Er is die derde juni 2002 in het immense stadion van de Zuid-Koreaanse havenstad Busan behoorlijk wat volk op de been voor de laatste training van Polen en Zuid-Korea. 's Anderendaags openen zij tegen elkaar hun WK. Na afloop van de Poolse training vraagt een Nederlandse journalist mij of hij geen introductie kan krijgen bij de voorbij wandelende Wlodek Lubanski. Lubanski is een monument in het Poolse voetbal, hij adviseert de bondscoach en praat sinds hij voetbalde voor Lokeren en in België bleef wonen, uitstekend Nederlands. Een goed verhaal hangt in de lucht, want Polen wordt getipt als een outsider op dit WK.
...

Er is die derde juni 2002 in het immense stadion van de Zuid-Koreaanse havenstad Busan behoorlijk wat volk op de been voor de laatste training van Polen en Zuid-Korea. 's Anderendaags openen zij tegen elkaar hun WK. Na afloop van de Poolse training vraagt een Nederlandse journalist mij of hij geen introductie kan krijgen bij de voorbij wandelende Wlodek Lubanski. Lubanski is een monument in het Poolse voetbal, hij adviseert de bondscoach en praat sinds hij voetbalde voor Lokeren en in België bleef wonen, uitstekend Nederlands. Een goed verhaal hangt in de lucht, want Polen wordt getipt als een outsider op dit WK. Ik stem toe, op voorwaarde dat de Nederlandse collega zijn vriendschap met de Koreaanse bondscoach Guus Hiddink aanspreekt voor een gelijkaardige afspraak. Dat is geen probleem. Maar dan breekt de hel los. Door de massale opkomst draait de persconferentie van Zuid-Korea uit op hysterische taferelen en chaos. "Kom straks maar naar het Marriotthotel, dan praten we verder", roept Hiddink ons nog na vlak voor hij net niet ter plaatse vertrappeld wordt. In het Marriotthotel paraderen die avond de Paraguayaanse spelers. Hun Italiaanse bondscoach Cesare Maldini zit rustig een biertje te drinken. Terwijl Hiddink op zijn kamer wat tv kijkt, vertrouwt zijn Nederlandse teammanager Jan Roelfs me toe dat hij na dit avontuur zeker een boek gaat schrijven. Roelfs was tv-commentator voor de NOS en volgde in die hoedanigheid met Hiddink een aantal topwedstrijden in Spanje. Bij één van die gelegenheden liet hij zich ontvallen dat hij graag eens een buitenlands avontuur mee wilde maken. Van het één kwam het ander. Later op de avond heeft Hiddink alle tijd van de wereld voor een gesprek. Hij ziet er opvallend ontspannen uit voor een bondscoach die de volgende dag een wedstrijd op leven en dood moet spelen. Om één uur 's nachts stelt hij voor om nog iets te drinken, want : "Ik kan toch niet slapen." Maar alle diensters zijn al naar huis en de bar wordt opgeruimd. Tijd om te gaan. Een dag later slaat Zuid-Korea de wereld met verstomming door met 2-0 te winnen van Polen. Niemand die nog wacht op een interview met Lubanski, Hiddink is nu hot. Het boek van Roels krijgt er op slag een pak potentie bij. Wanneer Jan Roelfs op 9 januari 2001 op het vliegtuig naar Zuid-Korea stapt, doet hij dat niet zonder een Lonely Planet-gids bij de hand. In Nederland kwam hij immers maar weinig te weten over het land. Wanneer de deuren van de aankomsthal in Incheon Airport zich openen, worden hij en Guus Hiddink verblind door de flitslichten. De nationale pers is massaal uitgerukt. De eerste vraag die Hiddink voor de voeten geworpen krijgt, luidt : wat hij denkt van het land ? De nieuwe bondscoach is pas vijf minuten geleden geland. Beide Nederlanders moeten wennen aan enkele voor Europeanen ongewone gebruiken. Zoals slurpen, boeren en spuwen voor en na het eten. De moeilijke namen ook, want iedereen heet er Kim, precies omdat hun echte voornamen te ingewikkeld zijn. Om hen alsnog van elkaar te onderscheiden, krijgt ieder er een kenmerk aan toegevoegd. Kim 25 is de keeper omdat hij een truitje met dat rugnummer droeg, Big Kim is de fors gebouwde keepertrainer, Driving Kim de privé-chauffeur van Hiddink en Slow Kim president Kim Dae Jung, die een beetje mankt sinds hij gewond raakte bij een aanslag. Als twee spelers naar aanleiding van het aanstaande bezoek van de president aan het trainingskamp zeggen : " Slow Kim is coming !", zijn Roelfs en Hiddink aangenaam verrast. Het betekent dat de spelers hun angstvallige schroom ten aanzien van