Het begin
...

Het beginStany Rogiers : "Ik begon te voetballen bij Racing Lokeren, in eerste provinciale, als spits, rechtsbuiten en rechtshalf. Ik was een snel manneke. In 1970 fuseerden we met Standaard Lokeren. Voor de club was dat een goeie zaak, heel snel stootten we door tot eerste klasse. Etienne Rogiers, de voorzitter en mijn oom, had er veel voor over : seizoenen met tien of elf nieuwskomers waren niet ongewoon. Ik speelde nog een jaar in eerste klasse, onder Novak, was toen ook legerinternationaal. Het was de periode van Courant, Leekens, Gerets, Swat Van der Elst, Coeck, Meeuws, Helleputte. Op verplaatsing met de C 130, veel stappen achteraf, maar op het veld gingen we ervoor, iedere winst leverde immers extra verlof op. "De zwaarste van de bende was Rik Van Mechelen, die voor Berchem speelde. Ooit ging Rik voor een interland tegen Nederland 's nachts uit in Antwerpen. Via het venster klauterde hij terug in de kamer, met een voet die dubbel zo groot was als anders. Een serieuze enkelverzwikking door ergens van een tafel te springen en slecht neer te komen. Bij het appel probeerde hij commandant Bers nog wijs te maken dat hij over een pantoffel was uitgegleden, maar die trapte er niet in. Meteen het einde van Riks legercarrière. "Intussen was ik afgestudeerd als kinesist en begon ik mijn praktijk. Nog altijd in combinatie met het voetbal. Bij ons debuut in eerste klasse was ik nog kapitein, maar voor de tweede wedstrijd, tegen Anderlecht, werd ik zwaar ontgoocheld. Als provincialer droomde je ervan, maar toen we naar Brussel reisden, zette Novak zijn kapitein op de bank. Dat was mijn seizoen : spelen, invallen. Toen ze het jaar daarop volledig de professionele toer opgingen, haakte ik af en haalde Albert Bers me naar Boom. Ik voelde goed genoeg aan dat eerste klasse voor mij net iets te hoog gegrepen was. Na een jaar in tweede met Boom zakte ik nog een reeks, ging ik bij Zele voetballen. Nog dichter bij huis, nog iets minder trainen, nog wat meer bij de praktijk. Dat jaar werd ik ook kinesist van Lokeren. "Uiteindelijk stopte ik vroeg als voetballer, omdat ik last kreeg van de knie. In die tijd werd een meniscusscheur nog niet artroscopisch behandeld, was het nog kerven. Als kine heeft het me later enorm gebaat dat ik als ex-voetballer wist hoe zo'n speler zich voelde."Echte vedettenStany Rogiers : "De jaren zeventig en tachtig waren grote jaren, met grote figuren. Wlodek Lubanski, als voetballer, maar ook als mens. Nu heb je veel schijnvedetten. Wlodek was een echte ster. In Polen was hij zo populair als Merckx hier in België, merkten we tijdens een wedstrijd in Krakau. Zelfs Preben Larsen, een moeilijke jongen op het veld maar niet ernaast, werd op het veld beïnvloed door Lubanski. Lubanski zag één, twee fazen vooruit. Zijn loopvermogen was misschien niet meer het allerbeste, maar zijn techniek en visie compenseerden alles. En zijn rust voor doel. Zij die er nu staan en er patatten op geven, hadden van hem veel kunnen leren. Hij bracht ook Lato aan, nog zo'n nederig man ondanks zijn sterrenstatus. Behulpzame mensen, nooit verlegen om mee de tassen te dragen. Als je nu uit de bus stapt en je vraagt iemand om wat te helpen, kijken ze je aan met een blik van... "Onze Europese verplaatsingen waren zware wedstrijden voor de entourage. Etienne Rogiers en Aloïs Derijcker, de twee sterkhouders, kenden wat van feesten. Helaas zijn ze ongeveer samen weggevallen. Het eerste hoogtepunt was Barcelona. Ginder bleef het lang 0-0, tot Bob Hoogenboom geblesseerd raakte en ze in de slotfaze nog twee keer scoorden. Thuis kwamen we ook op 2-0 via Verheyen en Dalving, maar toen scoorde Cruijff. Het was het begin van een mooie Europese reeks. Rogiers was iemand die à la minute zware beslissingen nam, ook in het voetbal. Dat was typisch voor Lokeren : sterke mannen aan de top, later nog Keppens en nu Lambrecht. Zo'n transfer van Lato of Lubanski, daar moest je niet