Wat goed is, komt snel', luidt een wielerdogma. En dat geldt ook voor Jelle Wallays (26). Niet dat hij à la Tom Boonen, of dit jaar Tiesj Benoot, in de klassiekers al direct de wereldtoppers te kijk zette, maar als 22-jarige neoprof werd hij in 2011 wel al derde op het BK in Hooglede-Gits. U weet wel, toen de buitenaardse Philippe Gilbert zelfs op een molshoopje als de Gitsberg Boonen los uit het wiel knalde. En toen Wallays, op enkele kilometers van zijn woonplaats Staden, nipt de sprint van de achtervolgers verloor tegen Gianni Meersman.
...

Wat goed is, komt snel', luidt een wielerdogma. En dat geldt ook voor Jelle Wallays (26). Niet dat hij à la Tom Boonen, of dit jaar Tiesj Benoot, in de klassiekers al direct de wereldtoppers te kijk zette, maar als 22-jarige neoprof werd hij in 2011 wel al derde op het BK in Hooglede-Gits. U weet wel, toen de buitenaardse Philippe Gilbert zelfs op een molshoopje als de Gitsberg Boonen los uit het wiel knalde. En toen Wallays, op enkele kilometers van zijn woonplaats Staden, nipt de sprint van de achtervolgers verloor tegen Gianni Meersman. "Nooit eerder", blikt hij terug, "had ik een koers van meer dan 240 km gereden en dan sta je daar op het podium, als nieuwkomer, naast een supervedette als Gilbert. Een bevestiging dat ik mijn plaats in het profpeloton verdiende. En hoopvol voor de toekomst, want ik was een laatbloeier. Bij de nieuwelingen kon ik zelfs met moeite een wedstrijd uitrijden." Dat de Topsport Vlaanderenrenner nog veel groeimarge had, bleek de jaren erna - weliswaar met flitsen: in 2012 in Dwars door Vlaanderen tot de Patersberg mee met de latere winnaar Niki Terpstra, in 2013 een eerste profzege na een sterke solo in de World Ports Classic en vorig/dit jaar de definitieve doorbraak met triomfen in Lichtervelde (Omloop van het Houtland), Tours en Waregem. Opvallend: die overwinningen dankte Wallays niet alleen aan zijn steeds sterkere benen, maar ook aan een uitgekookte tactiek. "Bij de jeugd en in mijn eerste profjaren koerste ik te onbezonnen. Vlammen, zonder omkijken. Ploegleider Walter Planckaert heeft me ingepompt dat ik leper moest zijn. Zoals in die Dwars door Vlaanderen met Terpstra. Vol meegewerkt tot aan de Patersberg en daardoor moeten lossen. Blijf ik in het wiel, dan had ik allicht overleefd tot de finish. "Met die les in het achterhoofd, en met ervaringen uit andere ontsnappingen, heb ik ook Parijs-Tours aangepakt. Eerst zelf de vroege vlucht opgezet - door de felle rugwind en de voorspelde regen had die een reële kans op slagen - en toen ik in de finale voorop raakte met Thomas Voeckler me niet zot laten maken door zijn typische gekke bekken. Integendeel: ik begon ook te blazen en te schuddebollen, alsof mijn vat aan het leeglopen was. Voeckler trapte in de val, bleef in de slotkilometer op kop rijden en in de sprint kon ik hem, tot mijn verbazing, makkelijk kloppen." Ook in Dwars door Vlaanderen, opnieuw een 'oortjesloze' race, bleek Wallays over een groot koers-IQ te beschikken. "Door het slechte weer opnieuw meegegaan in de vroege ontsnapping. Toen de samenwerking slabbakte, bewust de selectie doorgevoerd met ploegmaat Edward Theuns en Michal Kwiatkowski. En om de wereldkampioen onder druk te zetten gedemarreerd net voor de rode vod. Slim, ja, maar evengoed rijdt Kwiatkowski het gat dicht en wint Theuns." Al merkt de West-Vlaming wel op: "Tot de aankomst reed ik gemiddeld 53 km per uur, een bewijs dat ik heel sterk was." En, zoals in Tours, ook bestand tegen de stress, want veel renners slaan tilt in zo'n kansrijke positie. "Ik ben van nature heel rustig, dat helpt", aldus Wallays. Toch koerste de nu 26-jarige renner niet altijd even zen en sluw. Het kantelpunt kwam er zelfs pas in september vorig jaar. "Tot dan had ik me erg onder druk gezet omdat ik per se een contract bij een WorldTourteam wilde versieren. Daardoor nam ik in de wedstrijd verkeerde beslissingen, verspilde ik te veel krachten en schoot ik dikwijls nipt tekort. In augustus in de Ronde van Denemarken strandde ik zelfs twee keer