Het was een moeilijke vraag, zuchtte Stijn Vreven (45) een paar dagen voor de beslissende play-offwedstrijd van Beerschot Wilrijk in Mechelen. Wat als de ploeg van het Kiel net als een jaar eerder tegen Cercle nipt de promotie zou missen? Komt dan weer zo'n dreun zoals vorig jaar? De Ratten verloren uiteindelijk nipt (2-1), met deelname aan play-off 2 en nog een jaar 1B tot gevolg.
...

Het was een moeilijke vraag, zuchtte Stijn Vreven (45) een paar dagen voor de beslissende play-offwedstrijd van Beerschot Wilrijk in Mechelen. Wat als de ploeg van het Kiel net als een jaar eerder tegen Cercle nipt de promotie zou missen? Komt dan weer zo'n dreun zoals vorig jaar? De Ratten verloren uiteindelijk nipt (2-1), met deelname aan play-off 2 en nog een jaar 1B tot gevolg. STIJN VREVEN: 'Je hebt hier een aantal spelers die de promotie twee keer net hebben gemist. Vorig jaar heb ik daar al heel veel moeten op inpraten, om iedereen weer overeind te krijgen. Ik snap Marc Brys ook voor 110 procent. Die dacht: ik heb alles gegeven wat in me zat, en het loopt toch net mis. Maar ik ben overtuigd dat ik er straks weer enthousiast tegenaan ga. Dat heb ik altijd al gedaan. Toen ik bij Lommel trainer werd in tweede klasse, wilde ik een kampioenenpremie in mijn contract. De meeste bestuursleden moesten op dat moment eens hard lachen. Maar toen we kort voor het einde van de competitie tweede stonden, bibberden ze wel, hoor. Evenzo schrokken ze bij NAC toen ik er instapte toen we tiende stonden in tweede klasse en vroeg: wat is de premie als we promoveren?' Had je van meet af aan het gevoel dat deze spelerskern goed genoeg was voor de opdracht om mee te spelen voor de titel? VREVEN: 'Ik moet eerlijk zijn: ik kende de reeks 1B niet. Ik dacht dat Beerschot Wilrijk bijna zonder trainer ook bij de eerste drie zou eindigen, en met mijn filosofie mee zou kunnen dingen naar de titel. Nooit kon ik inschatten dat deze reeks zo dicht bij mekaar zou liggen. Het is een dramatische formule. Goed dat we KV Mechelen ook niet lootten voor de beker, anders hadden we dit seizoen acht keer tegen elkaar gespeeld. Het nadeel van deze formule is, naast het feit dat je mekaar zo vaak tegenkomt, dat je niet meer uitkijkt naar een bepaalde wedstrijd. Je kent elkaar door en door en kunt niet meer verrassen. Dus vond ik het niet nodig om alle energie te steken in het ontleden van de tegenstander en koos ik om mijn eigen filosofie te benadrukken. Naar de tegenstander keken we voor maximaal vijftien procent, de rest concentreerden we op ons eigen sportief verhaal. Maar dan lag het nog allemaal dicht bij mekaar. Je kan in deze competitie niet je momenten uitkiezen, je moet gewoon elke week pieken. En dat hebben we gedaan. Onze cijfers en statistieken waren behoorlijk indrukwekkend. Dat kan niemand ontkennen.' Jullie hadden geen speler die in zijn eentje het verschil kon maken, zoals Hernán Losada voorheen. VREVEN: 'Dat is zo. Ik zou graag ook een paar jongens hebben die dominanter zijn, niet alleen in het spel, maar ook in het winnaarsaspect. Elke trainer heeft graag een rechter- en een linkerhand op het veld. Wij hebben nog geen spelers met het grote woord, die een kleedkamer puur op enthousiasme kunnen meetrekken. Iemand als Jorn Vancamp zou op termijn zo'n persoonlijkheid kunnen worden.' Beerschot is geen gemakkelijke club om als speler voor te voetballen. Dante Vanzeir, uitgeleend door KRC Genk, zette in de slotmatch op KV Mechelen koel de penalty om, maar werd een paar weken eerder door