19 augustus 2016: Sochaux-Orléans. 26 januari 2018: KV Mechelen-Excel Mouscron. Twee sleutelmomenten in het leven van Olivier Werner. Twee momenten die hem aan het janken brachten. Of bijna toch.
...

19 augustus 2016: Sochaux-Orléans. 26 januari 2018: KV Mechelen-Excel Mouscron. Twee sleutelmomenten in het leven van Olivier Werner. Twee momenten die hem aan het janken brachten. Of bijna toch. Tussen die twee matchen zitten 525 dagen. Werner speelde in die periode geen minuut. De eerste datum verwijst naar zijn verwoestende botsing met Livio Nabab, de aanvaller van Orléans die kortstondig bij Waasland-Beveren actief was. De tweede datum is het tijdstip van een comeback die zelfs de meest optimistische artsen niet hadden kunnen voorspellen. Tussendoor zag Werner zwarte sneeuw. Maar Oli mag zich opnieuw doelman noemen en is van plan om met Royal Excel Mouscron de Jupiler League te bestormen. Met een krop in de keel vertelt de mirakelman over zijn miserabele periode. 'Ik ben een geboren Ardenner. En iemand uit de Ardennen krijg je niet gemakkelijk klein', aldus Werner. 'Mocht ik die ingesteldheid niet hebben, dan zou ik vandaag niet meer op een voetbalveld staan. Ik heb in Frankrijk tal van dokters en chirurgen gezien en die waren unaniem: ik was verloren voor het profvoetbal. Mijn scheenbeenbreuk genas niet en er was geen enkele hoop dat ik opnieuw zou voetballen. Ik moest een document tekenen dat mij officieel werkongeschikt zou verklaren. Er lag een cheque klaar om mij te vergoeden. Bedankt en tot ziens. Het bedrag dat mijn Franse verzekeraar mij zou toekennen was enorm. Ik had nu rijk kunnen zijn.' Heb je getwijfeld? Op je 32e had je toch met je ogen dicht moeten tekenen? OLIVIER WERNER: 'Ik heb uren met mijn familie overlegd. En met Daniel Striani, mijn vaste makelaar sinds het begin van mijn carrière. Mijn conclusie was simpel: ik moest doorgaan. Ik had er net een dik seizoen opzitten in de Ligue 2 met Sochaux, ik werd gevolgd door enkele mooie clubs uit de Ligue 1 en ik nam een verschroeiende start in het nieuwe seizoen. Alles ging goed. En dan die breuk. Gevolgd door de diagnose dat ik nooit meer in doel zou staan. Dat scenario was gewoon ondenkbaar. In mijn loopbaan heb ik niets cadeau gekregen. Toen ik nog bij Eupen zat, heb ik een transfer naar Duitsland gemist door een polsbreuk net voor ik met een club moest samenzitten. Tot twee keer stond ik op het punt naar Genk te verhuizen, maar de onderhandelingen tussen de clubs draaiden op niets uit. Mons weigerde mij ooit te laten gaan en twee weken later werd ik naar de bank verwezen. Vier keer degradeerde ik naar tweede klasse. Dat soort tegenslagen maken je harder. Ik was bereid om nog een laatste keer te vechten.' Je bent niet de eerste voetballer die een dubbele scheen- en kuitbeen oploopt. Wat was er speciaal aan jouw blessure? WERNER: 'Ik had een open beenbreuk, waarvan het bot mijn huid had doorboord... Mijn scheenbeen zat in een hoek van negentig graden en mijn kuit was op zeven plaatsen gebroken. Ik lag midden in de nacht op de operatietafel in Besançon.' Hoe verliep de operatie? WERNER: 'Goed. Maar er traden enkele uren na de interventie al complicaties op. Een dokter kwam mijn kamer binnen en stak een naald in mijn been. Een paar tellen later hoorde ik hem enkele collega's optrommelen. Ik moest gelijk weer naar het operatiekwartier - het leek alsof de hel was losgebroken. Ik leed blijkbaar aan het compartimentsyndroom. Mijn bloedvaten in mijn onderbeen waren samengedrukt, geen onbekend fenomeen na een operatie. In mijn geval was het zo erg dat ik mijn been had kunnen verliezen. Mijn been moest dus in alle haast opnieuw opengemaakt worden. Enkele uren na mijn eerste verdoving moest ik opnieuw onder narcose gebracht worden. Dat was het begin van mijn problemen. Het compartimentsyndroom kan de consolidatie van de botten vertragen. In januari stelde de hoofdarts van Sochaux vast dat er bij mij zelfs helemaal niets gebeurde. Ik had een transplantatie nodig omdat mijn scheenbeen niet aan elkaar groeide. Ik ben uiteindelijk terechtgekomen bij een Parijse chirurg die heel wat bekende sporters onder handen heeft genomen. Hij heeft beenweefsel uit mijn heup genomen om