1975 NIET TE OUD, MAAR TE JONG

Patrick Goots : "Als ik oud-leraars van mijn school terugzie, vertellen ze altijd hetzelfde verhaal. Als iemand vroeg wat ik later wou worden, antwoordde ik steevast 'profvoetballer'. Als kleine jongen deed ik dan ook niets anders dan op straat met een bal spelen tot het donker werd.
...

Patrick Goots : "Als ik oud-leraars van mijn school terugzie, vertellen ze altijd hetzelfde verhaal. Als iemand vroeg wat ik later wou worden, antwoordde ik steevast 'profvoetballer'. Als kleine jongen deed ik dan ook niets anders dan op straat met een bal spelen tot het donker werd. "Ik wou eigenlijk keeper worden, maar het is anders gelopen. Het was vroeger traditie om een toernooi te houden tussen de verschillende Desselse wijkploegen : Centrum, De Hei, Brasel en De Bergen. Op een keer kwam de trainer van De Bergen aan de deur bellen. Hij vroeg of ik wou meespelen. Aangezien er al een doelman van enkele jaren ouder tussen de palen stond, werd ik in de spits gezet. Er liepen mensen van Dessel Sport rond de terreinen om te scouten. Ik maakte tijdens dat toernooi verscheidene doelpunten en tekende enkele maanden later mijn eerste aansluitingskaart bij Dessel. "Mijn eerste officiële wedstrijd zijn we gaan winnen op Zwarte Leeuw met 1-3. Ik scoorde drie keer. Ik herinner me ook de match tegen Gierle nog goed. Zij speelden toen voor de titel en daarvoor moesten ze winnen. Uiteindelijk speelden we 5-5 gelijk en trapte ik vier ballen binnen. Een gefrustreerde trainer stapte na de negentig minuten speeltijd naar mijn vader. Omdat ik redelijk groot was voor mijn leeftijd, ging die coach ervan uit dat ik te oud was om opgesteld te worden. Maar eigenlijk was ik zelfs nog een jaartje te jong. Ze hadden toen klacht kunnen indienen, maar hebben dat niet gedaan. "De jeugdwerking van Lierse kwam me dat seizoen weghalen bij Dessel, maar na twee jaar als kadet daar, keerde ik terug naar mijn thuisgemeente. Ik had wat ervaring buitenshuis opgedaan en die moest ik omzetten naar resultaten en doelpunten. Dat werd tenminste van me verwacht. Maar ik kon die verwachtingen niet waarmaken. Ik stopte zelfs veertien dagen met voetballen. Dion Leysen kwam me gelukkig terughalen voor een wedstrijd tegen Herentals. In 1981 speelden we met de junioren kampioen. Jos Gijs, onze trainer, vond Guy Peeters en mij te sterk om enkel de voorwedstrijden te spelen en stuurde ons naar de eerste ploeg. Toen bij de laatste wedstrijd de jeugdspelers gehuldigd werden voor hun titel, maakten wij onze intrede bij het eerste elftal. Terwijl onze kameraden naar de kantine trokken om te feesten, zaten Guy en ik op de bank." Patrick Goots : "De Kempenzonen, een caféploeg die mijn vader in 1969 stichtte, loopt als een rode draad door mijn leven. Als kleine jongen kreeg ik altijd dezelfde straf : niet mee gaan kijken naar de wedstrijd van De Kempenzonen. "Ik zag mezelf veeleer de jeugd van Dessel trainen, maar toen mijn vader me vroeg zijn mannen te coachen, kon ik niet weigeren. Plots stond ik daar als negentienjarige jongen tegen venten van in de veertig te roepen. Als ik naar Team Spirit of FC De Kampioenen kijk, herken ik elementen van onze club. De spelers zijn stuk voor stuk vrienden die voor elkaar door een vuur zouden gaan. Op donderdagavond trainen we en nadien drinken we een pintje. We organiseren elk jaar een groot toernooi waar zowel ploegen uit de buurt als gelegenheidsteams op afkomen. Zo was er dit jaar een ploeg van toeschouwers van KV Mechelen. Sinds een jaar of vier staan we ook drie volledige dagen op Graspop, een muziekfestival in Dessel, waar we reclame maken voor onze club. "Na de dood van mijn vader hebben alle familieleden hun schouders nog meer onder De Kempenzonen gezet. Ik doe de administratie en stel de ploegen op. Guy, mijn broer, kalkt de lijnen en houdt het veld tiptop in orde. En de broer van mijn vader nam het voorzitterschap over. We maken met de ploeg zowel schitterende als moeilijke momenten door. Het is fijn te kunnen rekenen op de steun van je kameraden. Toen een van onze spelers een kind