hoogwaardigheidsbekleders hebben afgelegd. De eerste voetbalindrukken vallen dan weer tegen. Assistent-coach Pim Verbeek schudt het hoofd na de eerste training in Ulsan. Het is 12 januari 2001, het vriest bijna dertig graden onder nul en het voetbalniveau valt tegen. "Tactisch is het niets, ze lopen als gekken door elkaar heen. Vergeleken met de Nederlandse competitie is dit net eerste divisie. Echt niet hoger." Roelfs troost hem : er is nog anderhalf jaar om daar wat aan te doen. Vanaf de eerste week valt het Roels op hoe scherp Hiddink is. Geen beweging ontgaat hem, de touwtjes zitten stevig in zijn handen. Hij stuurt de coaches, bepaalt wanneer er gegeten wordt en wanneer getraind. Bepaalt wie bij wie aan tafel zit. Maakt een eind aan het overdreven respect van jonge spelers die zich verontschuldigen wanneer ze een oudere speler tackelen. Hiddink leidt de groep met strakke hand, maar toont al vanaf de eerste week de humoristische en open kant van zijn karakter. Het maakt dat zijn aanpak moeilijk in één zin te omschrijven valt. Nooit wijkt Guus Hiddink ook maar één keer af van de lijn die hij voor zichzelf heeft uitgestippeld. Fascinerend vindt Roelfs het, hoe hij zich als een vis in het water voelde bij confrontaties. Als hij om zijn lijn te blijven volgen in conflict moest treden, dan moest dat maar. Dat het allemaal goed uitdraaide, kwam omdat de grote baas, dokter Chung, altijd aan zijn kant is blijven staan. Was Chung gaan twijfelen, geeft Roelfs toe, dan had de hele Nederlandse equipe zijn koffers kunnen pakken. Er waren momenten dat het weinig scheelde of dat was ook gebeurd. Zoals toen zestien maanden vóór het WK de Koreaanse bondsleiding vond dat Korea maar beter niet vijf dagen voor het toernooi nog tegen wereldkampioen Frankrijk oefende. Liever een makkelijker sparringpartner, om na een eventuele nederlaag gezichtsverlies te vermijden. Hiddink is woest : "Koreanen zijn lafaards, jullie zijn bang. Natúúrlijk spelen we tegen Frankrijk !" Met tegenzin binden de Koreanen in. Openlijke confrontaties zijn hun stijl niet. Ook de spelers zijn makke schapen, foetert Hiddink, ideale schoonzonen op wie hij niet moet toezien dat ze heimelijk het hotel verlaten. "Saaie boel hier", zegt hij en spreekt luidop zijn heimwee naar schooiertjes als Romario uit. Eén keer ziet hij tot zijn tevredenheid tijdens een trip naar Hongkong iemand wegglippen. Als 's anderendaags blijkt dat één van de Koreaanse assistenten een familielid was gaan opzoeken, kan de bondscoach zijn teleurstelling nauwelijks verbergen. Positief is dan weer de inzet op het veld. Daarin verschilt de Koreaanse voetballer nauwelijks van de gemiddelde Koreaanse werknemer. Een buurvrouw van Roelfs vertelt hem hoe haar man zes dagen op zeven nooit voor tien uur 's avonds thuis is. Soms komt hij midden in de nacht thuis, omdat hij met zijn baas flink is moeten gaan drinken. Korea is na de oorlog groot geworden door de onverdroten inzet van zijn bevolking. Toch loopt het meteen mis in de eerste grote repetitie, de Confederation Cup in juni 2001 in eigen land. Roelfs voorvoelt het al in de lift van het hotel dat de Koreanen delen met de zelfverzekerde Fransen. Bij voorbaat al beschouwen ze zich als geklopt, wat dan ook leidt tot een flink pak voor de broek (5-0) op het veld. Terwijl Roelfs zich voorneemt zijn koffers te pakken, herpakt Korea zich al met 2-1-winst tegen Mexico en een krappe zege tegen Australië. Intussen blijft de bondscoach eigenzinnig omgaan met de selectie. Met de komst van nieuwe, onbekende spelers laat hij de oude garde aanvoelen dat niemand zeker is van zijn plaats. Ahn Jung Hwan is de mooie jongen binnen de groep en bijgevolg populair bij de meisjes. Het feit dat hij in de Italiaanse Serie A speelt, bezorgt hem ook bij de andere spelers status en aanzien. Alleen speelt hij bij Perugia lang niet altijd, soms zit hij er zelfs niet eens op de bank. Maar op training met de nationale selectie voetbalt Ahn met het air alsof hij zéker bij de WK-selectie hoort. Iedereen schrikt zich dan ook te pletter wanneer Hiddink hem niet selecteert voor de Confederation Cup. "Een speler als Ahn, met een Mercedes 500 onder zijn gat, moet duidelijk voelen dat hij niet zomaar op basis