Naam: Defour. Voornaam: Steven. Geboortedatum: 15 april 1988. Een jaartal dat gedrukt staat op zijn T-shirt, dat een alsmaar meer getatoeëerd lichaam bedekt. Met zijn hippe baard is zijn look nu heel anders dan die van de geblondeerde jongen in het begin bij Standard. Dat is acht jaar geleden, acht jaar met hoogtes en laagtes, die ook zijn imago veranderd hebben.
...

Naam: Defour. Voornaam: Steven. Geboortedatum: 15 april 1988. Een jaartal dat gedrukt staat op zijn T-shirt, dat een alsmaar meer getatoeëerd lichaam bedekt. Met zijn hippe baard is zijn look nu heel anders dan die van de geblondeerde jongen in het begin bij Standard. Dat is acht jaar geleden, acht jaar met hoogtes en laagtes, die ook zijn imago veranderd hebben. Steven Defour: "Heel goed." "Eerlijk? Dat heeft zich allemaal boven mijn hoofd afgespeeld. Ik heb de tifo gezien, ik heb rood gekregen. Daarna (stilte)... Ik heb de tijd niet gehad om aan het even wat te denken. Die rode kaart was dwaas, en een gevolg van het gedrag van de scheids..." "Ik wond me erover op, ja, want ik had het gevoel dat hij niet echt in de match zat, dat hij de clásico niet aanvoelde." "Ja, zoiets voel je meteen. Hij pakte het niet aan als een clásico. Ik vind dat ik een domme eerste gele kaart gepakt heb. Wat de tweede betreft: de scheids had het spel moeten stilleggen toen Standard doorspeelde op het moment dat een van hun spelers op de grond lag. Toen ik de bal veroverde, wilde ik hem buitentrappen - en het klopt dat ik hard getrapt heb, maar daarvoor mag hij me nooit een tweede keer geel geven." "Het verschil is dat ik de tweede keer het fluitsignaal niet had gehoord. Dat eerste geel begrijp ik volkomen, de scheids fluit een fout en ik trap de bal in de tribunes. Bij de tweede lag het spel sowieso stil.""Misschien, maar de sfeer was nooit zo vijandig als op 25 januari. Tijdens de opwarming ontploften er al tien bommetjes naast Silvio Proto. Normaal gezien gebeurt dat één keer per wedstrijd... Het is in het verleden nog wel heet geweest, maar dit keer was het toch nog wat anders..." "Sommigen zeggen van wel, anderen van niet. In elk geval is het niet aan mij om over sancties te oordelen, maar aan de beleidsmakers. Ik ben een voetballer die zijn match moet spelen. Punt." "Ja, dat wist ik. Maar ik was wel nerveus, want het doet toch wat om terug te keren naar Sclessin." "Neen, nooit. Al dacht ik op een bepaald moment: als het nu niet rustiger wordt, dan kan het weleens ontsporen." "Aan niet veel... ik herinner me dat ik het grappig vond. Pas na de wedstrijd realiseerde ik me de draagwijdte ervan. Ik wist voor de match al wel dat ze een spandoek over mij gemaakt zouden hebben. En voor de rest - ik herhaal het - is het aan de bevoegde instanties en aan de arbiter om een beslissing te nemen." "Het is niet aan mij om daarover te oordelen. Dat moeten de verantwoordelijken maar doen." "Hij zei: 'Ja, 't is de moeite hé.' (lacht) Nadien zat ik in de match. Wat nerveuzer dan anders, maar het ging wel. Alleen voelde de arbiter de match niet aan. Hij was onvoldoende psycholoog. Ik heb gewelddadiger clásicos gespeeld, Benfica-Porto bijvoorbeeld, met vliegende tackles en rode kaarten, maar de scheids voelde die aan. Had meneer Boucaut zo'n Benfica-Porto gefloten, dan had hij vijf of zes rode kaarten getrokken. Frank De Bleeckere bijvoorbeeld, die praatte op het veld. Na drie, vier overtredingen, zei