op een paar honderd meter van de eindstreep... Pas toen ik half september bijtekende bij Topsport Vlaanderen, vond ik weer rust in het hoofd. Ik móést niet meer winnen. Redeneerde veeleer: hóé moet ik winnen?" Die nieuwe gemoedsgesteldheid dankte Wallays aan nog iets anders. "Door - hoe raar het ook klinkt - minder maniakaal voor mijn sport te leven, vooral qua voeding. In het verleden mijn zwak punt: bij de jeugd werd ik zelfs uitgelachen als 'dikkerdje' en ook bij de profs sleepte ik aanvankelijk te veel winterkilo's mee. Door niet echt op mijn eten te letten, maar vooral omdat ik snel bij kom. Met een vetpercentage van negen procent sta ik zelfs al scherp. Genetisch bepaald... "In de winter van 2013/14 ben ik van koers gewijzigd met een streng regime van onze ploegdiëtiste Stephanie Scheirlynck. Ik ging ver: elk grammetje woog ik minutieus af. Ook aan tafel op stage, al keken mijn ploegmaats dan wel raar. (lacht) Na het eten haastte ik me ook direct naar mijn hotelkamer - weg van dat verleidelijke buffet - en kroop ik dikwijls met honger in bed. Mentaal bijzonder lastig, ja. Zeker toen de diëtiste na de Ronde van Qatar meldde dat mijn vetpercentage in plaats van gedaald gestégen was. Niet mijn schuld - het gevolg van de vetrijke bereidingswijze ginder -, maar ik ben toch in tranen uitgebarsten..." De Stadenaar hield niettemin vast aan zijn dieet, maar te extreem. "Maandenlang bij elke maaltijd mijn weegschaaltje bovengehaald. Het rendeerde, want vorige zomer stond ik magerder dan ooit: 76 kg. Té mager echter, waardoor dat tikkeltje kracht ontbrak. Maar bovenal ging ik er bijna mentaal aan ten onder. Het enige waar ik nog aan dacht, zelfs tijdens de koers, was aan eten. Of wat ik níét mocht eten. Tot Karlos Vansteenkiste, bij wie ik langsga voor shiatsutherapie (massagetechniek die gebruikt wordt bij rugpijn, nvdr), me op het hart drukte dat het zo niet meer verder kon. 'Een ijscrème of chocopasta kan écht geen kwaad.' En kijk: toen ik de teugels wat vierde, voelde ik me sterker dan ooit, in Lichtervelde, Parijs-Tours..." Sindsdien deelt Wallays zijn agenda in met drie kleuren. "Rood is streng, geel gematigder met af en toe iets vets en op groene dagen mag ik naar McDonald's gaan. In de voorbije winter zaten er één groene en drie gele weken tussen, en in januari een volledig rode maand. In aanloop naar de klassiekers, en nu voor het BK, schakelde ik echter weer over naar het gele regime. Mentaal makkelijker om vol te houden. En vooral: het geeft me meer power in de benen." Ook óp de fiets vond Wallays vorig jaar een (figuurlijk) beter evenwicht. "Vroeger was mijn motto: hoe meer kilometers hoe beter. Al van bij junioren. Mijn nonkel Luc (zijn toenmalige, intussen overleden coach, zie kader, nvdr) plande eens een duurtraining. 'Rij op het gemak, tot je moe bent.' Ik ben toen om 8 uur vertrokken en belde hem om 17 uur op. 'Ik heb nu negen uur gefietst. Is dat genoeg?' Hij schrok zich te pletter: 'Waar ben jij mee bezig?' En dan moest ik nog een uur naar huis..." (lacht) Ook als prof haalde het onverzadigbare trainingsbeest in de Topsport Vlaanderenrenner (te vaak) de bovenhand. "In 2013 heb ik 's morgens eens 100 kilometer getraind, 's middags de kermiskoers in Berlare gereden en daarna terug naar huis. Op de teller: 380 km! En de dag erna wéér meer dan 300. Logisch dus dat ik daarna in Parijs-Tours, mijn grote doel van het najaar, frisheid miste. Waarom ik me zo afbeulde? Onzekerheid. Na het overlijden van mijn nonkel vroeg ik me constant af: doe ik wel genoeg? Ervoor kon hij dat bevestigen, maar na zijn dood viel dat houvast weg. Ik had wel een nieuwe coach (Frederik Broché, nvdr) die nonkel op zijn sterfbed had aangeduid, maar het duurde een tijdje eer ik met hem eenzelfde hechte band had gesmeed. "Intussen, zeker na dat najaar van 2013, heeft Frederik me toch kunnen overtuigen dat gericht trainen en rust óók belangrijk is. Als ik in mijn zetel zit, voel ik me nu niet meer schuldig, al zal ik altijd de behoefte voelen om veel kilometers af te malen. Dit jaar