verloor, waren we er allemaal voor hem. Bij het overlijden van mijn vader heb ikzelf ook veel aan het team gehad. De Kempenzonen brengen me tot rust. Ik hou van de afwisseling tussen de stress uit het profvoetbal en de losse sfeer bij de amateurs." Patrick Goots : "Niet veel spelers krijgen de kans om profvoetballer te worden. Er komt een groot stuk geluk bij kijken. Wanneer ik sportkampen geef, probeer ik de jongens dan ook te overtuigen zeker hun studie af te werken. Want de weg naar de eerste klasse is er een met vele hindernissen. Ik had het geluk bij derdeklasser Lommel te voetballen toen die ploeg promoveerde naar tweede. Op die manier kon ik mezelf in de kijker spelen. Ik maakte maar liefst 19 van de 27 doelpunten in dat seizoen. Opeens viel Patrick Goots op bij de scouting van de eerste klasse. "Voor het eerst ging ik onderhandelen met een manager onder de arm. Ik zat aan tafel met Paul Nagels van Beerschot. Toen had ik er absoluut geen idee van hoeveel voetballers in de eerste klasse verdienden. Bij Lommel bedroeg mijn inkomen niet veel. Het salaris werd berekend aan de hand van de puntenstand in de competitie. Ik verdiende voor elke gewonnen wedstrijd wel wat extra centjes. Als Beerschot mij op dat moment een balpen had gegeven, had ik getekend aan eender welke voorwaarden. Gelukkig kende mijn manager meer van het wereldje en eiste hij een hoger bedrag. "Onder trainer Barry Hughes speelde ik mijn eerste wedstrijd in de eerste klasse, een vriendenmatch op een toernooi in Heultje tegen Westerlo. Daar stonden zeker 250 supporters uit Dessel langs de lijn : allemaal familieleden en vrienden. Ik kreeg daar meteen een patat : mijn naam stond niet eens op het blad, dus ik moest me zelfs niet omkleden. We speelden verder nog enkele vriendschappelijke wedstrijden tegen Jong Aarlen en de nationale ploeg van het Groothertogdom Luxemburg. Op twee halfuurtjes scoorde ik vier keer. "In de eerste ronde voor de Beker Ludo Coeck ( zomertoernooi georganiseerd door Gazet van Antwerpen, nvdr) namen we het op tegen Germinal. Ik verscheen voor de eerste keer in de basis omdat een van de vaste spelers met een blessure sukkelde. Ik maakte opnieuw twee doelpunten. De kranten spraken de volgende dag over de ontdekking van een talent, een echte goalgetter noemden ze mij. Op een maand tijd rukte ik van de vierentwintigste plaats op het blad op naar de twaalfde. Dat jaar scoorde ik zeventien keer. Ik stond tweede in de topschutterranglijst van de Belgische competitie. Hoewel de ploeg met de degradatie flirtte, kon ik elke week wel mijn goals meepikken. In mijn jeugdjaren maakte ik vooral doelpunten door op snelheid ballen in de diepte terug te halen en de keeper te dribbelen. Later leerde ik ook van op afstand raak te schieten. Ik ben niet voor niets de enige Patje Boem Boem in België. "Het mooiste doelpunt scoorde ik in 1988 op Charleroi, net op mijn twintigste verjaardag. Ik trapte de bal met een volley vanaf de zijlijn binnen voor Lommel. Iedereen noemt het een Van Bastengoal en ze is zelfs uitgezonden op CNN. De toenmalige trainer, Johnny Velkeneers, zei me enkele maanden later dat mijn goal nog mooier was dan die van Van Basten." Patrick Goots : "De voetbalgeest erfde ik zonder twijfel van mijn vader. Hij reed me naar de trainingen, bracht me techniek bij en pepte me op voor een wedstrijd. Hij had zelfs een goal gemaakt van boomstammen, zodat ik thuis kon oefenen bij het richten van mijn schot. Zijn dood bracht een hele hoop veranderingen. Opeens viel mijn mentor weg, mijn moeder stond er alleen voor en bij De Kempenzonen zaten we zonder voorzitter. De band tussen mijn broer en mij werd er wel sterker door. Hij is nu ook de kapitein van De Kempenzonen en de stuwende kracht achter mijn supportersclub. "Mijn vader werkte vroeger bij brouwerij Campina, maar toen die failliet ging, zocht hij ander werk. Dat vond hij bij een Nederlands houtbewerkingbedrijf. Op zijn eerste dag moest hij boomstammen omzagen in het bos van Veldhoven, toen de zaagmachine ontplofte. Het vliegwiel schoot recht in zijn hartslagader. Aangezien