zijn eigen aanhang thuis genadeloos uitgefloten toen hij een paar mislukte acties had gemaakt. VREVEN: 'Daarom is Dante ook naar hier gekomen, om met de druk van het publiek te leren omgaan. Als hij daar niet had tegen gekund, had hij maar naar Westerlo moeten gaan, wat de andere optie was voor hem. Hier kan je geen twee keer verliezen. Dante heeft afgelopen seizoen stappen gezet, maar hij moet er nog zetten.' Hoe ben jij eigenlijk bij Beerschot Wilrijk terechtgekomen? VREVEN: 'Om eerlijk te zijn: ik zat echt niet te wachten op een club uit 1B. Nadat het bij NAC afsprong, was ik van plan om voor het eerst in mijn trainersloopbaan comfortabel te wachten tot de juiste club zich aanbood.' Eigenlijk ging je er een jaar geleden van uit dat je nu nog bij NAC Breda zou zitten. VREVEN: 'Dat is zo. NAC was een goeie match voor mij: een club die teert op beleving, enthousiasme en passie, een volksclub ook. Ik was er graag, en men had mij er graag. Succes maakt vrienden, hé. Ik was als speler ooit graag bij ADO Den Haag, maar we zijn samen gedegradeerd, en van dat gevoel is niets overgebleven. Niet bij hen, en niet bij mij.' Je had met NAC het behoud afgedwongen, maar zij hadden flinke vraagtekens bij jou. VREVEN: 'Ik was eerst met hen gepromoveerd, en had dan met het elftal met de jongste gemiddelde leeftijd het behoud verzekerd. Dan verwacht je dat de eerste zin die je toegeworpen krijgt op je eerste evaluatiegesprek over die prestaties gaat. En niet over dat de raad van commissarissen niet blij was met mijn gedrag omdat ik een aantal keer naar de tribune was gestuurd. Je kan een Vrevenhater zijn of niet, maar je moet als coach beoordeeld worden op je prestaties. Het was een feit dat ik een paar keer te ver was gegaan, ik wilde best het boetekleed aantrekken. Ik ben ook iemand die achteraf makkelijk mea culpa slaat, maar door die opmerking knakte er iets, terwijl ik nog niet eens mijn sportieve evaluatie had kunnen maken. Toen we in het vervolggesprek nog meer uit mekaar groeiden, bedacht ik: dit is geen goede basis om een nieuw seizoen te beginnen.' Dus haakte je zelf af, en wachtte. Niet op een club uit 1B, zei je. VREVEN: 'Nee. Maar van de naam Beerschot werd ik meteen wel warm. Kort nadat ik het bij NAC voor bekeken hield, kreeg ik een telefoontje van Jan Van Winckel. Ik heb toen de plusjes en de minnetjes op een blad samen gezet en ben, wetende dat deze club niet het hoogste budget had en het na de gemiste promotie een moeilijk sportief verhaal zou worden, met mijn powerpointpresentatie over mijn voetbalfilosofie naar Jan gegaan. Na twintig minuten praten zei hij dat het voldoende was. Moest ik dan mijn laptop niet openklappen? Nee, antwoordde hij. Even dacht ik dat ik een slechte indruk had gemaakt, maar hij was al overtuigd. En na een aanvullend en positief gesprek met co-eigenaar Francis Vrancken was de deal beklonken.' Was je niet bang om terug af te zakken naar tweede klasse, nadat je net terug op het hoogste niveau was geraakt? VREVEN: 'Nee. Toen ik tien jaar geleden bij Neerpelt in eerste provinciale begon, riep iedereen dat ik mezelf als trainer zou begraven in die lagere reeksen. Terwijl ik dat net leerzaam vond, stap voor stap alles leren.' Heb je nog altijd het gevoel dat je jezelf als trainer moet bewijzen, na tien jaar? VREVEN: 'Natuurlijk. Maar dat moet José Mourinho straks ook weer, hoor. En Dick Advocaat degradeerde met Sparta, al schat ik hem heel hoog in als coach. Daarom ben ik niet snel euforisch als het goed gaat, en nooit down