Dit verhaal start begin de jaren zeventig, wanneer vader en moeder Kaya, surfend op de derde migratiegolf vanuit Turkije naar België, zich in Brussel vestigen. Zoals zo veel landgenoten op zoek naar werk. Een job die zijn vader vindt als draaier in de metaalindustrie, terwijl zijn moeder aan de slag gaat bij Diamant Boart, een producent van diamanten bouwgereedschappen. Beiden spreken geen woord Frans, maar toch integreren ze zich snel in Sint-Gillis, waar ze nabij de Hallepoort een rijhuisje betrekken en Turkse en Spaanse families uit de wijk hen wegwijs maken in het dagelijks leven in de hoofdstad. Twee dochters (nu 41 en 36) worden geboren, enkele jaren later ook een 'nakomertje', Onur (nu 29). Tot blijdschap van pa Kaya, een groot voetbalfan die van zijn eigen vader nooit mocht voetballen, maar zijn zoon al vlug een bal in de voeten stopt. Een die aan de kleine Onur zal blijven kleven.
...

Dit verhaal start begin de jaren zeventig, wanneer vader en moeder Kaya, surfend op de derde migratiegolf vanuit Turkije naar België, zich in Brussel vestigen. Zoals zo veel landgenoten op zoek naar werk. Een job die zijn vader vindt als draaier in de metaalindustrie, terwijl zijn moeder aan de slag gaat bij Diamant Boart, een producent van diamanten bouwgereedschappen. Beiden spreken geen woord Frans, maar toch integreren ze zich snel in Sint-Gillis, waar ze nabij de Hallepoort een rijhuisje betrekken en Turkse en Spaanse families uit de wijk hen wegwijs maken in het dagelijks leven in de hoofdstad. Twee dochters (nu 41 en 36) worden geboren, enkele jaren later ook een 'nakomertje', Onur (nu 29). Tot blijdschap van pa Kaya, een groot voetbalfan die van zijn eigen vader nooit mocht voetballen, maar zijn zoon al vlug een bal in de voeten stopt. Een die aan de kleine Onur zal blijven kleven. 'Hier heb ik met pa mijn eerste balletjes getrapt', vertelt Kaya, zittend op een bankje aan het Heldenplein in Sint-Gillis, recht tegenover het ouderlijk huis in de Emile Feronstraat dat zijn ouders nu verhuren. Het betegelde plein is nauwelijks een vijfhonderdtal vierkante meter groot, bovendien bezaaid met bomen als hinderpaal, maar het was wel het trefpunt van de voetballende jeugd uit de wijk. Die volgde overdag les in de aanpalende Ulenspiegelschool, om vier uur begaven Kaya en zijn vrienden zich richting - zoals de Belgische Turk het nu noemt - 'het paradijs'. De aalvlugge dribbels die zijn spel nu kenmerken, heeft de 1m66 kleine spelverdeler hier, laverend tussen de bomen door, in zijn voeten geslepen. Maar ook tweehonderd meter verderop, op een groter, betonnen voetbalveld aan de Vlogaertstraat. 'Toen verboden terrein', zegt Kaya. 'Vader wilde niet dat ik er speelde. Terwijl hij aan het werken was, deed ik het stiekem soms toch. Vooral met technisch vaardige én een paar jaar oudere zaalvoetballers, maar ik trok me zo goed uit de slag dat ik als kleine ket mocht meedoen. Tot pa het ontdekte en ik enkele fikse schoppen onder mijn kont kreeg. (lacht) Hij was bang voor blessures en de gevaren van de straat - al viel dat wel mee, een probleembuurt was het hier niet. Vader vond bovendien dat ik mijn tijd beter kon spenderen: aan school - als prima student volgde ik in het middelbaar aanvankelijk zelfs Latijn in het Lycée Dachsbeck in Brussel - en aan mijn échte voetbalopleiding.' Die volgde Kaya immers al vanaf zijn zesde bij het 'grote' Anderlecht, waar hij van bij het begin samen speelde met Vincent Kompany en later ook met Anthony Vanden Borre. 'Die was een jaar jonger, maar had zó veel talent - nog meer dan Kompany - dat hij in een leeftijdscategorie hoger mocht aantreden. Helaas liet zijn mentaliteit toen al soms te wensen over, terwijl Vincent wél hard en gedisciplineerd werkte - het resultaat zie je vandaag.' Discipline had ook de jonge tiener Kaya. Elke avond stapte hij na school plichtsgetrouw de bus en metro op richting de oefenvelden van paars-wit, in de hoop zijn voetbaldroom waar te maken. Een droom die op zijn dertiende bijna in de kiem gesmoord werd. 