Blader voor u dit begint te lezen nog eens terug naar de cover van dit blad. Adrie Koster als ballendrager. Toen ze het ontwerp bij de club binnenkregen, had de persverantwoordelijke er twijfels bij. Ballendrager vond hij geen evidente pose voor een trainer. Die keek er zelf ook even naar en liet zich dan de boodschap uitleggen. Die was dat er moest worden gewerkt om verder te komen. En werken, dat doet een voetballer met ballen. Waarna het kort luidde: "Nou, dan heb ik er geen probleem mee." De trainer van Club Brugge ten voeten uit: kort, duidelijk, bereid tot werken.
...

Blader voor u dit begint te lezen nog eens terug naar de cover van dit blad. Adrie Koster als ballendrager. Toen ze het ontwerp bij de club binnenkregen, had de persverantwoordelijke er twijfels bij. Ballendrager vond hij geen evidente pose voor een trainer. Die keek er zelf ook even naar en liet zich dan de boodschap uitleggen. Die was dat er moest worden gewerkt om verder te komen. En werken, dat doet een voetballer met ballen. Waarna het kort luidde: "Nou, dan heb ik er geen probleem mee." De trainer van Club Brugge ten voeten uit: kort, duidelijk, bereid tot werken. Net als vorig jaar en het seizoen voordien, heeft Club Brugge zijn start niet gemist. Na tien van de dertig speeldagen staat blauw-zwart eerste, zoals vorig seizoen. We herinneren ons nog allemaal hoe het toen afliep, met de billen dicht krap derde, op een boulevard van de nummers één en twee. Enige voorzichtigheid is dus gewenst, want Koster weet als geen ander dat aan de top komen één is, maar er ook blijven iets heel anders. Twee seizoenen geleden ging het in het voorjaar mis, vorig seizoen al begin december. Hij wil het nu langer aanhouden en gaat niet mee in de euforie van de fans die hem in de cafés na de topper tegen Anderlecht al vergeleken met Ernst Happel. Toen hij de receptiezaal na die wedstrijd binnenstapte, viel hem zelfs een luid applaus te beurt. Adrie Koster: "Nu, ja goed, dat is allemaal ... Wij trainers zijn afhankelijk van de spelers, wij moeten ze aan het voetballen krijgen. Als we geen kwaliteit hebben, mag je nog zo'n goeie trainer zijn, dan lukt het niet." "Gewoon, dan ben ik thuis en doe ik wat klusjes die zijn blijven liggen. Iets in de tuin, met je gezin optrekken. Geen analyse meer van wat gebeurde, dat heb ik de dag zelf al gedaan." "We zien stilaan een duidelijke ontwikkeling in de ploeg. Het is allemaal beter op elkaar afgestemd. In de zomer hebben we van alles geprobeerd en draaiden we een 'slechte' voorbereiding. Zet dat tussen aanhalingstekens. Daar worden vaak conclusies aan verbonden, maar wij hebben gewoon ons eigen plan gevolgd. Hebben we de kwaliteiten voor die spelwijze, wat moet er nog gebeuren? Er zijn vijf spelers vertrokken - Clement, Ciman, Kucera, Djokic en Kruska - en we hebben nog wat versterking gehaald - Hoefkens, Perisic en Kouemaha - waardoor we in de breedte een heel goeie ploeg hebben die ook als er iemand geblesseerd of geschorst is dat goed kan opvangen. Dat doen we nu." "Dat heeft allemaal te maken met hoe je wilt voetballen. Ik ben ervan overtuigd dat scoren nooit afhankelijk is van één spits, maar van de manier waarop je voetbalt. Als je met elkaar goed voetbal speelt, creëer je ook kansen en ga je scoren. Ik denk dat we dat gaandeweg steeds beter zijn gaan doen, met als hoogtepunt de zege tegen Anderlecht." "Neen, bij ons helemaal niet." "Natuurlijk viel er meer uit te halen, maar als je zes weken bezig bent, moet je eerst je team leren kennen en weten wat ze precies kunnen. Ik ben een voorstander van 4-3-3 en heb dat geprobeerd. De momenten dat we het gespeeld hebben zoals ik dacht dat het er een beetje zou kunnen uitzien, hebben