Tweehonderd kilometer is het van Almendralejo, waar hij drie jaar lang woonde, naar Sevilla, waar hij nu neerstrijkt. Zeg dus maar : dezelfde streek. Er is nog een ander punt van overeenkomst. Toen hij bij Extremadura, inmiddels zijn ex-club, belandde had die net de promotie naar de eerste afdeling afgedwongen. Zoals ook zijn nieuwe club, Betis Sevilla, straks debuteert op het hoogste niveau.
...

Tweehonderd kilometer is het van Almendralejo, waar hij drie jaar lang woonde, naar Sevilla, waar hij nu neerstrijkt. Zeg dus maar : dezelfde streek. Er is nog een ander punt van overeenkomst. Toen hij bij Extremadura, inmiddels zijn ex-club, belandde had die net de promotie naar de eerste afdeling afgedwongen. Zoals ook zijn nieuwe club, Betis Sevilla, straks debuteert op het hoogste niveau.En toch heeft Ronny Gaspercic (32) het gevoel dat er een nieuwe wereld voor hem opengaat. "Betis Sevilla is een club met een heel rijke traditie. Ook al hernemen ze nu pas hun plaats in de eerste klasse, het is altijd één van de meest populaire clubs in Spanje gebleven. Aan financiële middelen is er geen gebrek. Dat dankt de club aan één man, voorzitter Manuel Ruiz de Lopera. Het stadion oogt indrukwekkend, tijdens het WK van 1982 werden er nog wedstrijden gespeeld. De supporters hebben maar een paar goede resultaten nodig om weer in massa te komen kijken. Ik verhuis bovendien van een landelijke regio - Extremadura staat bekend als een van de armste gebieden van Spanje - naar een stad met een flamboyante geschiedenis. Toen mijn Limburgse vrienden vernamen dat ik naar Sevilla uitweek, verklaarden ze zich allemaal groen van jaloezie. Ze zijn allemaal verkikkerd op deze kant van Andalusië. "Pas op, ik wil nu ineens niet neerbuigend over Extremadura gaan praten. Ik was bijzonder tevreden dat ik voor die club kon tekenen. Het is een heel charmante ervaring geweest. Extremadura is een club van een klein stadje van 28.000 inwoners. En dat ploegje ging zich nu eens meten met al die grote Spaanse teams die over honderd keer meer middelen beschikken. Mijn eerste seizoen bij Extremadura was dan ook zonder meer opwindend. Helaas konden we de degradatie niet vermijden, maar ik moet zeggen : in dat eerste seizoen in de tweede klasse heb ik me ook nog geamuseerd. Maar het derde seizoen, opnieuw in de tweede klasse, was er te veel aan."Toen vrij vroeg in het seizoen duidelijk werd dat Extremadura niet opnieuw de promotie naar eerste klasse zou kunnen afdwingen, voerde Gaspercic zijn contacten op met het oog op een promotie naar een team van een hoger niveau."Ik had er echt mijn zinnen op gezet om bij een grote Spaanse club te spelen. Dat lag ook al in de bedoeling toen ik bij Extremadura tekende. Ik beschouwde die ploeg als een springplank. Alleen wilde de voorzitter me mijn vrijheid niet geven toen Extremadura naar tweede klasse tuimelde. Hij zei dat hij enorm op me rekende om onmiddellijk weer aan te sluiten bij de topklasse. Toen dat niet lukte, liet ik de mensen van Extremadura weten dat ik nu wel echt weg wilde. Ik wist dat er een aantal clubs, waaronder al Betis Sevilla, belangstelling had. Maar ze deinsden terug voor de hoge transfersom. Dan heb ik Extremadura afgedreigd : als ze niet zouden opletten, zou ik gewoon mijn contract uitdienen en had ik daarna een vrije transfer. "Uiteindelijk hebben ze me een jaar later toch laten vertrekken, en werd mijn geduld beloond. Maar het bleef spannend tot op het laatste. Betis Sevilla kon pas op de allerlaatste speeldag de promotie naar eerste klasse bewerkstelligen. Op dat moment waren de onderhandelingen met een paar andere clubs, waaronder Malaga en Alavés, al veel verder gevorderd. Er stond ook een aantal Engelse clubs in de rij, maar daar hing mijn komst af van het vertrek van andere spelers. Ik ben gelukkig met mijn beslissing. Betis Sevilla heeft een aantal ongelukkige seizoenen achter de rug, maar alle elementen zijn aanwezig om op een hoog niveau terug te keren." Ronny Gaspercic is vooral blij dat hij na twee seizoenen in het vagevuur opnieuw de elite van het Spaans voetbal terugziet. "En dat is voor een doelman niet zo evident als het lijkt. Goede aanvallers hebben keuze bij overschot : er zijn kandidaat-kopers in overvloed. Idem dito voor goede