Met zijn hattrick tegen Beveren was Cédric Roussel niet aan zijn proefstuk toe. Eerder dit seizoen was het hem al gelukt tegen Sint-Truiden. Met de duiveltjes maakte hij ooit vijf doelpunten in een wedstrijd tegen Estland. En in de tweede klasse ramde hij er bij La Louvière tegen Beerschot eens vier van de vijf goals in. Maar drie goals in één partij, in de eerste klasse was hem dat vóór de keer tegen STVV nog niet gelukt. "Wat me toen nog het meest aansprak," zegt hij, "was de manier waarop. Drie keer na een lange center van Jean-Pierre La Placa. Stuk voor stuk typisch Britse goals. Het deed me denken aan mijn debuutperiode bij Coventry. Aan de zijde van Robbie McKean scoorde ik toen ook aan de lopende band."
...

Met zijn hattrick tegen Beveren was Cédric Roussel niet aan zijn proefstuk toe. Eerder dit seizoen was het hem al gelukt tegen Sint-Truiden. Met de duiveltjes maakte hij ooit vijf doelpunten in een wedstrijd tegen Estland. En in de tweede klasse ramde hij er bij La Louvière tegen Beerschot eens vier van de vijf goals in. Maar drie goals in één partij, in de eerste klasse was hem dat vóór de keer tegen STVV nog niet gelukt. "Wat me toen nog het meest aansprak," zegt hij, "was de manier waarop. Drie keer na een lange center van Jean-Pierre La Placa. Stuk voor stuk typisch Britse goals. Het deed me denken aan mijn debuutperiode bij Coventry. Aan de zijde van Robbie McKean scoorde ik toen ook aan de lopende band." Cédric Roussel : Ik geloof niet dat een trainer een speler echt kan máken, maar ik ben er wel van overtuigd dat een trainer de loopbaan van een speler kan oriënteren. Dat heb ik ook meegemaakt met Johan Boskamp, die in 1998 aan de basis lag van mijn overgang van La Louvière naar AA Gent. Boskamp gaf me blindelings vertrouwen, ik hoorde bijna per definitie bij de elf. Gordon Strachan heeft een bijzondere invloed op me uitgeoefend. In dat anderhalf jaar dat we samen werkten, heb ik mijn register als aanvaller gevoelig uitgebreid. Meer dan wie ook heeft Strachan me geleerd hoe ik bressen moest slaan in de verdediging van de tegenstander, en hoe ik het efficiëntst in het strafschopgebied kon verschijnen. Met uitzondering van mijn allereerste goal - tegen Aston Villa, toen ik scoorde na een deviatie aan de eerste paal - maakte ik al mijn doelpunten bij de Sky Blues van bij de tweede paal. Ook qua combinerend vermogen ben ik er onder Strachan onweerlegbaar op vooruit gegaan. Toen ik naar Engeland vertrok was ik een veeleer rudimentair voetballer. Ik had maar één zorg : zo vlug mogelijk de bal inleveren bij een zogezegd betere ploegmaat. Dankzij Strachan heb ik geleerd de bal beter en langer bij te houden, te temporiseren, te openen langs de flanken. Strachan heeft me doen inzien dat ik met de bal aan de voet geen houthakker ben. Ik zal er hem eeuwig dankbaar voor zijn. De ploeg had ver boven de verwachtingen gespeeld en dat was de waarnemers niet ontgaan. Verschillende spelers vertrokken : Robbie McKeane naar Inter Milan, bijvoorbeeld, en Gary McAllister naar Liverpool. En zelf had ik de vreugde van de eerste maanden ingeruild voor problemen, zowel op sportief gebied als op privé-vlak. In 1999 was ik pas in november in mijn nieuwe omgeving aangekomen, deze keer vloog ik er van bij de hervatting van de training in de zomer al in. Mijn organisme bleek daartegen niet bestand, ik sukkelde van de ene blessure in de andere. En ook mijn privé-leven was in een chaos herschapen. Ik had in Engeland een meisje leren kennen, op 5 januari 2001 kregen we een zoontje, Cameron. Pas nadien beseften Kirsty en ik dat we eigenlijk niet bij elkaar pasten en zijn we gescheiden. Ik moet zeggen dat mijn hoofd toen niet altijd naar voetbal stond. Toch verloor Strachan op geen enkel moment het vertrouwen in mij. Integendeel, hij bood me het shirt met nummer 9 aan terwijl ik bij mijn debuut bij Coventry met nummer 31 rondliep. Het nummer 9 heeft in Engeland veel symbolische waarde. Het is het nummer van de echte punchers, genre Alan Shearer en Andy Cole. De coach wou me zeker nog houden. Maar voorzitter Bryan Richardson wilde geld voor me vangen. Daarom verhuisde ik in de zomer gedwongen en tegen mijn zin naar Wolverhampton. Richardson dacht dat hij een goede zaak kon doen met John Hartson, de spits van Wimbledon, en wilde mij in die transfer betrekken. Maar dat heb ik geweigerd. Ik had maandenlang hard gewerkt om mee te draaien in een team dat om zijn goed voetbal bekend stond. Ik had geen zin om die progressie af te remmen door te verkassen