we resultaten gehaald en goeie dingen laten zien. Maar uiteindelijk hebben we het systeem wat aangepast en zijn we begonnen in een 4-4-2, met een ruit op het middenveld." "Dit is op dit moment de beste speelwijze. Wij kunnen omschakelen naar een 4-3-3, wat we deden in de eindfase tegen Lokeren of in Mechelen. Als dat in de wedstrijd wordt gevraagd, zullen we dat zeker nog doen. Maar nu is dit het systeem wat het beste bij de ploeg past. We moeten wel proberen nóg constanter te zijn, in de opbouw ervoor zorgen dat we zo min mogelijk balverlies lijden. Af en toe zitten er nog wat slordigheden in, waardoor je zelf de tegenaanval opzet. Ik ben ervan overtuigd dat het steeds beter zal worden. We hebben een vrij jonge groep die nog moet leren beseffen dat balverlies in de opbouw dodelijk kan zijn. Iedereen wil het veld zo groot mogelijk maken. Als je dan een bal slecht in de breedte speelt, zet je zelf de tegenaanval op." "Ik ben nooit bang en probeer altijd voetballend vermogen op het veld te krijgen, waardoor je de baas bent tegenover je tegenstanders. Natuurlijk moet je kijken naar het evenwicht, maar als een team goeie voetballers heeft, moet je daar gebruik van durven maken. Met veel goeie voetballers in je ploeg geef je de bal niet zo vaak weg, denk ik dan maar." "Elke trainer probeert te voetballen naar de mogelijkheden van zijn ploeg. Het zal bij mij nooit opkomen om met vijf man achterin te voetballen. Wat in België wél vaak gebeurt. Dat is in Nederland uit den boze. "Nu, iedere trainer heeft zijn eigen voetbalideeën en het goede recht het aan te pakken zoals hij het wil. Anderlecht haalt er resultaat mee. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, niet alleen mijn weg. Of die van iemand anders." "Ja. Ik vind dat je moet proberen het initiatief te nemen en naar de goal toe te gaan. Proberen te winnen, altijd, ook al zal het niet altijd lukken. Ik denk dat de spelers het leuk vinden op die manier. Er is meer spelvreugde, dat zie ik terug in alles. Ik denk ook dat het leuk is voor het publiek. En zelf beleef ik er op die manier ook veel plezier aan." "Ja. Het is hier een aantal jaren niet gegaan zoals het moest. Ik denk dat we een goeie start maakten en dan is het altijd prettig om te constateren dat er toch een bepaalde opluchting is binnen de club. Het loopt! Maar ik heb zelf nooit zo die druk gevoeld van: het is nu of nooit." "Ja, dat denk ik wel. Maar ik heb ook direct aangegeven dat ik in het begin zelf eerst wilde zien wat de kwaliteiten van de spelers waren. Ik heb vorig seizoen de ploeg zien voetballen in een periode dat het niet zo goed ging. Een trainer die weg moest, een ploeg die moest knokken voor de derde plaats. Het zat een beetje dood hier en dan is het moeilijk om spelers te beoordelen. Er zijn altijd spelers die weer opstaan als er een nieuwe trainer komt. Michael Klukowski had ik nooit gezien, Vargas evenmin, net als Djokic, Kucera. En dan kun je wel een oordeel horen over een speler, maar je wilt het toch graag zelf even zien. Daarna hebben we ingegrepen en nu zeg ik: goed gedaan, denk ik." "Dat je goed functioneert als team. Goed met elkaar meedenken, als de aanval over een kant loopt, heeft dat ook gevolgen voor de andere. Kantelen, doordekken, compact spelen, wie dat doet, kan als team heel ver komen. Ik moet zeggen dat Carl Hoefkens daar de afgelopen twee wedstrijden een heel belangrijke rol in speelde. Hij gaf leiding aan zijn verdediging. Dat is ook een pluspunt." "Het zijn natuurlijk spelers die een meerwaarde kunnen hebben voor je ploeg, maar je mag nooit afhankelijk zijn van één speler. Goeie ploegen worden gekenmerkt door het feit dat een andere speler gewoon meegaat als iemand