van zijn status wordt geselecteerd voor een WK. Hij moet geprikkeld worden. Als hij het oppikt, oké. Doet hij dat niet, heb ik hem niet nodig. Dat is ook een signaal naar de andere jongens. Niemand mag verslappen. Als de anderen zien dat Ahn wanneer hij niet werkt buiten de selectie valt, maakt dat ze hopelijk scherper."Ahn pikt de boodschap op. Tijdens een zware extra trainingsweek in de hete zomer van 2001 onder leiding van Hiddink zelf, geeft hij zich helemaal. Na de verrassende zege tegen Polen en een gelijkspel tegen de VS volstaat voor Zuid-Korea een gelijkspel tegen Portugal om de tweede ronde van het WK te halen. Bij de rust staat het nog 0-0. Van de kine verneemt Roelfs dat de Portugezen het op het veld op een akkoordje proberen te gooien om het bij die 0-0 te houden, waardoor beide landen zich automatisch voor de volgende ronde plaatsen. Net voor de hervatting ziet hij Figo ook even met Song Jung Hu praten, maar zorgen maakt Roels zich niet. Korea wint met 1-0, Portugal ligt eruit. Voor het eerst omhelst de president iemand in het openbaar : de bondscoach. In zijn toespraak deelt hij mee dat de regering de internationals die nog hun militaire dienst moeten vervullen, daarvan ontheft. De spelers weten dat Hiddink zijn nek voor ze heeft uitgestoken. Zijn eerdere suggestie om die legerdienst af te schaffen leidde al tot een rel tussen de voetbalbond en de legertop. Wegens de permanente dreiging aan de grens met Noord-Korea neemt het leger een belangrijke plaats in de Zuid-Koreaanse samenleving in. Alle jonge mannen moeten verplicht 26 maanden onder de wapens. Al in zijn eerste werkweek viel het Hiddink op dat hij weinig jongens tussen 24 en 28 jaar in de selectie had. Dat kwam omdat veel Koreaanse voetballers na hun dienstplicht er niet meer in slaagden het profniveau op te pikken en de schoenen aan de haak hingen. Met een plaats in de tweede ronde van het WK schrijft Zuid-Korea geschiedenis. Op een onwaarschijnlijke manier kruipt het vervolgens in de achtste finales voorbij Italië. De Italianen schreeuwen moord en brand over de arbitrage, maar voor de thuisspelers is dit een onvergetelijke dag. In de kwartfinales gaat Spanje voor de bijl, maar dan is Korea helemaal op. De spelers zijn doodmoe. Wanneer in de halve finale tegen Duitsland Michael Ballack een kwartier voor tijd scoort, weet Roelfs dat het afgelopen is. Ook de wedstrijd voor de derde plaats tegen Turkije gaat verloren. Het Zuid-Koreaanse succes was niet te wijten aan een toverdrank. De basistechniek, zo had Guus Hiddink meteen gemerkt, was aanwezig. Alle spelers beheersten de fundamentals, het was hen nauwelijks aan te zien of ze links- dan wel rechtsvoetig waren. Daarbij kwam hun bereidheid om hard te werken, iets wat voor hen de gewoonste zaak van de wereld is. Bovendien waren ze bijzonder leergierig en verloren ze geen tijd met randverschijnselen, zoals het in vraag stellen van de autoriteit. Hiddink na afloop : "Had ik ze gezegd dat ze allemaal een boom in moesten klauteren en daar 24 uur blijven zitten, ze hadden het zonder morren gedaan." Het enige wat ze toen, eind 2000, nog misten, was een tactisch plan en een sterke persoonlijkheid zonder banden met de Koreaanse voetbalcultuur, media en samenleving, en daardoor bestand tegen alle druk, om hen daarin te coachen. Door zijn internationale ervaring en financiële onafhankelijkheid week Hiddink nooit af van zijn lijn. Zijn WK-voorbereiding werd niet voor niets door de spelers als keihard omschreven. Daarmee bewees Korea dat een goeie voorbereiding en volgehouden eerlijk en hard werk ook in de sport nog beloond worden. Hiddink zelf blijft bescheiden bij zijn aandeel in het succes. "Ik heb alleen mijn werk gedaan : de spelers ervan doordrongen dat ze niet tevreden mochten zijn om deel te nemen aan zo'n WK, dat ze voor een prijs moesten gaan."Jan Roelfs, '500 dagen in Zuid Korea. Hét verhaal over de grote verrassing van het WK 2002' (Kosmos Z&K Uitgeverij Utrecht/Antwerpen). Het boek verscheen in april 2003.door Geert Foutré'Een speler als Ahn, met een Mercedes 500 onder zijn gat, moet geprikkeld worden.''Had ik ze gezegd dat ze 24 uur in een boom moesten blijven zitten, ze hadden het zonder morren gedaan.'