'Ik belandde op de bank, ten voordele van de Vlaamse jongens die om een of andere reden voorrang kregen op de Brusselse 'straatvoetballers' van allochtone origine. Die moesten dubbel zo goed zijn om kansen te krijgen. Nog altijd trouwens, ook bij andere clubs. Kijk naar hoe weinig er in de eerste klasse spelen, op mezelf en Mohammed Aoulad (Westerlo, nvdr) na.' Uit een botscan bleek ook dat Kaya te klein zou blijven. 'Heeft dat meegespeeld? Misschien. Dries Mertens en Sven Kums, die een jaar en twee jaar jonger waren, hebben ze bij Anderlecht om die reden later ook afgeschreven. Kijk waar ze nu staan...' Toen op zijn zestiende Vitesse thuis in Sint-Gillis een profcontract op tafel legde, moest de Turkse Belg dan ook niet lang aarzelen. 'Ze boden me een concreet toekomstperspectief, terwijl er bij Anderlecht van een doorstroming van jongeren nog geen sprake was. Pas nadat ik voor Vitesse gekozen had, hebben ze geprobeerd mij te houden met een semiprofcontractje, maar dat heeft mijn vader weggelachen.' En dus trok de amper zestienjarige Kaya in 2002 richting Nederland, waar hij drie jaar later in het A-elftal van Vitesse debuteerde. Als De Kleine Tovenaar of De Deco van Arnhem stal hij er zelfs de harten van de fans, maar in vijf seizoenen - met in totaal 76 matchen -, brak de Belgische Turk nooit echt door. Toen in 2010 zijn contract afliep en Charleroi interesse toonde, was ook die handtekening vlug gezet. Kaya wilde naam maken in eigen land én terugkeren naar 'zijn' Brussel. 'Eerst trok ik weer in bij mijn ouders in Sint-Gillis, niet veel later kocht ik zelf een huis in een meer rustige, groene buurt in Anderlecht (de Klaverswijk nabij het Vijverspark, nvdr) en zijn zij mee verhuisd. Het mínste wat ik kon doen, want dankzij hen ben ik vandaag profvoetballer. Mijn vader is me al die keren na de training in Anderlecht komen ophalen, heeft mij ook door de eerste twee héél moeilijke jaren in Vitesse geholpen, toen ik nog geen Nederlands sprak en op internaat, verscholen in een donker bos waar niets te beleven viel, wegkwijnde van heimwee. En later kwam hij naar bijna elke match kijken, zelfs in Groningen, honderden kilometers ver. Ook vorig seizoen, toen ik in Lokeren niet van de bank raakte, kon ik met mijn frustraties (zie kader, nvdr) bij mijn ouders terecht. Net als bij mijn managers Jacques Lichtenstein, Daniel De Temmerman en Peter Verplancke, die mij al van bij het begin van mijn carrière bijstaan - zo'n hechte, trouwe entourage vind ik heel belangrijk.' Vijf jaar na zijn transfer naar Charleroi woont Kaya - samen met zijn ouders en op een boogscheut van zijn twee zussen en drie neefjes - nog altijd in Anderlecht, ondanks latere passages bij Lokeren en nu bij Zulte Waregem. 'Verhuizen was nooit een optie. De verplaatsing vanuit Brussel viel toch mee, ook nu ben ik slechts veertig minuten onderweg naar Waregem. Dat heb ik er voor over om dichtbij mijn familie te blijven. Bovendien in mijn geboortestad, een stad die bruist, die leeft, waar ik kan shoppen, met vrienden kan optrekken... Een stad die bovendien niet zo 'slecht' en 'gevaarlijk' is als wat velen er soms van maken. Oké, er ís op bepaalde plaatsen soms criminaliteit, maar er zijn ook veel góéde buurten en léúke plaatsen. Dat mag meer benadrukt worden, vind ik.' Kaya neemt ons daarom mee naar Rue de Méridien. Daar begint de Turkse wijk van Sint-Joost-ten-Node, de Brusselse gemeente waar de assistkoning van Essevee enkele avonden per week naar shishabar Prime Time trekt. Niet om meisjes te versieren - 'ik voel me prima als vrijgezel, geen gezeur, ben lekker vrij' - een waterpijp te roken of om alcohol te drinken - 'tijdens het voetbalseizoen hou ik het op Schweppes of muntthee, dat houdt me fit' -, maar om vrienden te ontmoeten, Turkse muziek te beluisteren ('Tarkan!') en samen naar het voetbal te kijken. 