Het is donderdagmiddag en de zon schijnt boven Jan Breydel. Aan de kant van Cercle kijkt Paul Clement toe hoe zijn assistent, Nigel Gibbs, er de pees op legt en een halve kern - de rest werkt een ander soort training af - op een kleine afstand intensief doet werken aan aanvallen en terug verdedigen. De concentratie is groot, de woede bij sommigen ook. ' Merde, ik krijg er vandaag niet eentje binnen.'
...

Het is donderdagmiddag en de zon schijnt boven Jan Breydel. Aan de kant van Cercle kijkt Paul Clement toe hoe zijn assistent, Nigel Gibbs, er de pees op legt en een halve kern - de rest werkt een ander soort training af - op een kleine afstand intensief doet werken aan aanvallen en terug verdedigen. De concentratie is groot, de woede bij sommigen ook. ' Merde, ik krijg er vandaag niet eentje binnen.' Covid-19 en de wekelijkse verplichte test heeft het schema wat onderuit gehaald. Every inch a gentleman excuseert de Londense hoofdcoach zich voor de vertraging in het dagschema. Even later zit hij voor ons voor het verhaal over zijn leven. Een verhaal dat we voor de gelegenheid onderverdelen in drie grote hoofdstukken. Zijn jeugd, zijn leven voor Cercle en zijn leven in dienst van de vereniging. ' I keep saying 'club'. Sorry', lacht hij. De gevoeligheden van het huis zijn hem bekend. Zijn jeugd, dat is Londen. Een jeugd vol intensiteit en drama, als zoon van een topvoetballer en gewezen Engels international: Dave Clement. Paul: 'Dat was fantastisch, als een jongen in zo'n omgeving opgroeien. Mijn vader speelde ruim tien jaar bij dezelfde ploeg, waar hij ook zijn jeugd doorbracht: QPR. Zoveel wedstrijdherinneringen aan hem heb ik niet, omdat ik nog jong was, maar ik héb er nog wel. Van stadionbezoeken, van mezelf aan de rand van het trainingsveld, terwijl hij aan het trainen was.' Jammer genoeg werd dat ineens afgebroken, onverwacht. Op 31 maart 1982 sloeg het noodlot toe. Dave was de zomer voordien naar Wimbledon verhuisd, maar had daar zijn been gebroken. In oktober 1981 was dat. In een interview begin 1982 sprak hij zijn twijfels over de toekomst uit. Hij hoopte nog een paar jaar als voetballer door te kunnen gaan, maar vreesde het ergste. Om de hoek loerde een depressie, Dave zag het niet meer zitten en stapte eind maart uit het leven, in de flat van zijn schoonvader.Paul: 'Het was zeer vreemd. Ik was tien, mijn broer Neil drie. Dat was a shock voor ons, op die leeftijd kan je dat niet snappen. Ik werd een beetje - met alle nuance -Neils vaderfiguur. Je moet vooruit, dat is het. Dat was het.' Zorgen we voldoende voor mensen aan het einde van hun carrière? Paul: 'Er is nu alleszins meer bezorgdheid bij teams, nationale bonden, bij allerlei instanties om uit te kijken naar en te zorgen voor mensen die met mentale problemen kampen. Gezien mijn achtergrond ben ik daar misschien wat meer in geïnteresseerd of wat gevoeliger voor dan anderen. Ik heb daar ook altijd in doorgeduwd en merk dat mensen er veel makkelijker over kunnen praten dan vroeger. Destijds kleefde er toch een stigma aan. In de machowereld die profsport is, kan het worden gezien als een zwakte. Nu is het eerder een sterkte. Dat je er over wíl praten. Er is al veel vooruitgang.' Werkt hij met een vaste psycholoog in zijn team? Paul Clement: 'Mijn ervaring op dat vlak is dat de coach een expert-psycholoog moet zijn. Misschien niet academisch geschoold, maar door zijn ervaring moet hij wel die skills ontwikkelen. Veel coaches raadplegen iemand om af te toetsen hoe ze het best omgaan met spelers. Ik heb dat in het verleden ook gedaan, ja.'Zijn broer Neil schopte het ook tot bij de profs: hij voetbalde bij de jeugd van Chelsea, speelde daar één wedstrijd voor de A-ploeg en ging dan tien jaar voor West Brom spelen. Zelf ontdekte Paul al heel snel dat hij over andere talenten beschikte. Hij lacht: 'Ik was een fantastische speler, maar had alleen geen geluk. Neen, alle gekheid op een stokje: mijn droom om profvoetballer te worden, stopte al op mijn veertien à vijftien jaar. De wereld ligt dan nog aan je voeten, zo erg vond ik dat toen niet. De idee was wel om iets met sport te doen, daarom ben ik leraar LO geworden. Ik was goed in veel sporten, maar niet bovenmatig getalenteerd in eentje.' Tegelijk met zijn studies volgde hij opleidingen tot voetbalcoach. 