Wat Kennedy Nwanganga ook nog voor elkaar krijgt in zijn carrière, in België zal hij voor eeuwig en altijd herinnerd blijven als de man die Racing Genk op 17 mei 2011 naar de landstitel kopte. Best iets om trots op te zijn, maar trots is niet het gevoel waar de Nigeriaanse aanvaller zich snel aan lijkt over te leveren. "Mijn doelpunt maakte van Genk de landskampioen", zegt hij. "Daar gaat het om: om het team, niet om mezelf. Ik zou niet zeggen dat het veel heeft veranderd voor mij. Misschien kun je zeggen dat het me een boost heeft gegeven, maar zelfvertrouwen heb je altijd nodig. In ieder geval is die titel mijn grootste succes tot nu toe, en dat doelpunt het meest emotionele moment. So, that's okay, maar ik denk er niet meer aan. Het is ondertussen twee maanden geleden. Nu gaat het om een nieuw seizoen en om de kwalificatie voor de Champions League."
...

Wat Kennedy Nwanganga ook nog voor elkaar krijgt in zijn carrière, in België zal hij voor eeuwig en altijd herinnerd blijven als de man die Racing Genk op 17 mei 2011 naar de landstitel kopte. Best iets om trots op te zijn, maar trots is niet het gevoel waar de Nigeriaanse aanvaller zich snel aan lijkt over te leveren. "Mijn doelpunt maakte van Genk de landskampioen", zegt hij. "Daar gaat het om: om het team, niet om mezelf. Ik zou niet zeggen dat het veel heeft veranderd voor mij. Misschien kun je zeggen dat het me een boost heeft gegeven, maar zelfvertrouwen heb je altijd nodig. In ieder geval is die titel mijn grootste succes tot nu toe, en dat doelpunt het meest emotionele moment. So, that's okay, maar ik denk er niet meer aan. Het is ondertussen twee maanden geleden. Nu gaat het om een nieuw seizoen en om de kwalificatie voor de Champions League." Kennedy werd in januari door Genk onder contract genomen, twee jaar nadat hij vanuit Nigeria in Finland terechtkwam. Zijn eerste vijf maanden hier kenmerkten zich vooral door invalbeurten. Dat doelpunt, zou je denken, maakte veel goed, maar hij ziet het anders. "Ik wist dat het niet gemakkelijk zou worden hier. Genk had al drie goede aanvallers en dus moest ik de kansen grijpen die ik zou krijgen. Dat doelpunt maakte me blij, echt, maar niet omdat het de rest van die vijf maanden goedmaakte. Ik was blij voor de ploeg en de supporters." Hij zegt tevreden terug te blikken op zijn eerste halfjaar in Genk. "Meer kon ik niet verlangen. Ik wist dat de kans bestond dat ik niet veel zou spelen, maar ik was blij deel uit te maken van dit team en ik was bereid de kansen te grijpen die ik zou krijgen. Natuurlijk: iedereen wil spelen, ik ook, maar het is de trainer die het beste weet welke spelers hij moet selecteren. Dan ben ik er de man niet naar om daar moeilijk over te doen. Niet iedereen kan aan de aftrap staan. Soms zit je op de bank, maar op de bank zitten is ook een privilege. Ook dan kun je beslissend zijn." Zoals hij praat, moet de over twee weken 21 wordende Nigeriaan een speler zijn naar het hart van Frank Vercauteren. De Genkse kampioenstrainer gruwt van voetballers die het individu boven het team plaatsen. Kennedy gaat grootse uitspraken over zichzelf consequent uit de weg. "Natuurlijk zou deze titel ook zonder dat doelpunt als mijn titel hebben aangevoeld. Je bent tenslotte een team. Het maakt niet uit wie er scoort. Mijn eigen persoon komt op dit moment nog op de tweede plaats." In de Supercup tegen Standard hield Kennedy toch alvast Marvin Ogunjimi en Elyaniv Barda uit de ploeg. Zoals hij zich na de vroege uitsluiting van Jelle Vossen eenzaam en alleen uit de slag trok in de spits bracht hij bevestiging van de progressie die zijn trainers in hem zien. Ondanks zijn postuur blijkt hij het ook in de kleine ruimte technisch te redden. Het zou al bij al niet onlogisch zijn mocht hij zijn ambities naar boven hebben bijgesteld, maar weerom laat Kennedy zich niet tot boude uitspraken verleiden. "Dit seizoen is een nieuw seizoen. Alles ligt nog open. Ik kan er niet veel over zeggen." Na het kampioensduel tegen Standard dacht hij maar aan één zaak: vakantie. Hij reisde naar huis in Nigeria en bleef er twee weken. Zijn vader doet in onroerend goed, zijn moeder is leerkracht. Hij heeft drie broers en twee zussen. Bijna 18 was hij toen hij Aba, zijn geboortestad in het zuidoosten van het land, verliet en voor NAF ging voetballen, een door de Nigeriaanse luchtmacht gesponsorde club uit de First Division in Abuja, de hoofdstad. Nauwelijks enkele maanden later zat hij op het vliegtuig naar het hoge Noorden. "Elke Afrikaanse voetballer droomt ervan om naar Europa te kunnen. Ik wilde weg uit Nigeria, het maakte niet uit naar waar, zolang het maar Europa was. Dus toen ik naar Finland kon, was dat een droom die werkelijkheid werd. Het opende perspectieven om ooit op een dag naar een van de grote competities te kunnen en het waar te maken in het voetbal." Wat hij wist van Finland? Hij lacht. "Niets. Ik dacht: laten we maar zien wat het geeft. Ik was er om te voetballen en voetbal is een universele taal. Toch was het een moeilijke tijd. Het was mijn eerste keer in het buitenland en dan nog in die kou. Mijn tenen en vingers vroren haast van mijn lijf, maar ik had een doel, dus het maakte niet uit. Het weer moest ik er maar bijnemen. In Afrika is het ook zo dat je familie veel van je verwacht. Zij rekenen erop dat je slaagt, dus je móét wel volhouden." Van het Finse Inter Turku naar RC Genk werd de volgende etappe in de verwezenlijking van zijn droom. Niet toevallig nadat beide teams elkaar een jaar geleden troffen in de voorronde van de Europa League. "Het voetbal in België is van een hoger niveau, daar kan geen discussie over bestaan. Naar België komen was een nieuwe stap voorwaarts." Het leverde hem in maart een selectie op voor de olympische U23 van Nigeria, maar een heuse interlandcarrière zat er nog niet in. Het Nigeriaanse nationale elftal zit trouwens in volle overgang en herinnert in niets nog aan de gloriejaren met pakweg Nwankwo Kanu. Tot slot: één mooi moment uit de voorbije voorbereiding dat om toelichting vraagt. Tegen Trabzonspor maakte Kennedy voor Genk de gelijkmaker in het op 1-1 geëindigde oefenduel. Een actie vanop links, naar binnen snijden, afwerken in de korte hoek. "In Finland speelde ik als flankaanvaller. Soms depanneerde ik, als de spits geblesseerd was of zo, maar verder speelde ik altijd op de flank. Links of rechts, dat maakt me niet uit. Toen ik bij Genk kwam en als spits werd uitgespeeld, stond ik een beetje verbaasd. Maar goed, ik ben bereid om me aan te passen. Ondertussen is het geen nieuwe positie meer." Een kneedbare jongen dus. "Ik wil leren. Daar draait het allemaal om. Volmaakt ben je nooit." DOOR JAN HAUSPIE"Toen ik bij Genk als spits werd uitgespeeld, was ik verbaasd."