uitvalt. Dat zie je op dit moment bij Club Brugge." "De voorbereiding van Wesley was niet top, maar dat was de voorbereiding in zijn totaal niet. Er is toen gezegd: dit zijn momentopnames, het kan zo weer anders zijn. En dat is ook zo. Je moet keuzes maken. Hoe fris zit die, hoeveel interlands heeft die gespeeld, hoeveel Europese wedstrijden, en moet hij niet even wat rust nemen? Doe je dat niet, dan pleeg je roofbouw op de spelers. Natuurlijk wilde Perisic in Moeskroen spelen, maar wij dachten dat we het niet moesten doen, en dus deden we het niet. Idem met Vargas tegen Anderlecht. Die kun je opstellen, maar hoe gaat het daarna? Hij moest een interland spelen, hoe krijgen we hem terug? De competitie is nog lang en je wint er uiteindelijk meer mee dan met zaken te forceren op korte termijn. Het is ook belangrijk voor de anderen, die maken ook deel uit van dit succes." "Niet elke week. Maar ik vind wel dat jongens die regelmatig gespeeld hebben en dan even niet, het recht hebben om te weten waarom niet. Ik hou van duidelijkheid. En als ze dan weer spelen, moeten ze het wel laten zien." "Iedereen maakt fouten, zij, ik, jij. Daar ben ik ook kritisch voor mezelf. Als ik het niet goed doe, zeg ik het voor de groep. Zoals met Perisic tegen Genk. Je maakt keuzes, maar soms loopt het niet en moet je bijsturen. Zo moet je elkaar scherp houden. Ieder op zijn manier, ik op de mijne, wat die ook moge zijn." "Neen. Ik denk dat ik wel weet wat ik wil en hoe ik het wil, en dat geef ik aan. Binnen het concept weet inmiddels iedereen wel wat er van hem wordt verwacht." "Ja, maar ik denk dat ik gewoon tempo in het team wil houden. Als je de ballen niet goed inspeelt, krijgt de tegenstander de gelegenheid om in positie terug te keren. Of verlies je soms tempo, door verkeerd in te spelen. Als een tegenstander er elke keer weer tussen kan komen, zit het tempo ook niet goed. Als het diep kan, moet je niet breed spelen of terugleggen. Dat schiet niet op. Ik vraag van mijn verdedigers aan de bal misschien iets meer dan in het verleden. Goed positie kiezen, goed inspelen én initiatief durven nemen om het middenveld op te gaan als die mogelijkheid er ligt. Daar wil ik graag een meerderheid creëren omdat dan tegenstanders weer keuzes moeten maken, waardoor van ons weer andere spelers vrijkomen. Zo kom je aan voetballen toe. Misschien gaat dat in tegen een trend, je ziet steeds minder mensen van achterin doorschuiven. Het is meer met vier achterin en de boel gesloten houden." "Ja. Als je geen goeie techniek hebt, kun je geen goed positiespel spelen, want dan duurt het te lang voor de bal er is. Dus gaat het om eerste balaannames, controles en snelheid van inspelen. Spelers met een hele hoge technische vaardigheid geven de doorslag in de kleine ruimte. Wesley Sneijder is daar een meester in." "Wij werken eraan. Hij is nog jong hoor, er zit nog een hoop progressie in. We hebben ook nog steeds veel spelers die graag in de bal spelen. Ik zou graag nog wat meer diepte hebben, al gaat het ook daar al beter." "Ik heb er toch geen invloed op, dus maak ik me ook niet druk over wie de scheidsrechter is. Hier ken ik hen nog niet allemaal, maar destijds in Nederland ook al niet. Probeer op een cleane manier te voetballen, daar gaat het om. De scheidsrechter bepaalt niet of je wint, dat doe je zelf. Ik heb wel eens gehoord van trainers die de dug-out verplaatsten omdat ze dan meer invloed op de grensrechters konden hebben. Ik geloof daar niet zo in. Die mensen worden daar alleen zenuwachtiger van en gaan dan misschien fouten maken. Als ik zie hoe Wesley Sonck neergesmeten wordt in de zestien, denk ik ook: dat is een ippon. En waarom ziet die dat nu niet? Het