"Dit jaar geef ik wel geen feest", lacht Anja Duyck. De nu 34-jarige Duyck was jarenlang hét boegbeeld van het Belgische vrouwenvolleybal. Na vorig seizoen kondigde ze al haar afscheid aan en gaf ze samen met Kato Snauwaert een afscheidsbarbecue -en fuif. Uiteindelijk liet ze zich overhalen om toch nog één jaar langer te volleyballen. Nu houdt ze het definitief voor bekeken. Maar dus geen groot feest meer. Nochtans houdt Duyck van een beetje feesten. "Ik ben altijd een speelvogel geweest, iemand die graag plezier maakt, na de match blijft plakken. Maar ik heb ook altijd graag getraind, nog steeds."
...

"Dit jaar geef ik wel geen feest", lacht Anja Duyck. De nu 34-jarige Duyck was jarenlang hét boegbeeld van het Belgische vrouwenvolleybal. Na vorig seizoen kondigde ze al haar afscheid aan en gaf ze samen met Kato Snauwaert een afscheidsbarbecue -en fuif. Uiteindelijk liet ze zich overhalen om toch nog één jaar langer te volleyballen. Nu houdt ze het definitief voor bekeken. Maar dus geen groot feest meer. Nochtans houdt Duyck van een beetje feesten. "Ik ben altijd een speelvogel geweest, iemand die graag plezier maakt, na de match blijft plakken. Maar ik heb ook altijd graag getraind, nog steeds." Anja Duyck : Ik wil wat meer thuis zijn. We denken ook aan gezinsuitbreiding. Dat vormt de belangrijkste reden waarom ik een punt zet achter mijn carrière. Niet omdat ik niet meer zou meekunnen. Ik besef dat ik over mijn top ben, mijn lichaam is veel sneller moe en ook in mijn hoofd voel ik een soort vermoeidheid, maar ik zou ook volgend jaar nog nuttig kunnen geweest zijn voor de ploeg, denk ik. Tja... Dat zou ik dan misschien weer wél graag doen. Sacha heeft me al uitgedaagd : Jij trainster ? Haha. Dat vormt een extra stimulans ( grijnst). Ik volg altijd mijn gevoel, dus zullen we nog zien. Anja Duyck : De combinatie volleybal-studies is nog altijd mogelijk, zeker bij de vrouwen. Wij trainden in Torhout drie keer in de week. Bij de meeste clubs wordt er nog altijd maar viermaal getraind. Toen ik in de ereklasse begon, speelden enkel de buitenlandse meisjes als prof. Zo gaat het er nu nog grotendeels aan toe, op Tongeren na misschien. Ik denk niet dat veel speelsters de combinatie werk-volleybal op ereklasseniveau aankunnen. Elke dag opstaan tussen zes en zeven uur 's morgens en 's avonds thuiskomen tussen elf en twaalf, dat betekent : lange dagen, waarin je zo goed als geen tijd hebt voor jezelf. Er niet te veel bij nadenken, dat is de boodschap. Je moet ook een werkgever hebben die zich soepel opstelt, vooral als je Europees speelt. Herentals was onder Dore ( Wellens, destijds manager van de club, nvdr) enorm goed georganiseerd. De betalingen gebeurden altijd op tijd, je kon rekenen op twee, drie kinesisten, een dokter, alles was piekfijn in orde. Om het even naar welke andere ploeg ik nadien ook ging, het zou altijd een aanpassing vormen. Charleroi was tótaal anders. De mensen zijn er warmer. Ook al speel je rotslecht, dan nog krijg je aanmoedigingen en komen ze je vertellen hoe sterk je gespeeld hebt. In Charleroi was het na elke wedstrijd feest. Dat staat me aan. Ik heb altijd amusement nodig gehad naast het volleybal op zich. Aan de andere kant, moet je dan wel weer kunnen verdragen dat ze het met alles niet altijd even nauw nemen. Gaat het vandaag niet door, dan komt het morgen wel oké, weet je. Daar moet je je een beetje naar stellen. Ze bezitten een andere mentaliteit, hé, meer zuiders, zeg maar. De mogelijkheid om in het buitenland te gaan spelen, heeft zich een paar keer voorgedaan. Ik heb ook getwijfeld of ik het niet zou doen, maar meestal kon ik me financieel niet echt verbeteren. Om daar dan tien maanden op je eentje te gaan zitten, louter en alleen om als prof te volleyballen, vond ik uiteindelijk niet de moeite. Niet dat ik me eenzaam zou voelen, want je kan mij op eender welke plaats op de wereld droppen en na een maand zal ik mijn plan trekken en veel mensen kennen. Maar ik had mijn job hier, dus... Oké Cannes of zo, het klinkt mooi, maar stel dat ik op die aanbieding was ingegaan, dan was ik allicht als prof blijven spelen. Maar dan moest ik vandaag, bijna vijfendertig, opnieuw werk gaan zoeken. Geen gemakkelijke opdracht. Ja, ik heb toen een cassette opgestuurd van misschien wel de beste wedstrijd die ik ooit gespeeld heb, maar dat volstond niet. Ze kozen voor een Nederlands meisje dat ook in de nationale ploeg stond. Dat België nooit over een sterke nationale ploeg beschikte, vormde een groot nadeel. Ik zal niet zeggen dat ik een betere speelster was dan die Nederlandse, maar veel scheelde het zeker niet. Van het mislukken van die transfer heb ik spijt gehad. Het was voor een korte periode en ik had van mijn werkgever verlof zonder wedde gekregen. Bovendien ging het toen wél over behoorlijk veel geld.Ja. Daar heb ik nochtans langer over getwijfeld. Ik ga het misschien missen en na een maand al weer zin hebben, maar... Nee, ik heb