Niet eens zo lang geleden was Yseult Gervy nog één van onze elitezwemsters. Vrolijke meid, een hoop talent. De bronzen medaille op het EK in Helsinki, twee jaar geleden, had het begin moeten zijn van een mooie carrière. Het werd het begin van het einde. Een destructieve liefdesrelatie deed haar vluchten in anorexia. En een hoop talent veranderde in een hoopje ellende van 35 kilogram. Ze krabbelde overeind, begon ook weer te zwemmen, en won begin dit jaar zelfs drie nationale titels. Maar de negatieve reacties in de zwemwereld waren er te veel aan, en de liefde voor haar sport bekoelde. 23 is ze nu, en nog altijd heel breekbaar. Tot 50 kilogram is ze versterkt, maar anorexia schuilt nog om de hoek.
...

Niet eens zo lang geleden was Yseult Gervy nog één van onze elitezwemsters. Vrolijke meid, een hoop talent. De bronzen medaille op het EK in Helsinki, twee jaar geleden, had het begin moeten zijn van een mooie carrière. Het werd het begin van het einde. Een destructieve liefdesrelatie deed haar vluchten in anorexia. En een hoop talent veranderde in een hoopje ellende van 35 kilogram. Ze krabbelde overeind, begon ook weer te zwemmen, en won begin dit jaar zelfs drie nationale titels. Maar de negatieve reacties in de zwemwereld waren er te veel aan, en de liefde voor haar sport bekoelde. 23 is ze nu, en nog altijd heel breekbaar. Tot 50 kilogram is ze versterkt, maar anorexia schuilt nog om de hoek. Yseult Gervy : Het negativisme en de hypocrisie in de Waalse zwemwereld werd me gewoon te veel. Dat speelde me al enkele jaren parten. Zodra je goed presteert, stoort dat blijkbaar bepaalde mensen. Jaloezie, afgunst ? Ach, zo kleingeestig allemaal. Op het EK in Istanboel, in 1999, is de stille oorlog begonnen. Daar had ik door het forfait van een ander meisje de finale van de 200 meter wisselslag kunnen zwemmen. Alleen was niemand van de Belgische delegatie aanwezig om dat bij de officials te bevestigen en kon ik uiteindelijk niet starten. Een compleet gebrek aan professionalisme, vond ik, maar verontschuldigingen heb ik nooit gekregen. Een jaar later, op het EK in Helsinki, pakte ik brons op de 400 meter wisselslag, een droom. Felicitaties, bloemen, een feestje misschien had ik verwacht. Maar niks daarvan. Alsof Wallonië zoveel medailles behaalt op Europees niveau. Mijn halve finaleplaats in Sydney is ook onopgemerkt gebleven, net als mijn finaleplaats enkele maanden later op het EK kortebaan in Valencia. Op het moment zelf stond ik er nooit lang bij stil, maar als je alles eens op een rijtje zet, is het heel ontmoedigend dat je geen enkele erkenning of waardering krijgt van je eigen federatie. Het olympisch comité is me wel altijd blijven steunen, ook toen ik anorexia had, maar de Waalse zwemliga heeft me als een baksteen laten vallen. Anorexia is een ingewikkelde ziekte, je kan niet zomaar één oorzaak aanwijzen. Er zijn meestal een heleboel factoren waardoor je op een bepaald moment gewoon blokkeert. Bij mij was de druppel een slechte relatie. Van nature ben ik nogal autoritair, ik laat me niet zomaar doen. Maar door die jongen heb ik me toen wel laten doen, uit liefde, en dat is me slecht bekomen. Daardoor ben ik beginnen te vermageren. De ene persoon sukkelt op zo'n moment in een depressie, de andere vlucht in alcohol of drugs. Bij mij was het anorexia. Bizar eigenlijk, ik ben altijd een heel vrolijk meisje geweest, een echte smulpaap ook. Wie had nu kunnen denken dat net ík een eetstoornis zou krijgen ? Wat bewijst dat het echt iedereen kan overkomen.Bij atleten draait inderdaad alles om het lichaam. Je bent te dik, je moet vermageren, dat heb ik heel vaak moeten horen. Terwijl ik nu besef dat ik beter zwom met een paar kilo's te veel dan te weinig. Maar ja, ik probeerde dus te vermageren. En omdat ik nogal competitief ben ingesteld, wilde ik meer en meer afvallen. Eerst 59 kilo, dan 58, tot het extreme uiteindelijk. Ik wilde zien hoe ver ik kon gaan, tot nul liefst, had dat gekund. Er wordt ook vaak gezegd dat atleten buiten hun sport niks kunnen. Misschien heb ik wel geprobeerd om mijn lichaam uit te wissen en mijn geest naar voor te schuiven. Voor mezelf, om te bewijzen dat ik niet alleen een lichaam was, een