kost je de overwinning tegen RC Genk, maar dat kan ik niet terugdraaien. Dus hoop je maar dat hij zelf de beelden zag en besefte dat hij er flink naast zat." "Ik zit al een tijdje in het vlak, je leert daarmee omgaan. Ik maakte me vroeger ook drukker om bepaalde zaken." "Over het algemeen ben ik nooit zo'n druktemaker geweest." "Het is geen topniveau. Hebben we gemerkt op het moment dat we spelers naar hier wilden halen, ze kiezen toch voor grotere competities. Er wordt minder betaald. Nederland heeft in dat opzicht andere clubs. Het heeft dus met financiën te maken, tv-geld, accommodatie, waardoor meer geld kan worden gegenereerd en je betere spelers kunt aantrekken. En je hebt te maken met voetbalopvattingen." "Wat wil je dat ik daarop zeg? Het niveau valt me niet tegen, maar ik denk dat er meer uit het Belgische voetbal te halen valt." "Ja. Dat zie je ook aan de Belgen die in Nederland zitten. Als het daar lukt, waarom zou het dan hier niet lukken? Alleen: je moet ook keuzes durven maken. Geen drie, vier verdedigende middenvelders, maar één, twee. De jeugd moet extra aandacht krijgen. Financieel is de achterstand er en die moet je op een andere manier compenseren. Je kan de jongeren beter opleiden in de cultuur waarin wordt gevoetbald." "De manier waarop Ajax altijd voetbalde is ook mijn manier van spelen. Dat is ook de reden waarom ik naar Ajax ben gegaan, ook al werd ik er trainer van de beloften. Dan wil ik toch wel eens kijken hoe het daar aan die absolute top werkt. Hun voetbalfilosofie is ook de mijne." "Nou, het is ook wat anders geworden, natuurlijk. Ook Ajax speelde tegen Anderlecht 4-4-2, daarin moet je als topclub flexibel zijn. Als je die specifieke spitsen niet meer hebt, moet je wat gevarieerder spelen. Maar ik geloof nog altijd in een 4-3-3-systeem." "Dat is afhankelijk van de stand in de wedstrijd. Werk je vanuit een achterstand? Ben je in de meerderheid of juist in de minderheid? Wil je tactisch baas worden of blijven? Of wil je een wedstrijd toch nog naar je toe trekken, zoals tegen Cercle? Tegen Lahti thuis in de eindfase 2-2 staan kan eigenlijk niet. Dan ga je het de laatste tien minuten forceren, in een poging om toch nog dat derde doelpunt te maken." "Af en toe wel, ja. Men is hier wat voorzichtiger. Ik denk liever van: zo kunnen we de pot winnen." "Dat zit wel een beetje in ons. In mij zeker. Ik wist vroeger al: ik woon in Zierikzee, maar heel mijn leven blijf ik hier niet. De wereld is zo groot, ik wil daar meer van zien. Zo dacht ik ook al langer: ik moet een keer naar het buitenland, de horizon verbreden, in een andere cultuur werken. Als er een bod uit Griekenland was gekomen, had ik daar ook over nagedacht. Of Saudi-Arabië, ik zeg maar wat. Ik dacht niet meteen aan België, maar het is nu zo. En al is het maar een halfuurtje van hier tot de grens, het is toch een heel andere manier van denken. Dat was de uitdaging: zou ik mijn ideeën over voetbal ook in België kwijt kunnen?" "Ja. Niet te moeilijk doen. Als een tegenstander met vier spitsen speelt, gewoon vier verdedigers tegenover zetten. Geen vijf, want dan kom je elders weer een man te kort en dan gaat dat weer ten koste van je positiespel en kom je niet meer aan voetballen toe." "Weet ik niet eens, maar wel wat hoger, dacht ik." ( lacht) "Het is niet zo dat ik hier jullie cultuur wil veranderen. Helemaal niet. Dat zou ik niet kunnen. Het gaat erom dat ik aan mijn ploeg wat ideeën van mij kwijt kan. Daar ben ik mee bezig. Niet met het Belgische voetbal." door peter t'kintIk ben ervan overtuigd dat het steeds beter zal worden.Ik denk dat er meer uit het Belgische voetbal te halen valt.De scheidsrechter bepaalt niet of je wint, dat doe je zelf.