'Zo ben ik begonnen: overdag als leraar in een secundaire school, na de uren sportcoach.' Het ene sluit nauw aan bij het andere, zegt hij. 'De beste coaches zijn leraars. Je boodschap overbrengen in de klas of op het veld is hetzelfde. Wat het ons nu makkelijker maakt, is het gemak waarmee de jeugd een iPad of smartphone opneemt. Het aanleren is nu anders, de beschikbare rijkdom aan info fantastisch. Gisteren zat ik voor het begin van onze oefenmatch in de kleedkamer. De spelers waren buiten aan het opwarmen en ik nam mijn telefoon en kon live een oefenwedstrijd van Club Brugge volgen. Dat was vroeger ondenkbaar.' Via Fulham en Chelsea, de jeugd, komt hij bij die laatste club in de A-kern terecht, als assistent-trainer. Hoe stapt iemand zonder spelerservaring aan de top een kleedkamer vol sterren binnen? Met dichtgeknepen billen? Clement: 'Het was de periode waarin ik als jonge trainer het snelst allerlei zaken bijleerde. Een periode waarin ik me af en toe ook niet op mijn gemak voelde, ja. Die druk kwam niet van de spelers maar van mezelf: ik wilde de beste zijn en tonen dat ik daar terecht voor hun neus stond. Het was sink or swim, zwemmen of verzuipen. Sommige dagen waren moeilijk, maar Arsène Wenger zei ooit wijs: 'Wat je wil als coach, is een moeilijke week en een makkelijk weekend. Niet omgekeerd.' Dat vat het mooi samen, zegt hij. In die kleedkamer zaten veel sterke karakters samen, veel aanvoerders, ook van hun nationale ploeg: Petr Cech, John Terry, Michael Ballack, Didier Drogba. Clement: 'Een zeer matuur team, allemaal op het toppunt van hun kunnen. Toen Carlo Ancelotti overnam en ik hem assisteerde, wonnen we de Premier League en de FA Cup. Ga maar eens na hoeveel teams in Engeland de double wonnen. Ik geloof dat er maar acht zijn. Dat is heel moeilijk.' Zijn rol was eenvoudig: alles doen wat de Italiaan hem vroeg te doen. Oefeningen uitwerken, de training organisatorisch efficiënt maken. De Italiaan noemde Clement 'de beste assistent met wie hij ooit werkte'. Clement: ' A nice compliment. Voor Carlo werken, is helemaal niet moeilijk omdat hij een goeie communicator is en een goeie people person. Iemand die veel vertrouwen geeft en onder alle omstandigheden de rust bewaart.' Zeven jaar zouden ze uiteindelijk samen optrekken. Clement noemt Ancelotti 'een vriend', met wie hij nog steeds geregeld contact heeft. Clement: 'Net voor corona ging ik hem nog opzoeken bij Everton.' Hun reis leidde hen langs de grootste clubs ter wereld: PSG, Real Madrid en Bayern München. Clement: 'In ons tweede jaar bij Chelsea zei Carlo: 'Stel, Paul, dat ik elders aan de slag ga. Wil je dan mee?' Ik had op dat moment een grote verbondenheid met Chelsea, ik hield van die club. Maar dat aanbod was fantastisch en ik ben ook avontuurlijk. Daarom zei ik ja.' PSG was zijn eerste ervaring in het buitenland. Opnieuw: swim or sink. Clement: 'Frans kende ik niet, daar was een snelle cursus voor nodig. Ik merk hier in Brugge dat ik al veel vergeten ben, maar het komt snel terug. Uit je comfortzone worden gehaald en in een andere cultuur werken, was een grote uitdaging. PSG zat toen nog in een overgangsfase, de investering uit Qatar was een jaar eerder begonnen, maar er moest nog veel worden veranderd. Negentien jaar hadden ze de liga niet meer gewonnen. In de eerste zes maanden dat we er werkten, werden we tweede, na Montpellier. In het tweede jaar kwam het talent: Zlatan, Thiago Silva, Thiago Mottta, Marco Verratti, David Beckham,... Adrien Rabiot kwam uit de jeugd, Kingsley Coman stond op het punt om door te breken. Dat jaar wonnen we de titel.' Ergens tussen zijn bezittingen heeft hij nog twee shirtjes uit die periode. Eentje van David Beckham, met de woorden: 'Bedankt voor alles, zelfs de zwabberballen tijdens de warm-up.' Op dat van Zlatan staat: ' To a great person and an excellent coach. Even if you are English. ' Wordt een mens daar niet starstruck van? Clement: 'Neen, omdat ik al de ervaring bij Chelsea