twee delen van mijn scheenbeen aaneen te lassen. Hij was ervan overtuigd dat het zou werken.' Maar dat was niet het geval? WERNER: 'In april voelde ik mij klaar om een beperkt aantal oefeningen te doen en van Sochaux mocht ik in een gereputeerd centrum in Saint-Raphaël revalideren. Als ik toch moest afzien, dan het liefst in Zuid-Frankrijk... Ik belandde er tussen vooraanstaande voetballers, rugbyspelers, skiërs en handbalspelers. Ik mocht niet op een traditioneel veld lopen, gezien de staat van mijn scheenbeen. In plaats daarvan moest ik loopoefeningen uitvoeren in een machine die tegelijk de zwaartekracht ophief, mijn lichaamsgewicht deed dalen en de druk op mijn gehavende botten verlichtte. Drie maanden lang heb ik afgezien en als een bezetene aan mijn terugkeer gewerkt. Maar bij een eerste controle stortte mijn wereld in. De transplantatie had niet gewerkt. Er werden mij een aantal opties voorgelegd. Een metalen structuur aanbrengen met twee schroeven aan weerszijden van mijn scheenbeen, die geleidelijk aan aangespannen moeten worden om de twee stukken naar elkaar te laten toeschuiven. Andere experts raadden mij een nieuwe operatie aan. Maar voor mij was dat uitgesloten. Ik had geen zin om een jaar te worstelen tegen mijn blessure zonder garantie op succes. Intussen bleef de chirurg die de transplantatie had uitgevoerd volhouden dat de transplantatie zou pakken. Ik moest de trainingen staken en gedurende enkele weken de natuur haar werk laten doen. Ik won advies in bij andere mensen en die zeiden mij allemaal hetzelfde: mijn lichaam zal het transplantaat blijven afstoten. Lieven Maesschalck geloofde er wel in. Drie maanden later ging ik opnieuw op controle in Parijs en ik viel omver van verbazing. Op een scanner was te zien dat het bot zich voor negentig procent had vastgehecht.' Hoeveel keer ben je uiteindelijk geopereerd geweest? WERNER: ( begint te tellen) 'Acht keer. Waarvan zeven keer in Besançon. Wanneer ik in de operatiekamer arriveerde, hoorde ik vaak: 'Hoe gaat het Oli?' Ik heb in totaal acht weken gespendeerd in ziekenhuizen. Maar mijn lijdensweg heeft meer dan een jaar geduurd. Ik kon niet meer stappen, ik moest mij twee maanden lang met een rolstoel verplaatsen en ik moest zelfs opnieuw leren lopen. Mijn lenigheid was helemaal uit mijn been verdwenen en in een voet was ik mijn gevoeligheid kwijt omdat mijn bloedvaten zwaar toegetakeld waren. Elke dag kreeg ik een prikkel, maar ik voelde niets...' De dag dat je bij Mouscron tekende, liet je eigenlijk wel een fortuin vallen. WERNER: 'Op dat moment dacht ik: ik zal opnieuw kunnen doen wat ik graag doe. Veel spelers van mijn leeftijd hadden wellicht een andere keuze gemaakt. Stoppen dus. Natuurlijk heb ik aan het financiële aspect gedacht - er was toch veel geld mee gemoeid - maar ik had geen zin om die nieuwe kans te laten schieten.' Op het moment van dat ongeval lag je nog een jaar onder contract bij Sochaux. Een contractverlenging zat er niet in? WERNER: 'Natuurlijk niet. In de lente van vorig jaar verliep mijn revalidatie in Saint-Raphaël vlot en waren er gesprekken. Ik had een sterke band met Sochaux en ze wilden mij niet laten vallen. Albert Cartier was toen trainer en hij liet T-shirt maken met het opschrift 'Courage Oli!'. Intern was hij ook duidelijk: 'Werner blijf mijn nummer een.' In zijn gedachtegang zou ik er aan het begin van het seizoen weer staan. Het bestuur dacht er net zo over en mijn contract lag al klaar. Maar uit testen bleek dat de breuk nog niet geheeld was en iemand van het management vertelde mij dat hij een contractverlenging niet zou kunnen verantwoorden bij de investeerders. Die man was gegeneerd, maar ik begreep hem. Ik was een van de topverdieners in de kern - het was het beste contract dat ik ooit heb mogen tekenen. Het wegvallen van mijn contractverlenging was de zoveelste mokerslag. Ik zag mij nog een tijdje bij Sochaux voetballen. Ik had het naar mijn zin daar. Vooral ook omdat het daar rustig is. Ik ben geboren in Malmedy, groeide op in Stoumont, niet ver van Spa. Ik heb daar een lapje grond midden in het bos waar ik binnenkort ga bouwen. Ik zal er geen buren hebben, maar herten die 's morgens van mijn gras zullen knabbelen...'