ze midden in het bos zaten, duurde het voor de hulpdiensten lange tijd om daar te geraken. Op dinsdagavond hadden we nog samen getraind met De Kempenzonen en op woensdag kwamen ze me op training het trieste nieuws melden. Ik ben toen nog als een zot naar Nederland gereden, maar tevergeefs. "Ik ga nog altijd de dag voor elke wedstrijd naar het kerkhof. Daar maak ik een vaste toer die ik intussen al blindelings kan stappen. Ik passeer de grafstenen van mijn vader, mijn grootmoeder, een van mijn beste vrienden, mijn oom en de vader van mijn beste vriend. Doorgaans blijf ik niet langer dan vijf minuten op het kerkhof, maar ik moet er geweest zijn. Daardoor krijg ik het gevoel dat ze dicht bij me zijn en dat ze me door dik en dun steunen. "Vooral op sportief vlak mis ik mijn vader aan mijn zijde. Ik weet nog goed dat hij in mijn poëziealbum een tekening van Alfred Riedl gemaakt had, gecalqueerd uit de krant. Hij schreef erbij dat hij hoopte dat ik ooit bij Antwerp zou terechtkomen en dat ik het ver zou schoppen als spits. Spijtig genoeg heeft hij de mooiste momenten uit mijn carrière moeten missen en dat doet pijn. Ook bij de bouw van ons huis viel het op dat hij er niet meer is. Hij was de handige Harry in de familie en hij zou ons zeker geholpen hebben." Patrick Goots : "De dokters hadden de geboorte van Killian uitgerekend voor begin juli. Normaal gezien zat ik dan in Bulgarije of Tsjechië voor de Intertoto met Beveren. Na overleg met onze gynaecoloog beslisten we Killian iets vroeger ter wereld te laten komen. Op weg naar het moederhuis van Geel zagen we een busje stoppen met gehandicapte kinderen. Dan hoop je maar dat alles goed komt met je eigen zoontje. Ik was met mijn schoonouders iets gaan eten omdat de bevalling lang zou duren. Maar toen ik terugkwam in het ziekenhuis, stonden de verpleegsters me al op te wachten. Ze hesen me snel in een groene jas, sleurden me mee de lift in naar Leentjes kamer. Killian werd geboren met een keizersnede. De bevalling verliep niet zonder gevaar. Killian overleefde het maar weende niet. De dokters hadden sneller moeten beslissen om tot een keizersnede over te gaan. Wat er precies misgelopen is met onze zoon, hebben de dokters ons nooit verteld. "Ondanks de moeilijke zwangerschap en bevalling wilden we drie jaar later graag nog een tweede spruit. Na ons bezoek aan de dokter bleken we opnieuw in verwachting van een jongen. De kaartjes werden geschreven, de doopsuiker besteld en de kinderkamer ingericht. Kwam daar in het ziekenhuis toch een meisje tevoorschijn zeker ! We noemden haar Jana, naar het zusje van Leentje dat heel jong gestorven is. Zij heette Anja. Jana verjaart bovendien op dezelfde dag als mijn schoonmoeder. Onze dochter kwam als een godsgeschenk. "De gedachte dat mijn kinderen ooit iets zou overkomen, maakt me gek. Ik probeer ze goed op te voeden, ik ben een strenge vader. Misschien neem ik de opvoeding van mijn eigen ouders als voorbeeld. De kinderen kunnen altijd op me rekenen. Ik breng Killian met veel plezier naar het voetbal of Jana naar de jiujitsutraining."Patrick Goots : "Een individuele trofee op nationaal gebied, zoals De Gouden Schoen of Profvoetballer van het Jaar, kon ik nooit in de wacht slepen. In Mechelen en Antwerpen werd ik wel tweemaal verkozen tot verdienstelijkste speler en in de referenda van de ploegen stond ik altijd vooraan. De Trofee voor Sportfiguur van de provincie Antwerpen deed me toch iets. Voor mij betekende dat dé bekroning van mijn carrière. Een ploegspeler heeft het moeilijker om zich in de kijker te werken. De vorige prijzen gingen bijna altijd naar individuele atleten zoals Bart Wellens en Tom Boonen. Ik kon gelukkig rekenen op de supporters van Antwerp die massaal berichten stuurden om mij naar de eerste plaats te helpen. Ik besefte dus dat ik veel kans maakte om te winnen. De organisatoren hadden me ook gevraagd zeker aanwezig te zijn op de uitreiking. Die avond moest ik tegen Deinze spelen voor de beker van België. Ik had Leentje gestuurd om de prijs in ontvangst te nemen als ik hem zou winnen. Na de