lang over dubben. Radzinski heeft hier ook ooit getest, dat sleepte weken aan en plots was hij weg." Jeugdsentiment bij de verslaggever : het debuut van Preben Larsen in de beker, bekeken vanuit de spionkop van de bezoekers. Lokeren-Standard, van 0-3 naar 5-3. Rogiers : "Onvoorstelbaar. Knettergek was Preben. Lak aan iedereen, zelfbewust, een verstokt roker die daarin snel maten had gevonden in Verheyen en Hoogenboom. En toch, ondanks al die ervaring, stonden die mannen open voor mij, een jonge kinesist. Ik was bezig met stretching en taping; over dat eerste verscheen later op aanraden van dokter Martens trouwens een boek. "Hoogenboom was ook knettergek, een jongen uit de Jordaan. Zijn probleem was dat hij zich niet verzorgde, anders stond hij op zijn 47ste nog in de goal. Een uitgaansbeest, verdiende veel, maar liet ze even vlot rollen. Kon nooit neen zeggen, altijd het nachtleven in, zelden maandags op training. Pas vanaf donderdag, vrijdag kwam hij weer boven water. Verheyen had dan weer een enorme traptechniek. Allemaal leiders, jongens die durfden recht te staan en de anderen aan te pakken. Het huidige Lokeren mist zo'n figuren, mensen die ontzag inboezemen bij de medespelers, mannen met voetbalintellect, verlengstukken van de trainer op het veld. "Toch haalden we nooit een prijs met die bende. Misschien net iets te gemakkelijk laten schieten. Een bekerfinale verloren. Herfstkampioen, maar uiteindelijk toch tweede achter Anderlecht. Thuis waren we ongenaakbaar, maar uit liep het nog wel eens fout. Larsen die de scheidsrechters tegen zich kreeg. Voor de match begon, werd hij al de levieten gelezen. Op Beveren heb ik hem nog weggetrokken van Pfaff, die in een poging om hem recht te helpen, Larsen bij de haren omhoogtrok." Onechte vedettenStany Rogiers : "Hét problemen voor trainers nu is de omgang met de groep. Ik denk dat het makkelijker werken is - Paul Put ondervindt dat vandaag, denk ik - met jongens in tweede en derde die overdag nog gaan werken, dan met die zogenaamde vedetten die zichzelf o zo belangrijk vinden. Het niveau is gedaald en de fysieke paraatheid van de huidige generatie kan veel beter, vind ik. Overal is het loopvermogen groter dan het Belgische gemiddelde. Ook qua voeding kan het veel beter. Het zijn profs en topsporters qua vergoeding, maar eigenlijk verdienen ze dat etiket niet. Als je ze niet alles op een schoteltje brengt, kijken ze niet naar hun vitamientjes en eten om en springen ze na de training het eerste het beste frietkot binnen. Er zijn joggers en wielertoeristen die scherper staan." De lokale McDonald's is sponsor van de Lokerense jeugd. Rogiers : "Dat gaat niet samen. In de jaren tachtig waarschuwde Ajax de ouders al dat ze absoluut afmoesten van chips en cola. Topsport is meer dan trainen. Ik heb dit jaar in Lokeren voor het eerst een oefenkamp meegemaakt waar alles zo gericht was op voeding. Ik was verrast hoe dat zo op weerstand stuitte, tot het wegschuiven van de borden toe. Wilden ze wél mayonnaise op tafel... Paul Put is ervan geschrokken hoe moeilijk je dat verandert. Het zat deze zomer allemaal mooi in elkaar. Wat ik hoorde klonk me als muziek in de oren, maar langzaam heeft men toch weer water in de wijn moeten doen, of Put kreeg de groep tegen zich. Dát is de realiteit van het voetbalwereldje. "In 1993, bijvoorbeeld, zijn we gezakt door de mentaliteit van de groep. De beslissende wedstrijd in Lommel werd aangepakt alsof het een vriendenmatchke was. We verloren, maar op terugreis met de bus leek het alsof er niks was gebeurd : ze zaten rustig te kaarten. Dat was een steek in vele harten. Tot overmaat van ramp werd er buiten de club een SOS-organisatie uit de grond gestampt, zodat al die goedbetaalde heren nog een schep extra konden verdienen - ik geloof twee miljoen frank ! Als jij je job niet doet, gaat je baas dan zeggen : hier is wat extra geld, probeer nu eens een góed artikel te schrijven ? "Misschien is