'Meestal Besiktas en FC Barcelona, mijn twee lievelingsclubs. De liefde voor Besiktas is doorgegeven van vader op zoon, die voor Barça ontstond toen ik als kind met pa vaak naar een Spaans café om de hoek ging.' En wat als de Rode Duivels tegen Turkije spelen? Zonder aarzelen volgt het antwoord: 'Turkije.' Een gevoelskwestie, verklaart Kaya, die de dubbele nationaliteit heeft. 'Ik ben geboren en getogen in België, voel me hier perfect, maar mijn hart klopt het hardst voor Turkije. Niet zozeer door mijn geloof - ik ben moslim, al kan ik als profvoetballer geen vijf keer per dag bidden en volg ik ook niet de ramadan - maar wegens mijn hoofdzakelijk Turkse vriendenkring, en vooral wegens mijn afkomst, mijn familie. Niet toevallig wonen mijn ouders, met wie ik Turks praat, nog bij mij of ik bij hen. (lacht) Die banden zijn in Turkije bijzonder hecht, meer dan in België. 'Een groot deel van mijn familie van moederskant woont bovendien in Istanbul: vier tantes, een oom, mijn oma, veel neven en nichten... Na het seizoen trek ik er altijd enkele weken naartoe, naar het appartement van mijn ouders. Evenveel als ik gek ben van Brussel, ben ik immers verliefd op Istanbul: de wondermooie Bosporus, de ineenvloeiing van de Europese en moslimcultuur... Tien keer groter ook dan Brussel - veertien miljoen inwoners - en dus ook tien keer meer te beleven. Hier gaan de mensen na het werk naar huis, daar werken ze tot 19 uur en gaat iedereen daarna uiteten. Geen moment verveling. Het is zelfs altijd even wennen als ik terugkeer naar het 'rustige' Brussel. (lacht) Na mijn carrière zal ik alleszins vaker naar Istanbul of naar het zonnige zuiden van Turkije reizen, al zal ik Brussel nooit verlaten.' Ook niet als een Turkse club op de deur klopt, aldus Kaya. 'Ik heb ooit een voorstel geweigerd: op mijn twintigste, van Sivasspor. Geen leuke stad echter. Bovendien had ik pas mijn kans gekregen bij Vitesse. En nu? Je weet nooit. Ik ben 29, zal zeker nog enkele jaren voetballen. Toch houdt dat me niet dagelijks bezig. Natuurlijk zou een transfer naar Besiktas schitterend zijn, maar ik ben realistisch. Als je ziet welke spelers ze daar de jongste jaren kopen - afgelopen zomer Mario Gomez en Ricardo Quaresma - dan zitten ze daar allicht niet op mij te wachten.' Daarom wil Onur Kaya zich nu vooral op Zulte Waregem concentreren, een rolmodel zijn voor de vele jonge Brusselse voetballers van vreemde afkomst. 'Jongeren die nu te vaak een mooie carrière mislopen omdat ze, in tegenstelling tot ik, niet genoeg steun krijgen van hun ouders. Maar ook wegens een gebrek aan discipline en doorzettingsvermogen. Het mooiste voorbeeld was Yasin Karaca indertijd bij Anderlecht. 'De Turkse Maradona' noemden ze hem. Een tóptalent, veel meer dan ik. Alleen een nul qua mentaliteit. Zoals er wel meer zijn, jammer genoeg. Dikwijls voeren ze dan het flauwe excuus aan: 'Discriminatie!' Soms terecht, maar dan moet je je daar overheen zetten. Door hard te werken, door je opofferingen te getroosten, door alles te doen - zelfs op je vijftiende naar Nederland verhuizen - om je droom te realiseren. En zelfs als dát lukt en je veel geld begint te verdienen, moet je nederig en respectvol blijven. 'Hopelijk kan ik, zoals mijn vader mij dat altijd heeft ingepompt, enkele jongens die lessen leren. Zodat de mensen in België ook zien dat immigranten wél kunnen slagen in het leven - het zijn heus niet allemaal profiteurs. En dat lukt alleen door zélf het goede voorbeeld te geven.' DOOR JONAS CRETEUR - FOTO'S KOEN BAUTERS'Brussel is niet zo 'slecht' en 'gevaarlijk' als wat velen er soms van maken.' ONUR KAYA