Vanop de bovenste verdieping van het VDK-gebouw aan het Sint-Michielsplein heb je aan de achterkant van de Gentse Graslei een uitstekend zicht op de drie torens die symbool staan voor de historische rijkdom van de stad: het Belfort, de Sint-Baafs-kathedraal en de Sint-Niklaaskerk.
...

Vanop de bovenste verdieping van het VDK-gebouw aan het Sint-Michielsplein heb je aan de achterkant van de Gentse Graslei een uitstekend zicht op de drie torens die symbool staan voor de historische rijkdom van de stad: het Belfort, de Sint-Baafs-kathedraal en de Sint-Niklaaskerk. Trots arriveert Leen Van den Neste (54) hier elke dag vanuit haar woonplaats Herzele. Voor ze de stad binnenrijdt, passeert ze ook de Ghelamco Arena, waar ze de thuiswedstrijden van de Buffalo's bijwoont. 'Elke dag voel ik me weer fier wanneer ik daar voorbij rijd', zegt de topvrouw van VDK. Sinds april 2012 is Van den Neste voorzitter van het VDK-directiecomité is en maakt ze bovendien deel uit van de Gentse raad van bestuur. Als één van de weinige vrouwen zit ze zo mee aan de knoppen van het Belgische profvoetbal. Nochtans was ze vroeger géén voetbalfan. Leen Van Den Neste: 'Had je me tien jaar geleden voorspeld dat ik naar elke thuiswedstrijd van een voetbalclub zou gaan kijken en het nog leuk ging vinden ook, had ik je nooit geloofd. Mijn vader was nochtans een voetbalfan. Hij zat in het bestuur van de voetbalclub in Herzele en keek vaak voetbal op tv, maar ik ben nooit naast hem gaan zitten om mee te kijken. En zie nu: sinds 2010/11 zit ik tweewekelijks in de tribune en ook mijn vader is een echte Buffalo geworden. Ik ben het eigenlijk vrij snel leuk gaan vinden; het voelt nooit als een opdracht.' Wie heeft u in de voetbalval gelokt? Van den Neste: 'VDK! Ik ben heel aangenaam verrast door de sfeer, de cameraderie, het familiegebeuren: er zitten veel vrouwen in de Ghelamco Arena. Mijn man en kinderen gaan ook altijd mee. Die beleving vind ik niet bij alle clubs terug; ik ga soms ook naar uitwedstrijden. Ik vind nu zelfs het spel leuk, eens je je er begint in te verdiepen... Het is een sport die veel emotie meebrengt.' Kijkt u gepassioneerd of eerder een beetje geamuseerd? Van den Neste: 'Ik ben zeer gepassioneerd en absoluut subjectief. De scheidsrechter heeft altijd ongelijk wanneer hij tegen ons fluit. ( lacht) Maar ik ben ook kritisch en vloek wel eens. Sommigen schrikken wanneer ze me zien rechtspringen in de tribune.' U zit ook in de raad van bestuur van KAA Gent. Wilde u dat zelf, of is het u gevraagd? Van den Neste: 'Het is me gevraagd, maar ik heb niet lang moeten nadenken. Een van mijn voorgangers bij VDK, Frans Verheeke, zit nog steeds in het bestuur. Het is toch een belangrijk partnership dat we met KAA Gent hebben; sinds 1988 al, en we hebben er net drie jaar bij gedaan. Over drie jaar zullen we 35 jaar partner zijn van de club. Het is ook een historisch partnership met Ivan De Witte en Michel Louwagie, niet alleen met de club. Juridisch, economisch en financieel proberen we met onze expertise de zaken mee aan te sturen, maar met het sportieve bemoeien we ons nooit.' Moet u de voorzitter troosten wanneer het even wat minder gaat, zoals de voorbije maanden? Van den Neste: 'Ivan moet niet zo snel getroost worden, hoor.' Wat voor een bestuurslid bent u? Een luisterend oor, of bepaalt u mee? Van den Neste: 'Het eerste jaar in een raad van bestuur is het altijd wijs om veel te luisteren en weinig te zeggen. Ik heb geprobeerd om dat zo te doen. Ik ben van opleiding juriste en heb daarna accountancy gevolgd aan de Vlerick Business School. Door die ervaring kom ik eerder bij het financiële terecht. Bij een grote transfer check ik of de