Mag u thuis luidop boeren?

"Nee. Mijn vrouw is daar heel streng op. Stijn en Ben durven weleens luidop te boeren. Ze zijn nu achttien en veertien. Je kent dat, hé, die leeftijd ... Het is altijd de mama die daar dan een opmerking over maakt. Ik laat veel toe. Ook als ze bijvoorbeeld hun schoenen laten rondslingeren, zeg ik daar niks over.
...

"Nee. Mijn vrouw is daar heel streng op. Stijn en Ben durven weleens luidop te boeren. Ze zijn nu achttien en veertien. Je kent dat, hé, die leeftijd ... Het is altijd de mama die daar dan een opmerking over maakt. Ik laat veel toe. Ook als ze bijvoorbeeld hun schoenen laten rondslingeren, zeg ik daar niks over. "Zelf krijg ik ook af en toe slechte punten. Gaby zit in de thuisverpleging en heeft weekenddiensten. Als ze op zaterdag thuiskomt, heb ik soms de afwas niet gedaan, terwijl ik een vrije dag had. Dan heb ik een telefoontje gekregen waardoor ik er niet toe gekomen ben of heb ik me gewoon in de zetel laten vallen en gedacht: foert. "Ook mijn zonen reclameren af en toe. Als ik dringend vurt moet, slurp ik terwijl ik soep eet. Daar kan de oudste niet tegen. De jongste wordt dan weer zot als ik met mijn mes in mijn bord kras. Eej, begin maar, hé. ( lacht) Maar ik ga nooit in discussie. Ik ben al zo weinig thuis ..." "Die van Flikken." "Verdoeme, die heeft uitstraling ... En een mooi kapsel. Bij een vrouw let ik ook altijd op de mond. Haar tanden moeten verzorgd zijn." "Ja, toen ik nog in Maastricht werkte, bij Sphinx, een sanitairbedrijf. Ik was daar magazijnier. Van alles wat binnenkwam en buitenging, moest ik de codes bijhouden. Ik deed dat graag. Ik was er 25 jaar in dienst en werkte nooit ergens anders. Overal lang blijven, zo ben ik, ook als trainer. We betoogden eens in de Wetstraat en eens in Den Haag, omdat we veel moesten inleveren. Het haalde niks uit." "Toen ik twaalf was, kwamen oudere kameraadjes thuis over de vloer met stripverhalen. Die gingen we op zolder lezen. Boekjes in de trant van Rooie Oortjes. We vonden het schitterend als zo'n stripfiguurtje geen beha droeg. Schone momenten ... "Als ik nu nog iets lees, gaat het over de Tweede Wereldoorlog. Ah, en ik ben ook bezig in een boek over die schaker, hoe heet die nu weer ... ( denkt na) Kasserov!" "Ja, die. Een biografie. Heel ingewikkeld. Je moet het drie keer lezen vooraleer je het snapt. De eerste keer is het doodsaai. De tweede keer begrijp je beter wat er bedoeld wordt. De derde keer is het heel spannend. Het gaat over zelfverzekerdheid en het positieve, over omgaan met winnen en omgaan met tegenstanders en journalisten. Schitterend. Soms schaakt die tegen twintig mensen tegelijkertijd. Het is boeiend om te lezen hoe hij dat aanpakt. Zo intelligent zijn, dat interesseert mij." "Donkerblauw. Dat vonden ze thuis wel oké, daarop zag je het vuil niet zo goed. Het gebeurde nogal eens dat ik na een dag spelen smerig thuiskwam. Tijdens de gocartraces met mijn buurjongens ging het er fel aan toe. Ik vloog daarbij een paar keer over de kop. Maar als toen je knie of elleboog bloedde, wreef je daar gewoon wat water over en was je weer weg. Nu lopen ze direct naar de dokter. "Gevaren inschatten was niet mijn sterkste kant. Ik viel soms uit een boom. Als we een boomhut bouwden, stond ik vaak in voor het dak, het belangrijkste onderdeel. Het dak bepaalt de uitstraling. Ook als ik Legohuisjes bouwde, stak ik veel tijd in het dak. En bij echte huizen is het ook iets waar ik op let. Platte daken en kapelletjes vind ik maar niks. "Ik ben ook heel gevoelig voor dakpannen. Vóór ik mijn huis liet bouwen, bestudeerde ik goed waar de zon opkomt en ondergaat. Als je pannen niet genoeg zonlicht krijgen, worden ze groen. Ons huis staat hier nu al twintig jaar en aan de mijne scheelt nog niks, die zien er nog altijd mooi donkelrood uit. Ik ben daar fier op." In deze rubriek laten we dit seizoen afwisselend een Belgische voetbalfiguur uit de Belgische competitie en een Belgische voetbalfiguur uit een buitenlandse competitie aan het woord. KRISTOF DE RYCK