wedstrijd, waar ook nog eens verlengingen aan te pas kwamen, belde ze mij op met de boodschap zo snel mogelijk naar Antwerpen te komen. De trofee was voor mij en de fotografen en journalisten van Gazet van Antwerpen stonden op mij te wachten. Hoewel ik twee jaar bij Beerschot en vijf jaar bij Antwerp voetbalde, kende ik nog steeds de weg niet in de stad. De fotograaf heeft me per telefoon minstens een kwartier door de straten geloodst met aanwijzingen van 'nu links' en 'volgende rechts tot aan de lichten'." Patrick Goots : "Mijn voorliefde voor RAFC was zeer groot. Niet alleen supporterde ook mijn vader voor die ploeg, maar alle clubs die in rood-wit spelen, brengen een speciaal gevoel in me naar boven : De Kempenzonen, Liverpool in de Engelse competitie en Ajax in Nederland. Toen ik op een avond sportkampen voorbereidde, kreeg ik telefoon van Regi Van Acker. Hij vroeg of ik graag bij Antwerp wilde spelen. De transferperiode sloot om twaalf uur stipt. Om tien uur 's ochtends telefoneerde Eddy Wauters, hij verwachtte me binnen het halfuur in Antwerpen om een contract te tekenen. Ik ben toen, met mijn schoonmoeder in de auto, van Brugge naar Antwerpen gevlogen. Ik denk dat ze nog altijd op haar benen staat te trillen. Sinds ik geen manager meer heb, gaat mijn schoonvader mee naar de onderhandelingstafel, maar op Antwerp was hij er niet bij. Ik ging akkoord met de voorwaarden en ik tekende. Maar Danny Van Gorp, de keeperstrainer van Turnhout, en voorzitter Leon Van Gorp wilden me niet voor 1 miljoen laten gaan. Leentje heeft toen naar de voorzitter gebeld om hem te vertellen dat het zo niet kon : 'Patrick zal niet naar Antwerp vertrekken als jullie sowieso zijn contract nog twee jaar uitbetalen aan de afgesproken som en hij gaat zeker niet naar RKC !' Op dat moment was Turnhout ook in discussie met RKC, een eersteklasser uit Nederland, over mijn transfer. Antwerpen bood nog enkele miljoenen meer en ik vertrok. Ik kwam bij rood-wit in een fantastische groep terecht : Stefan Leleu, Jurgen De Neys, Marc Van Britsom en Darko Pivaljevic. We spreken trouwens nog elk jaar af om in het centrum van de stad iets te eten tijdens onze winterstop. "Ik herinner me die eerste wedstrijd nog alsof het gisteren was. We speelden een oefenmatch tegen derdeprovincialer Sint-Pauwels, een gehucht tussen Sint-Niklaas en Beveren. Er gingen op zijn minst tweeduizend Antwerpaanhangers met ingelegde bussen mee. Dat waren ze daar duidelijk niet gewend. Tijdens de rust belde de club de brouwer op om extra vaten bier te leveren. Dat eerste seizoen bij mijn favoriete ploeg werd prachtig : we wonnen de Beker Ludo Coeck, we konden op een toernooi in Gent het grote PSV met Luc Nilis verslaan, we speelden in de competitie los kampioen en ik scoorde 32 doelpunten. Het feest met zang, dans en Bengaals vuur tijdens de kampioenenmatch tegen Ingelmunster, staat voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Op die manier ging ik op mijn 34ste nog naar de eerste klasse. "Onder trainer Henk Houwaart speelde ik het seizoen daarop de derby tegen Germinal Beerschot. We stonden 1-3 achter en verscheidene supporters waren al naar huis gegaan. Als kapitein probeerde ik de spelers in de kleedkamer op te peppen om er in de tweede helft volledig voor te gaan. We speelden daarna paars-wit gewoon weg en wonnen met 5-3, en het feest barstte los. "Voor mijn afscheid organiseerde het bestuur een speciale wedstrijd : de Goots All Stars speelden tegen de eerste ploeg van RAFC. Met een limousine, vijf goals van mezelf en een applausvervanging door mijn zoontje nam ik afscheid van de Bosuil. Ik stelde zelf een ploeg samen. Dat bleek absoluut geen gemakkelijke opdracht. Aangezien ik het goed kan vinden met keepers, moest ik schipperen, want ik kon toch geen elf doelmannen opstellen. Ik had Dennis Fraeyman, coach van de invallers bij RAFC, gevraagd om onze ploeg te trainen. Uiteindelijk wonnen we de wedstrijd met 9-3. Vooral het gevoel toen Killian in de slotfase scoorde, was fantastisch, ook al was dat op voorhand met de doelman afgesproken." ANNELIES SIMOEN