hij: de volgende is een kaart. Deze zei niks. Dat is geen verwijt, dat is een vaststelling." "Ja, en ik heb me verontschuldigd bij mijn medespelers, de coach, de voorzitter. Ze zeiden dat ik mezelf niks hoefde te verwijten, maar dat deed ik toch. Ik vind het vooral klote omdat Standard met elf tegen elf die match nooit gewonnen had. Misschien zouden we niet gescoord hebben, maar we waren zeker met een punt vertrokken." "Natuurlijk begrijp ik dat. Als ik supporter was van Standard en een van mijn idolen tekende bij Anderlecht, dan zou ik ook kwaad zijn. Maar ik merk een escalatie van geweld in de maatschappij - niet alleen in het voetbal op zich. Men overschrijdt grenzen tegenwoordig, men gaat alsmaar verder. Vroeger werden spelers uitgefloten, nadien uitgescholden, vervolgens kregen ze voorwerpen naar hun hoofd gegooid... Tegenwoordig gooien ze met bommetjes." "Als ik zo veel beteken voor Standard, waarom heeft men mij dan niet gehaald?" "Porto heeft me laten gaan voor het bedrag dat ze drie jaar geleden voor mij neertelden. Waarom heeft Standard die inspanning niet gedaan, terwijl de grote rivaal er alles aan deed opdat ik bij hen zou tekenen? Die vraag moet ook gesteld worden. Had Roland Duchâtelet zes miljoen op tafel gelegd, dan werd er niet meer over gesproken... Je moet die transfer van de twee kanten bekijken." "Neen. Ik heb mijn besluit genomen en ik ben momenteel heel gelukkig. Ik ben hier op Anderlecht onthaald als iemand die men echt wilde." "Ik heb de moed om bepaalde beslissingen te nemen die niet gemakkelijk zijn. Als dat controverse oproept, dan aanvaard ik dat. Alleen van mijn privéleven wil ik dat het privé blijft." "Het kan best zijn dat ik van bepaalde zaken spijt heb. Dat maakt deel uit van het leven, dat is leergeld dat je betaalt. Maar ik ben iemand die rechtdoorzee is." "Ik ben een jongen zoals iedereen. Als je mij tegenkomt op café, dan kun je met me praten, ik zal je antwoorden. Ik kijk niet neer op mensen. Ik beschouw me niet als een vedette. En uiteindelijk neem ik beslissingen waarvan ik denk dat ze de beste zijn voor mij, voor mijn leven." "Qua imago vergist men zich vaak in Anderlecht, dat een erg familiale club is. Als ik op de tribune van Standard zat, dan was dat omdat ik dat fijn vond. Dat was niet met bijbedoelingen. Sommige spelers zijn wat timide en teruggetrokken, anderen spelen alleen voor het geld, ik ben naturel en ik waan me geen ster. Dat heb ik niet nodig om te leven." "Het voetbal maakt deel uit van mijn leven, maar het is niet alles. Belangrijk vind ik mijn privéleven, de mensen om mij heen, die mij gelukkig maken." "Dat denk jij misschien, de pers, om daar dan artikels over te schrijven. Maar zo boeiend is het helemaal niet: ik kom thuis, doe een dutje, kijk tv..." "Ja... Ik hou van een goed restaurant en van samenzijn met vrienden, maar er is voor alles een moment. Het is waar dat ik destijds bij Standard een periode gehad heb waarin ik overdreef. Mettertijd weet je wat je mag en niet mag doen." "Ja, maar toen zat het niet goed in mijn hoofd, ik bleef last hebben van mijn voet terwijl die genezen was. Ik stond dus niet in topvorm op het veld. Het is daardoor dat ik wat ontspoorde." "De mensen mogen vertellen wat ze willen. Als ik 's avonds eens uitga en een glas water drink, dan wordt dat in de verhalen al snel een fles champagne. Zoiets gaat snel rond. Maar als ik op het veld mijn job