Vlot stuurt Richard Niederbacher zijn auto van de luchthaven van Wenen twee en een half uur lang over de snelweg tot in het centrum van Graz. Hier in de tweede grootste stad van Oostenrijk, goed voor 250.000 inwoners, begon het echte leven toen hij er voor Sturm Graz ging voetballen. De club lag op 15 kilometer van zijn ouderlijk huis in Gleisdorf, het dorp waar hij nog steeds woont en een tabaks- en krantenwinkel uitbaat. Na zijn carrière trainde hij in Oostenrijk derde- en vierdeklassers. Vorig seizoen sloot hij nog af bij een derdeklasser: 'Pas toen ik er getekend had, kreeg ik door dat de spelers er al lang niet betaald waren en dat het geld op was.' Zijn zoon Frederic voetbalde twee jaar geleden nog bij de voormalige Bundesligaclub Unterhaching en is nu politieagent. Dochter Michelle is kine. Zijn vrouw, Françoise Bostoen,werkt in een kledingwinkel in het centrum. Indertijd waren ze het glamourkoppel in de Belgische pers, hij als revelatie en topschutter bij SV Waregem, zij als Miss België.
...

Vlot stuurt Richard Niederbacher zijn auto van de luchthaven van Wenen twee en een half uur lang over de snelweg tot in het centrum van Graz. Hier in de tweede grootste stad van Oostenrijk, goed voor 250.000 inwoners, begon het echte leven toen hij er voor Sturm Graz ging voetballen. De club lag op 15 kilometer van zijn ouderlijk huis in Gleisdorf, het dorp waar hij nog steeds woont en een tabaks- en krantenwinkel uitbaat. Na zijn carrière trainde hij in Oostenrijk derde- en vierdeklassers. Vorig seizoen sloot hij nog af bij een derdeklasser: 'Pas toen ik er getekend had, kreeg ik door dat de spelers er al lang niet betaald waren en dat het geld op was.' Zijn zoon Frederic voetbalde twee jaar geleden nog bij de voormalige Bundesligaclub Unterhaching en is nu politieagent. Dochter Michelle is kine. Zijn vrouw, Françoise Bostoen,werkt in een kledingwinkel in het centrum. Indertijd waren ze het glamourkoppel in de Belgische pers, hij als revelatie en topschutter bij SV Waregem, zij als Miss België. De fotosessie verloopt met veel pauzes. In Graz komt Richard Niederbacher namelijk veel bekenden tegen. Een ex-ploegmaat is veiligheidsagent bij het plaatselijke parlement. 'Een beenharde middenvelder, type Manu Karagiannis.' En de ogen van een onderwijzeres die met haar klasje de ex-voetballer tegen het lijf loopt, lichten op wanneer ze hoort dat hij ooit nog bij PSG heeft gespeeld. Haar vader ook. Die kwam uit Sarajevo en heette Safet Susic.Heeft Niederbacher soms ooit die naam gehoord? 'Natuurlijk. Ik heb nog met hem gevoetbald. Soms kreeg ik als spits een bal waarvan ik me afvroeg hoe hij die precies daar op het juiste moment neer kon leggen.' Af en toe zakt Niederbacher nog eens naar België af, zoals een paar weken geleden toen hij Zulte Waregem-Anderlecht bijwoonde en er zijn oude kennissen Germain Landsheere (in de jaren 80 manager bij SV Waregem)en Urbain Haesaert (van 1983 tot 1989 trainer van SV Waregem) trof en 's anderdaags met een aantal oud-ploegmaats doorzakte. Een paar jaar geleden hoorde hij bij een wedstrijd van paars-wit tegen Rapid Wien van voorzitter Roger Vanden Stock dat diens vader Constant destijds bij Waregem geïnformeerd had naar hem. 