cashplanning nog klopt. Met de sportieve factoren bemoei ik me niet. Zonder vertrouwensrelatie in de competenties van alle bestuurders werkt een raad van bestuur niet.' Als Lille 30 miljoen biedt voor David, zegt u: ik breng hem desnoods zelf met de fiets? Van den Neste: 'Dat zijn moeilijke dossiers, tot je voelt dat de speler zelf absoluut weg wil. Dat is sportief jammer, maar financieel geeft ons dat wat zuurstof. In de huidige coronatijden is dat niet oncomfortabel.' Wat frappeert u als bestuurder in een profvoetbalclub? Van den Neste: 'Er is meer emotie dan op de raad van bestuur van de bank. In een bank is één plus één altijd twee, dat heb je minder in het voetbal. Een elftal goeie spelers vormen niet noodzakelijk een goeie ploeg.' Kunt u daar makkelijk mee leven? Van den Neste: 'Je moet dat leren, maar voetbal is geen exacte wetenschap, het gaat over mensen.' Wordt er rekening met u gehouden in een wereldje van 'ons kent ons', waar heel weinig vrouwen mee bepalen? Van den Neste: 'Ik voel wel dat we naar mekaar luisteren en heb niet de indruk dat het ertoe doet of ik nu een man of een vrouw ben. Ik zou het jammer vinden mocht dat wel zo zijn. Soms gebeurt dat. Aangezien mijn man en ik samen bij wedstrijden zijn, richten sommige mensen van de tegenstander spontaan het woord tot mijn man. Dan moet ik tussenkomen: 'Ik ben degene van de bank.' Dat vind ik een beetje jammer, dat je dat anno 2020 soms nog moet aangeven. De tijd dat de vrouw het aanhangsel was van de man, is voorbij, dacht ik.' Zijn Ivan De Witte en Michel Louwagie geëmancipeerde mannen? Van den Neste: 'Dat gevoel heb ik wel. Ik ervaar heel veel respect van hen, ik vind ook dat ze het goed doen. Ook in coronatijden besturen ze met rustige, vaste hand.' Hoe zou u hen beiden omschrijven? Van den Neste: 'De voorzitter is iemand met een groot strategisch inzicht. Hij heeft veel geduld, tot op zekere hoogte, wat ik een goeie eigenschap vind. Geduld op zich is goed, maar je mag niet eindeloos geduldig zijn. Michel Louwagie heeft ook veel ervaring, is een vat vol emoties, maar buiten de wedstrijd draait hij meteen een knop om en toont een goed strategisch inzicht. Hij denkt op lange termijn. Michel is zeer uitgesproken, Ivan is veel rustiger, maar ik zou liever ruzie hebben met Michel dan met Ivan.' Waarom? Van den Neste: 'Ik weet niet of het nog goed komt als je ruzie hebt met Ivan. Ze leiden allebei samen de club met heel strakke hand. Mooi om te zien is hoe ze een ijzeren tandem vormen waar je niet tussen komt, waarin elk zijn rol heeft.' Ze zijn samen al heel lang aan de macht. Vindt u dat een goeie zaak? Van den Neste: 'Absoluut. Je moet altijd een goeie mix hebben tussen ervaring en vernieuwing. Ervaring is goed, maar je moet opletten dat je geen blinde vlekken ontwikkelt, dingen die niemand meer ziet.' KAA Gent doet het nu al een aantal jaar financieel goed, maar er zijn andere tijden geweest, in 1988 en 1998, toen het schip zwalpte en uw bank de club te hulp moest komen. Hebt u die periode nog zelf meegemaakt? Van den Neste: 'In mijn beginjaren hebben ze alle schulden netjes afgelost. Dat was het einde van een moeilijke periode waarin we zij aan zij gestaan hebben, een periode ook waar veel vertrouwen uit gegroeid is. Er zijn toen afspraken gemaakt die de club zeer stipt is nagekomen. Vandaag zijn we een gezonde club, met een eigen vermogen en een gezonde kas. En met het mooiste stadion van België, met een fantastische sfeer. Heel goed uitgebouwd, met de passerelle waar je, buiten deze coronatijden, iedereen kan ontmoeten. Een visionair stadion vind ik het. Als provinciehoofdstad, mooiste stad van België en bij uitbreiding West-Europa moeten