doe, is er geen probleem. Als ik slecht speel en dan uitga, dat is iets anders." "Je kunt overal iets achter zoeken, maar ik ging zowel uit toen het goed ging als toen het slecht ging. Tegenwoordig weet ik dat ik veel meer moet opletten, want mijn lichaam is kwetsbaarder dan vroeger." "Ik ben op en top Belg. Een Vlaming met een Luiks accent die in Brussel woont. Ik wou altijd de taal leren van de plaats waar ik was, dus bij Porto heb ik Portugees geleerd." "Om te voetballen." "Om een leider te zijn en de jongeren te gidsen." "Ja, want ze weten allemaal wie ik ben. Ze hebben respect voor mij, maar ik moet ook respect hebben voor de jongeren. Ik moet hen bepaalde dingen vertellen omdat ze die zelf nog niet hebben meegemaakt." "Dat moet ook. Wij hebben de ervaring daarvoor." "Ça va... ik denk dat ik op mentaal vlak goed werk geleverd heb voor de groep. Ik ben een leider, maar mijn individuele prestaties kunnen nog beter." "Hij heeft een groot volume en we wisselen geregeld van positie. Hij kan verdedigend en aanvallend spelen, net als ik. We zijn complementair." "Dat was een goeie ervaring. Ik heb veel kunnen leren, op een hoog internationaal niveau. Een mislukking? Dat hangt ervan af. Bij PSV tekenen, was dat dan beter geweest? Of naar de Engelse tweede klasse of zelfs een Premier Leagueclub die tegen de degradatie vecht, is dat beter? "Met het parcours dat Anderlecht afgelegd heeft in de Champions League, hebben we bewezen dat we kwaliteit hebben. Iedereen zegt dat de Belgische competitie niet zo sterk is, maar met Anderlecht halen we toch mooie resultaten." "Jawel, maar knokken tegen de degradatie en elke week verliezen, dat is psychologisch zwaar. Ik wil niet in de Premier League spelen gewoon om in de Premier League te spelen. Ik voetbal om mee te doen voor de prijzen, de trofeeën." "Neen. Maar ik heb me zwaar geblesseerd en nadien heb ik niet meer hetzelfde niveau gehaald." "Er zijn heel veel talenten, maar ze zijn allemaal nog erg jong en dus moet er meer evenwicht in de ploeg. Het bestuur heeft dat goed begrepen, vandaar de aankoop van MarkoMarin en Rolando. Goeie jeugd hebben is geweldig, maar die moet ook goed omringd worden." "Ik vind dat hij een heel jaar top moet zijn voor hij naar het buitenland vertrekt. Dat wil zeggen dat hij - tegen dat hij terugkomt uit blessure - moet presteren tot het eind van het seizoen. Want in het buitenland is het anders dan in België: daar ben je geen prins meer, maar een speler zoals de andere. Je moet kunnen accepteren dat je op de bank zit." "Dat is normaal. Hij is zeventien, moet nog naar school gaan en examens doen en wat later Champions League spelen. Het is niet gemakkelijk om dan nog wat te kunnen rusten. En dan was er ook nog zijn contractkwestie. Het is niet zo eenvoudig om daar allemaal mee om te gaan. Dan is zo'n vormdip zelfs logisch. Maar hij blijft een van de belangrijkste spelers van Anderlecht." "Misschien wel, ja. Maar ik droom niet meer. En ik maak ook geen carrièreplanning meer." "Ons parcours in de Champions League bewijst dat Anderlecht Europees niveau heeft. Mijn terugkeer naar België heeft niks met de Rode Duivels te maken. Dat was een persoonlijke keuze." DOOR THOMAS BRICMONT - FOTO'S BELGAIMAGE/CHRISTOPHE KETELS"Ik merk een escalatie van geweld in de maatschappij - niet alleen in het voetbal." "Goeie jeugd hebben is geweldig, maar die moet ook goed omringd worden."