H akte je als kind soms regenwormpjes in tweeën?

"Nee, maar ik zocht er wel. Mijn buurjongen en ik vonden het super om op beestjes te jagen. Onder een oude boomstronk in de buurt vonden we een en ander. Duizendpoten, pissebedden, regenwormen ... Ik weet niet meer of we er ook iets mee deden als we ze gevangen hadden.
...

"Nee, maar ik zocht er wel. Mijn buurjongen en ik vonden het super om op beestjes te jagen. Onder een oude boomstronk in de buurt vonden we een en ander. Duizendpoten, pissebedden, regenwormen ... Ik weet niet meer of we er ook iets mee deden als we ze gevangen hadden. "Dieren spraken me van jongs af aan. We hadden vroeger een kat, Sloeber. Nu loopt er thuis weer een rond. Deze is eigenlijk van Reinhilde, mijn vriendin. Zij bracht ze mee toen we gingen samenwonen. Vroeger heette dat beestje Radja. Maar die naam was wat te stoer. We zochten een andere. Omdat het een langharige kat is, een pluizige, kwamen we uit bij Pluim. "Het is trouwens een vrij domme en spastische poes. Ze kan uit het niets plots tegen de muur springen. Maar kom, dat brengt leven in huis. "Ze is ook heel aanhankelijk. Als je naar tv zit te kijken, kruipt ze op je schoot. Dan is ze braaf. Soms begint ze wel te kwijlen als je over haar kopje wrijft. Vrij vervelend." "Ja, toen ik eens een lamp verving. Een klein schokje. Ineens sprongen alle plongs. "In het begin was ik niet zo goed in dat soort dingen. De laatste twee jaar beterde dat. Toen ik in Nederland zat, knapte ik mijn appartementje zelf wat op, met de hulp van ma en pa en van mijn schoonouders. "Als ik nu een lamp ophang, krijg ik soms een compliment van mijn schoonpa. Tegenwoordig neem ik ook de juiste voorzorgsmaatregelen en schakel ik de stroom vooraf uit." " Alizée Poulicek." "Als ik sta aan te schuiven en besluit van rij te veranderen, heb ik elke keer weer prijs. Op zo'n moment gaat die nieuwe rij ineens tien keer trager. Dan heeft daar altijd iemand problemen met een bankkaart of zoiets. Ik moet bij mijn eerste gedachte blijven. "Ik eet trouwens best vooraleer ik naar de winkel ga. Als ik een volle maag heb, hou ik me aan mijn lijstje. In het andere geval gooi ik alles wat lekker is in mijn karretje." "Nee, maar ik vraag haar wel uit. 'Heb je al iets gekocht?' 'Wat zou je gekocht hebben?' Daar begin ik zo'n twee à drie weken op voorhand mee, in de hoop dat ze een woord laat vallen. "Reinhilde kan wel redelijk goed zwijgen. ( lacht) Maar als ze begint te roepen dat ik ermee moet stoppen, weet ik dat ik in de buurt kom. Dan klapt ze helemaal dicht." "Ik ben de jongste van drie broers. Kobe en Wannes zijn drie en twee jaar ouder. Zij vonden altijd dat ik meer mocht dan zij. "Met een van de twee was ik eens aan het pingpongen. Ineens werd hij kwaad, omdat ik hem wat te veel aan het uitdagen was. Plots liep hij naar de keuken, grabbelde hij een mes en kwam hij daarmee achter mij aan. Ik vluchtte snel naar boven, waar mama was. Toen stak hij het redelijk rap weer weg." "Volgens mij is het afgeleid van Sigbert of zoiets." ( lacht) "Nee, ik ben niet naar een zeehond genoemd. Mijn vriendin gebruikt dat wel af en toe." "Nee, ze houdt dan vol dat het wel van Seabert komt, om wat met mij te lachen. "Als Reinhilde een bijnaam voor me gebruikt, noemt ze me kleuter. Ze is twee jaar ouder dan ik." "Niet opzettelijk. Ik had vroeger een felgroen konijn, een speciaal model. Dat had zachte haartjes. Kobe zei dat ik die vacht eens moest bijknippen. Die zou opnieuw groeien, beweerde hij. Ik heb dat gedaan. "Gelukkig gebeurde het niet met mijn panda, mijn lievelingsbeer. "Die gaf ik intussen aan mijn vriendin. Ik vond dat ze zo'n teddy kon gebruiken. Als ik nu eens weg ben voor het voetbal, kan ze hem vastpakken." KRISTOF DE RYCK