er was nood aan duidelijkheid en rust. Mijn bedoeling was om met een heldere visie aan te geven welke weg we zouden opgaan. 'Na al het verloop hier merkte ik dat het de jongens ook goed deed om een vertrouwde figuur voor zich te krijgen. Ik ging voor de groep staan met een zakelijke aanpak, maar ik probeerde hen wel te laten voelen dat ik hen beter ken dan gelijk wie, want ik loop hier al jaren en ik zat enkele maanden geleden zelf nog als speler in deze kleedkamer. Daarom ben ik nu ook de juiste man op de juiste plaats.' DE DECKER: 'Sowieso wou ik het volledig anders aanpakken dan mijn voorganger. Als je een ontslagen trainer opvolgt, mag je niet voortgaan met zijn systeem, wat dat ook is. De spelers moeten een ommezwaai voelen, net omdat het met de vorige aanpak niet gelukt is. Ik ging daar ver in: ik wou dat zelfs de lay-out van ons weekprogramma veranderde, zodat de spelers aan alles voelden dat er een nieuwe aanpak was. 'Qua spelsysteem is een soort van 4-3-3 het makkelijkste: een blok zetten, met alle spelers kort tegen elkaar en speculeren op de counter. Maar toen ik overnam, stonden wij al met onze rug tegen de muur. Ik dacht: laten we het anders doen dan de meeste ploegen in 1B. Je hebt hier op de Bosuil ook al die fans; daar moet je voordeel uit halen. Ik wilde heel dwingend, offensief voetbal brengen; daar hebben we ook de groep voor. Dan ga je al vlug naar een systeem met twee spitsen. Ik wil met de hele ploeg heel hoog staan en van daaruit veel creëren. De zwaktes van de ploegen in 1B zitten meestal in de achterlijn. Als je daar druk op kunt zetten met een gestructureerde chaos, met spelers die wisselen van positie, breng je veel teams in de problemen.' DE DECKER: 'Ik was mij er direct van bewust dat ik niet mocht laten meespelen welke band ik in het verleden had met speler x of y, anders ben je meteen verbrand. Maar ik vond dat niet moeilijk. Ik zag mijn voetballeven altijd al vrij zakelijk. Als speler deed ik wel mee aan groepsactiviteiten, maar ik hield aan mijn voetbalcarrière geen drie fantastische vrienden over. Ik stel me in de kleedkamer nu dus zeker niet op als een van hen. In een ideale wereld zou ik zelfs nog meer afstand willen dan ik nu houd. Maar om rust te creëren mocht en mag ik dit seizoen ook niet te ver van de spelers gaan staan.' DE DECKER: 'Als ik iemand niet opstel, wil ik hem meegeven waarom ik dat doe en hoe hij dat kan veranderen. Ik miste dat zelf als speler, bijvoorbeeld toen ik vorig seizoen zelf op de bank zat. Ik wil dat mijn groep mee nadenkt over waarom ik bepaalde keuzes maak. Als een trainer het grotere plaatje schetst, ga je als speler anders om met bijvoorbeeld bankzitten dan wanneer je alleen zijn eindbeslissing te horen krijgt. Ik wil ook dat mijn spelers mee nadenken over de tegenstander, over waarom ik een bepaalde speelwijze kies of een specifieke oefening geef. Uiteindelijk moet je het als trainer zo kunnen sturen dat de spelers spontaan zeggen wat jij wil horen. Nu zijn er jongens die mij vragen of ze een dvd krijgen van een match van de volgende tegenstander. Dat komt anders over dan wanneer je zoiets oplegt.' DE DECKER: 'Ik merkte daar nog niks van, misschien omdat ik kon beginnen met goede sportieve resultaten. Die ego's, dat is ook een fenomeen dat veel trainers zelf creëren, iets wat ze als een soort van uitleg gebruiken.' DE DECKER: 'Dat heeft er zeker mee te maken. Er lopen overal moeilijkere gasten. Het is voor een trainer gewoon belangrijk om de weg aan te geven en die consequent te volgen. Dat wordt begrepen en geapprecieerd. Als je begint met omwegjes, ben je gezien.' DE DECKER: 'Zeker, al is dat achteraf makkelijk gezegd. Vergeet niet dat deze spelers ongelooflijk diep zaten. Toen ik de vaste T1 kon worden bij Antwerp, zei bijna iedereen: 'Doe het niet.'' DE DECKER: 'Zoals ik nu als trainer zakelijk omga met mijn spelers, zo gaat ook een club soms zakelijk om met spelers.' DE DECKER: (smaalt) 'Wat denk jij?' DE DECKER: 'Daar geloof ik niet in. De contracten zijn zo opgesteld dat die jongens beter worden van een seizoen in 1A dan van nog een seizoen in 1B.' DE DECKER: 'Die had er zeker zijn aandeel in. En dat zeg ik echt niet omdat hij mij lange tijd op de bank zette. Ik vind hem een heel goede veldtrainer, maar hij was niet stressbestendig genoeg voor Antwerp. Ik zag in mijn carrière wel vaker trainers die hun stress overzetten op een groep. Zoiets merk je vooral op wedstrijddagen, aan de manier waarop een trainer loopt, praat en reageert op plotse tactische wijzigingen bij de tegenstander. Toen de groep begon af te glijden, had Gevaert ook sneller moeten ingrijpen en voor jongens moeten kiezen die konden omgaan met de situatie. Mij liet Gevaert eerst maanden niet spelen en in die match van de laatste kans, tegen Eupen, stelde hij me dan plots wel op. Dat tart toch alle verbeelding? Zo geef je als trainer toch toe dat je fout zat? En dat zou ik ook zeggen mocht dat met een andere speler gebeurd zijn. Ik miste vorig seizoen ook vrij snel dat gevoel van onoverwinnelijkheid dat je toch moet hebben om kampioen te worden. Ik had dat gevoel toen ik met andere clubs voor de prijzen speelde. Maar hier voetbalden wij in die laatste match van vorig seizoen toch niet als een kampioensploeg?' DE DECKER: 'Ik vind dat wel. (lacht) Nu kan ik de volgende vraag raden.' DE DECKER: (lacht) 'Laten we zeggen dat we op de goede weg zijn. Ik wil echt nog niet over een promotie praten. Als je ziet van waar wij komen, zou een promotie een half mirakel zijn.' DE DECKER: 'Tot nu toe heb ik er geen last van. Blijkbaar ben ik heel stressbestendig. Misschien ben ik voor sommigen wel te rustig. Maar ik geloof dat je beter eens één keer in het seizoen kunt roepen dan om de twee weken. Mijn rustigste dag is de dag van de wedstrijd. De andere dagen is het niet makkelijk om alles gestructureerd te krijgen, maar op de dag van de wedstrijd weet je: ik heb er alles aan gedaan. Ik denk dat mijn rust dan ook afstraalt op de groep.' DOOR KRISTOF DE RYCK - FOTO'S BELGAIMAGE - DIRK WAEM'Ik ben hier vandaag T1 omdat ik eerst op enkele andere voorstellen van de club nee zei.' - WIM DE DECKER 'Na al het verloop hier merkte ik dat het de jongens goed deed om een vertrouwde figuur voor zich te krijgen.' - WIM DE DECKER