Dat hij ooit tegen Juventustrainer Massimiliano Allegri gespeeld heeft met KV Mechelen, kan Glen De Boeck zich met de beste wil van de wereld niet meer herinneren. Stan Van den Buijs merkte het pas een paar jaar geleden toen hij iets moest opzoeken. 'Er was me in die match gevraagd om de passlijnen naar Luis Oliveira dicht te lopen, omdat die elke keer diep gestuurd werd met Cagliari. Maar of dat Allegri of een andere speler was, weet ik niet meer', zegt hij. Of hij dat inderdaad aan Van den Buijs opgelegd had, kan toenmalig Mechelentrainer Fi Vanhoof zich niet meer herinneren. Allegri ontbrak in de heenmatch voor de achtste finales van de UEFA Cup, die Cagliari eind november 1993 voor 7000 man Achter de Kazerne won met 1-3. In de terugmatch op Sardinië maakte hij zijn enige Europese goal ooit. 'Ik weet alleen dat Cagliari met Oliveira een heel goeie ploeg had', zegt Vanhoof, 'en dat wij met KV op de terugweg waren. Het was trouwens het voorlopig laatste Europese duel van KV Mechelen.'
...

Dat hij ooit tegen Juventustrainer Massimiliano Allegri gespeeld heeft met KV Mechelen, kan Glen De Boeck zich met de beste wil van de wereld niet meer herinneren. Stan Van den Buijs merkte het pas een paar jaar geleden toen hij iets moest opzoeken. 'Er was me in die match gevraagd om de passlijnen naar Luis Oliveira dicht te lopen, omdat die elke keer diep gestuurd werd met Cagliari. Maar of dat Allegri of een andere speler was, weet ik niet meer', zegt hij. Of hij dat inderdaad aan Van den Buijs opgelegd had, kan toenmalig Mechelentrainer Fi Vanhoof zich niet meer herinneren. Allegri ontbrak in de heenmatch voor de achtste finales van de UEFA Cup, die Cagliari eind november 1993 voor 7000 man Achter de Kazerne won met 1-3. In de terugmatch op Sardinië maakte hij zijn enige Europese goal ooit. 'Ik weet alleen dat Cagliari met Oliveira een heel goeie ploeg had', zegt Vanhoof, 'en dat wij met KV op de terugweg waren. Het was trouwens het voorlopig laatste Europese duel van KV Mechelen.' Cagliari zou dat seizoen pas onderuitgaan in de halve finales, tegen de latere winnaar Internazionale. Allegri was nieuw dat jaar bij de Sardijnse club, waar hij in 2008 ook zijn trainersdebuut in eerste klasse zou maken. Zijn jeugd bracht hij door in de Toscaanse havenstad Livorno. Zijn vader verrichtte er handenarbeid in de haven, zijn moeder stond elke ochtend om vier uur op om aan de slag te gaan als verpleegster. Hij heeft nog een twee jaar jongere zus, Michela. 'Die is het tegenovergestelde van mij: goed georganiseerd, methodisch... Ik heb altijd mijn gevoel gevolgd. Het onderbewuste van een mens is één groot magazijn vol dingen waar stof op komt. Op en dag rommel je daar wat rond en vind je een schat.' Dat hij als voetballer de tegenstanders niet echt opviel, vindt hij geen wonder, al was hij wel een talent. Het type technisch begaafde speler met spelinzicht, maar niet de grootste werker, om het simpel samen te vatten. 'Met een beter hoofd was ik international geweest', mijmert hij. 'Ik was een middelmatige speler en ik heb daar geen spijt van. Op die leeftijd telden voor mij voetbal, geld en vrouwen.' Niet noodzakelijk in die volgorde. Bijna onopgemerkt belandt Allegri, die in augustus 50 wordt, als speler in de eerste klasse. Pierpaolo Marino moest in de zomer van 1991, toen hij sportief directeur was van tweedeklasser Pescara, bij gebrek aan middelen versterking zoeken door jonge beloftevolle spelers in derde klasse te halen. Eén naam wilde toenmalig trainer Giovanni Galeone er absoluut bij: linkshalf Frederic Massara van Pavia. Er was maar één probleem: Pavia had over Massara al een overeenkomst met Venezia. Maar, fluisterden de eigenaars Marino toe, als hij nog een speler uit de kern van de derdeklasser zou kiezen en voor beiden samen 400 miljoen lire