Zelden zo'n fanatieke trainer ontmoet als Patrick Remy, die in november 2000 bij AA Gent binnenwaaide en frappeerde door eigenzinnige denkbeelden en een eigengereide aanpak. De Fransman parkeerde een slecht aan de competitie begonnen ploeg op de vierde plaats, stond het seizoen daarop in september met de Buffalo's aan de leiding, maar werd in februari 2002 ontslagen. Die contrasten doen denken aan de periode dat de memorabele Oostenrijkse trainer Max Merkel voor een van de meest vreemde prestaties zorgde die we ooit zagen. Hij nam in januari 1967 het naar de laatste plaats gezakte FC Nürnberg in handen, leidde de ploeg naar de middenmoot en werd het seizoen daarop met slechts één aankoop, de Oostenrijkse middenvelder Gustl Starek, kamp...

Zelden zo'n fanatieke trainer ontmoet als Patrick Remy, die in november 2000 bij AA Gent binnenwaaide en frappeerde door eigenzinnige denkbeelden en een eigengereide aanpak. De Fransman parkeerde een slecht aan de competitie begonnen ploeg op de vierde plaats, stond het seizoen daarop in september met de Buffalo's aan de leiding, maar werd in februari 2002 ontslagen. Die contrasten doen denken aan de periode dat de memorabele Oostenrijkse trainer Max Merkel voor een van de meest vreemde prestaties zorgde die we ooit zagen. Hij nam in januari 1967 het naar de laatste plaats gezakte FC Nürnberg in handen, leidde de ploeg naar de middenmoot en werd het seizoen daarop met slechts één aankoop, de Oostenrijkse middenvelder Gustl Starek, kampioen. Het seizoen daarop zakte FC Nürnberg weer naar de bodem van het klassement, Merkel werd ontslagen, maar desondanks viel de degradatie voor de huidige club van Timmy Simons niet meer te vermijden. Ooit maakten we een interview met Patrick Remy. Althans, we probeerden enkele vragen te stellen. Want naar Remy moest je vooral luisteren. Als een echte voetbaldocent legde hij zijn filosofie uit. Hij ging daarbij geregeld naar het bord om te demonstreren hoe het moest. Hij schoof met pionnen en toonde hoe er ruimte gezocht en gemaakt kon worden. Met die belerende toon hadden de spelers van AA Gent het moeilijk. Remy wist dat. Hij noemde zichzelf een lastigaard, un chiant, niet alleen voor de spelers, maar ook voor zijn vrouw. Aan wedstrijdsituaties ontleende oefenvormen waren, zo vertelde hij, voor hem altijd de leerstof. Bij hem ging het altijd om de vorming van spelers, om de groei van het elftal. Het was vermoeiend om naar Patrick Remy te luisteren. Hij verbaasde zich over de vraag die voorzitter Ivan De Witte hem stelde toen die hem benaderde om trainer te worden. De Witte vroeg hem of hij in zone speelde. Natuurlijk deed Remy dat. Omdat je alleen zo aan de intelligentie van de spelers werkte, omdat je hen leert nadenken en hen verplicht te zoeken naar oplossingen. Uren, zo vertelde hij, kon hij desgewenst praten over zonedekking. Om het voetbal vervolgens heel eenvoudig in twee situaties te definiëren: de tegenstander heeft de bal en je moet hem recupereren, of je hebt zelf de bal en je moet proberen een goal te maken. En als je hem dan confronteerde met het verwijt dat hij te verdedigend zou voetballen, trok Patrick Remy pas goed van leer. Dan vertelde hij dat je niet te veel mocht aanvallen om wedstrijden te winnen, hij sleepte er een theorie bij van een Engelse trainer, een zekere Herbert Chapman, die tussen 1925 en 1934 bij Arsenal met zeven aanvallers en drie verdedigers opereerde en constateerde dat je niet te veel op de helft van de tegenstander mag voetballen omdat je hem dan helpt om vaak te counteren. En hij vervolgde dat het bij hem nooit gaat om waar de spelers staan in verhouding tot de tegenstander, maar wel in verhouding tot de bal. Alleen dan is er volgens hem een snelle recuperatie mogelijk en kun je de bal vroeg onderscheppen zodat je minder meters moet overbruggen. Afstand, zo doceerde Remy, daar draait alles om. En snelheid, want ging hij maar door, als de tegenstander de bal heeft, is de organisatie bij hem weg. Daar moet je van profiteren. En zo ratelde Patrick Remy maar door. Uren en uren. Tot je er hoofdpijn van kreeg. Na anderhalf jaar moest Patrick Remy in Gent opstappen. Zijn denkbeelden en te verdedigend voetbal werden hem fataal. Remy twijfelde achteraf niet aan zichzelf. Stress, zo zei hij, heeft hij nooit. En stress, zo vervolgde hij, krijg je alleen door naar anderen te luisteren. Daarom pleegt hij alleen bij zichzelf te rade te gaan. Na zijn Gentse periode werkte Remy, die op 25 augustus 58 jaar wordt, nog bij Caen, Guingamp en Troyes. Daar werd hij medio 2010, zes dagen voor de trainingen herbegonnen en nadat hij de club naar de derde plaats had geleid, ontslagen. Sindsdien was hij bij een aantal clubs in beeld, maar tot een overeenkomst kwam het nooit.