'Dat heeft Germain Landsheere me nooit verteld.' Boven op het terras aan het historische uurwerk in Graz, een populaire plek voor toeristen, duikt Niederbacher in zijn herinneringen, terwijl hij in zijn koffie roert. RICHARD NIEDERBACHER: 'Heel simpel. Een vriend van mij was via Sturm Graz in het buitenland terechtgekomen. Ik zei hem dat ik ook graag naar het buitenland wou, hij belde zijn manager die contact nam met wijlen Fernand Goyvaerts (ex-speler van onder meer Club Brugge, FC Barcelona en Real Madrid die makelaar werd, nvdr). Die toonde een video van mij aan Waregem. Ik wist dat die één keer tegen Austria Wien hadden gespeeld, verder wist ik niet eens waar het lag. Graz kreeg toen zo'n acht miljoen frank (200.000 euro, nvdr) voor mij. Germain Landsheere kwam naar Graz, en een week later stapte ik in mijn auto, volgeladen met kleren. Mijn ouders gaven me voor alle zekerheid nog wat borden en bestek mee. Ik had op de kaart het traject uitgestippeld en ben in één ruk doorgereden en na een lange rit in Waregem aangekomen. Vanaf de eerste dag ben ik daar heel warm ontvangen. Na zeven jaar is België mijn tweede heimat. 'De trainingen waren erg zwaar. Zo zwaar dat ik na drie weken dacht: die trainer stuurt me zo weer naar huis. Ik dacht dat ik in Oostenrijk hard trainde. Tot ik Urbain ontmoette. Soms zag ik als we in het bos gingen lopen sterretjes en moest ik aan de omheining een half uurtje bekomen. Als we 50 keer moesten pompen, stopte ik na een aantal keer. Ik vond het wel genoeg. Maar Marc Millecamps, die naast me bezig was, zei:'Richard, als de trainer zegt: 50 keer pompen, dan doe je dat ook.' Vanaf dan heb ik in mijn hoofd een knop omgedraaid. Ik kwam in Waregem aan met de mentaliteit uit Oostenrijk: alles op het gemak. Na die voorbereiding was ik in topconditie.' 'Twee maanden verbleef ik in Hotel Ambassade. Na de eerste training legde ik mijn voetbalkleren op de grond en ging douchen. Toen ik terugkwam, vroeg Wim De Coninck: 'Wat is dat hier?' Ik dacht dat de trainingskleren op de club zouden gewassen worden, zoals dat bij Graz gebeurde, maar Wim zei me dat de spelers hun trainingskledij zelf thuis wasten. Eerst dacht ik aan een grap, want ik vertrouw keepers niet. Mensen die in de zomer handschoenen dragen: daar moet toch iets mis mee zijn. (grijnst) Mijn eigen kleren wassen, lag moeilijk, omdat ik op hotel verbleef. Vanaf dan nam Danny Veyt mijn was altijd mee naar huis. 'De meeste spelers waren semiprofs, ik was voor het eerst prof. In Graz stond ik op om half zes, om te gaan werken in het bedrijf van de voorzitter. Nu mocht ik wat langer slapen. De eerste maanden had ik heimwee. Toen had je nog geen internet of skype. Dus zat ik 's avonds alleen in mijn hotel wat tv te kijken, of ging ik alleen op café. Ik heb even overwogen om een papegaai te kopen, om toch tegen iemand te kunnen praten, maar al gauw besefte ik dat dat niet het beste idee was. Gelukkig ben ik snel opgenomen in de Waregemse gemeenschap. Vaak viel ik ook vroeg in slaap, met die trainingen van Urbain. Haesaert was streng, maar ook een vaderfiguur, die me altijd vertrouwen gegeven heeft. Dat geluk moet je ook hebben. Tenslotte was ik een onbekende speler die ze maar één keer op video hadden gezien.' NIEDERBACHER: 'De stijl van voetballen paste bij mij. Ik was goed in de zestien meter, met Philippe Desmet die als tweede spits heel beweeglijk was, en met fantastische flankspelers als Pino Decraeye en Alain Van Baekel. 'In mijn allereerste match, een voorbereidingswedstrijd tegen Oudenaarde voor de Beker van Vlaanderen, scoorde ik vier keer. De eerste thuiswedstrijd tegen Standard, met Michel Preud'homme in doel, scoorde ik ook. Dan ben je als spits meteen vertrokken. De verdedigers waren wel harder dan in Oostenrijk. In Graz trainden we zonder beenbeschermers, met afgezakte kousen. Dat deed ik dus ook in Waregem, maar na een paar dagen had ik al door dat ik beter mijn scheenbeschermers aantrok. 