machine, en dat ik nog iets anders kon dan zwemmen. In elk geval pas na de anderen. Mijn moeder had het al lang in de gaten. Maar ik ben niet mager, ik wil gewoon wat afvallen, zei ik altijd. Ik raakte geobsedeerd door calorieën en voedingswaarden. Ik had een boek met allerlei tabellen, en dat kende ik uit het hoofd. Naar de supermarkt gaan met mijn moeder duurde minstens tweeënhalf uur, ze werd er gek van. Van elk product wilde ik weten wat er in zat. Het ging van kwaad naar erger. Tot ik niet meer kon lopen, toen begon het ook bij mij door te dringen dat het goed fout zat. Na vijf meter was ik compleet uitgeput, net alsof ik een marathon had gelopen. Ik kwam mijn bed niet meer uit, woog nog amper 35 kilogram, een levend skelet was ik toen. Ergens wist ik dat wel, ja. 's Avonds in mijn bed, voelde ik dat mijn hart niet normaal klopte. Mijn hersenen functioneerden niet naar behoren. Ik hoorde ook niet meer uit beide oren, had totaal geen energie meer. Eigenlijk niet. Ik was wel depressief en had echt het gevoel dat ik niks waard was. In het zwemmen betekende ik misschien wel iets, maar iets anders kon ik niet. Daarvan was ik althans overtuigd. Ik had ook alles laten vallen voor het zwemmen, had geen hoger diploma en dat bezorgde me toch een minderwaardigheidscomplex. Maar vermageren maakt nu eenmaal depressief, je bent futloos, voelt je een last voor de anderen. En mijn familie was natuurlijk heel ongerust, mijn moeder huilde veel, mijn broers kwamen steeds minder vaak op bezoek omdat het te pijnlijk was om mij zo te zien. Daarover voelde ik me wel schuldig, want mijn familie pijn doen, was niet mijn bedoeling. Ik zou er beter niet meer zijn, heb ik wel eens tegen mijn moeder gezegd, dan ben ik geen last meer. Maar dat meende ik toch niet echt. Helemaal niet. Me alles ontzeggen maakte me net sterk, want ik kon weerstaan aan al die verleidingen. Mijn kamer leek meer op een kruidenierswinkel, stapels eten verzamelde ik daar, en toch kon ik ervan afblijven. Meer dan een augurk at ik niet op een dag. En als ik iemand anders zag eten, vond ik die zwak, zonder karakter. Het enige wat me zorgen baarde, was dat ik onvruchtbaar zou worden, want ik wil veel kinderen. Daar droom ik elke nacht van. Maar dat ik ijzer te kort kwam, of iets anders, dat kon me niks schelen. Ik heb nog geluk gehad, want de gevolgen voor mijn lichaam hadden veel erger kunnen zijn. Ik had mijn tanden of mijn haar kunnen verliezen, en dat is niet gebeurd.Dat was van de ene dag op de andere. Ik lag in bed, kon niks meer en heb mezelf toen afgevraagd : waar ben je in godsnaam mee bezig ? Je bent pas 22, je wil je leven toch niet vergooien ? Dat was de déclic. Ik was zo uitgehongerd dat ik toen meteen alles naar binnen schrokte wat ik maar kon vinden. Chips, chocolade, alles door elkaar. Mijn lichaam raakte in shock, want het is natuurlijk gevaarlijk om plots zoveel te eten. Ik had fenomenale crisissen, mijn moeder was doodsbang. Maar daarna kon ik weer normaal eten en ben ik vrij snel tien kilo bijgekomen. De volgende tien zijn een stuk moeilijker. Mijn moeder heeft me meer geholpen dan om het even welke psycholoog. Ik ben wel bij enkele psychologen geweest, maar het klikte met niemand. En voor je iemand kan toevertrouwen wat er echt in je omgaat, moet je je bij die persoon ook goed voelen. Terwijl ik altijd het gevoel had dat ik een zoveelste patiënt was en dat ze mij als een debiel beschouwden. Maar nu heb ik wel iemand gevonden die tegelijk psycholoog, osteopaat en accupuncturist is, en dat klikt heel goed. Sinds hij me begeleidt, gaat het stukken beter. Ik wilde bewijzen dat ik opnieuw op een degelijk niveau kon raken. Ik wilde later niet denken : je bent moeten stoppen omdat je ziek was. Maar het was wel zwaar natuurlijk, terugkomen nadat ik zoveel gewicht had verloren. Ik had geen spieren meer, zag altijd blauw van de kou en was sneller moe. Maar ik zwom toch vrij vlug weer aanvaardbare tijden. Niet meer zoals vroeger uiteraard, maar toch ook niet slecht. Tja, het Belgische niveau zal dan wel niet echt hoog liggen, hé ? Maar het was wel een overwinning op mezelf. En tegelijk ook de hel, want veel mensen vonden het niet normaal dat ik zo kon