Faïz Selemani: 'De bekerfinale spelen, zou prachtig zijn. Maar zover zijn we nog lang niet, want Antwerp is een moeilijke tegenstander. In een terugwedstrijd op ons veld is er veel mogelijk. Maar of de kwalificatie er dan nog zal inzitten, zal afhangen van het resultaat van de heenwedstrijd. Voor mij kan er alweer een droom in vervulling gaan.
...

Faïz Selemani: 'De bekerfinale spelen, zou prachtig zijn. Maar zover zijn we nog lang niet, want Antwerp is een moeilijke tegenstander. In een terugwedstrijd op ons veld is er veel mogelijk. Maar of de kwalificatie er dan nog zal inzitten, zal afhangen van het resultaat van de heenwedstrijd. Voor mij kan er alweer een droom in vervulling gaan. 'Ik ben geboren in Marseille in een familie van Comorese afkomst. Mijn moeder bleef thuis voor de vier kinderen en mijn vader was chauffeur voor vervoer met zware lading. Hij zorgde ook mee voor de veiligheid in en rond het Stade Métropole van Olympique Marseille. We waren grote supporters van l'OM. Familie en vrienden kwamen elke wedstrijd bij ons thuis op tv volgen. We woonden in Saint-Marcel, een kleine quartier, en daar ben in beginnen voetballen. Ik ben lang op laag niveau blijven spelen, maar bleef altijd geloven dat ik op een dag prof zou worden. Toen ik achttien was en bij AS Mazargues zat, in een naburige quartier, werd ik opgemerkt door l'OM. Ik testte er als centrale verdediger en mocht aansluiten bij de U19. Ooit het shirt dragen van l'OM was een jeugddroom. Maar een jaar later moest ik weer vertrekken. Dat was een enorme ontgoocheling. 'Via een vriend kon ik daarna bij de eerste ploeg van FC Côte Bleue terecht, een kleine amateurclub in Marseille. Het eerste jaar was moeilijk, door blessures, maar in het tweede ging het heel goed, meestal als centrale verdediger en soms ook als rechtsback in 3-5-2. Zo kon ik bij de derdeklasser Marseille Consolat een semiprofcontract tekenen. Het begin was ook weer lastig, want ik mocht niet vaak meedoen. Maar met de steun van de sportief directeur, die zelf ook van Comorese afkomst was, begon het na een tijd ook daar heel goed te gaan, als rechtsmidden weliswaar, en op het einde tekende ik bij de tweedeklasser Niort mijn eerste volwaardige profcontract. Ik werd er snel basisspeler en na één seizoen vertrok ik voor vier jaar naar de eersteklasser Lorient. Dat was de ene droom na de andere die ik realiseerde. 'Maar toen brak een zware periode aan. Verder dan drie invalbeurten als rechtsback kwam ik in de Ligue 1 niet. Eén ervan was wel in het Stade Vélodrome, in aanwezigheid van mijn familie en mijn vrienden. Dat is mijn mooiste herinnering aan Lorient. In het eerste jaar werd ik er na Nieuwjaar uitgeleend aan tweedeklasser Tours. Het tweede, nadat Lorient gedegradeerd was, werd ik uitgeleend aan tweedeklasser Ajaccio. We eindigden als derde, voor Lorient, maar het derde jaar seizoen werd ik bij mijn terugkeer in de B-kern gestoken. Het klikte niet met coach Mickaël Landreau. Hij vond dat ik als rechtsback op tactisch vlak niet het vereiste niveau haalde, omdat ik niet uit een centre de formation kom. Maar er werd bij Lorient ook niet aan mijn lacunes gewerkt.''In Frankrijk was er niemand meer in mij geïnteresseerd. Er hing intussen een etiket van slechte jongen op mijn rug. Toen ben ik mij meer bewust beginnen worden van de fouten die ik bij Lorient maakte, in mijn attitude, van stommiteiten die ik beging in momenten dat het niet ging zoals ik wou. Eigenlijk ben ik iemand die heel rustig is, die graag plezier maakt en in de fond goed is, maar als er iets tegengaat, word ik nerveus. Ik denk dat het Marseille is dat in mijn bloed zit ( lacht). Als dat nerveus kantje naar boven komt, is het moeilijk om mij te kalmeren. Als ik mij niet correct behandeld voel, wind ik mij snel op. 'Bij Lorient begreep ik niet waarom ik zo weinig kansen kreeg, waarom ik na een goeie prestatie toch weer op de bank terechtkwam. Ik vond dat een vorm van onrechtvaardigheid. Voetbal is mijn passie en als ik mij daarin geblokkeerd voel, doe ik soms dingen die ik beter niet zou doen, zoals ballen wild wegtrappen. Dan is dat sterker dan mezelf. 'Uiteindelijk ben ik door Alex Hayes naar Union gekomen. Hij kende mij van bij Lorient, kende ook mijn karakter en wou niet dat ik nog dezelfde fouten maakte. Omdat, zei hij, het anders moeilijk zou worden om nog een club voor mij te vinden. Samen met mental coach Gilles Sero ben ik daar beginnen aan werken. Ik vertelde hem mijn verhaal en sprak vele keren met hem. Wanneer ik die negatieve energie voelde opkomen, hielp hij mij die te kanaliseren en te transformeren in iets positiefs, in plaats van die tot een uitbarsting te laten komen. Ik ben bijvoorbeeld ook een heel slechte verliezer, zelfs op training, en als de scheidsrechter een fout op mij niet fluit, kan mij dat heel erg enerveren. Gilles Sero hielp mij om te focussen op mijn doelen, leerde mij hoe mijn wedstrijden voor te bereiden en mij niet uit de flow van het spel te laten triggeren. 