Sport/Voetbalmagazine mocht een paar keer op audiëntie gaan bij Guy Roux in de periode waarin hij Auxerre deed draaien. Het moet gezegd worden: aan elk bezoek houden we warme herinneringen over. Met zijn toewijding, zijn hartelijke ontvangst, zijn samenzweerderige oogwenken, zijn jovialiteit, zijn woordendebiet en zijn pittige formuleringen was hij de ideale gesprekspartner. Eigenlijk was dat Guy Roux ten voeten uit. En hij is geen haar veranderd. Het bewijs daarvan vindt u in zijn nieuwe memoires. Aan energie heeft hij niet ingeboet en hij kan nog precies de meest markante momenten in zijn carrière ophalen. Hij gaat dieper in op sommige passages van zijn persoonlijke leven en hij vertelt ook de meest intieme kleedkamerverhalen.
...

Sport/Voetbalmagazine mocht een paar keer op audiëntie gaan bij Guy Roux in de periode waarin hij Auxerre deed draaien. Het moet gezegd worden: aan elk bezoek houden we warme herinneringen over. Met zijn toewijding, zijn hartelijke ontvangst, zijn samenzweerderige oogwenken, zijn jovialiteit, zijn woordendebiet en zijn pittige formuleringen was hij de ideale gesprekspartner. Eigenlijk was dat Guy Roux ten voeten uit. En hij is geen haar veranderd. Het bewijs daarvan vindt u in zijn nieuwe memoires. Aan energie heeft hij niet ingeboet en hij kan nog precies de meest markante momenten in zijn carrière ophalen. Hij gaat dieper in op sommige passages van zijn persoonlijke leven en hij vertelt ook de meest intieme kleedkamerverhalen. Exclusief voor de lezers van dit blad maakten we een compilatie van de meest frappante passages uit Confidences dat uitgegeven wordt bij het Franse Talent Sport. We richtten ons daarbij op de manier waarop Roux zijn manschappen klaarstoomde en hoe hij omging met de spelers. Geloof ons: het is om van te smullen.'Natuurlijk moet je ervoor zorgen dat de spelers elkaar zo veel mogelijk appreciëren, maar soms krijg je te maken met enorme tegenstellingen. In 1997 werd mijn ploeg plots in tweeën gereten. Op enkele spelers na, die zich afzijdig hielden, had iedereen een kamp gekozen. De groep was zo verdeeld dat ik hen op training zelfs niet kon mixen om spelvormen uit te werken. Ik wist niet waarom, maar de ene helft kon de andere helft niet rieken. We moesten in die periode een Europese wedstrijd spelen op het veld van Deportivo La Coruña en tijdens mijn tactische bespreking voor de match heb ik de groep erover aangesproken. Ik hoorde rumoer opstijgen en ik zag hoe elke partij naar elkaar wees, maar ik ging door met mijn speech. 'Ik weet dat jullie elkaar op dit moment niet kunnen uitstaan. Maar ik verwacht dat jullie gedurende anderhalf uur alle rancunes opzijzetten en na affluiten mogen jullie op elkaar kloppen in de kleedkamer.' 'Wel, we hebben die match gewonnen. Na de douche heb ik de leiders van elk kamp, twee anciens met wie je in dialoog kon gaan, apart genomen. Ik heb hen gevraagd om mij uit te leggen wat er aan de hand was. Een van de twee nam het woord: coach, in het album van Panini zijn het altijd dezelfde zes spelers van wie de foto gepubliceerd wordt en ze krijgen er geld voor (...). Ik heb dus drie weken lang een conflictsituatie gehad door een paar foto's. En dat is het bewijs dat het evenwicht binnen een groep heel broos kan zijn. Alles werd opgelost toen ik hen de toelating gaf om hun probleem op te lossen met hun vuisten. Wat ze gelukkig niet gedaan hebben.'' Éric Cantona is bij ons op stage geweest. Tijdens zijn tweede stagedag heb ik hem gepromoveerd naar de A-ploeg voor een wedstrijd acht tegen acht. Hij was slechts 14 jaar, maar hij had geen schroom om Lucien Denis door de benen te spelen. Kwaad dat die was... Éric vroeg mij na de training of hij een shirt mocht hebben van Auxerre. Ik ben er voor hem een gaan halen en ik heb het kleinood meteen in zijn tas opgeborgen zodat de anderen het niet zouden zien. Hij wilde weten hoeveel dat ding kostte. Ik zei: 'Het kost je niets, beschouw het maar als een geschenk.' In zijn autobiografie vertelde Éric dat hij lang had getwijfeld tussen een aantal clubs, waaronder Nice en Auxerre. Bij Nice werd hij doorverwezen naar de fanshop toen hij om een shirt vroeg. Terwijl wij hem bij Auxerre zijn truitje persoonlijk hadden overhandigd in de juiste maat. Je ziet: een transfer hangt soms van kleine details af... Voor mij was Cantona een zorgenkind. Het heeft niet veel gescheeld, maar hij is nooit respectloos geweest tegenover mij. Na een wedstrijd tegen Cannes wilde hij op het gezicht timmeren van