'Paul Lambrichts van Beveren was zo'n halve zot op het veld. Bij AA Gent had ik eens een incident met Egu Augustine. Die trapte me op alle plaatsen, zodat ik hem toebeet: nog één keer en ik breek je neus. Schopte hij me toch weer, en bam, ik brak zijn neus. Ik dacht: die zie ik niet meer terug. Toen we na de rust buitenkwamen, wachtte hij me op. Toen werd ik toch een beetje bang. Ik ben naar hem toe gestapt en stelde voor: doen we het vanaf nu rustig? En het bleef rustig.' Door die goeie start met Waregem werd ik plots Oostenrijks international. Mijn eerste interland was in Bordeaux tegen Frankrijk, dat met Platini en Tigana een maand later het EK 1984 in eigen land zou winnen. Eén keer was er sprake om voor België te spelen. Toen was er alleen Erwin Vandenbergh als diepe spits. Als men het me had gevraagd, had ik het ook overwogen. Maar toen kwam Oostenrijk.' NIEDERBACHER: 'Ik zweer je: ik wist niet dat zij Miss België was, en zij wist niet dat ik een bekende voetballer was. We ontmoetten elkaar gewoon op een feestje, en het klikte tussen ons. Pas achteraf beseften we wie de ander was. Toen kwamen alle boekskes bij ons op bezoek. Ik besefte dat ze ook vaak voor haar kwamen, zeker wanneer ik de koffie moest zetten bij het interview.' NIEDERBACHER: 'We hadden een oefenmatch gespeeld tegen hen, ik scoorde twee keer en zij zochten een spits. En ik heb geen moment getwijfeld, ook al raadde Urbain me aan om nog een jaar te wachten. Zo'n kans laat je niet glippen. Ook al kon ik toen ook naar Club Brugge. Ik heb ook geen spijt dat ik ben gegaan, al was het een beetje te vroeg voor een 21-jarige, zo'n immense stad. Na twee weken vloog ik op Franse les. De enige andere buitenlander toen was Safet Susic.' NIEDERBACHER: 'Bij Waregem stond iedereen klaar om mij te helpen, ook omdat ik van in het begin vlot scoorde. Bij PSG draaide niet alles om mij. Ik hield er wel goeie vrienden aan over: Dominique Rocheteau en Luis Fernandez.Sportief liep het moeilijker. Waarschijnlijk dachten ze: een Oostenrijker, die kan alleen maar skiën. Ik maakte er tien goals, plus twee Europees, maar ik heb van een deel van het geld dat ik er verdiende wel mijn winkel gekocht. Alles werd er voor de spelers gedaan. Ze hadden iemand die dag en nacht klaar stond om elk probleem op te lossen. Lamp kapot? Die kwamen ze 's nachts vervangen. We kregen ook mooie onderbroeken van Yves Saint Laurent. De bedoeling was dat de tv-kijkers, wanneer we tegen de grond lagen, zagen dat zelfs wat we onder onze voetbalkledij droegen klasse uitstraalde. Ook naast het veld was het leven in Parijs fantastisch. Alleen zette ik mezelf op het veld te veel onder druk. Toen er een nieuwe trainer kwam die me duidelijk maakte dat hij me niet nodig had, verhuisde ik naar Stade Reims. Fantastische groep, allemaal jonge spelers, die goed aan elkaar hingen, leuke stad ook. Vrijdagavond na de match en zaterdagmiddag na de uitlooptraining dronken we champagne. Maar ze hadden geen geld om me te houden. Anders was ik er nog jaren gebleven.' NIEDERBACHER: 'Soms speelt toeval een rol. Een paar uur nadat ik getekend had bij Reims kreeg ik telefoon van een manager die me vroeg of ik naar FC Sevilla wilde komen. Nu belandde ik in de Oostenrijkse tweede klasse bij First Vienna, met Mario Kempes,ex-wereldkampioen met Argentinië in 1978. Goeie voetballer, fijn mens ook. We deelden de kamer op afzondering. Voor het slapen dronk hij altijd een paar koffies met cognac. Hij wilde dat ik dat ook deed. Eén keer heb ik het geprobeerd, ééntje, terwijl hij er drie na elkaar achterover goot, en dan in bed stapte. Resultaat? Na vijf minuten sliep hij diep, terwijl ik drie uur later nog op bed lag met hevige hartkloppingen. 