spelverdelers. Maar voor spelers in een andere positie wordt het al een stuk moeilijker. Met Betis Sevilla heb ik alleszins niet voor een gemakkelijke oplossing gekozen. De concurrentie wordt bikkelhard, dat besef ik terdege. Antoni Prats is een uitstekend doelman, ik ben er van tevoren helemaal niet zeker van dat ik in dat doel sta. Wat dat betreft neem ik zelfs veel risico's. Maar ik zou het betreurd hebben mocht ik dat risico niet genomen hebben." Hij zal de balans wel op het einde van het seizoen maken, zegt Ronny Gaspercic. "Als ik op de bank beland, moet dat het gevolg van mijn eigen falen zijn. Maar daar kan ik nu nog niets over zeggen. Om carrière te maken, heb je ook een beetje geluk nodig. Succes hangt van zoveel factoren af. Velen beweren nu dat Erwin Lemmens met Santander een verkeerde keuze gemaakt heeft. Want Santander is naar tweede klasse afgegeleden en Lemmens moet het stellen met het statuut van tweede doelman. Maar dat kan je allemaal toch niet van tevoren weten ? In een veel betere ploeg dan Santander was Erwin misschien onbetwistbaar titularis geweest. Ik verwijs graag naar het voorbeeld van Ruud Hesp. Toen die Roda JC verliet, was hij tweede of derde doelman. Maar hij is wel titularis bij FC Barcelona geworden, en daar zoeken ze nu nog altijd naar een waardige opvolger. Zijn geval gaf me de overtuiging dat ik me, zelfs al verliet ik België maar in de hoedanigheid van bescheiden keeper van Harelbeke, in het Spaanse kampioenschap kon manifesteren." Het Spaanse voetbal heeft niet de neiging om veel voetballers in België te rekruteren. "De Spaanse clubs zijn vooral op zoek naar grote namen", zegt Ronny Gaspercic. "Ze willen spelers met ronkende namen, spelers die al prijzen behaald hebben, die geschitterd hebben op de Europese scène en die iets betekenen in de ogen van het Spaanse voetbalpubliek. Van de Belgische en de Nederlandse competitie krijgen de mensen zelden beelden te zien. Ze kennen de Nederlandse voetballers iets beter dankzij het prestige dat afstraalt van Oranje. Maar in het algemeen aarzelen de clubs om mensen uit het noorden van Europa naar Spanje te halen, omdat ze uit ervaring weten dat die zich meestal moeilijk kunnen aanpassen. Dat heeft te maken met het klimaat, met de manier van spelen, maar ook met de taalbarrière. De meeste Spanjaarden spreken alleen maar Spaans. En voor mensen zonder Latijnse cultuur is dat geen gemakkelijke taal om te leren." Welke kwaliteiten moet een voetballer bezitten om in het Spaanse voetbal te slagen ? "Volgens mij techniek en snelheid", antwoordt Gaspercic. Betekent zulks dat de Belgische voetballers die naar Spanje uitgevoerd werden, die twee capactiteiten niet combineerden ? Want een paar Belgen braken in het recente verleden ostentatief niet door in het Spaanse voetbal. Gaspercic vergoelijkt. "Daar durf ik geen oordeel over vellen. Ik denk dat die spelers ook door pech achtervolgd werden. Dominique Lemoine sukkelde constant met de adductoren. Gert Claessens verloor zijn vader in dramatische omstandigheden terwijl hij bij Oviedo zat. Frédéric Peiremans kwam bij Real Sociedad bijna nooit aan spelen toe. Maar iemand als Emile Mpenza zou in het Spaanse voetbal potten kunnen breken. Hij bezit alle kwaliteiten om het hier waar te maken. Neem nu bijvoorbeeld Valencia, een team dat zich baseert op een soliede defensieve organisatie en dan speculeert op de counter. Zo'n ploeg past Mpenza als gegoten. Met John Carew zou hij een complementair duo vormen." Zelf heeft Ronny Gaspercic inmiddels in Spanje een zekere reputatie opgebouwd. Sinds zijn eerste seizoen bij Extremadura wordt zijn naam geregeld geciteerd in verband met een transfer naar een van de twee grote Spaanse club, Real Madrid en FC Barcelona. Bescheiden : "Ik denk dat ik één van de namen op een lange lijst was. Maar ik voel me toch gevleid door die belangstelling, want hoeveel Belgische doelmannen hebben het bij een buitenlandse club waargemaakt ? Jean-Marie Pfaff en Michel Preud'homme, en dan heb je het wel gehad. Ik heb hier in Spanje altijd positieve kritieken gekregen. Nu moet ik mijn kwaliteiten tonen in een club van naam en faam." Betis Sevilla start het seizoen met een nieuwe trainer : Juande Ramos, overgekomen van Rayo Vallecano. "Na