als het verkeerd loopt. Ik ben nog maar één keer ontslagen in die tien jaar, bij Waasland-Beveren. Dat vond ik klote, maar ik ging niet aan mijn trainerscapaciteiten twijfelen.' Valt het een beetje mee, Limburger zijn in Antwerpen? VREVEN: 'Het gaat niet alleen om Limburger zijn, iets waar ik best trots op ben. Overal waar ik kom, moet ik tegen vooroordelen vechten. Ik heb al gemerkt dat hoe ík denk dat ik ben niet belangrijk is voor de buitenwereld. Iedereen heeft al een oordeel over hoe en wie ik ben.' Wat is de grootste misvatting omtrent de trainer Stijn Vreven? VREVEN: 'Dat ik een mentaliteitstrainer ben. Daar begint alles mee in topsport, maar ik ben veel meer dan dat, met mijn tactiek en mijn filosofie. Ik heb nog geen club getraind waar ik heel mijn filosofie en structuur kan neerzetten. Dat zou ik graag wel eens willen.' Wat is de basis van jouw voetbalfilosofie? VREVEN: 'Duidelijkheid. Ik ben heel duidelijk naar spelers toe over wat ik wil, en wat ik niet wil. Hoe we gaan verdedigen en hoe aanvallen. Hoe onze looplijnen en onze passlijnen liggen, waar we staan bij balverlies. Die duidelijkheid breng ik bij besprekingen, bij trainingen. Altijd droom je om je filosofie zo snel mogelijk over te zetten op de spelers, op training en in de wedstrijd. Vanaf dag één lukte dat hier, zo snel dat ik er zelf stond van te kijken. Tot we op de eerste competitiematch 1-3 voorstaan en in de slotfase alles weggeven door individuele fouten. In plaats van met vier op zes startten we met twee op zes, en kwamen de twijfels. Dat heeft ons mentaal een enorme opdoffer gegeven.' Vraag je je op zo'n moment af wat jij verkeerd hebt gedaan? VREVEN: 'Zeker. Ik ga altijd ook zelf voor de spiegel staan, zoekend naar mijn eigen fouten. Ik hou niet van trainers die het 'wij'-gevoel hanteren als ze winnen, en als ze verliezen over 'ik en zij' praten.' Bij mij is het altijd 'wij', bij winnen én verliezen. Dat kan niet anders als je een topsportklimaat wil creëren.' Hing bij Beerschot Wilrijk een topsportklimaat? VREVEN: 'Hier heerst geen topsportklimaat. Nog niet. Maar deze club werkt keihard aan de comeback. Beerschot komt er zeker.' Wat mis je voor dat topsportklimaat? VREVEN: 'Structuur, visie, accommodatie. Dat is geen verwijt. Beerschot Wilrijk is heel snel gegroeid, van eerste provinciale tot vijf minuten van eerste klasse. Daardoor heeft deze club willens nillens een aantal stappen moeten overslaan, alleen al op logistiek vlak. Dat proces stopt nooit. In een kern heb je 26 individuen die je constant moet duidelijk maken dat je in een teamsport nooit resultaten krijgt als de aandacht bij het individu ligt. De ikken vallen in mijn filosofie vroeg of laat af. Hier viel dat nog mee, anders hadden we nooit deze resultaten kunnen bereiken, maar het is wel een zwaar gevecht geweest. Zwaarder dan ik dacht. Dat heeft met de standaard van deze club te maken. 'Ze zingen hier in de tribune: 'We are Beerschot, we do what we want. ' Dat klinkt mooi, maar ik had hier dat gevoel wel op alle gebieden. Ik maakte Trond Sollied nog mee als trainer. Een van de quotes die ik van hem onthouden heb, is: 'Small things, big difference. ' Dat klopt helemaal. In een topsportcultuur maken details het verschil tussen wie het wel haalt, en wie niet. Ik ben iemand die de passie en de energie heeft om daar dagelijks tegen te vechten. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar de volgende dag heb ik weer diezelfde energie. Filip Haagdoren heeft ooit gezegd dat zijn probleem als coach was dat hij vijf dagen op zeven gemotiveerd was. Dan heb je een probleem, want je kan als coach je dagen niet uitkiezen. Ook als speler kan je je momenten niet uitkiezen, wanneer je een winnaar bent, en wanneer niet. Dat moet een knop zijn die constant moet aanstaan.' Wat was hier het grootste probleem dat je moest oplossen? VREVEN: 'Bij Beerschot zaten veel jongens die alleen nog winst kenden. Verlies of gelijkspelen kon hier niet meer. Op het moment waarop je dan een keer niet wint, moet je sterk in je schoenen staan en heel standvastig zijn, want iedereen gaat je dan beïnvloeden om de oude manier van werken, waarmee ze zo veel gewonnen hebben, weer op te pikken. We hebben dat toen besproken, en daar is heel concreet vanuit de spelersgroep de vraag gekomen of we konden terugkeren naar de manier van spelen van vorig jaar. Ik heb dat toen afgeblokt. Niet abrupt, maar door mijn verhaal zo passioneel en overtuigend te brengen dat 90 procent van de spelers bereid was om daarin mee te gaan. Alleen heb je dan wel snel een resultaat nodig, of het is afgelopen. Spelers geloven alles van een coach als ze maar zien dat het rendement en succes opbrengt. Achteraf kan ik wel stoer doen dat ik in mijn aanpak geloofde, maar je moet dan wel snel met een resultaat komen. Dat hebben we in de bekermatch op Cercle gebracht, en de week nadien op Westerlo opnieuw. Na die twee wedstrijden waren we weg.' Kick je daarop, op zulke alles-of-nietsmomenten? VREVEN: 'Ik leef van adrenaline. Ik heb nooit uitspattingen gekend als voetballer en coach: geen drank, geen drugs. Mijn kicks haalde ik uit wedstrijden winnen, liefst zo groot mogelijke. Dat is als trainer nog altijd zo. Als eerste coach twee keer winnen tegen de regerende kampioen Feyenoord, wat vorig jaar lukte met NAC: daar doe ik het voor.' Wat heb je het afgelopen seizoen bij Beerschot Wilrijk geleerd? VREVEN: 'Je vat pas de ziel van een club als je er zelf werkt. Ik hou wel van levendige, passionele clubs, waar iedereen een mening heeft. Dat mag ook best een kritische mening zijn, ook tegenover mij. Men haat deze club of men houdt ervan. Niemand is ongeïnteresseerd in Beerschot Wilrijk. Wij zijn niet grijs, we zijn wit en zwart. Als er al iets bij mij past, is het wit en zwart. Niemand heeft geen mening over Stijn Vreven.' Je hebt hier voor twee jaar getekend, met de bedoeling te promoveren. Lukte het dit jaar niet, dan moet het volgend seizoen. Anders heb je gefaald. VREVEN: 'Dat is zo. Dan moet ik geen excuses zoeken. Ik weet dat ik hier ben voor de korte of middellange termijn. Als trainer ben ik maar zo goed als mijn laatste wedstrijd. Dit is een leuke club om te werken. Ondanks de vele dagelijkse files komende vanuit Limburg heb ik het me nog geen dag beklaagd dat ik hiervoor gekozen heb. Ik ben best fier op wat we gedaan hebben. Ik denk niet dat iemand hier vooraf dacht dat we tegen KV Mechelen op een paar minuten van het einde nog virtueel in eerste klasse zouden staan. KV Mechelen had de meeste maturiteit, Union het meeste talent, en wij waren de beste ploeg. Ik ben trots op dit seizoen, ik kan niemand iets verwijten. We hebben er echt alles uitgehaald.' Stoort het jullie hoe die andere club, Antwerp, steeds groter wordt in deze stad, waardoor Beerschot kleiner oogt en in de schaduw dreigt te belanden? VREVEN: 'Nee, ik vind dat eerder een stimulans. Je ziet daaraan hoe je met visie en structuur snel iets kunt neerzetten. We moeten daar niet jaloers op zijn, maar hongerig om hetzelfde te bereiken.'