'Maar om dat verhaal samen te vatten: we werden kampioen, Kempes bleef en ik trok naar Rapid Wien, dé topclub in Oostenrijk. Daar won ik beker en titel, en schakelde Europees Club Brugge uit. In Brugge moest ik op de flank spelen. Onze trainer, Otto Baric,was ferm onder de indruk van de rushes van Luc Beyens en wilde dat ik hem afstopte. Ik heb toen een heel goeie wedstrijd gespeeld.' NIEDERBACHER: 'Ik was te duur. Een privépersoon had Kempes en mij gekocht en dan weer uitgeleend. Om mij te kopen, moest die man betaald worden, en dat kon Rapid toen niet. Gelukkig wilde Waregem me toen terug. Urbain was er nog altijd trainer. Weer maakte ik er een doelpunt in mijn eerste match, thuis tegen Seraing. Urbain bereidde altijd alles fantastisch voor. Als speler kwam je nooit voor een verrassing te staan. Ook de tweede periode bij Waregem was een leuke tijd, behalve het laatste jaar. Het klikte niet met trainer Paul Theunis op menselijk vlak. Voor mij was dat de slechtste trainer die ik ooit meemaakte. Hij trainde zelf mee, en tackelde zijn eigen spelers. Bij een van die tackles wilde hij me blesseren, maar ik kon hem net ontwijken. Toen ben ik naar Oostenrijk vertrokken, terwijl ik gewoon in België had moeten blijven. Later voetbalde ik nog even in Hongarije, via een vriend die manager van Salzburg was geweest. Daarna speelde ik nog een paar jaar in lagere afdelingen. Ik heb van mijn hobby mijn beroep kunnen maken: heerlijk toch?' NIEDERBACHER: 'Pintjes drinken. (lacht) Voor ik in België kwam, had ik nog nooit bier gedronken. Met een clubsponsor als Bavik kon ik dat natuurlijk moeilijk volhouden. Ik ben echt van België gaan houden, ik moet België en Waregem altijd dankbaar blijven.' NIEDERBACHER: 'Voor een match op STVV waren Hans Christiaens en ik heel laat op stap geweest. We wisten dat we niet zouden spelen, maar Hans moest toch invallen, terwijl hij dat niet verwachtte. Hij maakt nog het winnende doelpunt. De dag na de wedstrijd riep Urbain ons, gaf ons een zware jas van tien kilo extra, en liet ons in warm weer heel zwaar trainen. Nadien zei hij ons: jullie weten toch waarom ik jullie extra training heb gegeven? Vanaf toen zijn we niet meer op stap geweest. Tenminste: niet meer de avond voor een match.' NIEDERBACHER: 'Qua professionele ingesteldheid waren dat toch de gebroeders Millecamps, vooral dan Marc. Zo'n sportieve status, en toch zo bescheiden en op en top prof. Daar heb ik veel van geleerd. In Oostenrijk was de beste Kempes, in Frankrijk Susic, bij de nationale ploeg van Oostenrijk Herbert Prohaska. Ik speelde maar vier interlands, maar ik ben al tevreden dat ik bij de beste spelers van mijn land hoorde. Ik ben nooit een speler geweest die met trainers in discussie ging. Als ik voetballers hoor klagen dat de trainer hen niet meer kan motiveren, denk ik altijd: wat voor zever is dat? Als speler moet je toch gewoon jezelf kunnen motiveren?' DOOR GEERT FOUTRÉ IN GRAZ - FOTO'S BELGAIMAGE'Ik heb die eerste maanden in Waregem even overwogen om me een papegaai aan te schaffen, om tegen iemand te kunnen praten.' - RICHARD NIEDERBACHER 'Mario Kempes dronk voor het slapen altijd een paar koffies met cognac. En hij wilde dat ik dat ook deed.' - RICHARD NIEDERBACHER