terugkeren. Ik moest dus wel gedopeerd zijn, werd achter mijn rug gefluisterd, terwijl dat net heel gevoelig ligt voor mij. Sommigen worden olympisch kampioen terwijl je weet dat ze doping gebruiken. Ik heb nooit iets willen nemen, heb altijd keihard getraind om op een bepaald niveau te geraken, een lager niveau dus, en dan hoor je zoiets. Sommige ouders verboden hun kinderen zelfs om nog met mij te praten, ze dachten dat ik aids had. Je moet toch echt een dwaas zijn om zoiets uit te kramen? Ik had het me misschien niet mogen aantrekken, maar als je van zover komt, doet dat echt pijn. Dat was zeker één van de redenen, al had ik er eigenlijk ook wel genoeg van. Ik wilde in augustus naar het EK in Berlijn, maar dat kwam te vroeg. Ik wilde te snel gaan, zo ben ik nu eenmaal, en kon de moed niet langer opbrengen. Ik wou ook méér, vond alleen zwemmen toch maar een leeg bestaan. Zoveel opofferingen en er zo weinig voor terug krijgen. Ik heb toen werk gezocht, én gevonden, in een kledingzaak, en dat beviel me wel. Mijn job blijven combineren met trainingen en wedstrijden, werd te zwaar, en toen was de knoop snel doorgehakt. Er zijn dagen dat ik wat nostalgisch ben, dan mis ik de competities, de stress rond een wedstrijd. En bekend zijn was ook best leuk natuurlijk.Of ik het maximum heb bereikt met het zwemmen, zal ik nooit weten. Ik had niet het talent om olympisch kampioen te worden, maar verbetering zat er zeker nog in. Niet dat ik ergens spijt van heb, ik heb hard genoeg gewerkt, en mijn leven is een stuk makkelijker nu. Ik wou ooit een medaille winnen op het EK, en dat is gelukt. De enige medaille trouwens die ik nog heb, waar ik echt trots op ben. Al mijn andere medailles en trofeeën staan ergens verdoken in de kelder bij mijn ouders. Ik heb de Olympische Spelen van Atlanta en Sydney meegemaakt, ook die herinneringen koester ik. En Athene 2004, ach, dat was een droom, maar die is zo ver weg. Ik wil niet meer constant met mijn kop in het water hangen en baantjes trekken. Zo afzien, dat kan ik niet meer. Minder moeilijk dan in het begin. Maar er moet echt over gepraat worden. Er zijn steeds meer meisjes, en zelfs jongens, met anorexia, en toch blijft het een taboe. De mensen moeten beseffen dat het een serieus probleem is. Het helpt mij trouwens om erover te praten en misschien kan ik ook andere meisjes en jongens helpen. Dan ben ik toch nog ergens goed voor. Ik heb dat nodig, ja, me nuttig voelen. Dat is ook één van de redenen waarom ik gestopt ben met zwemmen. Dat is me gewoon te egoïstisch. Zwemmen doe je alleen voor jezelf, terwijl ik net graag iets doe voor anderen. Daarom hoop ik ooit bij de politie te kunnen werken. De mensen dienen, ze helpen, dat zou me gelukkig maken.Ik vind mezelf eigenlijk te mager, maar ik blijf problemen hebben met cijfertjes. Ik weeg 50 kilogram, voor 1m73. Ik zou 54 moeten wegen om uit de gevarenzone te zijn. Enerzijds wil ik wel verdikken, anderzijds zie ik toch liever 49 op de weegschaal staan. Eigenlijk zou ik het lichaam willen hebben van toen ik 60 woog, en toch 50 wegen. Bizar, niet ? Nu ja, ik heb het redelijk onder controle. Alleen als ik me wat minder goed voel, is er soms nog een stem die fluistert : niet eten, daar word je dik van. Terwijl mijn gezond verstand zegt dat ik net wel moet eten. Ik ben er dus nog niet, dat besef ik maar al te goed. Ik weet ook niet of je echt kan genezen van anorexia. Er blijft wel altijd iets hangen, denk ik, en je moet voorzichtig blijven, want je kan snel hervallen. Maar ik ben goed omringd nu, ik weet bij wie ik terecht kan als ik het moeilijk heb. Ik zie mezelf getrouwd, met vier kinderen, en een carrière bij de politie. En ik wil een gelukkig leven leiden, waarin ik me geen zorgen meer hoef te maken. Vroeger wilde ik door iedereen graag gezien worden en verloochende ik daardoor wel eens mezelf. Dat is gelukkig voorbij, nu probeer ik gewoon mezelf te zijn. Ik heb mijn familie, ik heb gezien wie mijn echte vrienden zijn, en zo is het goed.door Inge Van Meensel'Sommige ouders verboden hun kinderen om met mij te praten, ze dachten dat ik aids had.''Toen ik niet meer kon lopen, begon het ook bij mij door te dringen dat het goed fout zat.'