betalen, waarmee Pavia een deel van zijn schulden kon afbetalen, dan zou de club de overeenkomst met Venezia negeren. Dus keek Marino op de spelerslijst en zag daar één bekende naam die hij voordien één keer gescout had: de 24-jarige Allegri, die hij zich herinnerde als een talent maar een beetje lui. Waarop Galeone Marino verbaasd aankeek: 'Ik vroeg je één speler en je geeft me er twee?' Maar al na twee dagen trainingskamp zocht Galeone Marino op en zei: 'Die Allegri is de beste mezz'ala die ik ooit getraind heb.' Dat seizoen promoveerde Pescara met Allegri naar de Serie A. Nog een jaar later deed de toenmalige middenvelder iets waarmee hij in de zomer van 1992 alle Italiaanse kranten haalde en dat nog eens illustreert dat hij vaak op zijn gevoel afgaat. Die zomer zou Allegri trouwen. Alles was geregeld: het feest, de kerkdienst. Maar twee dagen voor het huwelijk blies hij de zaak af en verdween. Zoals vaker wanneer hij het moeilijk had, zocht hij zijn mentor op en gingen ze samen zeilen op zee. Elke keer wanneer iemand een indringend verhaal maakt over Allegri, wordt Giovanni Galeone opgevoerd. Sinds ze samenwerkten bij Pescara, is Galeone een van Allegri's intimi. Na Pescara werkten ze nog samen met Perugia, Napoli en Udinese, waar Allegri assistent-trainer werd toen hij, naar eigen zeggen, in zijn laatste seizoen als speler bij Pescara de indruk kreeg dat het speelveld zo groot werd als een landingsbaan en hij besloot de schoenen aan de haak te hangen. Allegri, zegt Galeone, heeft iets wat andere trainers niet hebben: 'Intuïtie. Hij kan improviseren, heeft geniale ingevingen. Die had hij al als speler, hij bezit die eigenschap nog steeds.' Op 29 mei tekent Allegri zijn eerste contract als hoofdtrainer in de hoogste klasse bij Cagliari, de club waarmee hij tegen KV Mechelen voetbalde. Een jaar eerder heeft hij Sassuolo van derde naar tweede klasse gebracht. Allegri weet met wie hij bij Cagliari te maken krijgt. Nog altijd dezelfde flamboyante voorzitter Massimo Cellini, die hem destijds als speler haalde. Iemand die net als voormalig Palermo-eigenaar Maurizio Zamparini een mangia-allenatore wordt genoemd. Vrij vertaald: iemand die vaker van trainer wisselt dan van hemd. Op 28 september vliegen de spelers na de vijfde speeldag terug van Lecce, waar ze net verloren hebben. De stemming is bedrukt. Het is de vijfde opeenvolgende nederlaag en Cagliari staat stijf onderin met nul punten. Wanneer Massimo Cellino bij aankomst op de luchthaven van Cagliari spelers en pers rond zich verzamelt, weet iedereen wat er gaat gezegd worden. Stomverbaasd horen ze Cellino evenwel meedelen dat Allegri goed bezig is, vertrouwen verdient en zeker niet zal ontslagen worden. En wat doet de trainer als dank voor zoveel vertrouwen in de aanloop naar de volgende wedstrijd, thuis tegen AC Milan? Hij verandert in vergelijking met de vorige weken ... niets. Tegen Milan haalt Allegri zijn eerste punt, de volgende wedstrijd wint Cagliari uit bij Torino. Het tij is gekeerd. Dé wedstrijd die van Allegri een toptrainer maakt, speelt Cagliari kort voor Nieuwjaar tegen de beste ploeg van Italië. Meer nog: de beste ploeg van Europa. Het Internazionale van José Mourinho zal dat seizoen niet alleen de scudetto winnen, maar ook de beker en de Chmapions League. Alleen blijft het tegen Cagliari op één op zes steken. In de heenmatch op San Siro grijpt Inter Cagliari bij de keel. 'Tegen ons zette Mourinho vijf spitsen', zegt Allegri daar in een interview in januari met La Gazzetta dello Sport over. 'Als we voor onze goal bleven hangen, aten ze ons op. De kleinste van die vijf was, geloof ik 1,90 meter. Dus zeg ik tegen mijn spelers: 'Als Inter veel spelers voorin heeft, wil dat zeggen dat ze er weinig achterin hebben. Dus vallen we aan.' Alleen jammer dat we niet met 1-3 wonnen, wat een logische uitslag was geweest, maar slechts gelijkspeelden.' In dat gesprek geeft hij ook aan dat zijn lot in het begin aan een zijden draadje hing. 