naar een ploeg die bij kick and rush zwoer. Dan bood Wolverhampton een valabeler alternatief, omdat dat team ook een academisch voetbal brengt, ook al spelen de Wolves slechts in de tweede klasse. Een ander voordeel was dat Wolverhamtpon op een slechts een half uurtje rijden lag van de plaats waar ik woonde. Het bestuur toonde zich bovendien zeer ambitieus, die mensen wilden absoluut terug naar de Premier League, waaruit ze dertien jaar geleden waren getuimeld. Voor ze mij opzochten hadden ze al de transfer van de Schotse international Colin Cameron van Heart of Midlothian en van Alex Rae van Sunderland gerealiseerd. In het begin had ik geen enkele reden om me mijn keuze te beklagen. De ploeg draaide lekker, wat haar eerste plaats in het klassement trouwens bewees. In de tweede helft van het seizoen kenden we een terugval, uiteindelijk strandden we voor de promotie op één schamel puntje van West Bromwich Albion. Op dat moment maakte ik al een tijdje geen deel van het basisteam meer uit. Helemaal anders dan Strachan had Dave Jones, de coach van Wolverhampton, het niet op mij begrepen. In de herfst al drong hij er bij het bestuur op aan om offensieve versterkingen binnen te halen. Voor tien miljoen euro werden Kenny Miller van de Glasgow Rangers en Dean Sturridge van Leicester City aangetrokken. Ineens zaten we daar met zeven aanvallers voor twee plaatsen, aangezien Nathan Blake, de gewezen spits van de Blackburn Rovers, in de ogen van Jones een certitude was. Het was een dieptepunt in mijn carrière, op een moment heb ik er zelfs aan gedacht om te stoppen. Ik heb eraan gedacht, zo had ik er mijn buik van vol. In de ogen van deze coach kon ik niets goed doen, voor hem was ik net goed genoeg om in de Engelse derde of vierde klasse te spelen. Hij nam zelfs contact op met ploegen van dat niveau, zoals Wycombe en Wigan, om te informeren of ze mij niet konden gebruiken. Was ik werkelijk zo laag gevallen ? Onder geen beding wilde ik op dat niveau gaan voetballen. In de Engelse lagere reeksen is voetbal één grote schoppartij. Misschien had men het recht te twijfelen of ik de Premier League aankon, maar voor zo'n laag niveau voelde ik me toch wat te goed. Ik dacht dat er wel een betere club naar mij zou vragen, maar er bewoog niets.Ondertussen deed Dave Jones alles wat hij kon om me het leven zuur te maken. Op training beulde hij me af. Na een avondmatch met de invallers aan de andere kant van Engeland moest ik de volgende ochtend om acht uur present zijn voor een extra training. Ik had amper mijn bed gezien. Jones legde me een Spartaans regime op. Op de duur ben ik gekraakt : dit was de hel. In mei heb ik mijn vader gebeld om hem te zeggen dat ik stopte met voetballen en naar België terugkeerde.Eerlijk, als ik een diploma had gehad, zou ik gestopt zijn. Maar ik had mijn studies marketing in het laatste jaar opgegeven. Ik had dus niets in mijn handen. De gebeurtenis die alles heeft gekanteld, is het hartinfarct van mijn vader. Mijn mislukt privé-leven, mijn problemen bij Wolverhampton : dat had hem allemaal erg geraakt. Ik voelde mezelf schuldig want die man verdiende dat niet. Sinds ik kind was heeft hij zoveel geïnvesteerd in mijn broer Goffrey en mij. Mijn keuze om met voetballen te stoppen bracht hem helemaal van zijn stuk. Dus heb ik één van de beste beslissing in mijn leven genomen : ik zou proberen om opnieuw een plaats in het voetbal te veroveren. Ik had andere mogelijkheden dan Bergen, maar toen Bergen de promotie naar eerste klasse afdwong, was de keuze vlug gemaakt. Iedereen werd daar beter van. Ikzelf en ook mijn ouders, want ik ging bij wijze op twee stappen van hun deur voetballen. Ook de figuur van Marc Grosjean was belangrijk in mijn keuze. Toen ik La Louvière verliet, had hij me proberen te overreden om te blijven. Maar omdat ik toen met La Louvière niet naar eerst klasse kon, opteerde ik voor AA Gent. Het bestuur van de Wolves heeft zeer correct gehandeld. Die mensen nemen driekwart van mijn salaris voor hun rekening. Maar als ik naar Engeland terugkeer, zal het zeker niet zijn om voor Wolverhampton te voetballen. Liefst blijf ik me hier voor de nationale ploeg in de kijker spelen, alvorens een nieuwe kans in de Premier League te wagen. Want voetbal in Engeland blijft natuurlijk iets mythisch, al is het ook opwindend om voor 25.000 mensen op Anderlecht te spelen. door Bruno Govers en Frédéric Vanheule'Het hartinfarct van mijn vader heeft mijn leven veranderd.''Wat je zeker niet mag doen, is te kort op hem spelen.'