we ook zo'n stadion hebben, hé. ( lacht) 'De kracht van Gent vind ik het partnership tussen club, stad en bank: hoe we als Gentse bank, Gentse club en de stad dit stadion hebben verwezenlijkt. Het is een baken voor de stad, net als de drie torens. Ik ben elke dag fier wanneer ik er passeer. Niet alleen omdat het om het stadion van mijn club gaat, maar omdat het ook zo mooi is. Het zijn niet zomaar stenen, het zijn stenen met een ziel.' Wordt binnen de bank soms gediscussieerd over de toegevoegde waarde die sponsoring van KAA Gent nog heeft? Na meer dan 30 jaar zal iedereen wel weten wie jullie zijn. Van den Neste: 'Eerlijk: die discussie hebben wij hier niet. Iedereen bij ons blijft overtuigd van de kracht en het mooie van dit verhaal. We hebben het contract in juni met nog eens drie jaar verlengd, dat was toch een speciaal moment, maar we hebben dat van harte afgesloten, zonder dat er vragen rezen binnen het directiecomité of we dat nog wel moesten doen.' U bent intussen met afstand de langste sponsor in eerste klasse. Van den Neste: 'Daar zijn we zeer fier op. We willen als bank een duurzame speler zijn, en duurzaamheid vertaalt zich ook in partnership. Uiteraard heeft die sponsoring nog een toegevoegde waarde, we doen het niet voor de schone ogen van Ivan en Michel, hé. Het heeft wel iets, elke week in de krant en op tv komen met je naam.' Ook na weer een nederlaag? Van den Neste: 'Natuurlijk. Pas op: men zegt wel eens dat slechte reclame ook publiciteit is, maar daar geloof ik niet in. De constante, dat is een goed verhaal.' Een van uw voorgangers, Frans Verheeke, heeft destijds in 1998 beslist de club te redden. Anders was KAA Gent gewoon failliet gegaan. Stel dat de club nog eens in zo'n situatie belandt, zou u dan opnieuw hetzelfde doen? Van den Neste: ( denkt diep na) 'Bankieren is in grote mate een kwestie van vertrouwen. Dat vind ik heel belangrijk. Zo lang ik het gevoel heb dat mijn klant mij de waarheid vertelt en dat we samen vaststellen dat we in moeilijke momenten houvast hebben aan mekaar, kunnen we samen heel ver gaan - op voorwaarde dat de cijfers kloppen, natuurlijk. Eens het vertrouwen beschaamd is en we niet meer alles eerlijk vertellen aan mekaar, wordt het moeilijk, zoals in elke relatie. Het voordeel van een regionale speler te zijn, is dat je de vinger aan de pols houdt. Ik passeer elke dag aan het stadion, ik woon elke thuismatch bij, ik zie hoe het evolueert. Dat is ook het geval bij de bakker om de hoek die wij steunen. Als ik daar nooit volk zie staan, ga ik me vragen stellen, maar als de mensen buiten aanschuiven, ben ik gerust.' Wat zijn de momenten waar u met plezier aan terugdenkt? Van den Neste: 'Toen ik hier begon, stond Elimane Coulibaly in de spits, toch een speciaal figuur. De kampioenenviering en de bootjestocht vond ik subliem, de hele Champions Leaguecampagne was een feest. Er waren ook veel kleine momenten die je bijblijven, of mooie en ook moeilijke. Van één ding heb ik veel spijt: dat ik niet meegegaan ben naar Tottenham. Daar heb ik echt iets gemist.' Hebt u vertrouwen in de toekomst? Van den Neste: 'Absoluut. Wij zijn goed gestructureerd, kunnen tegen een stootje, hebben goeie reserves. Als er op een dag een probleem zou komen, zullen we dat samen aanpakken.' Durft u op tafel te kloppen? Van den Neste: 'Ja, hoor. Maar dat is tot nu niet nodig geweest. Alles wordt in consensus beslist, door mekaar te overtuigen. Iedereen argumenteert, daarna wordt er een voorstel geformuleerd, meestal door de voorzitter. Ik heb nooit meegemaakt dat er met handopsteken beslist moest worden. Ik vind het wel heel belangrijk om, ook in de bank, met één stem naar buiten te komen.'