besloten van ook met beachen te kappen. Omdat ik daarin altijd heel ambitieus ben geweest. De laatste twee seizoenen werd ik geen kampioen en ik voelde mij toen elke keer écht niet goed, ontgoocheld. Dat gevoel wil ik niet meer hebben. Overal waar ik speelde, hoorde je : Ah, Duyck gaat winnen. Maar zo ging het niet meer en om dan voor de derde of vierde plaats te volleyballen, zag ik niet zitten. Of ik moet puur voor het plezier gaan beachen, dat wil ik nog overwegen. Eerlijk gezegd, denk ik het wel, ja. Met Ulrike Deforce zat het er in. We pasten goed bij elkaar en in de enkele internationale toernooien waaraan we deelnamen, bleek dat het niveau toen nog niet zo hoog lag. Ulrike deelde die doelstelling niet, anders was het mogelijk geweest. Het eerste jaar dat ik met Katrien De Decker samenspeelde, viel bijzonder goed mee. We geloofden erin, maar het niveau nam de laatste jaren zó toe dat we er zonder steun van de federatie niet konden komen. Nagenoeg alle teams die aan de Spelen deelnemen, maken deel uit van het professionele circuit. Daar kan je niet tegen op als amateursporter. Ik heb er zelf redelijk veel tijd en geld ingestoken, alle reizen betaald, vrijaf genomen op mijn werk - gelukkig mocht dat allemaal van mijn baas. Op den duur ga je beseffen dat je niet voldoende rendeert. Sponsoring binnenhalen was bovendien niet eenvoudig. Begrijpelijk, want veel return qua media-aandacht krijgt een potentiële geldschieter niet. Ik vind dat erg, heel erg. De dag voor de bekerfinale, bijvoorbeeld, stond er niets in de krant. En uiteindelijk doet het Belgische vrouwenvolleybal het toch verre van onaardig. De laatste jaren haalde bijna elk seizoen een Belgisch vrouwenteam een Europese Final Four. Kieldrecht won zelfs al een Europese beker. Oké, in de minst zware competitie, de Top Teams Cup, maar je moet het toch maar doen, hé. Nu beschikt Tongeren weer over een bijzonder sterke ploeg.Net als bij de mannen heb je ook bij de vrouwen twee ploegen die erboven uitsteken. De structuur van Roeselare en Maaseik staat een stuk stabieler als die van Tongeren en Kieldrecht. Maar toch zie ik de toekomst niet zo somber, hoor.Tja, dat is een vraagteken. Maar dan komt er een andere ploeg aan de top, hé. Charleroi, bijvoorbeeld ( grijnst). Je weet nooit. Ik heb de nationale ploeg nooit anders gekend als altijd weer vanaf nul herbeginnen. De speelsters staken er telkens enorm veel energie in, maar dan werd ineens tabula rasa gemaakt en koos men weer voor een nieuw project. Nu beschikken we over een heel sterke ploeg, ik hoop dat ze het vertrouwen blijven genieten. Het lijkt er ditmaal toch op. Angie Bland komt uit de volleybalschool, Frauke Dirickx is uiteraard hét product van de volleybalschool. Of er daarachter nog talent is ? Daar ben ik niet van op de hoogte, maar het valt mij op dat er toch weinig nieuwe, jonge Belgische speelsters in eredivisie opduiken. Dat vind ik zwak. Vrouwenvolleybal is een supermooie sport. Je kan het niet vergelijken met het mannenvolleybal, waar kracht en snelheid een grotere rol spelen. Maar je ziet dan weer meer rallyballen, goeie techniek. De finale van de beker dit jaar vond ik bijvoorbeeld een erg hoogstaande wedstrijd. ( licht geïrriteerd) Poepkes kijken, ik denk niet dat er zóveel mooie poepkes te zien zijn in het vrouwenvolleybal. Daarvoor zouden ze beter elders gaan kijken. De speelsters zouden misschien beter wat méér sexy gekleed zijn. Beter dat er daardoor aandacht besteedt wordt aan het vrouwenvolleybal, dan dat er helemaal geen belangstelling is. Ik heb me daar nooit aan gestoord, maar ik heb me altijd afgevraagd : waarom, in godsnaam ? Ik ben niet met uiterlijk bezig. Wel geef ik altijd en overal mijn mening, ik denk eerder dat het daardoor kwam dat ik steeds gevraagd werd voor interviews. Wat ik wél heel vervelend vond, waren opmerkingen als zou ik Speelster van het Jaar zijn omdat ik er goed uitzag.Van andere speelsters heb ik dat nooit ondervonden, meer van bestuurders en supporters van andere ploegen. Daar voelde ik me slecht bij, daarom ook heb ik tijdens een bepaalde periode heel vaak nee gezegd. Ik ben zeker en vast nooit bevoordeeld geweest. Sacha is zelfs strenger voor mij dan voor de andere speelsters. Die stelden zich vroeger wel gereserveerder op als ze over Sacha spraken als ik erbij was. Ze spuwden als ik er niet was en op het moment dat ik binnenkwam, verstomde plots de kritiek. Nu geldt dat veel minder, de anderen weten dat ze zich voor mij niet moeten inhouden. Krijg ik onder mijn voeten, dan kanker ik zelf ook. Vroeger niet. Het gebeurde niet vaak dat we van mening verschilden, maar was dat het geval, dan zat het er meestal bovenarms op. Over volleybal moeten we nu alvast geen ruzie meer maken. door Roel Van den broeck'Over volleybal moeten Sacha en ik nu alvast geen ruzie meer maken.''Beter dat er aandacht besteedt wordt aan het vrouwenvolleybal omwille van de kledij, dan dat er helemaal geen belangstelling is.'