achter de rug had. Veel van die grote spelers hebben soms een slechte reputatie, die van een groot ego, moeilijk handelbaar, maar dat heb ik nooit zo ervaren. De beste spelers zijn echt goeie mensen en fantastisch om mee te werken. Ze willen winnen, ze willen altijd alles juist hebben. Zlatan is op dat vlak een zeer goed voorbeeld. En ze weten ook dat ze het niet alleen kunnen, dat ze dat team rond hen nodig hebben.' Ze kunnen ook tegen wat jennen. Toen Zlatan scoorde met een omhaal tegen Engeland en daar wat mee werd geplaagd, dat het maar een B-ploeg was, herhaalde hij die beweging prompt op het Parijse trainingsveld. De blik daarna... Clement: ' Top player. De man met wie je naar de oorlog wil. Fysiek en mentaal is hij keihard. Een winnaar.' Ook bij PSG gebeurde weer een drama. Nick Broad, de wetenschapper in de equipe van Ancelotti die de hele transitie van gps, voeding en data-aanpak coördineerde, kreeg op een avond pech op de snelweg van Parijs. Hij belde dat hij in de auto zat op de pechstrook en wachtte op hulp. Die zou nooit komen. Broads Mini werd aangereden door een bus en hij overleefde de klap niet. Clement: 'Dat heeft me zwaar geraakt. Van de liga moesten we onze competitiewedstrijd in Bordeaux afwerken, maar niemand had het hoofd bij voetbal. Tragic loss. Een zeer moeilijke periode.' Real Madrid werd de volgende bestemming. Clement: 'Voor mij is dat de grootste club in de wereld, met de grootste traditie. Je moet weten: in Madrid zijn ze zéér hard geobsedeerd door de Champions League, voor hen is dat het allerbelangrijkste. Dat twaalf jaar niet kunnen winnen, was een hele tijd. Toen we de finale bereikten, konden we de tiende Europese titel van de club pakken. Uitgerekend tegen stadsrivaal Atlético. De hele stad leek in Lissabon te zijn. De wedstrijd op zich was ook al fantastisch. In de 93e minuut pas gelijk maken, letterlijk twee minuten verwijderd zijn van verlies en dan toch nog winnen met 4-1 in de verlengingen. Dat zijn dingen die je onmogelijk kunt verwerken op het moment zelf. Aan de top is genieten van het moment ontzettend moeilijk. De reis ernaartoe vraagt zoveel van jezelf dat je eigenlijk op bent als het zover is. En dan duurt het even voor alles bezinkt.' Wanneer beslist een assistent-coach om het als hoofdcoach te proberen en uit die roes van succes te stappen? Clement: 'Toen ik nog bij PSG was, kreeg ik een aanbod uit Scandinavië. Ik was geïnteresseerd, maar toen lag Real Madrid al op tafel en wie ooit de kans krijgt om daar te werken, moet die grijpen, zelfs al word je er materiaalman. Eens daar kwam de periode waarin andere ploegen echt in mij belangstelling begonnen te tonen. Engelse, uit de tweede klasse, maar ook een paar in de Premier League.' Hij koos voor Derby County. Een mooi project waar hij 'de Alex Ferguson van de ploeg kon worden', hield de eigenaar hem voor. Clement: 'Championship, ja, maar een goeie club: 30.000 mensen op de tribunes, goeie trainingsvelden, goeie kern. Twee keer bracht ik hen naar de top van de rangschikking, maar de eigenaar vond uiteindelijk geen goeie connectie met mij en besliste om te veranderen. In mijn ogen een foute beslissing.' Wat veranderde er voor hem? Clement: 'Het is een ander beroep. Een assistent focust op relaties tussen de spelers, het coachen, je oefeningen, dag na dag. Uiteraard moet je verantwoording afleggen, maar die komt totaal niet in de buurt van die van hoofdcoach. Als hoofdcoach word je verantwoordelijk voor de fans, de eigenaars, de media... Je moet veel grote beslissingen nemen, maar elke dag ook een pak kleine. Het is een dagelijkse uitdaging, die je mist op momenten dat je geen job hebt en thuis zit te wachten.' Ancelotti zegt hij nog een laatste keer ter vergelijking, was 'briljant onder die druk'. Clement: 'Dat is een andere eigenschap van een grote coach. Als je de controle verliest en begint te roepen en te tieren, of vreemde beslissingen gaat nemen, is dat geen goeie zaak. Op momenten van hoge druk moet je juist heel berekend beslissingen nemen. Carlo kon en deed dat, bij de grootste clubs. Niet voor een publiek van 6000, maar voor de neus van 85.000 mensen. In Madrid in een stad waar twee sportkranten elke dag 14 bladzijden besteden aan je team. Ik heb hem nooit zien ruzie maken in mijn periode, hij is een expert in het bouwen van relaties.' Na dat korte avontuur bij Derby ging hij weer als assistent werken onder Ancelotti bij Bayern. Een club gerund door voetbalmensen. Goed gerund, zegt Clement. 