dat wel de rode draad door de geschiedenis van Lokeren, en de reden waarom we nooit iets gewonnen hebben. Karakter. Het is hier te goed leven. Olufade ontwricht zijn schouder, revalideert bij mij en zegt dan letterlijk : zeg, zo goed word ik hier niet betaald om zoveel met u te lopen. Of de lessen Nederlands. Ze beginnen er allemaal aan, maar even snel verdwijnt het. Ze hebben hier eens geprobeerd jonge buitenlanders naar school te sturen. Ging niet, ze moesten te vroeg uit bed... Zo gemakzuchtig. Als ik dan in het Champions Leaguemagazine op TV zie hoe de spelers van Rosenborg worden gestimuleerd om naast het voetbal iets te doen dat de leegtes opvult : studeren, een kleine jobke... Daar geloof ik sterk in. "Onze mannen hebben te veel vrije tijd en verlummelen die. Auto's kapot rijden, met of zonder rijbewijs. Wekelijks komen er boetes binnen op de club, of komt de politie langs. Ze zijn zo moeilijk te motiveren. Trek het je niet aan, krijg je dan als reactie. Tja, dan stop je er beter mee. Onlangs stuurde ik een speler naar dokter Martens, die hem onderzocht en me meldde wat kon en niet kon. Hij trainde mee, tot hij vernam dat hij met de reserven moest voetballen. Kon hij plots niet meer stappen, moest ik ermee werken, lag hij bij het inlopen na vijftig meter al dertig meter achter. Reactie van de club : stuur hem nog eens naar Martens. Daar voel je je niet makkelijk bij, hoor. Of ze delen op de bus de Polars uit, zodat ze de dag na een match niet naar het stadion hoeven te komen, maar thuis kunnen loslopen. En dan zegt één van je zogenaamde boegbeelden : die hoef ik niet, want ik doe dat toch niet. Denk je dat daartegen wordt opgetreden ?" De breukStany Rogiers : "Tijdens mijn vakantie, op mijn 51ste verjaardag, heb ik de Ventoux met de fiets beklommen. Ik zat vol energie om er weer aan te beginnen, maar knapte zó af op het negativisme dat ik het niet meer kon opbrengen. Vooral bij de spelers, die zelfs zagen bij een onnozel hersteltrainingske dat iedere jogger makkelijk aankan. In mijn praktijk krijg ik andere mannen over de vloer, met wie het wederzijdse respect veel groter is. In het voetbal is dat volledig verdwenen. Liever blijven ze kaarten of biljarten tot de laatste seconde, waarna je ze zelf moet gaan halen en het kunst- en vliegwerk is om ze tijdig klaar te krijgen. "Op een bepaald ogenblik - het moet me van het hart - heeft een speler me fysiek bedreigd. Hij duwde zijn vingers in mijn gezicht, tot Zitka tussenbeide kwam. Ik heb dat gerapporteerd, maar het is nooit rechtgezet. Daarop ben ik afgeknapt. Het ging niet om een boete of een straf, maar om respect. Ik heb problemen met de pseudo-vedetten en wij hebben, helaas voor Lokeren, bijna alleen nog maar pseudo-vedetten. Mannen die zichzelf heel belangrijk vinden, met zelfkritiek nùl. "Heel jammer allemaal. Ik vraag me af waar dit gaat eindigen. Overbeschermd en overbetaald zijn ze. Ik heb 158.000 rolletjes tape gelegd, dat is een paar honderd kilometer in al die jaren. Ik probeerde dat als een goede huisvader te beheren. Maar als je dan constateert dat er iemand al twee keer op heterdaad werd betrapt bij het stelen van materiaal, is de reactie : we weten het, maar de oplossing is dat jullie je materiaal beter wegsteken... Ik kon het niet meer verdragen. Ik offerde er al mijn energie en zelfs mijn gezondheid aan op. Die besteed ik nu beter aan mensen rond mij. "( Wordt stil) Niet zolang geleden ben ik gescheiden. Allicht had het voetbal - elk weekend weg, vijfentwintig jaar aan een stuk - er ook mee te maken. Hij is wat uitgeblust, zegden ze op de club. Maar dat is het niet. Energie genoeg, het is die muur waar je steeds weer op botst. Op den duur word je het knechtje. Dit was niet makkelijk : het is geen blad dat ik omsloeg, maar een heel telefoonboek. Ik had me mijn afscheid anders voorgesteld, maar ik zou mezelf een lafaard vinden mocht ik dit er allemaal blijven bijnemen." door Peter T'Kint