een ploegmaat die tegenover hem zat in de kleedkamer. Ik wist het en daarom ben ik meteen voor hem gaan postvatten met mijn armen langs het lichaam. Hij beet op zijn lippen en hij durfde mij niet aan te spreken. Plots liet hij zich helemaal gaan: 'Ik vraag u om aan de kant te gaan.' Ik vroeg hem waarom hij zo'n toon aansloeg. Zijn respect voor mij was zo groot dat hij uiteindelijk zijn gezond verstand heeft gebruikt. In het andere geval had ik een lap gekregen en was ik naar de andere kant van de kleedkamer gevlogen. Éric heeft dus simpelweg zijn voetbalschoenen tegen het houten bord gegooid, maar hij deed het met zo veel kracht dat zijn studs een afdruk achterlieten. Ik wist ook dat hij bonje had met een supporter die hem geregeld uitschold, maar dat wilde hij zelf afhandelen na de laatste wedstrijd van het seizoen.' 'In een kleedkamer heb je te maken met verschillende karakters, intellectuele niveaus en leeftijden. De leeftijd speelt een doorslaggevende rol en daarom had ik een raad van wijzen geïnstalleerd. Maar in tegenstelling tot de gangbare opvattingen is leeftijd meer dan een getal. Je kan een speler van 18 jaar hebben die verstandig is en een dertiger die onuitstaanbaar is en nooit op tijd is op de afspraken. Ik kwam altijd als eerste aan in het stadion om de stiptheid van de spelers te controleren. Ik trok mijn outfit aan en 45 minuten voor het begin van de training stond ik op de uitkijk. Ik gooide stipt op tijd alles dicht en ik hield de deur tegen met mijn hiel. Wie zelfs maar één minuut te laat was, moest tegen mijn hiel stompen - wat de andere spelers uiteraard grappig vonden - en na de training werden ze op mijn bureau verwacht om mij een redelijke uitleg te geven. Er is een groot verschil tussen een speler van wie de vrouw 's nachts bevallen is of die door de politie aan de kant werd gezet voor het negeren van een rood licht en een gast die te laat is omdat hij niet uit zijn bed is geraakt. Aan een speler die mij rechtuit vertelde dat zijn wekker niet was afgegaan zei ik: 'Je hebt je joker verspeeld.' En hij moest tijdens de loopsessie van dinsdag de groep trekken. Ik gaf nooit boetes want in de Division d'Honneur ( zesde klasse, nvdr) verdienden de spelers als het ware niet genoeg om die te betalen. Moest ik hun laatste spaarcenten afnemen terwijl ze al 51 uur per week in de fabriek werkten? Op een dag klampte een speler die in de bouw werkte mij aan voor de avondtraining. 'Ik heb elf uur aan een stuk plafonds ingericht en ik kan mijn armen niet meer strekken.' Ik zei hem: 'Maak je geen zorgen. Je hebt je armen niet nodig. Maar in plaats van acht kilometer moet je er zes lopen.' In mijn dertig jaar als trainer in eerste of tweede klasse heb ik bijna nooit de hoogste straf moeten toepassen.''De zwaarste straf voor de jongeren van het opleidingscentrum was hen een uitgaansverbod opleggen. Een tijdlang werden onze wedstrijden in eerste klasse op vrijdagavond gespeeld. Op zaterdag ging ik dus naar de thuis- en uitwedstrijden van de B-ploeg kijken in vierde klasse. Wanneer ik rond middernacht terugkwam van een verplaatsing reed ik voorbij het centre de formation en parkeerde ik mijn auto op de top van het heuveltje zodat ik alles kon zien. Op een avond zag ik iets wit hangen voor een van de vensters. Ik sloop geruisloos dichterbij en ik zag Roger Boli op de vensterbank zitten met een sprankelend wit hemd. Ik ging op hem af en ik wilde weten wat hij van plan was. Hij was een pientere gast en ik zag aan zijn gedrag dat hij een verhaal aan het opdissen was. Wat volgde was een sappige discussie: 'Goeienavond coach!' 'Waar ben je mee bezig, Roger?' 'Coach, het is die kat.' 'Welke kat?' 'Die grijze kat die hier vaak langskomt. Hij zit te janken en daardoor kunnen we niet slapen.' 'Ah zo... En wat ben jij van plan?' 'Ik probeer hem te vangen om hem daarna weg te jagen.' 'Akkoord, maar waarom heb je een wit hemd en een kostuum aangetrokken om die kat te vangen?' 'Coach, ik wilde geen kouvatten.' 'Een pull is handiger om een kat te vangen dan een kostuum. Ik denk dat jij wilde uitgaan.' 'Nee, helemaal niet! Ik heb geen voet buitengezet, ik zit aan mijn venster.' 'Ga snel terug in bed, ik zal mij wel bezighouden met die kat.' 