'Belangrijk is ook dat ik erover praat wanneer ik voel dat er iets fout zal gaan, en daar niet blijf mee zitten. Luka Elsner, de coach, en zijn assistent speelden daar een cruciale rol in. Als er iets niet goed ging, zocht ik hem op en spraken we daarover. Dat liet mij toe te groeien, de fouten die ik in het verleden maakte te vermijden en vorig seizoen mijn beste seizoen ooit te spelen. Ik kwam ook tot het inzicht dat het niet altijd de fout van anderen is, maar vaak mijn eigen schuld. 'Het kwam ook omdat ik zo snel mogelijk wou bewijzen dat ik goed genoeg ben voor de eerste klasse, tegenover mezelf en tegenover anderen. Als er iets mis ging, maakte mij dat onrustig. Tot vorig seizoen: ik bereikte al mijn doelen. Mijn mentaliteit was veel beter en mijn spel matuurder. Als linksvoor maakte ik zeventien doelpunten en gaf ik tien assists. Het was een prachtig jaar, voor mij en voor de club, dankzij de staf en de spelers. Wat mezelf betreft: dankzij het vertrouwen in mij dat ik bij iedereen voelde. Niemand bij Union die mij zei dat het een probleem was dat ik niet opgeleid werd in een centre de formation. Er werd goed met mij gewerkt en dat maakte het voor mij makkelijker om ook goed te werken.' 'Toen Alex Hayes mij vorig seizoen naar Union haalde, beloofde hij mij dat als ik een goed seizoen zou spelen, ik zou mogen vertrekken naar een eersteklasser. Zijn ontslag in januari verontrustte mij, maar de voorzitter stelde mij gerust: als ik tot het einde van het seizoen alles zou geven, zouden ze mij niet tegenhouden. Dat was ook wat mij motiveerde: mij een jaar bewijzen in 1B en dan naar 1A. Ik was 26 en had geen tijd meer te verliezen. Nog een jaar blijven, zou niet goed geweest zijn voor mijn ontwikkeling. 'Maar Union kwam zijn woord niet na en blokkeerde mij. KV Kortrijk en SM Caen meldden zich, maar Philippe Bormans ( CEO, nvdr) wilde 2 miljoen euro voor mij krijgen. Een speler die het een jaar eerder voor 250.000 euro kocht, die het beloofde dat hij zou mogen vertrekken als hij alles gaf voor de club en die uiteindelijk met 17 doelpunten en 10 assists bijdroeg tot een fantastisch seizoen voor Union! Daar kon ik met mijn hoofd niet bij. Ik vond het onrechtvaardig. Union dacht alleen aan zijn eigen belang. Het degouteerde en demotiveerde mij. Ik werd er onweerstaanbaar ambetant van, trainde slap en geraakte in een discussie met de coach, omdat hij vond dat ik op die manier de voorbereiding op de wedstrijd tegen Lokeren verstoorde. 's Anderendaags kwam een veiligheidsfirma met vier man beletten dat ik nog meetrainde. Van de politie moest ik mijn kastje leegmaken en vertrekken. Ik kreeg te horen dat als ik het zou riskeren om nog terug te keren op het oefencentrum ik in de boeien geslagen zou worden. Voor mij was dat het einde. Wie gaat er nu zo met zijn personeel om?! Dat is nog nooit vertoond! 'Ik verbrak dus eenzijdig mijn contract. Met menselijkheid was er een andere oplossing mogelijk geweest. Maar het probleem is dat voetbal soms puur als business beschouwd wordt en het menselijk aspect vergeten wordt. 'Toen de bond mij niet speelgerechtigd verklaarde, dacht ik: hoe kan dat nu?! Hoe kan de bond nu accepteren dat een club zo met een speler omgaat?! Ik vond dat heel bizar. Dat was heel moeilijk te verwerken voor mij en mijn familie. Ik werd ook weer afgeschilderd als een slechte jongen, terwijl ik daar vorig seizoen door mijn prestaties en mijn gedrag net vanaf geraakt was. Toen vervolgens de rechtbank de bond gelijk gaf, voelde ik mij zo onmachtig dat ik mijn zaakwaarnemer belde en zei dat ik het voor dit seizoen bekeken zou houden en naar Frankrijk zou terugkeren. Ik kon daar niet mee om. Dat was te veel voor mij. Maar dankzij mijn entourage, mijn familie en mijn vrienden slaagde ik erin mij te beheersen. 'Dat ik in beroep toch nog gelijk kreeg, was geweldig nieuws. Ik vernam het uitgerekend een dag nadat ik met een heel goed gevoel van de nationale ploeg was teruggekeerd, omdat we waren gaan winnen in Togo, met een doelpunt van mij, en gelijkspeelden tegen Egypte. Die vreugde kan ik nog altijd voelen. 'Vier maanden trainde ik zonder te spelen en zonder betaald te worden. Sommige dagen ging het niet, maar met de steun van de coach en ploegmaats slaagde ik er toch in mijn problemen opzij te zetten, het vol te houden en op het oefenveld te laten zien wat ik waard was. De winning goal die ik net voor Nieuwjaar op Eupen maakte was voor mij een enorme opluchting. 'Mijn doel nu is hier te tonen dat ik nog hoger kan. Daar voel ik mij helemaal klaar voor. Door wat ik meemaakte, ben ik weer gegroeid. Ik ben niet meer de Faïz van vroeger. Ik ben tevreden over de persoon die ik ben geworden.'