Rafael Benitez - momenteel aan de slag bij Valencia - en José Urtuondo is dit mijn derde trainer sinds ik in Spanje voetbal. Ramos heeft Rayo Vallecano, een bescheiden ploegje uit de Madrileense agglomeratie, tot in de kwartfinale van de Uefabeker gebracht. Dat bewijst dat hij kwaliteiten in huis heeft. Maar het is nu nog te vroeg om zich uit te spreken over de kansen van Betis Sevilla." Sowieso is een blijft de sterke man van Betis Sevilla voorzitter Manuel Ruiz de Lopera. Gaspercic : "Alle middelen van de club komen van deze zakenman. Ik heb me laten vertellen dat hij 27 bedrijven bezit. Ik ben nog maar één keer in contact met hem geweest, dat was toen ik in zijn kantoor mijn contract moest komen tekenen. Ik kreeg de indruk dat hij een heel scherpe neus voor zaken heeft. Zo'n mecenas vertegenwoordigt zowel voordelen als nadelen. Langs de ene kant weet je tot wie je je moet richten als er problemen rijzen. En de raad van bestuur moet geen tien keer vergaderen om een beslissing te nemen. Maar langs de andere kant krijg je wel met een soort dictatuur te maken." De vedette bij uitstek van Betis Sevilla is de Braziliaan Denilson. Die werd destijds aangetrokken voor 1,1 miljard frank, kon aanvankelijk de verwachtingen hoegenaamd niet inlossen, maar heeft zich inmiddels hersteld. "Je mag niet vergeten : toen hij hier aankwam was hij amper negentien jaar", pleit Gaspercic. "Ik denk dat er toen veel te veel druk op zijn nog frêle schouders terechtkwam. Men verwachtte niks minder dan mirakels van hem. Vandaag is hij nog altijd maar 22 jaar. Dat is nog altijd piepjong, maar hij kan nu wel al de ervaring van drie seizoenen in een hoogstaande Europese competitie voorleggen." Betis Sevilla werkte zijn stage ter voorbereiding van de competitie af in Jerez. "In tegenstelling tot de andere Spaanse clubs zochten we niet de koelte van het noordelijker gelegen Europa op", zegt Gaspercic. "Toch is de stage excellent verlopen. De infrastructuur en het logement waren van een prima kwalititeit. En de hitte was draaglijk." Met welke ambities vertrekt Betis Sevilla aan het seizoen ? Gaspercic : "Eerst het behoud verzekeren, en dan zien we wel verder. Vroeger waren de ambities hier veel te steil en daar hebben ze van geleerd. Want hoe meer je hoopt, hoe groter de desillusie. De Spaanse competitie is ongelooflijk zwaar. Het zou van weinig realiteitszin getuigen mochten we onze Europese ambities van de daken schreeuwen. Mochten we binnen de Europese plaatsen vallen, des te beter. Maar laten we dat nu vooral niet gaan voorspellen..."De Spaanse competitie wordt wel eens La Liga de las Estrellas genoemd - het kampioenschap van de sterren. Dit superlatief lijkt zeker niet overdreven sinds Zinedine Zidane en Luis Figo in Spanje voetballen. En nog wel bij dezelfde club, Real Madrid. "De Madrilenen worden dan ook uitgeroepen tot de grootste titelfavoriet", vertelt Gaspercic. "Maar op televisie heb ik FC Barcelona al zien spelen en die jonge Argentijn Javier Saviola maakte toen een geweldige indruk. En achter die twee clubs is alles mogelijk. De Spaanse competitie is beslist de sterkste van Europa, dat hebben de Spaanse clubs voldoende aangetoond in de Europese bekercompetities. Vorig seizoen staken er vier Spaanse ploegen in de kwartfinales van de Uefabeker. En als ze toen niet tegen elkaar waren uitgekomen, hadden ze misschien alle vier de halve finale gehaald." En de doelmannen in Spanje ? Gaspercic heeft veel bewondering voor Iker Casillas. "Want wat die op zijn leeftijd presteert, is toch sterk. Maar de beste Spaanse doelman is zonder twijfel Santiago Ganizares. Hij is relatief laat aan de oppervlakte verschenen omdat hij lang in de schaduw moest blijven van Bodo Illgner bij Real, en van Andoni Zubizarreta in de nationale ploeg. Maar sinds hij voor Valencia uitkomt, toont hij wat hij kan. Met voorsprong de meest regelmatige en complete keeper van Spanje. In Spanje verwacht men van een doelman vooral veel stuntwerk : liever een spectaculaire redding dan een sobere maar efficiënte tussenkomst." Betekent dat dat Filip De Wilde in Spanje geen voet aan de grond zou krijgen ? Tuurlijk wel, zegt Gaspercic. "Uiteindelijk telt toch het rendement. En Filip is hoe dan ook een schitterend doelman." Daniel Devos