'Bovenop mijn dertig seizoenen als professionele trainer heb ik bijna duizend afzonderingen meegemaakt. In Frankrijk waren wij het team dat het meest op afzondering trok en je mag dat wellicht doortrekken naar de rest van de wereld. Het beginpunt was Gérard Hallet die in de jaren zeventig mijn beste speler was. We speelden thuis en we hadden om 11 uur afgesproken bij de moeder van een bestuurslid die voor ons biefstuk zou klaarmaken. Ik zat thuis en Gérard, die mijn buurman was, klopte aan de deur. Hij vroeg mij om hem niet op te stellen want hij had maar twee uur geslapen. Een van zijn zonen had de bof opgelopen en nadat de huisdokter was langsgekomen, is hij midden in de nacht bij een apotheker van wacht medicatie gaan halen. En daardoor had hij amper een oog dichtgedaan. Ik zei hem: 'Ga terug naar bed en we zullen jou rond twaalf uur wakker maken voor een lichte maaltijd. En om 15 uur sta je gewoon aan de aftrap.' We wonnen met 3-0 en hij was de beste man op het veld. Maar ik had beslist dat we het seizoen daarop, ingeval we naar tweede klasse zouden promoveren, telkens op afzondering zouden gaan. Ik had er zelf een slagzin voor uitgevonden: de bof is voor de mama's. Die afzonderingen lieten mij ook toe om andere issues te voorkomen. Vooral voor jonge gasten die thuis een vrouw en kinderen hebben. Maakt zijn vrouw een scène, dan zal het hoofd van die jongen op hol slaan. Is zijn vrouw goedgeluimd, dan zullen ze bepaalde praktijken uitoefenen die vermoeiend zijn. Voor sommige spelers, die enkele uren voor de wedstrijd nog hun driften botvieren, kan dat zelfs catastrofale gevolgen hebben. In mijn periode als speler was het de mode bij de clubs om openlijk te spreken over seks. We werden erop gewezen op welk moment van de week geslachtsgemeenschap ons de meeste schade kon berokkenen. Voor mij was dat 48 uur voor een wedstrijd. Ik ondervond geen hinder wanneer ik de dag ervoor of zelfs enkele uren voor de aftrap seks had. Maar 48 uur voor een wedstrijd? Nee, dan was ik een diesel. Ik kreeg geen zenuwprikkels en ik had helemaal geen fut tijdens de wedstrijd.' 'De grootste uitdaging tijdens een afzondering is de spelers niet te laten ontsnappen. Maar ze hadden alle redenen om weg te lopen: ze waren jong, gemotiveerd en er waren meisjes die buiten op hen wachtten. Ik wond de nachtwakers dus om mijn vingers zodat ze gedurende enkele uren voor mij werkten. Wanneer we in het Novotel overnachtten, zette ik ook bewakers in aan de noodtrappen (...). Gérard Bourgoin, mijn vriend en tegelijkertijd bestuurder, die 5000 mensen tewerkstelde in een twaalftal kippenbedrijven, herhaalde vaak genoeg dat vertrouwen geven en toezicht voorzien los van elkaar stonden. Dat was ook mijn devies. Ik kroop dus altijd als laatste in bed. 'Dat heeft wel tot enkele komische taferelen geleid. Een etmaal voor een wedstrijd ging ik rond 22 uur op patrouille, maar geen enkele speler zat op zijn kamer. Ik maakte aanstalten om de laatste kamer van de gang te controleren en ik hoorde luid gejoel. Het was Jamel Debbouze ( Franse stand-upcomedian, nvdr). Hij was bevriend met een speler en hij was via de telefoon een van zijn shows aan het inoefenen. Alle gasten hadden zich rond de telefoon verzameld en ik ben ook gaan luisteren. We overschreden het uur waarop we gewoonlijk gingen slapen, maar ik heb genoten van de geweldige sfeer die er in de lucht hing. Als je aan een zwarte reeks bezig bent, is het wel handig om zo'n Debbouze in te zetten om er wat ambiance in te brengen.' 'Voor de topduels in de competitie en in Europa, of in de jaren waar we met de degradatie flirtten, ging ik op afzondering in een geïsoleerde herberg op anderhalf uur rijden van Auxerre. Twee kilometer verderop lag er een klooster dat elk jaar het bezoek kreeg van een jonge kardinaal uit Rome, vergezeld van een andere geestelijke. Die man maakte de boekhouding op en reisde met een koffer geld af naar het Vaticaan. Hij at in dezelfde zaal als wij en dan mochten we niet te veel lawaai maken. Sommige spelers, onder wie de Poolse jongens, hadden de toestemming gekregen om hem in het klooster op te zoeken. De monniken die er woonden, maakten hun eigen kaas, gingen hout kappen en drukten kunstboeken af die vanuit alle hoeken van de wereld besteld waren. In de zomer trokken een paar van die monniken op afzondering in een hut en ze moesten van buitenaf bevoorraad worden. Ik herinner mij dat ik tijdens een namiddag, toen de spelers een middagdutje deden, naar een vijver ging om te baden. Ik kwam een monnik tegen, die blijkbaar mocht praten, en hij is mee gaan zwemmen in een knalblauwe zwemshort. We hebben over van alles en nog wat gepraat en hij vertrouwde mij toe dat hij afkomstig was uit Angers en dat hij in dezelfde straat woonde als Raymond Kopa. '