'Maar toch ben ik er na zes maanden weer opgestapt, omdat ik opnieuw hoofdcoach wilde zijn.'Swansea City bood hem die kans. Toen hij er tekende, waren ze dood: laatste plaats, twaalf punten. Clement: 'Maar daar bereikte ik het mooiste uit mijn carrière: in zes maanden deed ik bij die 12 punten nog eens 29, zodat we in de Premier League bleven. Jammer genoeg gebeurde de rekrutering in de zomer niet voldoende correct. Ik snapte dat de ploeg een springplank was voor spelers met ambitie, maar als je dat toelaat, moet je ze vervangen door spelers van een goed kaliber.' Swansea City werd geleid door Amerikanen die hem in de loop van dat tweede seizoen ontsloegen. Zijn latere ploeg Reading werd gerund door Chinezen. Maakt het buitenlandse eigenaarschap de zaken niet extra moeilijk om iets stabiels neer te zetten? Paul Clement: 'Ik weet niet of het noodzakelijk een probleem moet zijn. Het kan wel een hele uitdaging zijn om het te laten werken. De eigenaars van Swansea waren Amerikanen, eentje aan de East Coast, een andere aan de West Coast. Dat tijdsverschil maakte contact houden via de telefoon niet zo eenvoudig. Bij Reading hadden we een Chinese eigenaar die in Hong Kong woonde en geen Engels sprak. Ik sprak geen Mandarijn, de communicatie daar was nihil. Allemaal uitdagingen, om diverse redenen. Deze set-up zal dat ook zijn. Ongetwijfeld.' Het voordeel: het is een Engelman, Paul Mitchell, die als technisch directeur vanuit Monaco Cercle stuurt. Taal en cultuurachtergrond hebben ze alvast gemeen, maar het zijn geen oude bekenden. Paul Clement: 'We hebben elkaar voordien één keer aan de lijn gehad. Ik had wat informatie nodig over een speler en hij kende die uit zijn periode bij Tottenham. Verder was er geen band tussen ons. Hij legde me uit dat spelers het haast als een straf zagen om naar Brugge te worden gestuurd.' Dat wil Mitchell, die eerder het project Red Bull superviseerde, veranderen. Jong talent van wie zijn scouts het potentieel voor Monaco zien, moet dat eerst in Brugge tonen. Pas daarna mogen ze de stap maken. Clement: 'Dat is de regel en dan heeft het in mijn ogen ook zin. Ze willen niet meer zoals vroeger iemand vastleggen voor Monaco en dan pas over Cercle praten. Dat zien spelers als een degradatie. Ik snap dat. Een kleinere club in een competitie die wat lager gerangschikt staat. Als je het omkeert, zoals Paul wil doen, krijg je hier spelers met verwachtingen: als ik het kan maken in Cercle, dan mag ik naar Monaco. Daar wil ik deel van uitmaken. Mijn ervaring bij de jeugd en het feit dat ik als hoofdcoach kan werken in een zeer competitieve omgeving komen hier samen.' Hij had ook kunnen wachten in Engeland, zegt hij, op weer een club uit de Championship. Rond Kerstmis praatte hij zelfs met een ploeg uit de Premier League. Clement: 'Ik was er dicht bij, maar ik was erop gebrand om nog eens in het buitenland aan de slag te gaan. Ergens waar ik nog niet was. Toen kwam Cercle.' Maar in een competitieve liga van amper zestien clubs, met twee mogelijke degradanten, kan je niet alleen op jongeren met ambitie rekenen. Bernd Storck moest met Nieuwjaar veel bijsturen, of we hadden het nu over 1B. Clement beseft dat: 'Die jonge talenten van 18 en 19 moeten worden ondersteund door meer ervaren spelers, die klaar zijn om te presteren. Geen dertigers, maar mid-twintigers. In die overgangsfase zitten we nu, jong talent ontwikkelen voor Monaco, maar in een stabiele omgeving met ervaren spelers. We willen niet elk jaar van nul herbeginnen.' Het is een moeilijke uitdaging, besluit hij. Een traag proces, waarin je tijd en middelen moet investeren. 'Niet iets wat je in een paar maanden tijd kan forceren. Maar ik geloof erin, omdat ik weet dat Paul het verstandig gaat aansturen. We zijn in constant overleg.'