'We verloren die eerste vijf matchen, maar speelden goed. Belangrijk voor een jonge trainer is dat hij een voorzitter achter zich heeft die hem op zo'n moment vertrouwen schenkt.' Over zijn aanpak zegt hij in dat eerste seizoen als hoofdtrainer op het hoogste niveau: 'Ik geloof in evenwicht, maar ik neig wel naar aanvallend voetbal, met inzet maar ook spelplezier. Dat is belangrijk voor mij. Ik kan de dag niet doorkomen door verdrietig of boos te blijven. Ancelotti wordt toch gerespecteerd door zijn spelers? Nochtans is ook hij ontspannen. Trouwens: met alle onnozelheden in herinnering die ik op de leeftijd van mijn spelers uithaalde, moet ik me toch niet voordoen als de man die hen moet zeggen wat ze moeten doen.' Dat seizoen is Cagliari al zeven dagen voor het einde van de competitie gered en Allegri krijgt de Panchina d'Oro, de prijs van beste trainer, uitgereikt door zijn collega-trainers. Een jaar later staat hij toch op straat, maar wanneer Ancelotti Milan verlaat, laat Silvio Berlusconi zich overhalen om het nieuwe trainerstalent in de Serie A een kans te geven. Veel te vroeg volgens kenners, terwijl volgens zijn mentor Galeone ook Berlusconi vindt dat Allegri niet zo'n grote voetbalkenner is. Berlusconi is natuurlijk ook groot geworden met de filosofie van Arrigo Sacchi die gepassioneerd voor zijn vak leefde, nooit ophield om voetbal te doceren en niet tevreden was met resultaten maar ook nog eens mooi voetbal van zijn spelers verwachtte. Tot eenieders verbazing wordt Allegri al in zijn eerste jaar kampioen met Milan, de eerste titel voor de rossoneri in zeven jaar. Alleen Roberto Mancini was als trainer jonger toen hij zijn eerste landstitel won. Wat was zijn geheim? Andrea Maldera, een van Allegri's assistenten bij Milan toen, omschrijft Allegri als volgt: 'Hij is erg intelligent, begrijpt mensen. Een ander sterk punt is dat hij wedstrijden goed leest en goed reageert als het nodig is. Hij is op zijn best wanneer hij tijdens een wedstrijd moet ingrijpen. En voor de rest is Max een erg bescheiden man.' Allegri: 'Toen ik bij Milan aankwam, zei men me dat ik het niet zou kunnen, maar de eerste twee jaar werkte ik met echte kampioenen die me de titel lieten winnen.' Zijn aanpak is erg simpel: 'Als ik iets zeg, doe ik dat klaar en duidelijk, en rechtstreeks. Als ik Gattuso iets te zeggen had, zei ik hem dat en wist hij wat ik van hem wilde.' Allegri vindt ook dat een trainer moet luisteren en meedenken met de club waar hij werkt. De trainer als azionista, bedrijfsmedewerker. Wel leert hij bij Milan dat je je als trainer niet té zeer mag identificeren met de club. In zijn tweede seizoen haalt hij nog de kwartfinales van de CL, maar vertrekken ook de betere spelers: weg Ibrahimovic, weg Thiago Silva.Wat blijft, zijn de ouderen én de torenhoge ambities. De jonge trainer leert dat hij alleen daarvoor de rekening betaalt. Het zal hem bij Juventus niet meer overkomen. Allegri zit op 16 juli 2014 in de auto wanneer de telefoon rinkelt. De voorzitter van Juventus wil hem spreken. Antonio Conte is op de eerste dag van de hervatting van de trainingen opgestapt en de kampioen wil binnen de 24 uur een vervanger. De geruchten dat er een breuk nakend was tussen de kampioenenclub en de kampioenenmaker, sleepten al langer aan, maar uiteindelijk was Conte toch aan de slag gegaan. Dat maakte dat de eerste kandidaat-vervanger, Sinisja Michajlovitsj, al van de markt was. Die had net getekend bij Sampdoria. Binnen de 24 uur na het vertrek van Conte staat Allegri op Vinovio. Er wacht hem een warm onthaal, maar niet in de positieve zin van het woord. Woedend zijn de fans, vanwege het plotse vertrek van hun idool en vanwege zijn vervanger, een Milanista. Wanneer de auto met voorzitter Andrea Agnelli en Allegri het complex uitrijdt, wordt hij aan de uitgang bespuwd en geduwd door zo'n 300 woeste Juve-fans. Allegri blijft rustig. 