al eens 280 en 265, maar geen 300. (lacht) Na die stormachtige Gent-Wevelgem heeft Walter Planckaert me wel moeten tegengehouden of ik was nog naar huis gefietst." Een karakterbaasje, omschrijft de West-Vlaming zich dan ook. Hij kan zich, vertelt hij, soms helemaal kapot rijden. "In de jeugdcategorieën ben ik na de finish zelfs meermaals flauwgevallen. Nu valt dat niet meer voor - ik ben sterker geworden -, maar ik beuk nog dikwijls los door de pijngrens. Na de proloog in Luxemburg, nochtans amper 2,7 km lang, heb ik zelfs twee dagen last gehad van mijn longen. Daar moet ik toch voor oppassen..." Wallays heeft niettemin de motor om die monstertrainingen goed te verteren. "Vorige zomer moest ik mijn training op de laatste dag van mijn hoogtestage in Livigno na vijf en een half uur stoppen, uitgeput door de hitte. 's Nachts ben ik met mijn ouders met de auto naar huis gereden, waar ik nog twee uurtjes geslapen heb om na de middag enigszins fris aan de kermiskoers in Isières te kunnen starten. Zonder ambitie, maar wie won na een solo van 35 km...? Mijn coach kon het amper geloven. (lacht) "Ook na een lange ontsnapping met enkele renners voel ik dat ik op het einde vaak het meeste overschot heb. Ik ben weliswaar geen Philippe Gilbert die een helling kan opknallen, maar in een langere inspanning - vijf à tien minuten, een paar uur zelfs - kan ik een heel hoog wattage blijven trappen. In de voorbije Ronde van Luxemburg heb ik eens vier kilometer naast de sprinttrein van Lotto-Soudal gevlamd. In mijn eentje, terwijl zij met drie, vier man vol aan het ronddraaien waren. André Greipel kon er niet mee lachen..." Niet toevallig is Parijs-Roubaix de race die Speedy Wally naar eigen zeggen het best ligt. "Geen Ronde van Vlaanderen, met meer intervals op de hellingen, maar een harde wedstrijd in een constant hoog tempo. Heerlijk, die kasseien. Alleen jammer dat ik dat in de Hel nog niet heb kunnen tonen: valpartij in 2014, dit seizoen wielbreuk in het Bos van Wallers... Zo niet, dan had ik mínstens al eens de finale gereden. Wat Yves Lampaert dit jaar toonde (zevende, nvdr), kan ik ook. Honderd procent zeker van." Het enige wat de West-Vlaming nog nodig heeft om een nieuwe stap vooruit te zetten, is een grote ronde, vertelt hij. "Ik zal erg afzien, zeker in de cols, maar zo zal ik mijn motor kunnen opdrijven." Alleen moet Wallays dan wel een kans in een WorldTourploeg krijgen. En daar wacht hij (voorlopig) tevergeefs op. Vorig jaar moest hij bijtekenen bij Topsport Vlaanderen-Baloise en zelfs na zeges in Parijs-Tours en Dwars door Vlaanderen blijft een concreet voorstel uit. "Lotto-Soudal en Trek hebben eens geïnformeerd, meer niet." En dat begrijpt de Stadenaar niet. "In de CQ-ranking, een klassement gebaseerd op alle koersen, sta ik 75e, net na Lars Boom en Sep Vanmarcke en voor veel andere WorldTourrenners. Die verdienen bovendien tien, twintig keer meer dan ik, want ik moet het bij Topsport Vlaanderen nog altijd met het daar verplichte minimumloon van 1655 euro per maand stellen. Ik wil gerust investeren in mijn carrière, maar ooit moet het wel iets opbrengen, hé. Ik heb er vertrouwen in dat het in orde komt, want ik stel ook geen onzinnige eisen. Integendeel: bij een WorldTourploeg wil ik me zonder problemen opofferen voor een kopman. Boonen of Van Avermaet aan een klassieke zege helpen, zou me zelfs evenveel voldoening schenken als zelf winnen. Die mentaliteit - even graag geven als nemen - heb ik altijd gehad. "Bovendien zou zo'n rol als luitenant me sterker maken. Laat mij dat drie jaar doen en dan zal ik op mijn 29e sterk genoeg zijn om zélf voor de overwinning in Parijs-Roubaix te gaan. Daar ben ik echt van overtuigd, ja. Nu nog een manager van een WorldTourploeg... Misschien zondag, na een Belgische titel? Laat ons hopen." (lacht) DOOR JONAS CRETEUR - FOTO'S: BELGAIMAGE / DAVID STOCKMAN"Het enige waar ik nog aan dacht, zelfs tijdens de koers, was aan eten." "Boonen of Van Avermaet aan een klassieke zege helpen, zou me evenveel voldoening schenken als zelf winnen."