Ietwat onwennig schuift de Grootste Voetbalkenner van Vlaanderen aan tafel. "Die titel doet mij te veel eer aan. Ik vind mezelf niet de grootste kenner. De spotlights zoek ik absoluut niet op, dat hoeft echt niet voor mij", zegt Bart Coppens. Nochtans heeft de aimabele man alle redenen om te vieren. Op heel korte tijd mocht de leerkracht Latijn-Grieks zijn tweede kindje ( Noor) verwelkomen, een quizoverwinning in de wacht slepen én zijn 33e verjaardag vieren. Uw blad maakte een uurtje vrij voor een onderhoud met de Grootste Voetbalkenner van Vlaanderen.
...

Ietwat onwennig schuift de Grootste Voetbalkenner van Vlaanderen aan tafel. "Die titel doet mij te veel eer aan. Ik vind mezelf niet de grootste kenner. De spotlights zoek ik absoluut niet op, dat hoeft echt niet voor mij", zegt Bart Coppens. Nochtans heeft de aimabele man alle redenen om te vieren. Op heel korte tijd mocht de leerkracht Latijn-Grieks zijn tweede kindje ( Noor) verwelkomen, een quizoverwinning in de wacht slepen én zijn 33e verjaardag vieren. Uw blad maakte een uurtje vrij voor een onderhoud met de Grootste Voetbalkenner van Vlaanderen. Bart Coppens: "Ik lees elke dag de sportkrant. Veel lees ik ook in tijdschriften en in sportboeken. Wat je niet weet, probeer je te onthouden. Als ik iets interessants zie, dan schrijf ik dat op en stop die informatie in een Wordbestand. Dat probeer ik dan te studeren voor een quiz, maar daar heb ik veelal nooit tijd voor." "Van kleins af aan. Het WK van Mexico '86 (waarop de Rode Duivels vierde werden, nvdr) is mijn eerste echte 'grote' voetbalherinnering. Tijdens mijn studententijd, toen ik klassieke filologie Latijn-Grieks studeerde in Gent, ging ik vaak samen met mijn vader en mijn oom kijken naar AA Gent. Bij de Buffalo's speelde toen Sandy Martens, een jongen uit de streek. Die hebben we dan een paar jaar gevolgd, maar meer ook niet. De laatste jaren kom ik zelden of nooit meer in een voetbalstadion. Dat heeft niets te maken met het spelniveau, de toegangsprijzen of hooliganisme, maar gewoon met andere prioriteiten in het leven." (enthousiast) "Ja! Het is in feite een uit de hand gelopen hobby. Toen ik wegens te veel blessureleed mijn voetbalcarrière moest opgeven, ben ik in het quizcircuit gerold. Een jaar of vier geleden kwam een quizgroepje uit Kapellen een man te kort om deel te nemen aan een sportquiz. Ik heb dan maar meegedaan. Dat ging redelijk goed, en sindsdien ben ik het blijven doen." (denkt na) "Meer dan honderd. Dit jaar waren het er 28, waarvan ik er - met verschillende groepjes - 19 heb gewonnen. Winnen doet mijn groepje gemiddeld twee van de drie quizzen. "Nu, het quizgebeuren is enorm populair in België. Voor een algemene quiz worden al gauw vijftig tot zestig ploegen ingeschreven. Voetbal- en sportquizzen tout court vormen een uitzondering. Dan mag je al blij zijn als er twintig ploegen zijn ingeschreven. Vroeger had je de Q-League, een reeks van voetbalquizzen georganiseerd door een overkoepelende organisatie. Die is er nu helaas niet meer." "Neen, absoluut niet. Ik weet wel waar ik iets moet vinden, maar ik haal mijn informatie vooral uit de geschreven pers. Ook uit Sport/Voetbalmagazine trouwens. Mijn vader heeft op zolder zeker dertig jaar aan Sport/Voetbalmagazines liggen." "Niets speciaals. Ik was verbaasd toen ik vernam dat er niemand anders hoger scoorde dan ik." "Heel leuk! Welke wedstrijd ik zal kunnen bekijken weet ik nog niet, de kalender is nog niet beschikbaar. Evenmin weet ik wie ik ga meenemen, misschien wel mijn vader. "Maar eigenlijk kijk ik veel liever thuis naar een wedstrijd dan op café of in een stadion. Enkel mijn naaste familie weet ook dat er een interview met mij zal verschijnen in Sport/Voetbalmagazine. (lacht) Zelfs mijn leerlingen weten het niet." (lacht)"Dat klopt. Al is dit niet mijn eerste ervaring met sportjournalistiek. Vroeger kluste ik wat bij op de sportredactie van Het Nieuwsblad: ik voerde de data van Megascore (een voetbalspel van Het Nieuwsblad en De Gentenaar, nvdr) in de computer in. Zo kon ik ook eens achter de schermen kijken; zien hoe het er op een sportredactie aan toe gaat. In een ver verleden droomde ik er nog van om sportjournalist te worden, maar dat beroep wordt te veel geromantiseerd." DOOR JAN GREGORIUS"Mijn vader heeft op zolder zeker dertig jaar aan Sport/Voetbal-magazines liggen."