'Als je in de steek gelaten wordt door een verloofde die je graag zag en die veel voor je gedaan heeft, mis je haar. Voor de Juventusfans was Conte die verloofde', zegt hij daar later over. Met kleine retouches wint Juventus in zijn eerste jaar wéér de titel. De volgende twee seizoenen is het weer van dat. In tegenstelling tot bij Milan wordt zijn winnend team niet afgeroomd. Paul Pogba vertrekt? Dan haalt Juventus voor die som gewoon Gonzalo Higuaín. En Allegri is tevreden. 'Toen ik hoorde hoeveel de club voor Pogba kon krijgen, heb ik de verkoop niet tegengehouden. Higuaín heb ik niet specifiek gevraagd. Ik gaf gewoon een profiel aan.' Bij Juventus wordt hij een evoluzionista. 'Ik trof een ploeg aan die succesvol was met een bepaalde methode. Ik heb die aanpak niet veranderd, alleen hier en daar bijgestuurd waar ik het nodig vond.' Hij pocht er niet over, laat Conte en alle andere trainers in hun waarde, maar als het erop aankomt, is hij geen zachtgekookt ei. 'Ik bijt, maar op een beleefde manier.' Afgelopen seizoen stond hij in de catacomben naar de kleedkamer neus aan neus met verdediger Leonardo Bonucci.Die had tijdens de wedstrijd tegen Palermo vanaf het veld gevraagd om Claudio Marchisio te wisselen, omdat die er volgens hem helemaal door zat. Allegri legde zijn vinger op de lippen: zwijgen en spelen. Na de wedstrijd moest een razende Bonucci van de trainer weggehaald worden. De club probeert de zaak te sussen, maar Allegri staat op zijn strepen: zonder excuses van de speler en een megaboete is het 'hij of ik', maakt hij duidelijk. Sportief directeur Beppe Marotta kan niet anders dan zijn trainer te volgen. Iedereen denkt dat na dat conflict één van beiden zal opstappen, maar wat zegt Allegri een paar maanden na het incident in een opgemerkt tv-interview met Sky Sport? 'Bonucci wordt straks dé leider van Juventus.' Niks rancune dus. Ook zijn verwachte overstap naar de Premier League komt er niet. Begin juni wordt zijn contract opnieuw opengebroken. Toen hij bij Juventus debuteerde, kreeg hij 2,5 miljoen per jaar. Vorig jaar werd dat al verdubbeld, waardoor hij de best betaalde trainer in de Serie A werd. Allegri ziet nog uitdagingen in Turijn. 'Hij is onze absolute topvedette', zegde sportief directeur Marotta over de trainer. Nooit eerder verdiende een trainer in de Serie A 8 miljoen euro per jaar. Meer dan Mourinho indertijd bij Internazionale. Vermoedelijk heeft Massimo Allegri nog nooit van Jan Mulder gehoord. Nochtans klinkt hij net als Mulder wanneer hem gevraagd wordt hoe belangrijk een trainer is. 'Als ik na een wedstrijd hoor praten over tactische schema's en de rol van de scheidsrechter, moet ik altijd lachen', zegt Allegri. 'Men denkt te veel aan randzaken en te weinig aan de belangrijke acties op het veld die vaak het verschil gemaakt hebben: een geniale pass van Pirlo of een wereldsave van Buffon.' In zijn thesis op de trainersschool, over het functioneren van de drie middenvelders op een driemansmiddenveld, is het centrale begrip: techniek. Hij zal het herhalen wanneer hem gevraagd wordt hoe Juventus de CL-finale tegen Real kan winnen. Met kracht, druk zetten, grinta? 'Neen', zegt Allegri. 'Met techniek. Eén tegen één, klasse.' In het handbal ziet hij hoe het verschil vaak in de laatste seconden gemaakt wordt, in één-tegen-éénduels waar één geniaal moment voldoende is om het verschil te maken. 'Wat je moet doen, ' zegt hij dan al, in 2009, 'is een eigen gezicht, een identiteit aan je team geven en zorgen dat je voldoende mensen hebt die bereid zijn zich helemaal weg te cijferen.' Gianluca Vialli, een grote naam met een Juventusverleden, vindt hem top: 'Een trainer die, net als Marcello Lippi, het vertrouwen zoekt van zijn spelers, maar hen ook vertrouwen geeft. Als je Allegri over zijn spelers hoort praten, voel je dat hij hen vertrouwt. Maar, en dat is ook belangrijk: hij zegt hen niet wat ze willen horen, maar wat ze moeten horen. En ik ben het met hem eens met wat hij zegt over mooi voetballen.' Daarmee verwijst Vialli naar een opmerking van Allegri op een persconferentie na weer een wedstrijd die gewonnen werd, maar zonder veel overtuiging: 'Waar het om gaat, is winnen. Wie spektakel wil zien, moet maar naar het circus gaan.' Hij geeft ook zonder moeite toe dat het Napoli van die andere Toscaanse trainer, Maurizio Sarri, mooier voetbal brengt. 'Maar moet je in matchen die je absoluut moet winnen, ook mooi voetballen?' Arrigo Sacchi, gewaardeerd analist in het Italiaanse voetbal, is altijd strenger geweest voor Allegri dan voor pakweg Conte of Sarri: 'Ik prikkel hem vaak omdat ik meer van hem verwacht. Hij moet leren om niet zo snel tevreden te zijn. Tactisch is hij heel sterk, maar hij mist de passie die ik had of die Conte, Simeone of Guardiola hebben. Hij verstaat de kunst van het winnen, maar in Europa win je door jezelf op te dringen, niet door terug te zakken en het spel aan de ander te laten. Eerst was hij te karig met spektakel, hij bracht het absolute minimum. Eén doelpunt, en dan plooide zijn ploeg zich terug. Nu durft hij al het spel te maken en zelf iets te ondernemen.' Een trainer, vindt Allegri, is niet zo belangrijk. 'Zijn aandeel in het succes van een ploeg? Vijf procent. Hij moet vooral niet te veel schade aanrichten. Ik geloof vooral in de psychologische factor. Wanneer je in het hoofd van een speler doordringt, is de helft van je werk al gedaan. Mijn spelers moeten overtuigd zijn van hun mogelijkheden. Overtuiging doet je resultaten behalen die je nooit verwacht had. Als ik iemand hoor pochen dat hij een speler ontdekt heeft, irriteert me dat. Je bent hooguit degene geweest die de speler heeft toegelaten zijn kwaliteiten te tonen. Als iemand kwaliteit heeft, komt die vroeg of laat naar boven. Met jou of met een andere trainer. Je mag nooit je voorganger afvallen of belachelijk maken, dat is een teken van onwetendheid of slecht gedrag.' Bezeten noemt hij zichzelf niet. 'Als je de hele nacht opblijft om videobeelden te bestuderen, zie je niet meer helder, dan ben je gewoon moe.' Je kunt trainer worden, zegt hij, maar het is net als in andere beroepen: 'Je hebt topchirurgen en gewone dokters. Magie heb je of heb je niet. Je kunt dat niet kopen in een winkel.' Wat hij dan, in die beperkte rol die hij zichzelf als trainer toekent, voor zichzelf een belangrijke eigenschap vindt? 'Verbeelding en het vermogen om onverwachte zaken goed op te vangen en te managen. Soms heb ik op vrijdagmiddag al mijn basisploeg in mijn hoofd, maar verander ik die op zondag omdat ik iets anders bedenk. Het meest geschikte moment daarvoor is 's ochtends om half acht. Dat is het uur waarop ik met mezelf weleens in discussie ga.' Hij verwacht ook weinig terug: 'Als speler denk je aan jezelf. Als trainer observeren ze je met 25 vanaf de andere kant van de barrière. Ze rekenen je alles aan en vergeven je niets.' Uiteindelijk, besluit hij, is het allemaal erg simpel: 'Je moet als trainer gewoon goeie spelers hebben die de bal goed kunnen passen.' door Geert Foutré - foto's Belgaimage'Het aandeel van een trainer in het succes? Vijf procent.' Massimiliano Allegri 'Ik heb Allegri altijd geprikkeld, omdat ik wist dat hij meer kon dan hij deed.' Arrigo Sacchi 'Allegri zegt spelers niet wat ze willen horen, maar wat ze moeten horen.' Gianluca Vialli 'Wie spektakel wil zien, moet naar het circus.' Massimiliano Allegri